Meer
Publicatiedatum: 11-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf 1 | Lokale heffingen

1.1 Inleiding

De paragraaf lokale heffingen geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. De raad bepaalt het belastingbeleid in beginsel samenhangend met het vaststellen van de begroting. Daar vindt de integrale afweging plaats. Beleidsmatige wijzigingen worden in deze paragraaf toegelicht. Redactionele en technische wijzigingen van de belastingen worden in het raadsvoorstel met de belastingverordeningen toegelicht.

1.2 Beleidskaders

Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in landelijke wet- en regelgeving, in deze paragraaf en in:


(2018)
(2013)
(2005)

1.3 Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen

1.3.1    Algemeen tarievenbeleid

Belastingen en heffingen worden waardevast gehouden door de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage (1,8%). Heffingen waar een individuele tegenprestatie van de overheid tegenover staat zijn waar mogelijk 100% kostendekkend. Een overzicht van geraamde algemene dekkingsmiddelen is opgenomen in deel 3. Hieronder worden per belastingsoort de bijzonderheden en afwijkingen van het algemene tarievenbeleid vermeld.

 

1.3.2    Wet waardering onroerende zaken (WOZ)

Het bepalen en vaststellen van de WOZ-waarde van onroerende zaken wordt uitgevoerd door Tribuut. De Waarderingskamer houdt hierop toezicht en geeft een algemeen oordeel over die uitvoering.  Tribuut heeft met de deelnemende gemeenten afgesproken dat dit oordeel 'goed' moet zijn. Eind 2017 kwamen vanuit de Waarderingskamer signalen binnen dat Tribuut het WOZ-proces moet verbeteren.  Medio 2018 heeft de Waarderingskamer aangegeven dat het algemeen oordeel vastgesteld zal worden op 'voldoende'.  Daarmee voldoet Tribuut niet meer aan de afspraak. Tribuut gaat een verbeterplan opstellen waarbij in beeld wordt gebracht wat er nodig is om de kwaliteit te verbeteren en het algemeen oordeel weer op 'goed' te krijgen.

 

1.3.3    Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

De OZB is een algemene heffing die bestaat uit een eigenaren- en gebruikersdeel. Het gebruikersdeel wordt alleen van niet-woningen geheven. Woongedeeltes binnen niet-woningen zijn vrijgesteld van OZB. Voor het jaar 2019 gelden de WOZ-waarden per peildatum 1-1-2018. Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. Om een beheerste lastenontwikkeling te waarborgen is de zogenaamde macronorm OZB afgesproken. Die houdt in dat de OZB in 2019 in Nederland als geheel niet meer mag stijgen dan 4%. De gemeente Epe blijft onder de macronorm.

 

1.3.4    Reinigingsheffingen

De heffingen dekken de kosten van inzameling en verwerking van huisvuil, bedrijfsafval en het brengen van huisvuil naar het recycleplein. In de jaren 2018 t/m 2020 vindt een extra onttrekking plaats aan de egalisatiereserve om deze terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau.

In Epe is onderscheid in tarief tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Dat maakt dat de opbrengst redelijk goed is in te schatten en niet gevoelig is voor variatie in aangeboden hoeveelheid. Hieronder staat het lasten-batenoverzicht van deze heffingen. Het taakveld verkeer en vervoer betreft de lasten verbonden aan het straatvegen en illegale afvalstortingen. Het straatvegen heeft drie functies – beeld openbare ruimte, afvalinzameling en voorkomen van verstopping van het riool – die alle drie een even groot aandeel hebben. De lasten daarvan zijn daarom voor 33% meegenomen. De lasten voor illegale afvalstortingen zijn volledig toerekenbaar aan de heffing. De lasten op het taakveld afval zijn volledig toerekenbaar aan de heffing. De negatieve baat van het taakveld inkomensregelingen betreft de verwachte kwijtschelding. De baten op het taakveld afval betreffen de inkomsten uit de heffing en overige baten zoals ontvangen subsidies voor zwerfafval, papier en plastic.

Taakveld

verhaalbare lasten

baten

(x € 1.000)

2.1 - Verkeer en vervoer

57

-

6.3 - Inkomensregelingen

-

-99

7.3 - Afval

3.071

3.721

0.4 - Overhead

100

-

0.10 - Mutaties reserves

-

244

BTW

638

-

Totaal

3.866

3.866

 

1.3.5    Rioolheffing

Deze heffing dekt de kosten van de rioleringszorgplicht die op de gemeente rust. In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is een tariefsverhoging van 2,5% voorzien.  Bij de rioolheffing is het gebruikerstarief afhankelijk van het waterverbruik. Daardoor is er een financiële prikkel om minder water te gebruiken. De kans bestaat dus dat het waterverbruik afneemt en daardoor de verwachte opbrengst niet wordt gerealiseerd. De afgelopen jaren is niet gebleken dat het waterverbruik significant is gewijzigd. Het risico is daarom beperkt. Door deze heffingsgrondslag is er sprake van kruissubsidiëring van grootverbruikers aan kleinverbruikers: 31% van de gebruikersopbrengst wordt opgebracht door 1% van de belastingplichtigen. De lasten voor de gemeente stijgen namelijk niet recht evenredig met de hoeveelheid geloosd water. Deze tariefstelling is gebaseerd op het principe ‘de gebruiker betaalt’.

Uit onderstaand overzicht blijkt volledige kostendekking. In het GRP zijn de beleidsuitgangspunten met betrekking tot het verhalen van de lasten opgenomen. Kortheidshalve verwijzen wij daarnaar. De baten op taakveld ‘belastingen overig’ betreffen de inkomsten uit de baatbelasting riolering. De baten riolering betreffen de rioolheffing en het eenmalig rioolaanleggeld. De baten uit de reserve is de waardecorrectie van de egalisatiereserve rioolheffing. Om de kosten volledig te dekken vindt een onttrekking aan de egalisatievoorziening plaats.

Taakveld                 

verhaalbare lasten

baten

(x € 1.000)

0.64 - Belastingen overig

5

13

2.1 - Verkeer en vervoer

82

-

6.3 - Inkomensregelingen

7

- 19

7.2 - Riolering

2.289

2.637

0.4 - Overhead

78

-

0.10 - Mutaties reserves

 

2

Mutatie voorziening 97012

 

108

BTW

280

-

Totaal

2.741

2.741

 

1.3.6    Forensenbelasting

Dit betreft de heffing op gemeubileerde woningen die beschikbaar worden gehouden door mensen die niet in de gemeente Epe wonen. De WOZ-waarde is de grondslag voor de heffing. Het tarief is een percentage van de waarde. Waarde-ontwikkelingen als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden vereffend via het tarief. Er is een minimumtarief en een maximumtarief. Het minimum is gelijk aan het tarief voor een jaarplaats bij de toeristenbelasting.

 

1.3.7    Hondenbelasting

De hondenbelasting is in Epe een doelbelasting. Er is een koppeling tussen de kosten van voorzieningen voor hondenbezitters en de heffing. Die voorzieningen worden alleen binnen de kommen getroffen, zodat het buitengebied is vrijgesteld. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat deze belasting in deze periode wordt afgeschaft. Dat zal met met ingang van 2022 gebeuren.

 

1.3.8    Precariobelasting

Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De gemeente mag nog tot en met 2021 belasting heffen op kabels en leidingen. De opbrengst kabels en leidingen over 2019 wordt in 2020 opgelegd en geïnd. De besteding van de opbrengst vindt pas plaats nadat de opbrengst met zekerheid is gerealiseerd. Op begrotingsbasis wordt deze daarom in een reserve gestort.

 

1.3.9    Toeristenbelasting

Dit is de belasting op overnachtingen tegen betaling door niet-inwoners. De raad heeft in mei 2018 besloten dat het tarief in 2019 € 1,00 per nacht bedraagt. In 2019 vindt onderzoek plaats naar een robuuster en eenvoudiger systeem van belastingheffing. Daarbij wordt de recreatiesector betrokken.

 

1.3.10    Baatbelasting riolering en rioolaanleggeld

Deze heffingen dienen ter dekking van de kosten voor de aanleg van riolering. In het buitengebied is de aanleg van riolering voltooid. Er zijn verordeningen die nog van kracht zijn voor situaties waarin mensen in het verleden hebben gekozen voor een jaarlijkse aanslag.

 

1.3.11  Begraafrechten

Met deze heffing worden de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen gedekt. Er is een egalisatievoorziening waaruit de onderhoudskosten die in het verleden zijn afgekocht worden betaald. Er vindt een onttrekking aan deze voorziening plaats om te komen tot volledige kostendekking. Van de lasten op het taakveld begraafplaatsen zijn de beleidsuren niet meegenomen. De baten op het taakveld begraafplaatsen betreft de afkoopsommen onderhoud en de overige eenmalige en jaarlijkse begraafrechten. De lasten zijn inclusief BTW geraamd.

Taakveld

verhaalbare lasten

baten

(x € 1.000)

7.5 - Begraafplaatsen

698

713

0.4 - Overhead

79

-

mutatie voorziening 97004

 

64

Totaal

777

777

 

1.3.12 Leges

Leges betreffen vergoedingen voor allerlei gemeentelijke dienstverlening zoals vergunningen, paspoorten en trouwen. De meeste tarieven stijgen met de index. In bepaalde gevallen zijn er afwijkingen, zoals bij wettelijk voorgeschreven (maximum) tarieven. Bij de begroting 2017 zijn de achterliggende beleidskeuzes voor de diverse leges vastgelegd.

Er is geen beleid om te kruissubsidiëren tussen producten. Bij de bouwleges is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Het tarief bij bouwsommen boven de ca. € 5.000.000 loopt niet meer op om extreem hoge legesbedragen te voorkomen die niet meer in verhouding staan tot de te maken kosten.  Gemiddeld genomen is er sprake van ‘subsidiëring’ van dure bouwwerken aan goedkope bouwwerken. In onderstaand overzicht wordt aangegeven in welke mate dat plaatsvindt.

Bouwkosten

% van totale lasten

% van totale opbrengst

< € 100.000

45%

13%

€ 100.000 - € 500.000

 30%

46%

> € 500.000

 25%

41%

Voor vooroverleg bij bouwaanvragen worden geen separate leges in rekening gebracht, omdat in de meeste gevallen vooroverleg uiteindelijk leidt tot een (betere) aanvraag. De gevallen waarin wel een bouwaanvraag wordt ingediend ‘subsidiëren’ de gevallen waarin vooroverleg niet leidt tot een bouwaanvraag. Vanaf 2019 wordt duurzaam (ver)bouwen gestimuleerd via lagere leges.

De personeelslasten zijn op basis van historie en de verdeling over de taakvelden geraamd. De baten zijn waar mogelijk geraamd op basis van aantallen x tarief. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekking per product.

Product

kostendekking

 

Product

kostendekking

Kopieën

100%

 

Reisdocumenten

100%

Huwelijken

74%

 

APV/bijzondere wetten

86%

Akten en afschriften

56%

 

Kapvergunningen

27%

BRP-verstrekkingen

85%

 

Bouwvergunningen

100%

Rijbewijzen

92%

 

Bodemtoetsen

78%

Uit onderstaand overzicht voor de legesverordening in zijn geheel blijkt een kostendekking van 92%.

 

Taakveld

verhaalbare lasten

baten

(x € 1.000)

0.2 - Burgerzaken

292

371

1.2 - Openbare orde en veiligheid

29

50

5.7 - Openbaar groen

92

32

6.2 - Wijkteams

12

-

7.4 - Milieubeheer

12

11

8.1 - Ruimtelijke ordening

11

-

8.3 - Wonen en bouwen

514

1.084

0.4 - Overhead

688

1

BTW

43

-

Totaal

1.693

1.549

1.4 Kostendekking

Bij de toepasselijke heffingen zijn de lasten-batenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, worden ook overheadkosten en BTW toegerekend. De methodiek van de toerekening van de overheadkosten is vastgelegd in de Financiële verordening 2017. De BTW is berekend als opslag over de ‘derdenkosten’. De afschrijvingslasten zijn ontstaan uit investeringen waarbij deels sprake is van derdenkosten. De BTW daarover is ook meegenomen.

1.5 Kwijtschelding

In Epe is voor afvalstoffenheffing en rioolheffing voor gebruikers kwijtschelding mogelijk. De gederfde inkomsten worden gecompenseerd via een verhoging van het tarief van de betreffende heffing. Gemeenten mogen binnen de wettelijke kaders beperkt eigen beleid voeren. Epe maakt maximaal gebruik van die mogelijkheden. Voor zover mogelijk wordt geautomatiseerd kwijtschelding verleend op basis van reeds bekende gegevens.

1.6 Woonlasten

Beleid is dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Dit betreft de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.  Hieronder is de verwachte ontwikkeling van de woonlasten weergegeven. De landelijke gegevens komen uit de COELO-atlas. Voor de verwachte landelijke ontwikkeling is uitgegaan van de gemiddelde stijging van de afgelopen jaren (0,3%). Voor Epe is rekening gehouden met de verwachte inflatie en een toename van het aantal panden. De gemiddelde woonlasten stijgen van € 670 (exclusief tijdelijke woonlastenverlichting) naar € 683. De stijging van de woonlasten is 2%.

De tijdelijke woonlastenverlichting werd bekostigd uit de gerealiseerde opbrengst precariobelasting. Over het afgelopen jaar staat die opbrengst nog niet met zekerheid vast, omdat er beroep is ingediend. Zodra de opbrengst met zekerheid is gerealiseerd, vindt besluitvorming over de besteding daarvan plaats.

 

woonlasten

 

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

2.1 Inleiding

Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces. Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren.

Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico manifest wordt is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed.

De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen:

1. Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen.
2. Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente.

Schematisch ziet dat er als volgt uit:

2.2 Beleidskaders

In februari 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en het weerstandsvermogen.

De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd:

  • het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd.
  • de risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting.
  • de weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien.
  • de ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1).
  • de verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1).

2.3 Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien.
De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven.

Weerstandscapaciteit

2019

karakter

Algemene reserve

2.000.000

incidenteel

Begrotingsruimte 2019

8.000

structureel

Onvoorzien 2019

88.000

incidenteel

Totaal

2.096.000

 


De stand van de algemene reserve op 1 januari 2019 bedraagt € 2,5 miljoen. Het surplus boven de minimaal benodigde stand volgens de nota reserves en voorzieningen is ingezet bij de onderliggende begroting. Hiermee is € 2 miljoen in de algemene reserve beschikbaar voor de weerstandscapaciteit.

 

2.4 Risico’s

Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend  werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze begroting, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd.

Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd.

De risico’s zijn in een risicokaart hieronder weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet. Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.

Risicokaart:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toelichting risico’s.

Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd. 

Sociaal Domein
Risico kenmerken

De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein verstrekt het Rijk via één integratie-uitkering. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze (relatief nieuwe) taken aanzienlijke financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en financieel. Met de reserve Risico’s Sociaal Domein worden de financiële risico’s opgevangen die de gemeente loopt als gevolg van de uitvoering van de taken in het sociaal domein. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Paragraaf 9 Sociaal Domein.

Kansklasse: Groot

Effectklasse: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Grondexploitatie
Risico kenmerken

De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend.  Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt  dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.

Kansklasse: Klein

Effectklasse: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Verbonden partijen
Risico kenmerken

De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6 wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen.  Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen.

Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers zelf opgevangen kunnen worden.
Formeel bedraagt het risico van de gemeente in vennootschappen niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. 

Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie.

 

Kansklasse: Klein

Effectklasse: Groot

Restrisico: € 308.000

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 77.000

 

Juridische risico's en aansprakelijkheid
Risico kenmerken

De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn.

  1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie.
  2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.).

Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen.
Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen.

Financiële claims:
Er loopt op dit moment een schadestaatprocedure bij de rechtbank. Voor de eventuele financiële gevolgen heeft de gemeente, conform het beleid, risico voorzieningen getroffen. De zaak met betrekking tot de kiosk aan de Dellenweg is met het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juli 2018 geëindigd; De gemeente is in het gelijk gesteld. Hierdoor hoeft de gemeente geen schade te vergoeden.

Kansklasse: Klein

Effectklasse: Klein

Restrisico: € 50.000

Ontwikkeling risico: Afgenomen

Risico sturing: Reduceren

Risicokarakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 10.000

 

Borg en garantstellingen

Risico kenmerken

De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat indien de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen, (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW), (3) Waterbedrijf Vitens.

Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervanger wordt eerste het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervanger aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011.

 

Kansklasse: Klein

Effectklasse: Zeer groot

Restrisico: € 1,2 mln.

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 240.000

 

Algemene uitkering

Risico kenmerken

Er lopen momenteel 2 trajecten in het kader van de herziening van de algemene uitkering. Het betreft de herverdeling sociaal domein en de herziening financiële verhoudingen. Voor beide trajecten zijn inmiddels diverse rapporten verschenen. In 2019 vindt er nog nader onderzoek plaats. Het rijk geeft  aan dat de gevolgen van de herverdeling  voor beide trajecten bij de mei circulaire 2020 in beeld worden gebracht en dat de invoering van de herverdeling vanaf 2021 zal plaatsvinden.

Bij een herverdeling van de algemene uitkering is het gebruikelijk dat er een overgangsregeling wordt getroffen voor de eerste jaren. Hiervoor gold in het verleden een bestuurlijke afspraak van een maximaal nadelig effect van € 15,- per inwoner. Voor Epe bedraagt dat maximaal € 500.000. De hoogte van de stelpost in de meerjarenbegroting is hierop gebaseerd.

Kansklasse: Zeer groot

Effectklasse: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

BTW compensatiefonds

Risico kenmerken

Gemeenten kunnen hun btw terugvorderen bij het rijk via het BTW-compensatiefonds. Hiervoor heeft het rijk een maximum (plafond) vastgesteld. Het rijk maakt een inschatting in welke mate de declaraties van de gemeenten onder het BTW-plafond blijven. De raming van de ruimte onder het BTW-plafond werd tot nu toe  als voorschot toegevoegd aan de algemene uitkering en achteraf verrekend. Die bedragen liepen op tot € 569 miljoen (landelijk) aan het eind van de meerjarenraming. Er was grote twijfel aan de juistheid van die inschatting. Om die reden komt er nu een andere regeling. Met ingang van 2019 worden de opgenomen voorschotten volledig afgeraamd. In de toekomst wordt jaarlijks op basis van de laatste inzichten bij de septembercirculaire van dat jaar een nieuw voorschot gegeven. Dat voorschot wordt vervolgens afgerekend bij de mei circulaire in het volgende jaar.

Voor de aframing van de voorschotten gaat het bij Epe  om € 770.000 in 2019 oplopend tot €1.291.000 in 2022.

Omdat de inkomsten niet komen te vervallen maar op een andere wijze beschikbaar worden gesteld wordt geadviseerd om een realistische stelpost hiervoor op te nemen en  aan te sluiten bij het laats bekende realisatiecijfer van 2017 en daar 50 % van te ramen. Voor Epe betekent dat een stelpost van € 125.000 in 2019 oplopend naar € 375.000 structureel  in 2021.

Kansklasse: Zeer groot

Effectklasse: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Uitkering inkomensvoorziening

Risico kenmerken

Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigd de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, WIJ, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz.  In hoeverre de gemeente uit komt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Met de reserve BUIG worden deze financiële risico’s opgevangen.



Kansklasse: Midden

Effectklasse: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Organisatie - Personeel

Risico kenmerken

Een risico dat zich altijd kan voordoen is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerken en boven formatief personeel. Het is vooraf niet te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen van langdurige ziekte en boven formatief personeel is een reserve gevormd die incidenteel bovengemiddelde financiële tekorten kunnen dekken.

Kansklasse: Midden

Effectklasse: Midden

Restrisico: € 150.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 60.000

 

Omgevingswet

Risico kenmerken

De Omgevingswet treedt 1 januari 2021 in werking en heeft gevolgen voor de hele gemeentelijke organisatie. Naar aanleiding daarvan wordt het 'Programma Omgevingswet' ingericht voor de implementatie van de wet. Het gaat dan zowel om de inhoud van de (fors gewijzigde) regelgeving, als ook de ondersteuning daarvoor; Digitale ondersteuning, werkwijzen en processen die moeten worden aangepast en dienstverlening en participatie gericht op houding, gedrag en communicatie.

De invoering van de Omgevingswet is geraamd in de begroting.  Door het ontbreken van een precies beeld van de uitvoering en de daarmee gepaard gaande kosten en opbrengsten is er een risico dat de kosten hoger en/of de opbrengsten lager zullen zijn dan nu aangenomen in de begroting. Voor deze effecten na de invoering van de Omgevingswet is een risico/egalisatie reserve gevormd.

Kansklasse: Midden

Effectklasse: Klein

Restrisico: € 50.000

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 20.000

 

Groot onderhoud accommodaties

Risico kenmerken

In de begroting 2019 is het beleidsvoornemen opgenomen om met de accommodatiebesturen afspraken te maken over de toegenomen kosten van groot onderhoud van accommodaties. Daarbij is er van uit gegaan dat de de accommodaties zelf de helft van de extra onderhoudskosten opvangen binnen de eigen begroting. We zien de kosten voor groot onderhoud stijgen. Het risico is aanwezig dat de accommodaties niet in staat blijken deze stijgende kosten op te kunnen vangen. 

Kansklasse: Midden

Effectklasse: Midden

Restrisico: € 115.000

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 60.000

 

Vervallen risico’s en andere risicomutatie
Door de gewijzigde opzet van deze paragraaf zijn een aantal risico's niet meer opgenomen in bovenstaande opsomming. Dit betreffen het renterisico en planschadeclaims.

 

2.5 Conclusie weerstandsvermogen

 De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien:

 

Weerstandsvermogen

2019

Weerstandscapaciteit

2.096.000

Risico's

467.000

Weerstandsvermogen

1.629.000

 

Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit ultimo 2019 als volgt weergegeven:

  1. Algemene reserve in relatie tot de risico’s:        4,3
  2. Weerstandscapaciteit in relatie tot risico’s:      4,5

De stand van de algemene reserve (na inzet van het surplus) bedraagt € 2 miljoen.  Dit ligt op het vereiste minimale omvang van € 2 miljoen (nota reserves en voorzieningen). De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s (4,5) is uitstekend.

 

2.6 Kengetallen

De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven.

 

Kengetal

Verslag
2017

Begroting
2018

Begroting
2019

Begroting
2020

Begroting
2021

Begroting
2022

1a. Netto schuldquote

-3,3%

4,8%

4,8%

9,1%

6,4%

5,3%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-8,2%

0%

-0,4%

4,0%

1,3%

0,1%

2.  Solvabiliteitsratio

74%

64%

68%

65%

68%

69%

3.  Grondexploitatie

-0,2%

-1,8%

-0,2%

-0,2%

-0,2%

-0,2%

4.  Structurele exploitatieruimte

9,5%

1,8%

2,2%

1,4%

0,9%

1,0%

5.  Belastingcapaciteit

91%

86%

95%

96%

98%

100%

 

2.6.1    Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

Duiding
In de afgelopen jaren zijn de totale schulden van de gemeente gedaald (van € 20mln. in 2011 naar € 10,5 mln. eind 2017) en de financiële bezittingen (in de vorm van uitgegeven lang- en kortlopende leningen, liquide middelen en overlopende activa) van de gemeente toegenomen. Dit heeft er eind 2017 toe geleid dat de financiële bezittingen van de gemeente groter zijn aan  de totale schulden. Dit komt tot uitdrukking in het percentage van -3,3% bij de jaarrekening 2017. Op begrotingsbasis loopt het financieringstekort de eerstkomende jaren op, daarna daalt dit weer. Hierdoor loopt ook de netto schuld quotes op begrotingsbasis in eerste instantie op waarna dit kengetal weer iets terug loop.

 

2.6.2    Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal.

Duiding

Het solvabiliteitspercentage van de gemeente is de afgelopen jaren gestegen en kwam in de jaarrekening 2017 uit op 74%. Door het op begrotingsbasis op langere termijn afnemen van de vaste schulden (zie ook netto schuldquote) en door het oplopen van het eigen vermogen in de geprognostiseerde balans als gevolg van de ontwikkelingen in de reserve precariobelasting en kapitaallasten wordt het balanstotaal verhoogd. Hierdoor loopt de solvabiliteit op begrotingsbasis de komende jaren licht op.

 

2.6.3    Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve.

 

2.6.4    Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Duiding
De structurele lasten zijn over de planperiode 2019-2022 lager dan de structurele baten per programma ook als daar de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves bij worden opgeteld. In combinatie met het meerjarig perspectief houdt dat in dat de gemeente een structureel sluitende exploitatie heeft.

 

2.6.5    Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Duiding
De ontwikkeling van dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente onder het landelijk gemiddelde blijven.

 

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de begroting is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de begroting omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid.

 

3.2 Beleidskaders

Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen:

 

3.3 Stand van zaken

Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de begroting.

Beleids-en beheerplan

Jaar vaststelling raad

Looptijd t/m

Achterstand onderhoud

Financiële vertaling onderhoud (x € 1.000)

Kosten 2017

Begroting 2018

Structureel m.i.v. 2019

Wijze

Wegen

2014

2019

Nee

€ 2.237

€ 1.951

€ 2.161

structureel budget met egalisatiereserve

Riool

2016

2020

Inventarisatie t/m 2020

€ 639

€ 685

€ 711

structureel budget

Civiele kunstwerken

2017

2022

Nee

€ 16

€ 29

€ 17

storting voorziening

€ 11

€ 11

€ 15

structureel budget

Bomen en groen

2010

-

 Nee

€ 891

€ 915

€ 915

structureel budget

Openbare verlichting

2018

2026

 Nee

€ 6

€ 31

€ 2

storting voorziening

€ 66

€ 85

€ 54

structureel budget

Gebouwen

-

-

Nee

€ 226

€ 233

€ 260

storting voorziening

€ 200

€ 220

€ 201

structureel budget

De kosten 2017 betreffen de werkelijk gemaakte kosten in dat jaar. De financiële vertaling in de begroting vindt plaats door het instellen van een onderhoudsvoorziening waarin jaarlijks een gelijkblijvend bedrag wordt gestort of door een structureel budget waaruit de onderhoudskosten worden betaald eventueel aangevuld met een egalisatiereserve waarmee de lasten gelijkelijk over de jaren verspreid worden.
Onder gebouwen zijn het gemeentehuis, de brandweerkazernes, wijkgebouwen, bibliotheken, dienstgebouwen, de ossenstal, gymlokalen, streekarchief, kinderopvang opgenomen. Voor al deze panden zijn actuele Meerjarenonderhoudsplannen.

 

3.3.1  Wegen

In gemeente Epe ligt 784 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat 2.762.655 m2. De helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 27% uit elementen en 23% is onverhard of bestaat uit beton.  Jaarlijks wordt het weg areaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaats had.

In de begroting zijn structureel extra middelen opgenomen om de kwaliteit van de wegen in het buitengebied op langere termijn naar een hoger niveau te tillen. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een structureel budget. Dit kosten van dit budget worden gedekt via een bestemmingsreserve. Het budget en de storting in de bestemmingsreserve onderhoud wegen is zodanig dat het kwaliteitsniveau Laag voor de wegen in de gemeente kan worden gehandhaafd, conform het wegenbeleidsplan 2014-2019. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

 

3.3.2  Riolering

Het rioolnetwerk in de gemeente is 454 kilometer lang. Daarvan is 229 kilometer drukriolering en 225 kilometer vrijverval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 mini gemalen en 21 riool gemalen. Alle gemalen worden jaarlijks preventief onderhouden. In het actuele Gemeentelijk Riolerings Plan  (GRP) zijn de benodigde maatregelen voor het verbeteren en in standhouden van de riolering genoemd. De verwachte uitgaven voor onderhoud en vervanging van de riolering zijn daarin opgenomen. De meeste urgente locatie gebaseerd op gebruik, leeftijd en materiaalsoort worden als eerste geïnspecteerd. Hiermee worden risico’s verder ingeperkt.

Jaarlijks wordt een deel van het areaal geïnspecteerd met gedetailleerde camera-inspecties. De bevindingen worden nader uitgewerkt in het Rioolbeheerplan. Het doel is aan het einde van de planperiode de kwalitatieve toestand van nagenoeg alle riolen in beeld te hebben.

 

3.3.3  Bruggen

De gemeente Epe heeft in totaal 64 bruggen en 2 fietstunnels in eigendom. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan bruggen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Voor de periode 2018-2022 is een nieuw beleidsplan Civiele werken vastgesteld.

 

3.3.4  Bomen en groen

Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 37.675 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd.

Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (43 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in het Beeldkwaliteitplan openbare ruimte (BOR). De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d.

Voor het opstellen van een nieuw Bomenbeleidsplan is in 2019 een bedrag in de begroting opgenomen.  Het Groenstructuurplan zal worden meegenomen in de Omgevingsvisie in het kader van de nieuwe Omgevingswet.

Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan Axent Groen en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Daarin is vastgelegd dat Axent Groen de openbare ruimte op basisniveau onderhoudt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

 

3.3.5  Openbare verlichting

Het beleids- en beheerplan openbare verlichting 2017-2026 heeft als belangrijkste doel van het leggen van een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. In 2016 is via “Epe spreekt” een onderzoek gedaan hoe de burgers van de gemeente Epe de openbare verlichting ervaren. Op basis van deze resultaten is een nieuw beleidsplan voor de periode 2017-2026 opgesteld.

Er zijn 5.692 masten, 5.760 armaturen en 6.080 lampen in beheer.  In de gemeente staan 47 provinciale masten, 328 Triada masten en  Dorpsbelang Oene 6 stuks. Het doel is om de komende jaren geheel de gemeente Epe uit te rusten met LED verlichting. Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. Op basis van de nieuwe aanbesteding wordt opnieuw beoordeeld of de hoogte van de storting juist is of dat deze bijgesteld dient te worden. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

 

3.3.6  Gebouwen

Er zijn 39 gebouwen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Het complete beheer en onderhoud van 22 scholen wordt door de schoolbesturen verzorgd.

Voor nagenoeg alle gemeentelijke gebouwen is er een meerjarenonderhoudsplan (MOP). Het MOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt 50% van de MOP’s van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van 2 jaar ontstaat. Een actuele MOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. De kwaliteitsnorm is sober en doelmatig.

Op basis van de MOP’s zijn voorzieningen gevormd waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het gemeentehuis, de binnen- en buitenzijde van de gymzalen, de buitenzijde van de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de buurthuizen, de bibliotheken, de Ossenstal, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen en het Streekarchief.  De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

 

3.3.7 Begraafplaatsen

Voor de gemeentelijke begraafplaatsen is het beleidsplan begraafplaatsen gemeente Epe 2014-2019 vastgesteld. In het beleidsplan wordt de noodzaak van het maken van beheersplannen voor de verschillende gemeentelijke begraafplaatsen onderschreven.  Daartoe is de Beheervisie begraafplaatsen 2018 vastgesteld. De Beheervisie omschrijft de verschillende sferen en karakteristieken per begraafplaats en bepaald hoe deze kunnen worden behouden en waar nodig versterkt kunnen worden. Vanaf 2018 zijn middelen in de begroting opgenomen om de benodigde aanpassingen die in de Beheervisie staan omschreven te kunnen uitvoeren.   

Paragraaf 4 | Financiering

4.1 Inleiding

De paragraaf financiering heeft tot doel inzicht te verschaffen in de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, ofwel: treasury.

 

4.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut (2014).

 

4.3 Relevante ontwikkelingen / risico’s

4.3.1    Treasurybeheer

De Wet fido geeft twee concrete richtlijnen voor de gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

4.3.2    Kasgeldlimiet

Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Juist voor kortere financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het begrotingsjaar. Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2019 ca. € 7.645.000 (zie bijlage 6).

Uitgangspunt is dat het financieringstekort zoveel mogelijk met kort geld wordt gefinancierd omdat het rentepercentage voor kort geld lager is dan het percentage voor leningen met een lange looptijd. Voor het (eventuele) restant van het financieringstekort worden leningen met een langere looptijd aangetrokken.

4.3.3    Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening.

De renterisiconorm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor herfinanciering en/of renteherziening. De renterisiconorm bedraagt € 17.990.000 (zie bijlage 6). Het renterisico voor 2019 is € 70.000 en blijft ruim onder de renterisiconorm.

 

4.4 Financiering

4.4.1    Financieringspositie

Voor 2019 bedraagt het financieringstekort op begrotingsbasis ongeveer € 5 miljoen. Dit tekort wordt gefinancierd met kortlopende  geldleningen.

Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van de volgende  structurele percentages:

Rente kort:    1,0 %
Rente lang:    3,0 %

In de meest recente rentevisie van De Nederlandsche Bank  (juni 2018) worden de volgende percentages verwacht:

Rentevisie DNB

2019

2020

Rente kort

-0,2 %

0,2%

Rente lang

0,9 %

1,1%

De rentevisie van De Nederlandsche Bank geeft aanleiding om net als bij de vorige programmabegroting het rentepercentage voor de eerste twee begrotingsjaren tijdelijk te verlagen naar:

Rente MJB

2019

2020

2021

2022

Rente kort

0,1%

0,5%

1,0 %

1,0%

Rente lang

1,2%

1,4%

3,0 %

3,0 %

4.4.2    Leningenportefeuille

In totaal staat begin 2019 ca. € 68.000 aan langlopende geldleningen uit. Het rentepercentage van deze lening bedraagt 5,45%. Deze laatste langlopende lening loopt medio 2019 af.

In het kader van het financieel toezicht publiceert de provincie een overzicht van de schuldenpositie van de gemeenten in Gelderland. Uit dat overzicht blijkt dat de netto schuld per inwoner van Epe in vergelijking met de andere Gelderse gemeenten laag is. In de publicaties van de afgelopen drie jaar (2013-2015) staat Epe op een 8e plaats van de gemeenten met de minste schulden.

4.4.3    Uitzettingen

Alle decentrale overheden, waaronder gemeenten moeten hun overtollige middelen in de schatkist aanhouden. Daarnaast heeft de gemeente diverse uitzettingen/beleggingen bij o.a. de BNG en Vitens uit hoofde van haar publieke taak.

4.4.4  Renteschema

Het inzicht in de rentelasten uit externe financiering, het renteresultaat  en de wijze van rentetoerekening is opgenomen in een schema dat als bijlage van de financieringsparagraaf is opgenomen.

 

4.5 EMU-saldo

In de wet zijn bepalingen opgenomen over het maximale toegestane EMU-saldo van de overheid en eventuele mogelijke sancties bij overschrijding van de deze norm. In het bestuurlijk overleg tussen rijk en de decentrale overheden d.d. 28 september 2017  is afgesproken dat de EMU-tekortnorm voor 2017 wordt vastgesteld op –0,3 % van het bruto binnenlands product (bbp). Deze norm is in lijn met het Financieel akkoord 2013-2017 dat eerder gesloten is tussen kabinet en decentrale overheden. Tevens is afgesproken dat de EMU-tekortruimte niet nader wordt verdeeld over gemeenten, provincies en waterschappen, met het gevolg dat voor geen referentiewaarden op het niveau van individuele provincies, gemeenten en waterschappen beschikbaar komen. Het betreft een macronorm voor de decentrale overheden gezamenlijk. Voor 2018 zijn er nog geen afspraken gemaakt tussen het rijk en de decentrale overheden

Ontwikkeling EMU-saldo decentrale overheden (percentage van het bruto binnenlands product):

 

2016

2017

2018

2019

2020

tekortnorm

- 0,4%

- 0,3%

 - 0,3%

- 0,4%

- 0,4%

realisatie

- 0,3%

 

 

 

 

raming

  -0,1 -0,2

-0,2%

-0,2%


In 2016 was het werkelijke EMU-saldo van de decentrale overheden lager dan de tekortnorm. Voor de jaren  2018 tot en met 2020 wordt, op basis van ramingen van het Centraal Planbureau, verwacht dat de decentrale overheden binnen de afgesproken norm blijven van het financieel akkoord.

Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo is een meerjarig EMU-salo opgenomen in bijlage 9.

 

4.6 Conclusie

De financiering en tijdelijke uitzettingen van overtollige middelen vinden plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. De richtlijnen van de Wet fido (de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) zullen niet worden overschreden.

 

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

5.1 Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering heeft tot doel inzicht te geven in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een rand voorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en ontwikkelingen zoals gebiedsgericht werken en de omgevingswet. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC).

5.2 Beleidskaders

Het beleidskader voor de inrichting van de organisatie en de bedrijfsvoering is door het college vastgesteld in de volgende documenten:


De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten:

5.3 Beleidsvoornemens voor 2019

Net als veel andere gemeenten staat Epe voor een grote opgave: de samenleving verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rol invulling gevraagd. Waar we voorheen vaak de bepaler waren, hebben we steeds vaker de rol van medespeler. Dat vraagt nogal wat. Van de raad, het college en het ambtelijk apparaat. Voor iedereen heeft dit gevolgen.

Ook in Epe heeft deze ontwikkeling geleid tot een politieke ambitie om de organisatie en werkwijze hierop in te richten. ‘We streven naar een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie, die als vanzelfsprekend in verbinding staat met ‘buiten’. De kernwaarden onderscheidend, duurzaam, verbindend en verrassend staan hierin voorop.

Om invulling te geven aan de visie op de organisatie wordt in 2019 ingezet op de volgende onderdelen.

5.3.1 Organisatie

De maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een organisatie waarin professionals in hun kracht staan. Die de ruimte hebben om onze samenleving optimaal te kunnen bedienen. Dat gaat niet vanzelf. De ervaring is dat deze manier van werken een beroep doet op andere competenties dan ‘voorheen’ en misschien nog wel meer tijd kost dan het oude, meer regelende en inhoudelijke werken. De ontwikkeling van de vaardigheden en competenties die dit ondersteunen is dan ook een belangrijke opgave.

Naast deze ontwikkelingen zien we ook een krapte in de arbeidsmarkt en wordt het steeds lastiger goed personeel te vinden. Daarmee wordt arbeidscommunicatie steeds belangrijker en ook zal er meer geïnvesteerd moeten worden in werving en selectie. Er zullen nieuwe ingangen gezocht moeten worden in de werving om aan de vraag te kunnen voldoen.

Belangrijk in de ontwikkeling is de gemeentelijke rol die zich meer richt op sturen-leiden-coördineren en die de uitvoering in belangrijke mate overlaat aan inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De gemeente zoekt nadrukkelijk de samenwerking met inwoners, partners in de samenleving en regio-/buurgemeenten. 

De organisatie heeft gekozen voor procesmatig werken voor de  bedrijfsprocessen en projectmatig werken voor de eenmalige activiteiten zodat er snel en adequaat ingespeeld kan worden op de veranderende omgeving en de vraag uit de samenleving. De besturing van de organisatie wordt zo vorm gegeven dat er maximaal ingezet kan worden op continu verbeteren. Deze ontwikkeling van taak- en functiegericht werken naar het werken in processen, opgaven en (regie)rollen staat de komende jaren centraal.

 In het programma Sterk Werk zijn de activiteiten en projecten samengebracht die nodig zijn om de gemeentelijke organisatie sterk en toekomstbestendig te maken. Het programma is een meerjarig traject en volgt hierna in een samengevatte vorm.

 

Activiteiten

Planning

Mijlpalen/resultaten

Toelichting

 

I. STERKE WERKNEMERS (Dynamischer personeelsbestand)

LEAN leiderschap

2019-2020

  • Uitvoering LEAN
    Leiderschap agenda o.b.v. nieuw competentieprofiel (w.o. het goede gesprek, Groepsgericht leidinggeven, verdere verdieping van LEAN)

De ontwikkeling van Lean leiderschap optimaal ondersteunend aan procesgericht en LEAN werken en de ontwikkeling van medewerkers. 

Passende HRM (inrichten HRM instrumentarium)

2019-2020

  • 2019: Verder ontwikkelen en HRM-instrumentarium w.o.generatiepact,  werving en selectie, opleiding&ontwikkeling, talentontwikkeling.

Ontwikkelen HRM instrumentarium dat ontwikkeling van de organisatie effectief ondersteunt

Vergroten vakmanschap

2019-2022

  • 2019: op basis van visie en competenties ‘ambtenaar van de toekomst’ trainen en opleiden van medewerkers d.m.v. implementeren Strategische Opleidingsaanpak (denk aan inrichten creatieprocessen, gespreksvoering, Politiek bestuurlijke sensitiviteit, Regie voeren, Feedback)

Effectief, gericht en duurzaam vergroten van de kennis en toekomstgerichte competenties van onze medewerkers (‘ambtenaar van de toekomst’)

Medewerkers onderzoek (MO)

 2019

  • Uitvoering activiteiten n.a.v. uitkomst MO 2017
  • Najaar 2019 vervolg onderzoek opzetten en uitvoeren

Monitoring  top3 uit het MO staat op de agenda bij de kwartaalbespreking van de werkplannen

II. STERKE WERKWIJZE (Proces gestuurd en projectmatig werken)

Projectmatig werken

2019-2020

  • Verdere ontwikkeling en implementatie projectmatig werken waaronder Scrum (Scrum is een projectaanpak om te komen tot een tastbaar product. Het past binnen de LEAN systematiek)

 

Verdere Implementatie processturing

2019-2020

  • implementatie processtructuur en processturing o.b.v. advies procesgericht werken d.d. juni 2018.
  • Aanpassing en toebedeling rollen en bevoegdheden.
  • implementatie procesbeschrijvingen incl procestooling.

Doel: Voor de terugkerende werkzaamheden werkt de gemeente Epe volledig procesgericht. Hierbij worden de principes van LEAN gehanteerd.

LEAN werken

2019 e.v.

  • Verdieping thema’s LEAN door workshops (‘klantwaarde’, ‘flow in je proces’, ‘inrichten weekstarts’)
  • Procesverbetering o.b.v. LEAN principes
  • Verbreding kennis LEAN (o.a. door opleiden green-belts)

De organisatie werkt volgens de principes van LEAN

III. STERKE WERKOMGEVING (Passende huisvesting/werkomgeving)

Uitvoeren masterplan huisvesting

2019-2021

  • Inrichten projectorganisatie
  • Aanbesteding
  • Realiseren renovatie.
  • Realisatie tijdelijke huisvesting.
  • Realisatie inrichting.

Renovatie conform het Masterplan afgerond in 2020-2021

ICT en telefonie

2019

  • Afronden implementatie ICT passend bij nieuwe werkwijze
  • Afronden implementatie telefonie en nieuwe telefooncentrale

ICT en telefonie en audiovisuele middelen werken ondersteunen het nieuwe werkconcept optimaal

Uitwerken nieuwe werkconcept

2019

  • Voorafgaand aan de oplevering nieuwe werkplekken werkconcept vertalen in afspraken en werkwijze

Het gebouw wordt optimaal gebruikt passend bij de nieuwe werkwijze

 

5.3.2 Communicatie

Inwonerparticipatie

Het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling van beleid, met de participatieladder als leidraad én in eenvoudige taal, blijft een belangrijk aandachtspunt. De afgelopen jaren hebben we ons vooral gericht op het " informeren" en "raadplegen" van inwoners .  De komende jaren zullen we ons nog meer gaan richten op  het ‘adviseren’ en ‘coproduceren’ . Waar het kan, bieden we inwoners de mogelijkheid om input te geven op beleid en concrete onderwerpen, waardoor de trajecten een breder inwonersperspectief krijgen. 

Actieve communicatie

Actieve, vroegtijdige en gebiedsgerichte communicatie met inwoners wordt steeds belangrijker. Inwoners verwachten dit ook van de gemeentelijke organisatie. Door een (pro)actieve communicatie met de samenleving wordt de verbinding gezocht en kan er beter op maat per doelgroep worden gecommuniceerd. Om actieve communicatie voor elkaar te krijgen, is het van belang vanuit het perspectief van de inwoners te denken en hen ruimte te geven om mee te denken. Dit is ook aangegeven in de notitie “Inwonerbetrokkenheid en gemeentebestuur”, als resultaat van de heidag van de raad over dit onderwerp, die als leidraad wordt gebruikt bij de uitwerking. Hiervoor zetten we een mix in van online en offline media en maken we meer gebruik van beeld. Zo blijven we een klantgerichte organisatie die van “buiten naar binnen” denkt. Om de organisatie hierin te faciliteren bieden we vanuit communicatie coaching en advies aan de organisatie over het inzetten van de juiste middelen en het trainen van communicatieve vaardigheden.

Digitale dienstverlening

Het verbeteren en door ontwikkelen van de digitale dienstverlening vraagt om een accentverschuiving richting omgevingsanalyse. Daarnaast is er ook het belang van het bieden van structurele, snelle dienstverlening aan inwoners via internet zoals sociale media (webcare). Digitale media vragen een specifiek advies over communicatie, boodschap, maar ook over tijdstip en inzet van middelen. De toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en beveiliging (m.b.v. digitale authenticatie) van de digitale dienstverlening zijn belangrijke aandachtspunten.

5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering

De gemeente Epe is een informatie- en kennisintensieve organisatie die voor de uitvoering van vrijwel al haar taken afhankelijk is van beschikbare informatie. Een adequaat georganiseerde informatiehuishouding waarbij de kwaliteit en beschikbaarheid van informatie voldoende gewaarborgd is, is van belang. Hierbij is een brede (functionele én technische) visie op de informatievoorziening noodzakelijk. Deze visie is in 2013 verwoord in een informatiestrategie en uitgewerkt in het Informatiebeleid 2014-2017. Deze visie hebben we geactualiseerd en voeren we in 2019 uit.

Informatiebeleid

Het informatiebeleid beschrijft de vertaling van de interne en externe ontwikkelingen die op de gemeente Epe afkomen naar doelstellingen, resultaten en uitgangspunten voor de informatievoorziening. Deze worden geconcretiseerd in een projectenportfolio die gedurende het jaar up-to-date wordt gehouden . Ook in 2019 dienen dit informatiebeleid en de bijbehorende projectenportfolio als leidraad voor onze acties.

Belangrijke projecten die op de portfolio staan zijn o.a. de regievoering binnen het Sociaal Domein waarin we datagestuurd gaan werken, het digitaal archiveren en de voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet.

In 2019 zal aandacht worden besteed aan de projectmatige realisatie van de wet Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), de Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI), en het professionaliseren van gegevensmanagement en gegevensbeheer. Waar 2018 met name in het teken stond van planvorming, zal 2019 in meerdere mate in het teken staan van implementatie van adequaat gegevensmanagement in onze procesgestuurde organisatie. Het doel van de GGI is het creëren een veilige, samenhangende digitale infrastructuur, aangesloten op de landelijke GDI, waardoor samenwerken tussen gemeenten en andere overheden/ketenpartners beter, veiliger en makkelijker wordt. Daarnaast zal er extra aandacht zijn voor het versterken van functioneel beheer in de organisatie en het professionaliseren van het wijzigingenbeheer. Hiermee zijn wij als gemeente beter in staat snel te kunnen reageren op veranderingen en nieuwe technologische ontwikkelingen. Daarnaast adviseert het team Informatisering over en is betrokken bij de uitvoering van het programma Organisatieontwikkeling Sterk Werk, onder meer via het inrichten van de procesgestuurde organisatie en de ICT inrichting van het nieuwe gebouw.

Informatieveiligheid

Gemeenten hebben in 2013 afgesproken de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG) te implementeren. Deze baseline is nu de kern van de verantwoording over informatieveiligheid aan de gemeenteraad. In 2018 is de nieuwe verantwoordingssystematiek “Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA)” ingevoerd. De horizontale verantwoording bestaat uit de zelfevaluatie, een IT-audit, een verklaring van het College van B&W over het gebruik van SUWI-net en DigiD en een passage over informatieveiligheid in het jaarverslag. Dit krijgt een vervolg in 2019. De BIG wordt met ingang van 1 januari 2019,  vervangen door een nieuw normenkader – de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) voor de gehele overheid. Het jaar 2019 geldt als overgangsjaar. Vanaf 1 januari 2020 wordt daadwerkelijk volgens de BIO gewerkt en verantwoording afgelegd. Vanaf 2019 gaan we ook structurele penetratietesten uitvoeren op de technische infrastructuur. Het doel van penetratietesten is het verkrijgen van onafhankelijk inzicht in de status en effectiviteit van de beveiligingsmaatregelen. Daarnaast maken de toegenomen externe dreigingen dit noodzakelijk. Ook wordt een campagne gehouden om de  informatieveiligheidsbewustwording onder medewerkers te versterken. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het privacy bewustzijn in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.  

ICT

Dankzij goed werkende ICT voorzieningen kan de gemeente haar werk doen. De afhankelijkheid van deze voorzieningen neemt toe. Daarom willen we in regie zijn ten aanzien van goede ICT-oplossingen voor onze gemeente. We reduceren de kwetsbaarheid en dragen zorg voor de continuïteit van de infrastructuur en de beheersorganisatie. In meerdere mate nemen we daarom diensten extern af, en kijken per update of nieuwe aanschaf, wat de beste oplossing is. We verminderen het bezit van eigen ICT-infrastructuur en brengen dit onder bij derden. Dit is een geleidelijke weg, waarbij de ICT infrastructuur zoveel mogelijk gestandaardiseerd wordt en de beheersactiviteiten procesmatig worden ingericht. In de tussentijd moet de winkel open blijven. Dat betekent dat er beheerd en geïnvesteerd moet worden, maar wel passend bij de ontwikkeling naar meer regie en minder zelf doen.

5.3.4 Juridische Zaken

De Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is op 25 mei 2018 in werking getreden. Inmiddels is beleid vastgesteld en is een functionaris gegevensbescherming (fg) benoemd. De AVG verplicht om  privacyrisico's in werkprocessen inzichtelijk te maken en te documenteren. Dit gebeurt door het houden van Privacy Impact Assessments (PIA). Hierbij worden de risico's in werkprocessen in beeld gebracht en worden de maatregelen om die risico's weg te nemen of te beperken, beschreven.  Dit zal planmatig worden aangepakt.

5.3.5 Financiën

VPB

Als gevolg van de invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen (Vpb) moet met ingang van het begrotingsjaar 2016 vennootschapsbelasting over de belaste activiteiten afgedragen worden. De daadwerkelijke aangifte vindt plaats na afloop van het begrotingsjaar 2016. De aangifte verloopt via Deloitte. Voor de grondexploitatie moet de gemeente vennootschapsbelasting  betalen. Voor de indiening is uitstel aangevraagd, omdat op landelijk niveau nog discussies zijn met de Belastingdienst over de openingsbalanswaardering van grondbedrijven. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt hieraan verder aandacht gegeven.

E-facturering

Op 18 april 2019 zijn overheden op grond van de Europese richtlijn betreffende e-factureren (EU/55/2014) verplicht bij overheidsopdrachten e-facturen te kunnen ontvangen en verwerken. In 2018 is het programma van eisen opgesteld en is de definitieve keuze gemaakt voor de leverancier. In de tweede helft van 2018 wordt e-facturen geïmplementeerd.

5.3.6 Planning en Control

De ontwikkelingen op het gebied van planning en control vinden plaats vanuit de visie 'de klant (gebruiker) centraal, vertrouwen, eenvoud en duidelijkheid'.  Met de ingebruikname van een nieuwe ict-toepassing (Pepperflow) is een verbetering in gang gezet van de procesmatige aanpak bij het opstellen van documenten in de planning- en control cyclus. In 2018 en 2019 worden de nieuwe mogelijkheden verder geïmplementeerd, waarbij onder andere aandacht zal zijn voor de presentatie van de p&c documenten. Hierbij wordt ook kritisch gekeken naar verbetermogelijkheden of vereenvoudigingen in het proces van het opstellen van de onderdelen van de planning- en control cyclus. Dit gebeurt in samenhang met de organisatieontwikkeling.

Met betrekking tot de 'voortgangsrapportage' zal in overleg met de commissie Planning en Control worden bezien in hoeverre een verdere doorontwikkeling kan worden gerealiseerd, die aansluit bij de bestuurlijke behoefte.

Binnen de planning en control cyclus is continu aandacht voor het toepassen van de uitgangspunten van het financiële beleid, zoals risicobeheersing in relatie tot het weerstandsvermogen, het steeds minder afhankelijk worden van externe financiering, de financieringsplanning en een sluitende begroting/meerjarenbegroting. Daarbij speelt de interne beheersing van de processen (inclusief interne controle daarop) een belangrijke rol.

De doorlooptijd van het proces van opstellen en controle van de jaarstukken (over 2018) zal naar verwachting opnieuw beïnvloed worden door de impact van de nieuwe taken in het sociaal domein (3D) en de verscherping van de accountantscontrole.

Ook in 2019 zal weer in de commissie Planning en Control enkele malen overleg worden gepland tussen vertegenwoordigers van gemeenteraad en college en vakspecialisten uit de gemeentelijke organisatie over onderwerpen uit de planning en control cyclus en bedrijfsvoeringzaken. Het overleg met de accountant vindt via de commissie plaats. Met de huidige accountant is een dienstverleningscontract gesloten met een looptijd van twee jaar (2018-2019).

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

6.1 Inleiding

De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties en verbindingen van de gemeente met verbonden partijen. Van een ‘verbonden partij’ is sprake wanneer er vanuit de gemeente bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en wanneer er financiële belangen mee gemoeid zijn.

  • Onder bestuurlijk belang wordt verstaan het hebben van een zetel in het bestuur van de verbonden partij of het hebben van stemrecht.
  • Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld (en die ze is in geval van faillissement van de verbonden partij kwijt kan zijn) en/of in geval dat er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij er verhaal op de gemeente kan plaatsvinden.

6.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van verbonden partijen is vastgelegd in de Nota verbonden partijen 2016.

6.3 Beheersing risico’s

De verbonden partijen lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm. Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Bij de begroting en de rekening wordt per partij bezien hoeveel bestuurlijk (inhoudelijk) en financieel belang er is en hoeveel risico er wordt gelopen en wordt het risicoprofiel bepaald. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel belang bij een verbonden partij, des te intensiever de sturing. Er zijn drie risicoprofielen:

Basis pakket

Verbonden partijen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het basispakket. De raad wordt over verbonden partijen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening.

Pluspakket

Verbonden partijen waarbij de gemeente een gemiddeld bestuurlijk of financieel risico loopt worden ingedeeld in het pluspakket. Aanvullend op het basispakket wordt de raad ook bij de voortgangsrapportage geïnformeerd over deze verbonden partijen, zo nodig ook met een informatienota. Daarnaast zal de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen hoger zijn dan bij de partijen in het basispakket. Tot slot worden deze verbonden partijen ook periodiek geagendeerd in het college.

Plusplus pakket

Verbonden partijen waarbij de gemeente een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het plusplus pakket. Aanvullend op het pluspakket ligt de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen hoger.

6.4 Overzicht verbonden partijen

Op basis van regelgeving volgt hierna het overzicht van bestaande verbonden partijen. Daarin wordt per partij de voorgeschreven informatie verschaft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die geen eigen vermogen hebben is het financieel belang van de gemeente gelegen in de verplichting om bij te springen als er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij. Omdat die zijn op begrotingsbasis niet zijn in te schatten staat bij die gemeenschappelijke regelingen € 0 als financieel belang.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Volledige naam

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

Den Haag

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang

 

 

1 jan. 2017

31 dec. 2017

Financieel belang 

van de gemeente

 € 4,1 mln. 

 € 4,6 mln. 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 4.486 mln. 

 € 4.953 mln. 

Vreemd vermogen 

van de verbonden partij

 € 149.483 mln. 

 € 135.041 mln. 

Verwacht financieel resultaat

van de verbonden partij

 p.m. 

p.m

Beleidsvoornemens 2019 van de verbonden partij

Niet bekend. BNG publiceert geen begroting. Daarom zijn de cijfers van 2017 opgenomen.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Circulus-Berkel

Volledige naam

Circulus-Berkel B.V.

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Afvalverwijdering en straatreiniging

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

 € 0,7 mln. 

 € 0,7 mln. 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 15,0 mln. 

 € 12,9 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 43,3 mln. 

 € 34,3 mln. 

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 (excl. deelnemingen) 

 € 0,4 mln. 

Beleidsvoornemens 2019 van de verbonden partij

Uitvoering gemeentelijke afvaltaak.

Risicoprofiel laag (basispakket)

 

GGD NOG

Volledige naam

GGD Noord- en Oost Gelderland

Vestigingsplaats

Warnsveld

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid algemeen bestuur

Openbaar belang

GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. 

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 0,1 mln.

€ 0,1 mln.

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 2,7 mln. 

 € 2,6 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 2,9 mln. 

 € 2,9 mln. 

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Beleidsvoornemens 2019 van de verbonden partij

GGD NOG zorgt voor de Jeugdgezondheidszorg voor 4-19 jarigen en de Publieke Gezondheidszorg . Nieuw in 2019 is de bekostiging van het Rijksvaccinatieprogramma door gemeenten, extra inzet publieke gezondheidzorg voor statushouders en uitvoering van epidemiologisch onderzoek voor leerlingen van praktijkonderwijs en mbo-scholen.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Leisurelands

Volledige naam

Leisurelands B.V.

Vestigingsplaats

Arnhem

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Openbare toegankelijkheid dagrecreatieterrein Kievitsveld

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

 € 6.705

 € 6.705

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 57,7 mln. 

 € 58,4 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 35,0 mln. 

 € 32,5 mln. 

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 1,3 mln.

Beleidsvoornemens 2019
van de verbonden partij

Sterke uitgangspositie behouden, intensieve samenwerking met partners, ontwikkeling duurzame exploitatie.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

 

Lucrato

Volledige naam

Werkbedrijf Lucrato

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid dagelijks bestuur

Openbaar belang

Het bieden van werkplekken voor inwoners met een arbeidshandicap, die niet zelfstandig kunnen werken (WSW) of alleen in een beschutte werkomgeving. En begeleiding naar werk (re-integratie) van mensen die onder de Participatiewet vallen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt.

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

 € 0,4 mln. 

 € 0,2 mln. 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 2,4 mln. 

 € 2,4 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 2,6 mln. 

 € 2,6 mln. 

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

 € -1,4 mln. 

Beleidsvoornemens 2019 van de verbonden partij

T.b.v. realiseren en vergroten uitstroomdoelstelling Participatiewet:
- Efficiënte inzet op begeleiden inwoners naar passende arbeidsplek.
- Doorontwikkelen inzet PMC's; expertise bieden voor de brede doelgroep die onder de Participatiewet valt 
- Mogelijkheden onderzoeken naar extra financieringsvormen en/of maatregelen die (deels) moeten leiden tot een meer gezonde exploitatie.

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

 

Omgevingsdienst OVIJ

Volledige naam

Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ)

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

lid algemeen bestuur en dagelijks bestuur

Openbaar belang

Uitvoering wettelijke milieutaken

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 24.000

€ 18.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 0,2 mln. 

 € 0,2 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 1,7 mln. 

 € 1,7 mln. 

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Beleidsvoornemens 2019 van de verbonden partij

Deelnemende partijen laten voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

 

PlusOV

Volledige naam

Basismobiliteit

Vestigingsplaats

Lochem

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie

Wijze van belang

Lid bestuur

Openbaar belang

Doelgroepen prettig en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is.

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 12.000

€ 12.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 0,1 mln. 

 € 0,1 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 3,0 mln. 

 € 3,0 mln. 

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Beleidsvoornemens 2019
van de verbonden partij

Meer spreiding van reizigers over de dag en een betere benutting van voertuigen.

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

 

Regio Stedendriehoek

Volledige naam

Gemeenschappelijke regeling regio Stedendriehoek

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

lid dagelijks bestuur en lid regioraad

Openbaar belang

Belangenbehartiging op gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling, volkshuisvesting, sociaaleconomische ontwikkeling en arbeidsvoorziening, verkeer en vervoer, milieu, onderwijs en welzijn en recreatie.

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 0

€ 0

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Beleidsvoornemens 2019 van de verbonden partij

Uitvoering van de strategische agenda Stedendriehoek. In de uitwerking daarvan werkt de regio nauw samen met de Strategische Board onder de gezamenlijke naam “Cleantechregio”. In de uitwerking van de Agenda Stedendriehoek werkt de regio nauw samen met de Strategische Board onder de gezamenlijke naam “Cleantechregio”. 

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Streekarchief

Volledige naam

Streekarchief Epe, Hattem en Heerde

Vestigingsplaats

Epe

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: centrumgemeente

Wijze van belang

Voorzitter commissie en plaatsvervangend lid

Openbaar belang

Het beheer van de oude openbare archieven en het toezicht op het beheer van de nieuwe archieven.

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 0

€ 0

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Beleidsvoornemens 2019
van de verbonden partij

Geen specifieke voornemens.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Tribuut

Volledige naam

Tribuut belastingsamenwerking

Vestigingsplaats

Epe

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie

Wijze van belang

Voorzitter bestuur

Openbaar belang

Het uitvoeren van de gemeentelijke belastingen en Wet waardering onroerende zaken.

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 0

€ 0

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Beleidsvoornemens 2019
van de verbonden partij

Beleidsharmonisatie zodat de uitvoering eenvoudiger wordt.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Veiligheidsregio

Volledige naam

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid algemeen bestuur

Openbaar belang

Uitvoering en het beheer van de (basis)brandweerzorg en de organisatie van het optreden bij grootschalige incidenten.

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 66.000

€ 66.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 1,8 mln.

€ 1,8 mln.

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 52,4 mln.

€ 50,9 mln.

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Beleidsvoornemens 2019
van de verbonden partij

Het voorkomen en beperken van incidenten, rampen en crises. Het bestrijden van incidenten, rampen en crises. Herstel na een ontwrichte situatie.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Vitens

Volledige naam

Vitens N.V.

Vestigingsplaats

Zwolle

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Het beschikbaar stellen van voldoende betrouwbaar drinkwater.

 

prognose

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 35.000

€ 35.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 537 mln.

€ 553 mln.

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 1.240 mln.

€ 1.294 mln.

Verwacht financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 14 mln.

Beleidsvoornemens 2019
van de verbonden partij

Geen specifieke voornemens.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Paragraaf 7 | Grondbeleid

7.1 Beleidskaders

Het grondbeleid is vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2013

 

7.2 Grondbeleid in Epe

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van het collegeakkoord en de volgende programma’s in de programmabegroting:

  • Ruimte en wonen (programma 5)
  • Bedrijvigheid (programma 9).

De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij volgt de gemeente de ontwikkelingen eerder dan dat ze die initieert. De gemeente speelt in op particuliere initiatieven, zonder zelf de beschikking te verkrijgen over de grond. Hierbij heeft de gemeente een voorwaardenscheppende rol door middel van de structuurvisie en het bestemmingsplan. Marktpartijen verwerven en exploiteren de grond. De risico's voor de gemeente bij facilitair grondbeleid zijn minimaal; de gemeente koopt/verkoopt geen grond en het ontwikkelrisico ligt bij een private partij.

 

7.3 Grondexploitaties

7.3.1     Voortgang van de exploitaties

Voormalige Kouwenaarschool Vaassen

Dit plan voorziet in de bouw van 25 woningen. De bouwterreinen voor deze woningen zijn verkocht aan Triada, die eind 2018 begint met de bouw van de 25 sociale huurwoningen.

Oosterhof te Vaassen

De laatste vier woningen in dit plan zijn opgeleverd. Het plan kan eind 2018 worden afgesloten.

Oene-West

De laatste twee kavels zijn verkocht. Nadat de woningen op deze kavels zijn opgeleverd, moeten nog enkele afrondende werkzaamheden in het openbaar gebied worden uitgevoerd.

Kweekweg VI Epe

In dit plan zijn drie percelen bedrijfsterrein met een totale oppervlakte van 0,9 ha verkocht, er kan nog 0,96 ha bedrijfsterrein worden uitgegeven.
    

Warande Epe

Het gemeentelijke bouwterrein voor vier halfvrijstaande woning is verkocht. Naar verwachting zal eind 2018/begin 2019 worden begonnen met de bouw van de woningen. Nadat de woningen zijn opgeleverd kunnen de laatste werkzaamheden in het openbaar gebied worden uitgevoerd en kan het plan worden afgesloten.

De Pirk-Noord Vaassen

Van de 74 geplande woningen in dit plan zijn er 55 opgeleverd.

Klaarbeek (woonwijk) Epe

Voor de ontwikkeling van dit plan is met Nijhuis Bouw BV een anterieure overeenkomst gesloten. Van de 271 te bouwen woningen zijn 168 woningen opgeleverd.

 

7.3.2 Parameters grondexploitatiebegrotingen

Bij de actualisatie van de grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2018 van de plannen van het grondbedrijf zijn de volgende parameters gehanteerd:

  1.  Kostenstijging:
    • 3% per jaar (was 2% per jaar).

  2.  Opbrengststijging:
    • bedrijfsterrein: 2% per jaar (was 0% per jaar).
    • bouwterrein voor woningen: niet van toepassing omdat koopsom al vastligt in overeenkomst.

  3.  Rekenrente:
    • 0,36% per jaar (was 0,47% per jaar).

 

7.3.3 Tussentijdse winst- en verliesnemingen

Met zekerheid in de plannen gerealiseerde winsten moeten (op grond van voorschriften) tussentijds worden overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie. Op 30 juni 2018 zijn de volgende tussentijdse winsten overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie:

Plan

Winstneming

Warande Epe

€ 192.000

Kweekweg VI Epe

€ 297.000

Oene-West

  € 79.000

De Pirk-Noord Vaassen

   € 29.000

Kouwenaarschool Vaassen

€ 23.000

Oosterhof Vaassen

€ 48.000


Als uit een grondexploitatiebegroting blijkt, dat er een verlies op een plan ontstaat, wordt dit verlies direct ten laste van de reserve bouwgrondexploitatie gebracht. In dit kader is op basis van de geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2018 voor één plan (Klaarbeek) een bedrag van € 17.400 als tussentijds verlies genomen.

 

7.3.4. Cijfers geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen

In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers weergegeven van de grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2018.

  Plan

 boekwaarde
30-6-2018*

 tussentijdse
winstneming

 tussentijdse
verliesneming

verwacht eind-
resultaat grexen *

jaar
afsluiting plan

Warande

+ € 276.778

€ 252.040

€ 83.148

+ € 226.703

2019

De Pirk-Noord

+ € 101.568

€ 278.927

€ 280.358

+ € 6.609

2022

vml. Kouwenaarschool

+ € 103.823

€ 31.079

€ 302.109

- € 265.984

2020

Oosterhof

+ € 59.288

€ 107.585

 

+ € 112.474

2018

Oene-West

+ € 136.463

€ 724.952

 

+ € 729.885

2019

Kweekweg VI

+ € 351.194

€ 612.502

€ 593.439

+ € 562.541

2022

Klaarbeek woonwijk

+ € 80.725

 

€ 156.340

- € 156.340

2022

* - = nadelig; + = voordelig

 

De grondexploitatiebegrotingen worden gebruikt voor het berekenen van de benodigde reserve bouwgrondexploitatie.

7.4 Reserve bouwgrondexploitatie

Voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie is een reserve bouwgrondexploitatie gevormd. Het te hanteren model voor het berekenen van deze reserve is beschreven in het grondbeleid. Bij de actualisatie van de risico's naar de stand op 30 juni 2018 is gebleken dat er ruimte in deze reserve aanwezig is. Daarvan is € 1,7 mln. ingezet in het kader van nieuw beleid.

 

Paragraaf 8 | Demografische ontwikkelingen

8.1 Inleiding

Het is belangrijk de demografische ontwikkelingen en specifiek de bevolkingsdaling of krimp te monitoren. Demografische ontwikkelingen kunnen leiden tot een verandering van de bevolkingssamenstelling. Dit heeft impact op de gehele samenleving en de keuzes die gemaakt worden op o.a. wonen, werk, welzijn, voorzieningen en vrije tijd. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke financiële middelen. Deze paragraaf beoogt inzicht te geven in deze ontwikkelingen, de gevolgen voor Epe en de genomen of nog te nemen maatregelen.

 

8.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de demografische ontwikkelingen is vastgelegd in:

2016
2016
2016
2016
2016
2015
2013
2013

8.3 Stand van zaken

De ontwikkeling van het aantal inwoners in de afgelopen jaren is als volgt:

Aantal inwoners 1-1-2016 1-1-2017 1-1-2018
jonger dan 20 jaar 6.914 6.920 6.981
20 tot 65 jaar 17.661 17.746 17.811
65 jaar en ouder 7.707 7.871 8.071
Totaal 32.282 32.537 32.863

De verwachting van de toekomstige bevolkingsontwikkeling vindt plaats op basis van een prognose. Die prognose geeft een trend weer. Hoe verder in de toekomst, hoe meer onzeker de prognose is. Jaarlijks vindt dan ook een bijstelling plaats. Er worden verschillende prognosemodellen weergegeven, vanwege de zichtbaarheid van de bandbreedte daarin. 

De prognose laat de trend zien van de bevolkingsontwikkeling richting de toekomst. Hoe verder in de toekomst, hoe onzekerder de prognose. Ook het schaalniveau is van invloed: hoe hoger het schaalniveau, hoe groter de betrouwbaarheid. Jaarlijks wordt de prognose daarom bijgesteld en worden meerdere prognosemodellen naast elkaar gezet. In deze paragraaf geven we verschillende modellen weer, zodat er een bandbreedte zichtbaar is.

prognoses aantal inwoners

Gezien het huidige aantal inwoners is de conclusie te trekken dat wij op dit moment ver boven de verschillende prognosemodellen zitten. Dit heeft een gunstige werking op het aantal te bouwen woningen in de toekomst. Ook voor de huishoudensontwikkeling zijn de verschillende prognoses naast elkaar gezet. Wat opvalt is dat de prognoses nogal uiteenlopen. Gelet hierop is het belangrijk deze voortdurend te monitoren en vervolgens de betekenis daarvan voor Epe in beeld te brengen.

 

prognoses aantal huishoudens

De gemeente Epe wil de ontgroening en vergrijzing op een goede manier begeleiden. De hoofdlijnen staan in de Toekomstvisie Epe 2030 beschreven voor de beleidsdomeinen economie, sociaal en ruimte. Om in te spelen op de vergrijzing, ontgroening en leefbaarheid in de gemeente zal Epe een attractieve gemeente moeten zijn en blijven om te wonen, te werken, te leven en te bezoeken. Speciale focus daarbij dient te zijn het behoud van en het extra aantrekken van 20 tot 35 jarigen als potentiële toekomstige beroepsbevolking. Ook ligt de aandacht bij de groeiende groep ouderen. Invulling, operationalisering en waarmaken volgt in de strategische beleidsdocumenten en beleidskaders zoals hierboven vermeld. Verder is bij de drie decentralisaties in het sociale domein daarvoor nadrukkelijk aandacht .

Het beleid op de terreinen wonen, openbare ruimte, voorzieningen en arbeidsmarkt worden ten aanzien van de demografische ontwikkelingen hierna verder in kaart gebracht. Naar verwachting de vier beleidsterreinen waar de kosten het meest kunnen stijgen.

 

8.4 Koersbepaling op demografische ontwikkelingen

De gemeente Epe wil de ontgroening en vergrijzing op een goede manier begeleiden. De hoofdlijnen staan in de Toekomstvisie Epe 2030 beschreven voor de beleidsdomeinen economie, sociaal en ruimte. Om in te spelen op de vergrijzing, ontgroening en leefbaarheid in de gemeente zal Epe een attractieve gemeente moeten zijn en blijven om te wonen, te werken, te leven en te bezoeken. Speciale focus daarbij dient te zijn het behoud van en het extra aantrekken van 20 tot 35 jarigen als potentiële toekomstige beroepsbevolking. Ook ligt de aandacht bij de groeiende groep ouderen. Invulling, operationalisering en waarmaken volgt in de strategische beleidsdocumenten en beleidskaders zoals hierboven vermeld. Verder is bij de drie decentralisaties in het sociale domein daarvoor nadrukkelijk aandacht.

 

8.5 Beleid gericht op gevolgen van demografische ontwikkelingen

8.5.1   Wonen

Wat zijn de effecten voor het domein wonen en overige bebouwing?

Epe vergrijst en ontgroent. Het aantal 75-plussers groeit fors. Het aantal 1- en 2-persoonshuishoudens daalt. Het aantal gezinnen tot 35 jaar neemt eerst af, maar stijgt daarna weer. Boven de 35 jaar blijft het aantal gezinnen afnemen, om daarna weer in aantal toe te nemen. Verder daalt het aantal personen dat in een huis woont. Het effect van deze ontwikkelingen op het domein wonen is dat de bestaande woningvoorraad niet aansluit bij de veranderende bevolkingssamenstelling. Dit wordt versterkt door de veranderingen binnen de zorg. Wonen en zorg worden steeds meer van elkaar gescheiden. Het gevolg is dat ouderen en mensen met een hulpvraag (lichamelijk, psychisch etc.) langer thuis blijven wonen. Deze groep mensen heeft veelal specifieke woonwensen.

Wat willen we bereiken?

Een woningvoorraad realiseren die afgestemd is op de veranderende bevolkingssamenstelling. Een situatie waarin senioren zolang mogelijk zelfstandig in hun woning verblijven en daartoe vroegtijdig maatregelen treffen om de levensloopgeschiktheid van woningen te vergroten. Daarnaast dient de woningvoorraad geschikt gehouden te worden voor jongeren en starters.

Wat gaan we daarvoor doen?

  • Voldoende betaalbare woningen beschikbaar krijgen voor starters, alleenstaanden en huishoudens met een laag inkomen en een zorgvraag;
  • Het bevorderen van de doorstroming van senioren naar levensloopgeschikte woningen;
  • De Woonvisie is in 2016 geconcretiseerd in de Woonagenda 2016-2020. De woonagenda wijst de gemeentelijke volkshuisvestelijke koers aan, onder andere richting de corporaties voor het jaarlijks bod van de corporatie op het gemeentelijk beleid en de te maken prestatieafspraken. In 2016 zijn die afspraken voor het eerst in de nieuwe constellatie vastgelegd, o.a. over de betaalbaarheid en de beschikbaarheid van de sociale woningvoorraad. Met Triada, Heerde en Hattem is een woonbehoefteonderzoek opgesteld. Deze dient als onderlegger voor de komende afspraken met Triada. Verder wordt de Woonagenda in 2018/2019 geactualiseerd en wordt daaraan de component wonen met zorg toegevoegd.
  • Het project “Thuis wonen, nu en later”, gericht op het langer zelfstandig thuis wonen, heeft een vervolg gekregen. Koppel/Swoe voert dit nu uit.
  • Binnen de regio Stedendriehoek worden in 2018 nieuwe afspraken gemaakt over nieuw te realiseren woningen. Deze afspraken zijn op aantallen gericht, maar hebben vooral een kwalitatieve insteek. Kern is dat de opgave centraal staat.
  • Conform het woonbeleid worden bouwplannen teruggehaald en mogelijkheden geboden aan kansrijke initiatieven.

Toelichting:

Een belangrijk gegeven is dat de woningvoorraad of in eigendom van particulieren, of in eigendom van verhuurders, zoals Triada is. De directe invloed van de gemeente Epe op het domein wonen – vooral daar waar het de bestaande woningvoorraad betreft – is dus in beginsel beperkt. De Woningwet biedt handvatten om als overheid meer sturend te gaan optreden als het gaat om de activiteiten van een corporatie. In welke mate dit gebeurt, is opgenomen in de Woonagenda 2016-2020.

 

8.5.2   Openbare ruimte

Wat zijn de effecten voor het domein openbare ruimte?

Vergrijzing en de toename van ouderen met een zorgvraag die langer thuis blijven wonen, leidt tot een toenemende behoefte aan een sociaal en fysiek goed toegankelijke openbare ruimte die bovendien voldoende recreatieve mogelijkheden biedt (grotere parkeervakken, andere speeltoestellen, meer straatmeubilair wat flexibel inzetbaar is, wandelroutes).

Wat willen we bereiken?

Realiseren van een duurzame, schone en veilige leefomgeving die toegankelijk is voor alle mensen, die bijdraagt aan de leefbaarheid en uitnodigt tot participatie.

Wat gaan we daarvoor doen?

  • De nota toegankelijkheid, met daarin een uitvoeringsprogramma is vastgesteld en in uitvoering gebracht.
  • Uitvoeren van het gebiedsgericht werken, waarbij meer betrokkenheid en inspraak vanuit de wijken onderdeel van uitmaakt.
  • Het realiseren van een toegankelijk en aantrekkelijk centrum in de kernen Epe, Emst en Vaassen.

 

8.5.3   Voorzieningen

Wat zijn de effecten voor het domein voorzieningen (sport, welzijn, cultuur en onderwijs)?

Een voortdurende aandacht van het voorzieningenaanbod is nodig vanuit de veranderende vraag en behoefte. Dit wordt nog eens versterkt door de transformatie  in het sociale domein, waarbij een kostenbesparing gerealiseerd dient te worden. Om dit realiseren wordt onder andere het gebiedsgericht werken ingezet en een transformatie agenda uitgevoerd. Gevolg zal zijn dat er een groter beroep komt op algemene welzijnsvoorzieningen en er meer vrijwillige inzet van inwoners wordt verwacht op allerlei terreinen. Daarnaast is het van belang om het voorzieningenniveau in stand te houden; mensen blijven dan meedoen.

Door afname van het leerlingenaantal ontstaat er leegstand binnen de scholen. Dit heeft grote gevolgen voor de exploitatie. Er dienen adequate oplossingen bedacht te worden om de nadelige effecten van de teruggang van het aantal leerlingen het hoofd te bieden.

Wat willen we bereiken?

Een voorzieningenniveau dat afgestemd is op de bevolkingssamenstelling en opgebouwd is vanuit de behoefte van de samenleving. Het dient bij te dragen aan een goed woon- en leefklimaat voor ouderen, jeugd en jonge gezinnen.

Wat gaan we daarvoor doen?

  • Het versterken van vrijwilligerswerk en -zorg in wijken en buurten door op een meer gebiedsgerichte werkwijze aan de slag te gaan en vrijwilligersorganisaties te faciliteren. Hierbij zullen vrijwilligers(organisaties) en professionele organisaties intensiever moeten gaan samenwerken;
  • Basisvoorzieningenniveau zijn essentiële minimale faciliteiten op het gebied van sport, welzijn, cultuur, onderwijs, zorg en ontmoeting die samen voor een prettig en leefbaar wonende gemeente zorgen. De gemeente voert een actieve aanpak bij gemeentelijk gefinancierde voorzieningen en faciliteert bij niet-gemeentelijk gefinancierde voorzieningen, voor zover dat past binnen de bestuurlijke kaders. Hierbij zal in afstemming met de inwoners, per gebied bepaald worden welke basisvoorzieningen nodig zijn en aansluiten bij de vraag en mogelijkheden;
  • In overleg met het onderwijs bepalen hoe om te gaan met afname van het leerlingenaantal. Schoolgebouwen zijn niet meer uitsluitend gericht op het invullen van de onderwijsfunctie maar bieden ook plaats aan functies zoals kinder-/peuteropvang, culturele vorming en sportactiviteiten. Ze vervullen een belangrijke dorps-/wijkfunctie. Het actieplan 'Onderwijs' zal hierbij als basis dienen.

 

8.5.4  Arbeidsmarkt (lokale economie en werkgelegenheid)

Wat zijn de effecten voor het domein arbeidsmarkt?

Afname van de potentiële beroepsbevolking door het toenemende aantal ouderen en afnemende aantal jongeren. Als gevolg hiervan zal er een krappe arbeidsmarkt ontstaan waarbij de vraag naar arbeidskrachten het aanbod overstijgt.

Wat willen we bereiken?

Versterken van de economische structuur door verdere modernisering en innovatie. De gemeente als een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven en werknemers. Naast de lokale insteek is een intensieve samenwerking in de Cleantech Regio  nodig met bedrijven, maatschappelijke organisaties en gemeenten.

Wat gaan we daarvoor doen?

  • De economische visie is vastgesteld. Daaraan is een uitvoeringsprogramma gekoppeld. Met betrokkenen worden acties uitgevoerd die bijdragen aan een versterking van de (lokale) economie. Daarbij wordt aangehaakt bij de Omgevingsagenda;
  • Uitvoeren projecten voortkomend uit het (voormalige) Akkoord van Beekbergen en gericht op het terugdringen van werkloosheid, goed en snel vervullen van vacatures, goede aansluiting onderwijs en werk en het activeren van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • Het uitvoeren van het lokaal convenant “samen werken in Epe”. Het convenant heeft als doel om met het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid gezamenlijk de weg te  bewandelen richting een inclusieve arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waaraan mensen zoveel mogelijk en duurzaam meedoen. Niet kijkend naar beperkingen, maar naar mogelijkheden. 
  • Bieden van een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en organisaties. Dit uit zich in goede voorwaarden en faciliteiten en mogelijkheden in het kader van “het nieuwe werken”, zoals bedrijfsverzamelgebouwen. In de economische visie is het vestigingsklimaat een belangrijk terugkerend thema, vooral ook ten aanzien van jongeren en hun plek op de arbeidsmarkt. Door middel van het uitvoeringsprogramma moeten verdere stappen gezet worden om het economisch profiel van Epe te versterken;
  • Een extra focus is de ontwikkeling van de speerpuntsectoren zorg en recreatie/toerisme (profiel). Met aandacht voor onderscheidende elementen daarin draagt het bij aan een goed woon- en leefklimaat en aan werkgelegenheid.

 

8.5.5   Financiën

Demografische ontwikkelingen zullen wijzigingen in het uitgavenpatroon tot gevolg hebben. Bijvoorbeeld door daling van leerlingenaantallen, aanpassing van voorzieningen in de openbare ruimte, toename van gebruik van woon- en werkvoorzieningen door ouderen en leegstand/aanpassing van accommodaties. Binnen de bestaande beleidsstructuur en beschikbare budgetten zullen blijvend scherpe keuzes nodig zijn.

 

Paragraaf 9 | Decentralisaties sociaal domein

9.1 Inleiding

Gemeenten hebben in 2015 veel nieuwe taken gekregen in het sociale domein. Zo kwam de hele jeugdzorg onder verantwoordelijkheid van de gemeente, werd de Wet Maatschappelijke Ondersteuning uitgebreid met taken op het terrein van begeleiding en ging de nieuwe Participatiewet in werking. Met het overhevelen van taken kwamen ook de budgetten bij de gemeente terecht nadat daarop door het Rijk een bezuiniging was toegepast. Daarnaast kreeg de gemeente meer taken vanuit de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening.

Een zorgvuldige implementatie van deze taken kostte tijd en is succesvol verlopen. Dat maakt het mogelijk om nu de focus te leggen op de transformatie. De gemeente Epe wil, samen met organisaties voor welzijn, zorg en ondersteuning, het sociale domein anders inrichten. Met meer nadruk op preventie en algemene voorzieningen voor alle inwoners van Epe. Om de transformatie daadwerkelijk te realiseren zet de gemeente eenmalig extra financiële middelen in.

De gemeente Epe wil met meer preventieve- en algemene voorzieningen, in combinatie met de specialistische ondersteuning en zorg, onze inwoners maatwerk leveren; Dicht bij huis en toegesneden op wat nodig is. Een tweede doel is om dat met de beschikbare budgetten te realiseren.

Om dit te bereiken is er een transformatieagenda opgesteld, gericht op innovatief aanbod, integrale toegang naar zorg en ondersteuning  en gebiedsgericht werken. In de uitvoering ligt de focus op: één gezin, één plan, één regisseur. In 2019 wordt ook volop ingezet op de transformatie die in 2018 al is ingezet. Ook is in het najaar 2018 een integraal beleidsplan voor het Sociale Domein opgesteld waarin de uitwerking van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet bij elkaar komen. Naar verwachting wordt dit plan begin 2019 door de gemeenteraad vastgesteld.

 

9.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de decentralisatie en transformatie in het sociaal domein is vastgelegd in:

  • Concept beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022          (2018)
  • Visie Gebiedsgericht werken                                                      (2016)
  • Kadernota Participatiewet                                                           (2015)
  • Sociale Agenda 2015-2021                                                          (2015)
  • Toekomstvisie Epe 2030                                                                (2013)

9.3 Beleid gericht op uitvoering taken sociaal domein

9.3.1     Wmo

Wat willen we bereiken?

Op basis van de Wmo geeft het Rijk aan gemeenten de volgende opdracht:

  • het bevorderen van de sociale samenhang, mantelzorg, vrijwilligerswerk en de veiligheid en leefbaarheid en het voorkomen van huiselijk geweld;
  • het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen;
  • het bieden van opvang (maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg).

Wat gaan we ervoor doen?

De activiteiten in het kader van de Wmo worden in programma 3 benoemd. De activiteiten betreffen de Wmo-taken waaronder individuele begeleiding, dagbesteding, respijtopvang en beschermd wonen. Hierbij wordt rekening gehouden met de keuzevrijheid voor inwoners, de financiële beheersbaarheid en het versterken van de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners.

Zorg en ondersteuning zijn dichtbij de inwoners georganiseerd. Het ondersteuningsaanbod is integraal en op basis van maatwerk. We richten ons in 2019 onder andere op:

  • het monitoren van de regionale inkoop, in samenwerking met Jeugd en Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen (MO/BW);
  • het vaststellen van een integraal beleidsplan Sociaal Domein met bijbehorend Actieprogramma.
  • het uitvoeren van de Transformatieagenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Jaarlijks wordt er een Jaarwerkplan met regionale en lokale actiepunten vastgesteld. Centrumgemeente Apeldoorn is budgethouder van het regionale budget voor MO/BW. Vanaf 2021 wordt de centrumgemeenteconstructie loslaten. Binnen de regio Oost Veluwe worden er daarom afspraken gemaakt over de financiën MO/BW middels een convenant;
  • het uitvoeren van de Transformatieagenda Huiselijk Geweld en Kindermishandeling samen met het beleidsterrein Jeugd;
  • de doorontwikkeling van de integrale toegang;
  • het ontwikkelen van algemene voorzieningen zoals de dagbesteding en huishoudelijke hulp.
  • de monitoring gericht op de financiële en inhoudelijke uitvoering en het vertalen van de uitkomsten en bevindingen naar beleidskeuzes;
  • het uitbouwen van het gebiedsgericht werken (programma 4). De volgende thema’s worden opgepakt: de doorontwikkeling van mijn buurtje, de samenwerking tussen het fysieke en sociale domein, inwonerparticipatie, het opstellen en uitvoeren van gebiedsopgaven, etc.;
  • het opzetten van vernieuwende initiatieven met behulp van de Transformatieregeling waarmee (hulp)vragen adequaat beantwoord kunnen worden en waarmee eigen kracht en participatie van inwoners wordt gefaciliteerd.

 

9.3.2     Jeugdzorg

Wat willen we bereiken?

De transformatie van jeugdhulp laat zich vatten in de frase: beter met minder en zorg nabij inzetten. Het streven is  een voor jeugdigen en ouders beter passende en integrale ondersteuning en hulp te  organiseren  terwijl er  minder budget beschikbaar is. Jeugdhulp effectiever en efficiënter inzetten en zo min mogelijk met dwangmaatregelen. Beter met minder vertaalt zich in de volgende uitgangspunten:

  • De zorg van de inwoner staat centraal
  • Lichte zorg waar het kan, maar ook snelle toegang tot passende zware zorg waar nodig
  • Een brede generalistische basis, een kleinere specialistische top
  • Meer ambulant, minder intramuraal: naar de inwoner toe in plaats van naar de zorg toe
  • Ontschotting: zowel verticaal (ketenzorg) als horizontaal (intersectoraal)
  • Een duurzame en verantwoorde inkoop van specialistische zorg

Wat gaan we ervoor doen?

De activiteiten in het kader van jeugdzorg zijn in programma 1 benoemd. Kader is het (concept) integrale beleidsplan 2019 - 2022 . Hieraan zit een lokaal uitvoeringsprogramma gekoppeld. Daarnaast werken we binnen de jeugdzorg regio nauw samen met gemeenten Apeldoorn, Brummen, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen in de transformatie van de jeugdzorg. In het programmaplan 2019-2021 staan de doelen en inspanningen voor de komende 3 jaren uitgewerkt.

De komende tijd gaan we ons richten op een aantal aspecten. Zo moet allereerst ‘de basis op orde’ zijn. Kinderen moeten zo snel mogelijk passende hulp krijgen. Daarnaast moeten aanbieders en gemeenten snel passende, (integrale) oplossingen vinden voor cliënten met complexe problematiek. Kwetsbare jongeren moeten we beter op weg helpen zelfstandig te worden. Hierbij is het belangrijk dat een jongere vanaf zijn 16de jaar samen met een begeleider/hulpverlener een perspectiefplan opstelt, waarin alle levensdomeinen worden meegenomen. Verder willen we meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien. Dit betekent  meer investeren in preventie, signalering en ambulante hulp. Als kinderen niet meer thuis kunnen wonen, worden zij zo veel mogelijk kleinschalig, gezinsgericht en in perspectief biedende voorzieningen opgevangen. Bij voorkeur in het eigen netwerk.

Vanaf 2019 werken we één integraal contract voor alle maatwerkvoorzieningen Wmo, Jeugdhulp en MO/BW. Dit is regionaal opgepakt. De lokale toegang is bekend met het zorgproductenboek Inkoop 2019 en handelt hiernaar. De samenwerking met huisartsen wordt verstevigd door de inzet van een GZ-psycholoog, waardoor minder (onjuiste) doorverwijzingen naar de sGGZ plaatsvinden. Met het onderwijs wordt nog meer de samenwerking gezocht in verband met passend onderwijs. Binnen de gemeente Epe werken we met  een Onderwijs Actieplan waarin doorgaande onderwijs- en zorglijnen centraal staan.

Tenslotte is het belangrijk om zicht te houden op de totale uitgaven aan individuele voorzieningen zodat kinderen de hulp kunnen blijven krijgen die ze nodig hebben. Een regionale toezichthouder kwaliteit en rechtmatigheid gaat hier een rol in spelen. Verder worden met zorgaanbieders gesprekken gevoerd over mogelijkheden om zorg af te schalen. Binnen de gemeente Epe loopt het project Grip op Zorg. We krijgen steeds betere informatie om te kunnen monitoren.

 

9.3.3     De arbeidsmarkt (Participatiewet)

Wat willen we bereiken?

De Participatiewet moet leiden tot meer participatie, meer gerichte en effectieve inzet van budgetten en een besparing van kosten. Er is minder geld beschikbaar om een uitkeringsgerechtigde naar werk toe te kunnen leiden. Dit is merkbaar voor partners als bedrijven, het onderwijs en zorginstellingen. Het is de uitdaging om op een houdbare manier met deze financiële opgave om te gaan.

Wat gaan we ervoor doen?

De activiteiten in het kader van Participatiewet zijn in programma 10 benoemd. In de kadernota Participatiewet wordt uitgegaan van vijf actielijnen, te weten:

  • regionale arbeidsmarkt/regionale samenwerking;
  • partnerschap met werkgevers;
  • aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt;
  • ontwikkelen en vernieuwen dienstverlening;
  • arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk.

Deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in de Verordening Participatiewet en in beleidsregels. We richten ons in 2019 onder andere op:

  • het realiseren van baanafspraken voor de Eper doelgroep door zowel regionale als lokale samenwerking vorm te geven met werkgevers;
  • de doorontwikkeling van werkbedrijf Lucrato;
  • het extra inzetten op het meer in beeld brengen en activeren van inwoners met een uitkering die nog niet naar werk kunnen;
  • een vervolg geven aan de monitoring gericht op de financiële en inhoudelijke uitvoering en uitkomsten en bevindingen vertalen naar beleidskeuzes;
  • het opzetten van vernieuwende initiatieven waarmee (hulp)vragen adequaat beantwoord kunnen worden en waarmee eigen kracht en participatie worden gefaciliteerd.

9.4 Financiën en risico’s

Wat zijn de financiële effecten van de decentralisaties en de transformatie?

De middelen voor de uitvoering van de taken verstrekt het Rijk via één integratie-uitkering Sociaal Domein. De bedoeling van het Rijk was dat deze middelen – op basis van verdeelmaatstaven -  in 2018 toe te voegen aan de algemene uitkering die de gemeente ontvangt van het Rijk. Deze voorgenomen overheveling  is per 2019 met uitzondering van de onderdelen Voogdij en Beschermd Wonen. Die volgen naar verwachting in het jaar 2020.

Taak (meicirculaire 2018)
                                (bedragen * € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

Wmo

4.885

5.372

5.619

5.850

6.093

Jeugdzorg

5.915

5.867

6.164

6.383

6.620

Participatie

5.116

4.879

4.582

4.485

4.365

Totaal

15.917

16.118

16.365

16.718

17.078

De gemeente loopt met de uitvoering van de nieuwe taken aanzienlijke financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van de nieuwe taken.   Inzicht in- en sturing op de (toekomstige) kosten zijn daarom een voortdurend aandachtspunt.

Wat willen we bereiken?

De gemeente Epe wil anticiperen op de toekomstige vraag naar zorg en ondersteuning van haar inwoners. Epe doet dat door:

  • Kwalitatieve zorg en ondersteuning in te zetten
  • Een verschuiving te realiseren van maatwerkvoorzieningen naar voorliggende- en algemene  voorzieningen
  • Gebiedsgericht te werken
  • Binnen het  huidige en toekomstige beschikbare begrotingsbudget Sociaal Domein te blijven.

Wat gaan we daarvoor doen?

  • Om de verschuiving van specialistische zorg en ondersteuning naar voorliggende-, algemene voorzieningen te realiseren is een transformatieagenda opgesteld en een budget beschikbaar.
  • Er is een project grip op zorg. Daarin analyseren we in een continue proces de kosten van het sociale domein.
  • Op de drie taakvelden zijn beleids- en financiële monitors ontwikkeld die maandelijks geanalyseerd worden. Twee keer per jaar worden de data  van deze taakvelden samengevoegd in de halfjaarlijkse monitor voor de gemeenteraad inclusief de data van de schuldhulpverlening. De monitor bevat informatie over toegang naar de zorg en ondersteuning en de kosten, aantal en duur van de  ingezette specialistische zorg en ondersteuning.
  • In de 2018 is een pilot datagestuurd werken in het sociale domein gestart. De verwachting is dat we daarmee meer voorspellend beleid kunnen maken en de kosten voor het sociale domein beter kunnen inschatten.
  • Er is een reserve Risico’s Sociaal Domein. Daaruit worden de financiële risico’s in het sociale domein opgevangen.