Meer
Publicatiedatum: 11-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële begroting

Financiële begroting.

1. Overzicht baten en lasten in de begroting en de toelichting

Het overzicht van baten en lasten in de begroting en de toelichting daarop bevat:

  • Het saldo per programma, het totaal van de algemene dekkingsmiddelen, het geraamde bedrag voor onvoorzien, het geraamde totaal saldo van baten en lasten, de mutaties in de reserves en  het geraamde resultaat.
  • Het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen en lokale heffingen.
  • Inzicht in de gehanteerde prijzen, lonen en rentepercentages.
  • Het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten met toelichting.
  • Overzicht geraamde structurele mutaties in de reserves met toelichting

 

Het saldo per programma, het geraamde totaal saldo van baten en lasten en het geraamde resultaat

 bedragen x € 1.000   

2019

2020

2021

2022

Programma’s:

1. Opgroeien in Epe

-11.751

-12.293

-12.235

-12.472

2. Actief in Epe

-3.935

-3.838

-3.418

-3.409

3. Zorg en opvang

-9.879

-10.272

-10.487

-10.900

4. Leefbaar en veilig

-2.038

-2.100

-2.158

-2.158

5. Ruimte en wonen

-1.054

-557

-802

-802

6. Epe op orde

-5.690

-5.774

-5.755

-5.786

7. Duurzaamheid

-149

-134

11

-4

8. Toezicht en handhaving

-1.126

-1.126

-951

-951

9. Bedrijvigheid

-655

-605

-605

-605

10. Weer aan het werk

-8.579

-8.300

-7.867

-7.748

11. Bestuur en organisatie

-2.606

-3.120

-3.432

-3.964

Subtotaal saldo programma's

 -47.477

-48.118

 -47.698

 -48.799

 

Algemene dekkingsmiddelen: 

- Lokale heffingen

8.753

8.866

8.976

6.815

- Algemene uitkering

46.150

47.313

47.935

48.961

- Dividend

129

129

129

129

- Saldo financieringsfunctie

1.745

1.729

1.702

1.702

- Overige algemene dekkingsmiddelen

-105

-105

-105

-105

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

 56.673

 57.932

 58.637

 57.502

Overheadkosten

-9.689

-9.188

-8.793

-8.725

Heffing Vennootschapsbelasting

-

-

-

-

Onvoorzien*

-

-

-

-

Geraamde totaal saldo van baten en lasten

-493

626

2.146

-22

 

bedragen x € 1.000                

2019

2020

2021

2022

Mutaties in reserves:

1: Opgroeien in Epe

-460

-510

-510

-510

2: Actief in Epe

-302

-2

-2

-2

3: Zorg en opvang

463

433

43

43

4: Leefbaar en veilig

20

-

-

-

5: Ruimte en wonen

1.232

-392

-230

-230

6: Epe op orde

361

341

363

386

7: Duurzaamheid

277

277

243

243

8: Toezicht en handhaving

-

-

-

-

9: Bedrijvigheid

-

-

-

-

10: Weer aan het werk

2.654

133

-207

-207

11: Bestuur en organisatie

-1.481

1.016

115

38

12: Algemene dekkingsmiddelen

-2.196

-2.216

-2.236

-4

Resultaatbestemming

-66

305

282

275

Totaal mutaties in reserves

501

-617

-2.140

30

         

Geraamde resultaat

8

10

6

8

* Op programma 11 is een structurele stelpost voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 88.000.

 

Het BBV schrijft voor dat mutaties in de reserves afzonderlijk worden opgenomen. Daarom wordt eerst het geraamde saldo van baten en lasten bepaald, vervolgens worden de mutaties in de reserves weergegeven. De uitkomst is het geraamde resultaat.

In de toelichting op de mutaties per programma wordt inzicht gegeven in de baten en lasten per afzonderlijk programma en wordt een analyse gegeven van de verschillen die zijn ontstaan tussen de begrote bedragen in 2018 en 2019. Dit betreft de bestaande baten en lasten, uitgaande van het bestaande beleid. De ‘budgetaanpassingen’ als gevolg van het nieuwe beleid zijn in de Beleidsbegroting (het programmaplan) toegelicht. In bijlage 8 wordt inzicht gegeven in de lasten en baten per taakveld.

 

 

Overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten en de structurele ruimte

Dit overzicht geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting op korte en langere termijn:

  1. Een structureel evenwicht houdt in dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten.
  2. Een reëel evenwicht houdt in dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn.

Programma

2019

2020

2021

2022

  bedragen x € 1.000          

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

1.   Opgroeien in Epe

229

-

277

-

-

-

-

 

2.   Actief in Epe

903

-

429

-

9

-

-

-

3.   Zorg en Opvang

336

-

276

-

-

-

-

-

4.   Leefbaar en veilig

5

-

5

-

-

-

-

-

5.   Ruimte en wonen

655

-

75

-

-

-

-

-

6.   Epe op orde

203

-

80

-

-

-

-

-

7.   Duurzaamheid

240

-

160

-

-

-

-

-

8.   Toezicht en handhaving

175

-

175

-

-

-

-

-

9.   Bedrijvigheid

50

-

-

-

-

-

-

-

10. Weer aan het werk

330

-

330

-

60

-

60

-

11. Bestuur en Organisatie

254

-

213

-

-5

-

-

-

Algemene dekkingsmiddelen

10

2.252

-

2.252

-

2.252

99

-

Overhead

695

-

230

-

29

-

-

-

Resultaatbestemming

10.984

11.243

5.609

4.490

5.146

2.328

3.032

2.454

Totaal

 15.139

13.495

7.858

6.742

5.239

4.580

3.191

2.454

 

 

Structurele ruimte                                     bedragen x € 1.000

2019

2020

2021

2022

Geraamde resultaat

8

10

6

8

Saldo eenmalige baten (+) / lasten (-)

1.644

1.116

659

737 

Gecorrigeerd saldo / structurele ruimte  (+=structurele ruimte)

   1.652

1.126

665

745 

 

Uit het overzicht blijkt dat het begrotingsresultaat wordt beïnvloed door incidentele baten en lasten. De incidentele lasten zijn hoger dan de incidentele baten. Hieruit wordt geconcludeerd dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten en dat er daarmee sprake is van een structureel sluitende (meerjaren)begroting.  

 

Toelichting incidentele bedragen per programma ≥ € 50.000:

Programma 1:

  • Onderwijs aan nieuwkomerskinderen NT2 klas; € 55.000 voor de jaren 2019 en 2020.
  • Verbinding samenwerking huisartsen-CJG; € 95.000 voor de jaren 2019 en 2020.

 

Programma 2:

  • Subsidie groot onderhoud van Sport- en Dorpscentrum Vaassen; € 50.000 in 2019.  
  • Reservering voor de renovatie van kunst en natuurgrasvelden; € 300.000 in 2019.
  • Stimuleringsregeling jeugd; € 412.000 voor 2019 en € 420.000 voor 2020.
  • Evaluatie subsidiebeleid; € 50.000 in 2019

 

Programma 3:

  • Voor Projecten transformatie sociaal domein; € 167.000 in 2019 en € 162.000 in 2020.
  • Subsidie Was- en strijkservice; € 60.000 in 2019 en € 40.000 in 2020.

 

Programma 5:

  • Omgevingswet; € 450.000 in 2019 en € 100.000 in 2020.
  • Implementatie Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); € 220.000 in 2019.

 

Programma 6:

  • Aanpassingen aula begraafplaats Norelbos; € 50.000 in 2019.  
  • Berekenen BAG gebruiksoppervlakte; € 67.000,00 in 2019 en € 30.000 in 2020.
  • Asbestinventarisatie gemeentelijk vastgoed; € 50.000 in 2020.

 

Programma 7:

  • Energietransitie; € 165.000 in 2019 en € 135.000 in 2020.

 

Programma 8:

  • Toezicht en Handhaving Vitale Vakantieparken; €175.000 in de jaren 2019 en 2020.

 

 Programma 9:

  • Ondersteuningsaanbod evenementen; € 50.000 in 2019.      

 

Programma 10:

  • Uitvoering pilots binnen het domein participatie; € 300.000 in de jaren 2019 en 2020.

 

Programma 11:

  • Beleidsontwikkeling dienstverlening; € 82.000 in 2020.
  • Tijdelijke uitbreiding formatie handhaving € 68.000 voor de jaren 2019 en 2020. 

 

Algemene dekkingsmiddelen:

  • Precariobelasting kabels en leidingen; baten van € 2.252.000 in de jaren 2019 tot en met 2021. Hier staan stortingen in de reserve precariobelasting tegenover.

 

Overhead:

  • Asbestsanering oude deel gemeentehuis; € 170.000 in 2019.
  • Inwonerparticipatie en actieve communicatie samenleving; € 70.000 in de jaren 2019 en 2020.
  • Regeling Generatiepact; € 89.000 in  2019 en € 85.500 in 2020 en € 28.500 in 2021.
  • Vervanging digitale systeem financiële administratie; € 80.000 in 2019.
  • Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA); € 92.800 in 2019.
  • Overdracht naar archiefbewaarplaats; € 80.000 in 2019.
  • Wet Generieke digitale infrastrcutuur € 120.000 (2019), € 58.500 (2020) en € 48.500 (2021).

 

Resultaatbestemming:

  • De meeste mutaties in reserves zijn incidenteel. Op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de structurele mutaties in reserves. In bijlage 5 is een totaal overzicht opgenomen van het verloop van alle reserves.

 

 

Algemene Dekkingsmiddelen: Lokale heffingen

bedragen x € 1.000 

Realisatie
2017

Begroting
2018

Begroting
2019

Begroting
2020

Begroting
2021

Begroting
2022

Onroerendezaakbelasting

5.364

5.477

5.611

5.720

5.837

5.939

Hondenbelasting

83

72

71

71

71

-

Precariobelasting

2.346

2.345

2.381

2.381

2.381

129

Forensenbelasting

295

286

310

310

310

310

Toeristenbelasting

713

662

718

718

718

754

Opbrengst algemeen[1]

56

-697

55

47

42

40

Totaal bruto opbrengst

8.857

8.145

9.146

9.249

9.359

7.172

Kosten

482

378

393

383

383

357

Totaal netto opbrengst

8.376

7.767

8.753

8.866

8.976

6.815

[1] Opbrengst algemeen omvat de terug te vorderen invorderingskosten.

 

Voor een toelichting op de belastingopbrengsten wordt verwezen naar de Paragraaf Lokale Heffingen.

 

Prijzen, lonen en rente

Bij het opstellen van deze (meerjaren)begroting zijn de volgende percentages gehanteerd:

Component

2019

2020

2021

2022

Prijsstijging

1,8%

1,5%

1,4%

1,5%

Loonstijging

3,1%

3,2%

2,7%

3,2%

Rente kort geld

0,1%

0,5%

1,0%

1,0%

Rente lang geld

1,2%

1,4%

3,0%

3,0%

De percentages van de autonome loon- en prijsstijgingen zijn gebaseerd op de indicaties die hiervoor zijn gegeven in de meicirculaire 2018 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds (incl. bijstelling als gevolg van structurele doorwerking van het gecorrigeerde percentage voor 2018).

Ingaande 2019 wordt in plaats van het percentage BBP het Imoc (inflatie materiële overheidsconsumptie)-percentage gehanteerd. Toepassing van dit percentage wordt geadviseerd door de VNG, omdat dit het stijgingspercentage is dat ook gehanteerd wordt bij de rijksbegroting c.q. de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Voor de bepaling van het te hanteren rentepercentage wordt de lange termijn visie van De Nederlandse Bank gehanteerd. Gelet op de prognose van de Nederlandsche Bank zijn de rentepercentages tijdelijk verlaagd voor 2019 en 2020. Met ingang van 2021 zijn structureel de hierboven aangegeven percentages aangehouden.

 

Overzicht van structurele mutaties in reserves.

Dit overzicht ondersteunt bij de bepaling en de beoordeling van het structurele evenwicht in de begroting.

Naam reserve 

2019

2020

2021

2022

bedragen x € 1.000

Toev.

Onttr.

Toev.

Onttr.

Toev.

Ontt.

Toev.

Onttr.

ICT investeringen

431

410

364

390

366

334

370

260

Vervanging openbare verlichting

264

391

270

398

275

406

280

413

Overdracht fietspaden RGV

-

45

-

45

-

46

-

47

Vervanging bruggen

70

-

71

-

73

-

73

-

Egalisatie winstuitkering Nuon

19

54

17

54

16

54

15

54

Verkoop 14 aandelen VNB (6%)

35

138

29

118

24

98

20

78

Afl. achtergestelde lening Nuon

57

57

57

57

57

57

57

57

Verkoop aand. tbv lening Vitens

-

155

-

155

-

155

-

-

Afl. achtergestelde lening Vitens

211

56

216

61

220

65

70

70

Meubilair gymlokalen

21

12

22

9

22

8

23

13

Participatie

-

26

-

26

-

26

-

26

BUIG-middelen

146

-

146

-

146

-

146

-

Starterslening

60

9

62

11

63

12

65

14

Egalisatie opbrengst bouwleges

336

-

316

-

86

-

86

-

Dekking Kapitaallasten

-

540

-

748

-

765

-

782

Totaal

1.650

1.893

1.570

2.072

1.348

2.026

1.205

1.814

 

2. Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting

In de uiteenzetting van de financiële positie worden de consequenties opgenomen van het beleid dat in de begroting is opgenomen.

De volgende onderwerpen komen aan de orde:

  • Financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen
  • Vrijkomende eenmalige middelen
  • Investeringen (economisch / maatschappelijk nut)
  • Investeringen (vervanging / uitbreiding)
  • Financiering
  • Stand en verloop reserves en voorzieningen

 

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen

De uitkomst van de jaarlijkse afweging in het kader van het begrotingsproces, is samengevat in het volgende overzicht van de cumulatieve ontwikkeling van lasten en baten. Voor een gedetailleerd overzicht wordt verwezen naar de bijlagen bij deze begroting.

bedragen x € 1.000

2019

2020

2021

2022

Bestaand beleid (budgetprognose)

1.235

1.627

1.282

1.352

Nieuw beleid vorige meerjarenbegroting

-183

-76

-6

-23

Investeringen vorige meerjarenbegroting

-294

-374

-496

-496

Nieuw beleid deze meerjarenbegroting

-649

-958

-565

-613

Nieuwe investeringen

-101

-210

-210

-212

Saldo meerjarenbegroting

8

10

6

8

 

Vrijkomende eenmalige middelen

De volgende reserves worden opgeheven of bevatten een surplus dat wordt ingezet voor incidentele uitgaven in de begroting 2019:

Reserve

Vrijkomende bedrag (€)

90000   Algemene reserve (verwacht surplus)

495.000

90002   Reserve bespaarde rente (verschil rente en prijsstijgingspercentage; surplus 2019: 288.000, surplus 2020: € 450.000)

 738.000

90003   Reserve eenmalige dekkingsmiddelen (surplus)

29.000

90019   Reserve Cofinanciering (opheffen, geen projecten meer)

 20.000

90065   Reserve toekomstbestendige organisatie en huisvesting

39.000

91012   Reserve basisbrandweerzorg (opheffen, doel bereikt)

20.000

92030   Reserve wegverbredingen (surplus)

32.000

96013   Reserve groot onderhoud pand Apeldoornseweg 85

18.000

96028   Reserve Risico’s Sociaal Domein (surplus, maximaal 10%, 3 jaar)

890.000

96032   Reserve Minimabeleid (surplus, maximaal 5%, 3 jaar)

408.000

96109   Reserve BUIG (surplus, maximaal 5%, 3 jaar)

2.063.000

99000   Reserve Bouwgrondexploitatie (surplus)

1.694.000

Totaal

6.446.000

 

Investeringen

Dit onderdeel bevat een totaal overzicht van de investeringen die de gemeente gepland heeft in het meerjareninvesteringsplan 2019-2022. Voor een gedetailleerd overzicht wordt verwezen naar de bijlagen bij deze begroting. Het hier gegeven inzicht in de investeringen is een onderverdeling naar investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut en daarnaast naar vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen.

Alle investeringen moeten verplicht geactiveerd en afgeschreven worden over de verwachte levensduur. De kosten daarvan (de kapitaallasten) worden in de lasten opgenomen. Als er sprake is van financiering vanuit eenmalig beschikbare middelen of reserves, dan vindt jaarlijks een structurele onttrekking plaats aan een daartoe gevormde kapitaallastenreserve ter grootte van de kapitaallasten. Hierdoor heeft het opnemen van kapitaallasten van een investering die gedekt wordt uit reserves of eenmalige middelen geen effect op het saldo van de begroting.

investeringsbedragen (excl. BTW) x € 1.000

2019

2020

2021

2022

Economisch nut

11.935

6.312

2.405

2.170

Maatschappelijk nut

1.120

1.903

1.255

30

Totale investeringen

13.145 

8.215 

3.660

2.200

Vervangingsinvesteringen

11.919

7.189

3.634

2.144

Uitbreidingsinvesteringen

1.226

1.026

26

56

Totale investeringen

13.145 

8.215 

3.660 

2.200 

 

Financiering

Hiervoor wordt verwezen naar de Paragraaf Financiering. 

 

Stand en verloop reserves en voorzieningen

Voor het verloop van de reserves en voorzieningen wordt verwezen naar de bijlagen bij deze begroting.

 

Geprognosticeerde begin- en eindbalans

Dit onderdeel bevat de verwachte begin- en eindbalans over het begrotingsjaar 2019 en de drie daaropvolgende jaren.

Activa

Geprognosticeerde balans per ultimo

bedragen x € 1.000

2018

2019

2020

2021

2022

Immateriële vast activa

196

196

196

196

196

Materiële vaste activa

50.974

55.084

58.958

59.023

57.963

Financiële vaste activa

4.196

4.196

4.196

4.196

4.196

 

Voorraden grond

-159

-159

-159

-159

-159

Uitzettingen korter 1 jaar

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Liquide middelen

1.135

1.135

1.135

1.135

1.135

 

Overlopende activa

8.986

8.986

8.986

8.986

8.986

 

Totaal activa

67.828

71.938

75.812

75.877

74.816

 

Passiva

Geprognosticeerde balans per ultimo

 bedragen x € 1.000

2018

2019

2020

2021

2022

Eigen vermogen

49.126

48.633

49.259

51.405

51.383

Voorzieningen

7.137

6.801

6.619

6.636

6.553

Vaste schulden

68

-

2.003

2.003

-

 

Vlottende schulden

7.674

12.681

14.108

12.009

13.057

 

Overlopende passiva

3.823

3.823

3.823

3.823

3.823

 

Totaal passiva

67.828

71.938

75.812

75.877

74.816

 

 

EMU-saldo

Dit onderdeel bevat het verwachte EMU-saldo over het begrotingsjaar 2019 en de drie daaropvolgende jaren. Het EMU-saldo geeft de mutatie in het saldo van de financiële activa en passiva van de collectieve sector weer.

bedragen x € 1.000

 Begroting 2019

Volgens meerjarenraming in begroting 2019

2020

2021

2022

Berekend EMU saldo

-4.939

-3.430

2.098

955


Voor de detailberekening van het EMU-saldo wordt verwezen naar bijlagen.

 

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Dit onderdeel bevat de zogenoemde jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Daaronder worden verstaan de aanspraken op toekomstige uitkeringen door huidig dan wel voormalig personeel. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume via de exploitatie moeten lopen. Als de verplichtingen niet van een vergelijkbaar volume zijn, dan moet hiervoor een voorziening worden getroffen. Toepassing van deze voorschriften leidt tot de volgende situaties:

  1. Salariskosten.
    Voor het begroten van de salariskosten wordt uitgegaan van trede 10 van de functieschaal (organieke raming). De toelagen en vergoedingen worden individueel geraamd.

  2. WW-conforme uitkeringen en aanvullende WW-uitkeringen en na-wettelijke uitkeringen.
    Medewerkers die op grond van de artikelen 8:3 en 8:6 van de CAR-Uwo worden ontslagen hebben recht op een aanvullende WW-uitkering en een na-wettelijke uitkering na afloop van de WW-periode. Het recht op de aanvullende uitkering is gekoppeld aan het recht op WW.

  3. Wachtgelden en pensioenen wethouders, voorziening vanaf 2001.
    Ten behoeve van de wachtgelden en pensioenen van wethouders is een voorziening getroffen. Op basis van de opbouw van de pensioenrechten, waarvoor jaarlijks door een extern bureau een berekening gemaakt, wordt berekend in hoeverre de voorziening moet worden aangevuld.

  4. Wachtgelden en pensioenen wethouders voor 2001.
    De wachtgelden en pensioen van wethouders voor 2001 worden bekostigd uit de algemene middelen, hiervoor is geen voorziening getroffen. De berekening van deze pensioenen en wachtgelden, evenals de uitbetaling daarvan, is uitbesteed.

  5. Levensloopregeling.
    De levensloopregeling is een aflopende regeling die in 2021 volledig vervalt. Er zijn vier medewerkers die nog sparen voor de levensloop en dus voor 2021 daarvan nog gebruik kunnen maken.

  6. Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en (ZW).
    De gemeente Epe is vanaf 1 januari 2008 eigenrisicodrager in het kader van de Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Vanaf 1 januari 2017 is de gemeente ook eigen risicodrager voor de Ziektewet en WGA-flex. Daarmee stapt de gemeente in het kader van ziekte en arbeidsongeschiktheid volledig uit het publieke stelsel. Voor het beperken van de schadelast is een verzekering met een particuliere verzekeraar afgesloten.

  7. Individueel Keuze Budget (IKB).
    Dit is een budget dat per maand wordt opgebouwd en waarvoor de volgende bronnen zijn gebruikt: de eindejaarsuitkering, de vakantie-uitkering, de levensloopbijdrage en 2 bovenwettelijke vakantiedagen. De medewerker bepaalt gedurende het jaar zelf waar hij het budget voor in wil zetten. In de maand december wordt uitbetaald wat nog resteert in het budget en vervolgens begint met ingang van het nieuwe jaar de opbouw weer opnieuw. Het IKB geeft de mogelijkheid voor een full-timer medewerker om maximaal 144 uur aan verlof te kopen.

  8. Verkoop verlofuren.
    Naast de koop van verlof-uren biedt het IKB ook de mogelijkheid tot verkoop van verlofuren. Dit kan tot maximaal 72 uren voor een voltijds medewerker. Hiervan wordt jaarlijks wel gebruik gemaakt om een surplus van uren weg te werken, de kosten worden binnen het personeelsbudget opgevangen.

 

Toelichting mutaties programma 1 | Opgroeien in Epe

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

10.994

11.474

11.586

11.901

12.120

12.357

Lasten nieuw beleid

-

-

478

706

429

429

Lasten totaal

10.994

11.474

12.064

12.607

12.549

12.786

Baten bestaand beleid

276

365

314

314

314

314

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

276

365

314

314

314

314

Saldo

-10.718

-11.109

-11.750

-12.293

-12.235

-12.472

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 1.

-478

De lasten van de jeugdzorg (o.a. jeugdzorg, jeugdbescherming en ggz) zijn in lijn gebracht met de werkelijke uitgaven 2017 rekening houdend met de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg. De grootste mutaties betreffen bovenregionale zorg (+ € 85.000), jeugdzorg care (- € 96.000), jeugdzorg cure (- € 446.000), jeugdbescherming (- € 108.000), de landelijke afgerekende zorg en zorgcontinuïteit (+ € 101.000). Tegenover de hogere lasten voor jeugdzorg staan lagere lasten voor de Wmo (programma 3), en is er een onttrekking geraamd aan de reserve risico's sociaal domein.

-307

De definitieve bedragen aan te ontvangen rijksmiddelen voor onderwijs achterstandsbeleid zijn nog niet bekend voor het jaar 2019. Op basis van een inschatting is voor Epe voor 2019 een bedrag van € 264.500 geraamd. De uitgaven zijn hierbij aangesloten, wat een verlaging van het budget betekend van € 60.000. Zie ook de inkomsten.

60

Bij het opstellen van de begroting is voor het leerlingenvervoer aansluiting gezocht bij de begroting 2019-2022 van PlusOV. Na afloop van het jaar 2019 zal de definitieve afrekening plaatsvinden op basis van de dan vastgestelde vereveningssystematiek.

-89

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

189

 

Baten:

De definitieve bedragen aan te ontvangen rijksmiddelen voor onderwijs achterstandsbeleid zijn nog niet bekend voor het jaar 2019. Op basis van een inschatting is voor Epe voor 2019 een bedrag van € 264.500 geraamd. Dit betekent een verlaging van het budget met € 60.000. Zie ook de uitgaven.

-60

 

Toelichting mutaties programma 2 | Actief in Epe

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

4.964

3.948

3.803

3.794

3.794

3.794

Lasten nieuw beleid

-

-

635

547

127

118

Lasten totaal

4.964

3.948

4.438

4.341

3.921

3.912

Baten bestaand beleid

519

516

503

503

503

503

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

519

516

503

503

503

503

Saldo

 -4.445

 -3.432

-3.935

-3.838

-3.418

-3.409

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 2.

-635

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

216

 

Toelichting mutaties programma 3 | Zorg en opvang

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

9.187

10.055

9.749

10.192

10.688

11.106

Lasten nieuw beleid

-

-

409

344

63

58

Lasten totaal

9.187

10.055

10.158

10.536

10.751

11.164

Baten bestaand beleid

692

821

264

264

264

264

Baten nieuw beleid

-

-

15

-

-

-

Baten totaal

692

821

279

264

264

264

Saldo

 -8.495

 -9.234

-9.879

-10.272

-10.487

-10.900

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 3.

-409

Bij het collectief vraagafhankelijk vervoer en dagbestedingsvervoer is aangesloten bij de begroting van PlusOV. Bij de raming is een deel van de oorspronkelijke taakstelling (een structurele kostenbesparing van € 147.000) gerealiseerd. De resterende taakstelling wordt (gefaseerd) gehandhaafd. Het positieve resultaat op het dagbestedingsvervoer van € 155.000 wordt verrekend met de reserve risico's sociaal domein.

127

De begrote zorgkosten voor Wmo begeleiding zijn in lijn gebracht met de werkelijke uitgaven in 2017. Daarnaast is de verwachtte prijsstijging verwerkt als gevolg van de nieuwe aanbesteding voor 2019.

-206

Vanaf 2019 worden de abonnementsgelden voor o.a. de huishoudelijke hulp anders geregeld. In de meicirculaire is door het rijk een bijdrage geraamd voor de aanpassing (verlaging) van de abonnementsgelden. Door deze aanpassing zullen er minder eigen bijdragen ontvangen worden. Epe ontvangt ter compensatie een bijdrage van het rijk. De verwachtte groei in het gebruik die deze nieuwe regeling teweeg zal brengen, komt voor rekening van de gemeente. In de begroting is deze gelijk gesteld aan de bijdrage van het rijk. Daarnaast zijn de kosten in lijn gebracht met de werkelijke uitgaven in 2017.

-165

De uitgaven voor wooningaanpassingen zijn in lijn gebracht met de uitgaven in 2017. Deze uitgaven zijn verhoogd met de mogelijke kostenstijging vanuit de aanbesteding die is gedaan voor 2019.

108

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

407

 

Baten:

Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 3.

15

In de meicirculaire is door het rijk een bijdrage geraamd voor de aanpassing van de eigen bijdrage die door het CAK wordt geïnd. Door deze aanpassing zullen minder eigen bijdragen ontvangen worden. Voor Epe betekent dit een bijdrage van het rijk (in de algemene uitkering) van € 323.000 ter compensatie van de gederfde inkomsten voor eigen bijdrage die vanaf 2019 worden misgelopen. Daarnaast is in de begroting rekening gehouden met lagere opbrengsten.

-500

In 2019 is het uitgavenbudget huisvestingtaakstelling vluchtelingen verlaagd naar het oorspronkelijk bedrag. Dit verloopt budgettair neutraal.

-50

 

Toelichting mutaties programma 4 | Leefbaar en veilig

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

1.808

2.358

2.000

2.062

2.125

2.125

Lasten nieuw beleid

-

-

43

43

38

38

Lasten totaal

1.808

2.358

2.043

2.105

2.163

2.163

Baten bestaand beleid

3

4

4

4

4

4

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

3

4

4

4

4

4

Saldo

 -1.805

 -2.354

-2.039

-2.101

-2.159

-2.159

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 4.

-43

De nieuwe gemeenschappelijke regeling van de veiligheidsregio (VNOG), waarin opgenomen het nieuwe financiële verdeelmodel, betekent voor Epe ingaande 2017 een gefaseerde verhoging van de bijdrage. Dit leidt, inclusief de reguliere stijging (indexering), tot een hogere bijdrage in 2019.

-93

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 (met name voor 'gebiedsgericht werken') en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

461

 

Toelichting mutaties programma 5 | Ruimte en wonen

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

4.367

4.262

3.544

3.544

3.544

3.544

Lasten nieuw beleid

-

-

766

181

196

196

Lasten totaal

4.367

4.262

4.310

3.725

3.740

3.740

Baten bestaand beleid

5.310

2.964

3.236

3.148

2.918

2.918

Baten nieuw beleid

-

-

20

20

20

20

Baten totaal

5.310

2.964

3.256

3.168

2.938

2.938

Saldo

 943

 -1.298

-1.054

-557

-802

-802

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 5.

-766

In 2019 worden incidenteel hogere onderhoudslasten voor gemeentelijke gebouwen geraamd, die niet voorzien waren in een meerjarenonderhoudsplanning. Deze lasten worden gedekt uit de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen en hebben daardoor geen invloed op het saldo van de begroting.

-84

Er worden hogere exploitatielasten van gemeentelijke panden verwacht, onder andere ten behoeve van de huisvesting van statushouders. Daar staan ook hogere huurinkomsten tegenover (zie baten).

-53

De lasten op dit programma zijn lager voor vastgoedregistratie door een andere verdeling van kosten voor wettelijke GEO-taken.

40

De lasten voor bouwgrondexploitatie zijn lager als gevolg van onder meer het uitstellen van geplande verwervingen en het gedeeltelijk uitstellen en laten vervallen van de aanleg van openbare voorzieningen. Het saldo van de inkomsten en uitgaven van de bouwgrondexploitatie wordt overgeboekt naar de post 'onderhanden werk' waardoor dit geen effect heeft op het saldo van de begroting (zie baten).

205

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

628

 

Baten:

Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 5.

20

Bouwgrondexploitatie: doordat de lagere uitgaven worden overgeboekt naar de post 'onderhanden werk' (via de baten), ontstaat ook een nadeel op de baten; hierdoor heeft het saldo van de grondexploitatie geen effect op het saldo van de begroting (zie lasten).

-205

Er worden hogere huurinkomsten uit verhuur gemeentelijke panden en terreinen verwacht.

73

Er worden hogere inkomsten uit bouwleges verwacht. Door hoogconjunctuur wordt er meer gebouwd. Dit heeft nagenoeg geen invloed op het saldo van de begroting, omdat het beleid is dat de extra inkomsten boven de reguliere opbrengst aan de reserve egalisatie bouwleges wordt toegevoegd.

390

 

Toelichting mutaties programma 6 | Epe op orde

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

6.125

6.440

6.584

6.590

6.597

6.604

Lasten nieuw beleid

-

-

273

301

275

300

Lasten totaal

6.125

6.440

6.857

6.891

6.872

6.903

Baten bestaand beleid

1.317

1.189

1.117

1.117

1.117

1.117

Baten nieuw beleid

-

-

50

-

-

-

Baten totaal

1.317

1.189

1.167

1.117

1.117

1.117

Saldo

 -4.808

 -5.251

-5.690

-5.774

-5.755

-5.786

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 6.

-266

In de komende jaren wordt groot onderhoud uitgevoerd aan de wegen in de wijk Hoge Weerd. Dit leidt tot extra uitgaven. Deze uitgaven worden gedekt uit de reserve onderhoud wegen waarmee dit geen invloed heeft op het saldo van de begroting.

-255

Door een gewijzigde toepassing van de toerekening van kosten van straatreiniging stijgen de kosten hiervoor op dit programma. Op het totaal van de dienstverleningsovereenkomst met Circulus-Berkel heeft dit geen effect.

-57

Op basis van het begin 2018 door de raad vastgestelde beleidsplan openbare verlichting dalen de kosten voor energie en onderhoud.

57

De aandacht voor kapvergunningen is enorm gegroeid de afgelopen jaren, waardoor er veel meer inzet van adviseurs wordt gevraagd.

-31

Ingaande 2019 vervalt het budget voor de kosten van het contractmanagement uitbesteding taken openbare ruimte. Ingaande 2019 wordt het contractmanagement uitgevoerd binnen de bestaande/reguliere formatie.

60

In de voortgangsrapportage 2017 is melding gemaakt van incidentele kosten van kap en herplant van 125 bomen door de essentakstrefte. In de komende jaren is het noodzakelijk structureel essen te kappen en bomen te herplanten (totaal 1.300 essen in de gemeente) ter bestrijding van deze ziekte. Hiervoor is een structureel budget opgenomen in de begroting.

-53

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

141

 

Baten:

Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 6 van deel 1.

50

De opbrengst uit begraafrechten is lager doordat er minder langdurige afkoop en minder verlengingen van grafrechten worden verwacht.

-59

 

Toelichting mutaties programma 7 | Duurzaamheid

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

5.713

6.012

6.242

6.242

6.242

6.242

Lasten nieuw beleid

-

-

388

373

228

243

Lasten totaal

5.713

6.012

6.630

6.615

6.470

6.485

Baten bestaand beleid

6.089

6.130

6.481

6.481

6.481

6.481

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

6.089

6.130

6.481

6.481

6.481

6.481

Saldo

 376

 118

-149

-134

12

-4

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 7.

-388

Om de opbrengsten en kosten van het beheer en onderhoud van de riolering in evenwicht te houden kan volstaan worden met een lagere toevoeging aan de voorziening riolering. Dit heeft geen invloed op het saldo van de begroting.

45

Als gevolg van de verwachte contractuele indexatie van de kosten van inzameling van grondstoffen en hogere kosten voor de inzameling van PMD zullen de kosten in 2019 stijgen. Door de verrekening van deze kosten met de afvalstoffenheffing heeft dit per saldo geen invloed op het saldo van de begroting.

-94

De kosten van de dienstverlening door de omgevingsdienst (OVIJ) zullen in 2019 hoger zijn, op grond van de programmabegroting 2019-2022 van de OVIJ.

-36

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een nadeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

-127

 

Baten:

Omdat overeenkomstig de besluitvorming bij het gemeentelijk rioleringsplan de tarieven verhoogd zijn, stijgen de inkomsten uit de rioolheffing. Ook wordt een bedrag onttrokken aan de voorziening riolering om de lasten volledig te dekken. Dit heeft geen effect op het saldo van de begroting.

224

De opbrengst afvalstoffenheffing is hoger als gevolg van autonome ontwikkelingen in aantallen en indexatie van de tarieven. Verder stijgen de inkomsten vanuit de producentenverantwoordelijkheid voor de inzameling van PMD.

130

 

Toelichting mutaties programma 8 | Toezicht en handhaving

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

995

919

1.020

1.020

1.020

1.020

Lasten nieuw beleid

-

-

212

212

37

37

Lasten totaal

995

919

1.232

1.232

1.057

1.057

Baten bestaand beleid

206

106

106

106

106

106

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

206

106

106

106

106

106

Saldo

-789

 -813

-1.126

-1.126

-951

-951

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 8.

-212

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een nadeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

-99

 

Toelichting mutaties programma 9 | Bedrijvigheid

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

727

1.166

601

601

601

601

Lasten nieuw beleid

-

-

62

12

12

12

Lasten totaal

727

1.166

663

613

613

613

Baten bestaand beleid

90

8

8

8

8

8

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

90

8

8

8

8

8

Saldo

-637

 -1.158

-655

-605

-605

-605

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 9.

-62

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

571

 

Toelichting mutaties programma 10 | Weer aan het werk

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

14.366

14.838

15.533

15.236

15.103

14.984

Lasten nieuw beleid

-

-

300

300

-

-

Lasten totaal

14.366

14.838

15.833

15.536

15.103

14.984

Baten bestaand beleid

6.545

6.584

7.236

7.236

7.236

7.236

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

6.545

6.584

7.236

7.236

7.236

7.236

Saldo

 -7.821

 -8.254

-8.597

-8.300

-7.867

-7.748

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 10.

-300

Omdat de rijksbijdrage voor participatie, (algemene uitkering, niet zijnde de Wsw, zie overzicht algemene dekkingsmiddelen) naar boven is bijgesteld wordt het budget voor participatie eveneens naar boven bijgesteld. Dit verloopt budgettair neutraal.

-70

Vanwege een lichte toename van het aantal uitkeringsgerechtigden en de individuele inkomens- en studietoeslag, zijn de uitgaven van de uitkeringen van inkomensvoorzieningen (WWB, IOAW, IOAZ, BBZ en BZ) naar boven bijgesteld. Dit nadeel wordt gecompenseerd door een hogere bijdrage (BUIG) van het rijk.

-321

In 2019 en 2020 zijn door het rijk in de meicirculaire extra middelen voor schulden en armoede bestrijding beschikbaar gesteld. Voor Epe gaat het om € 36.000. Hiermee zijn ook de uitgaven verhoogd.

-36

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een nadeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

-220

 

Baten:

De rijksbijdrage BUIG valt in 2019 hoger uit. Omdat de uitgaven naar verwachting minder zullen stijgen dan de inkomsten, wordt een deel conform het beleid toegevoegd aan de reserve BUIG (dit verloopt hiermee budgettair neutraal).

652

 

Toelichting mutaties programma 11 | Bestuur en organisatie

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

3.782

3.170

2.980

3.428

3.840

4.353

Lasten nieuw beleid

-

-

30

102

-

-

Lasten totaal

3.782

3.170

3.010

3.530

3.840

4.353

Baten bestaand beleid

815

652

404

409

408

389

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

815

652

404

409

408

389

Saldo

 -2.967

 -2.518

-2.606

-3.121

-3.432

-3.964

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 11.

-30

De kosten van de accountantscontrole zullen hoger zijn als gevolg van een nieuw contract en extra controlewerkzaamheden door de decentralisaties in het sociaal domein.

-28

Als gevolg van de verlenging van de geldigheidsduur van reisdocumenten worden naar verwachting in 2019 minder reisdocumenten afgegeven dan in 2018. Dit leidt tot lagere lasten voor de aanschaf van deze documenten. Onder de baten is de verwachte daling van de inkomsten opgenomen.

144

De algemene stelpost voor 'onvoorziene uitgaven' is nu geraamd op dit programma (was eerder programma 12). Dit leidt tot hogere lasten op dit programma. De stelpost is verhoogd naar 0,1% van het totaal van de lasten (zie financiële verordening).

-88

Ingaande 2019 wordt voor de indexering van de uitgaven in de begroting uitgegaan van het percentage voor 'inflatie materiële overheidsconsumptie' (imoc). Dit is een percentage dat beter aansluit bij de uitgavenontwikkeling van de overheid. Ook de rijksbegroting en de algemene uitkering uit het gemeentefonds gaan hiervan uit. Omdat dit stijgingspercentage één procent lager is ten opzichte van het percentage BBP (dat over alle begrotingsposten is verwerkt), is hiervoor een (taakstellende) stelpost opgenomen van € 137.000.

137

In 2019 zijn er verkiezingen voor Provinciale Staten, voor het Waterschap en voor het Europees Parlement. Omdat structureel een bedrag voor 1 verkiezing is opgenomen in de begroting, zullen in 2019 extra kosten moeten worden gemaakt (€ 55.000).

-55

In het kader van het financieel toezicht is door de provincie geadviseerd de toerekening van apparaatskosten aan investeringswerken en het grondbedrijf te beperken. Gelet op de aanwijzing van de provincie wordt deze toerekening al een aantal jaren gefaseerd afgebouwd. Gelet op de realisatie bij de jaarrekening 2017 en de ingeschatte toerekening van apparaatskosten in de begroting 2019 is een versnelde afbouw opgenomen vanaf 2019.

-130

In de begroting was tot nu toe een structurele stelpost (uitgaven verlagend) opgenomen voor onderuitputting (voor met name de geplande kapitaallasten). In het kader van vereenvoudiging vervalt deze stelpost (€ 244.000) ingaande 2019. Hier staat tegenover dat ook de stelpost voor de verwachte afrekening/teruggave van de behoedzaamheidsreserve (algemene uitkering gemeentefonds) aan het rijk vervalt (zie programma 12). Per saldo ontstaat een structureel nadeel van € 66.000.

-244

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

452

 

Baten:

Als gevolg van de verlenging van de geldigheidsduur van reisdocumenten worden naar verwachting in 2019 minder reisdocumenten afgegeven dan in 2018. Dit leidt tot een lagere opbrengst. Onder de lasten is de verwachte daling van de uitgaven opgenomen.

-258

 

Toelichting mutaties Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

2.205

2.232

368

384

411

411

Lasten nieuw beleid

-

-

10

-

-

-26

Lasten totaal

2.205

2.232

378

384

411

385

Baten bestaand beleid

55.039

54.929

57.049

58.315

59.047

57.959

Baten nieuw beleid

-

-

2

2

2

-71

Baten totaal

55.039

54.929

57.051

58.317

59.049

57.888

Saldo

 52.834

 52.697

56.673

57.933

58.638

57.503

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.

-10

De doorberekening van de rentelasten wordt ingaande 2019 aan de lastenkant verantwoord (wijziging technische boekingsgang als gevolg van wijziging BBV, zonder budgettair effect). Verder zijn rentelasten over de eigen financiering (reserves en voorzieningen) hoger, doordat er meer eigen middelen gebruikt kunnen worden voor financiering van de uitgaven. De bespaarde rente (baten) is ook hoger. Dit verloopt budgettair neutraal. Zie ook onder de baten.

1.770

In de begroting is voor de rente voor de korte (externe) financiering uitgegaan van 1,0%. Voor de externe financiering voor de lange termijn is gerekend met 3,0%. Gelet op de prognose van De Nederlandsche Bank (juni 2018) en de huidige rentestand is het verantwoord de rentepercentages tijdelijk (2 jaar) te verlagen, waardoor een voordeel ontstaat.

43

De algemene stelpost voor 'onvoorziene uitgaven' is nu geraamd op programma 11. Dit leidt tot lagere lasten op dit programma.

59

 

Baten:

Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.

2

In de begroting was tot nu toe een structurele stelpost (inkomsten verlagend) opgenomen voor de verwachte afrekening/teruggave van de behoedzaamheidsreserve (algemene uitkering gemeentefonds) aan het rijk. In het kader van vereenvoudiging vervalt deze stelpost (€ 178.000) ingaande 2019. Hier staat tegenover dat ook de stelpost voor onderuitputting (voor met name de geplande kapitaallasten) vervalt (zie programma 11). Per saldo ontstaat een structureel nadeel van € 66.000.

178

De doorberekening van de rentelasten wordt ingaande 2019 aan de lastenkant verantwoord (wijziging technische boekingsgang als gevolg van wijziging BBV). Dit heeft geen budgettair effect.

-1.843

De woonlastenverlichting was in 2018 incidenteel en vervalt in 2019.

750

Door tariefstijging en areaaluitbreiding stijgen de OZB-inkomsten.

135

Een hoger verwacht aantal toeristische overnachtingen en een hoger tarief zorgen voor een hogere opbrengst toeristenbelasting.

56

Door tariefstijging en autonome ontwikkeling stijgt de opbrengst forensenbelasting.

25

Tariefstijging en autonome toename van het aantal voorwerpen bij de precariobelasting leiden tot een hogere opbrengst.

35

De raming van de algemene uitkering 2019 is gebaseerd op de meicirculaire 2018. De raming laat een stijging zien ten opzichte van de raming van 2018. De stijging wordt met name veroorzaakt door een positieve bijstelling van het accres en de aframing van het voorschot in het kader van het btw-compensatiefonds. Daarnaast heeft het rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor armoedebestrijding € 36.000 (zie ook de lasten op programma 10).

2.645

Het geraamde voordeel in verband met de bespaarde rente is in 2018 hoger doordat een hoger bedrag aan financiering met eigen middelen wordt gerealiseerd. Hierdoor zal ook een hogere rentetoevoeging aan de reserves plaatsvinden. Dit verloopt budgettair neutraal.

159

 

Toelichting mutaties programma Overhead

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

6.782

8.743

8.554

8.466

8.362

8.362

Lasten nieuw beleid

-

-

1.292

879

588

521

Lasten totaal

6.782

8.743

9.846

9.345

8.950

8.883

Baten bestaand beleid

-

152

157

157

157

157

Baten nieuw beleid

-

-

-

-

-

-

Baten totaal

-

152

157

157

157

157

Saldo

 -6.782

 -8.591

-9.689

-9.188

-8.793

-8.726

 

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in het programma overhead.

-1.292

Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2019 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2018 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de loonkosten en prijsstijging wordt verwezen naar bijlage 7.

131

 

Toelichting mutaties in de Reserves

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000     

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenraming

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Lasten bestaand beleid

14.914

16.389

6.828

6.355

6.125

3.873

Lasten nieuw beleid

-

-

5.806

824

369

364

Lasten totaal

14.914

16.389

12.634

7.179

6.494

4.237

Baten bestaand beleid

10.948

17.586

3.747

3.379

3.291

3.271

Baten nieuw beleid

-

-

9.389

3.183

1.063

997

Baten totaal

10.948

17.586

13.136

6.562

4.354

4.268

Saldo

 -3.966

 1.197

502

-617

-2.140

31

 

Specificatie nieuw beleid

Bedragen * € 1.000

Begrotingsjaar

Lasten

2019

2020

2021

2022

Meerjarenramingen:

1. Actiekader Onderwijs (nieuwe reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen, programma 1)

450

500

500

500

2. Renovatie kunst- en natuurgrasvelden (nieuwe reserve, programma 2)

300

-

-

-

3. Reserve bouwleges - lagere storting t.b.v. Invoering "groene leges" (programma 7)

-50

-50

-50

-50

4. Reserve ict - lagere storting t.b.v. kosten GGI veilig en externe hosting ict-infrastructuur (programma Overhead)

-

-76

-81

-86

5. Toevoeging aan de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (beschikbare eenmalige middelen uit diverse reserves)

5.106

450

-

-

 Totale lasten

5.806

824

369

364

 

 

Baten   

 

1. Onttrekking aan reserve eenmalige middelen t.b.v.:

a. Sport- en dorpscentrum Vaassen: subsidie groot onderhoud (pr. 2)
b. Implementatie Digitaal Stelsel Omgevingswet (pr. 5)
c. Bomenbeleidsplan (pr. 6)
d. Overdracht naar archiefbewaarplaats (pr. Overhead)
e. Wet Generieke Digitale Infrastructuur (pr. Overhead)
f. Actiekader Onderwijs (reserve huisvesting, pr. 1)
g. Onderwijs aan nieuwkomerskinderen NT2 klas (pr. 1)
h. Renovatie kunst- en natuurgrasvelden (reserve, pr. 2)
i. Stimuleringsregeling jeugd (pr. 2)
j. Evaluatie, aanpassen en uitvoeren subsidiebeleid (pr. 2)
k. Implementatie Omgevingswet (pr. 5)
l. Uitbreiding bedrijventerrein Eekterveld IV (pr. 5)
m. Visie Energietransitie (pr. 7)
n. Toezicht en handhaving vitale vakantieparken (pr. 8)
o. Ondersteuningsaanbod evenementen (onderzoek, pr. 9)
p. Uitvoering raadsagenda (pr. 11)
q. Asbestsanering oude deel gemeentehuis (pr. Overhead)
r. HRM instrumentarium (pr. Overhead)
s. Regeling Generatiepact (pr. Overhead)
t. Implementatie processturing (pr. Overhead)
u. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA)

3.039

1.928

578

500

2.  Onttrekking aan de reserve sociaal domein t.b.v. :

a. Jongeren op gezond gewicht (pr. 1)
b. Aanvulling project 'Steunouder' (pr. 1)
c. Regionaal toezichthouder kwaliteit en rechtmatigheid Wmo en Jeugdzorg (pr. 1)
d. Inzet Team Ervaringsdeskundigen Jeugdzorg (pr. 1)
e. Verbinding samenwerking huisartsen-CJG (pr. 1)
f. Voortzetting uitbreiding schoolmaatschappelijk werk (pr. 1)
g. Het Geheugensteunpunt (pr. 3)
h. Pilot 'datagestuurd werken in het sociaal domein' (pr. 3)
i. Jonge mantelzorgers (pr. 3)
j. Projecten transformatie sociaal domein (pr. 3)

420

390

-

-

3.  Onttrekking aan reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen t.b.v. opstellen integraal plan voor accommodaties (programma 2)

30

-

-

-

4. Onttrekking aan reserve toekomstbestendige organisatie/huisvesting t.b.v. procesverantwoordelijke afdeling Samenleving (programma 3)

28

28

-

-

5. Onttrekking aan reserve bosbedrijf t.b.v. opstellen beheersplan bosbedrijf (programma 6)

31

-

-

-

6. Onttrekking aan reserve duuzaamheidsinitiatieven t.b.v. werkbudget voor facilitering initiatieven (programma 7)

34

34

-

-

7. Onttrekking aan reserve participatie t.b.v. was- en strijkservice (programma 3) en uitvoering pilots binnen domein participatie (programma 10)

360

340

-

-

8. Onttrekking aan reserve ict t.b.v. vervanging digitale systeem financiële administratie en GGI veilig (programma Overhead).

103

13

13

-

9. Onttrekking aan reserve kapitaallasten t.b.v. dekking kapitaallasten diverse investeringen:

- renovatie RSG (toekomstbest. huisvesting, progr. 1)
- herinrichting centrum Vaassen (progr. 5)
- vervanging bruggen (progr. 6)
- vervanging openbare verlichting (progr. 6)
- fietspad Woesterbergweg (progr. 6)

239

450

472

497

10. Onttrekkingen aan diverse reserves, betreft vrijval van beschikbare middelen, toegevoegd aan de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (inzet voor eenmalige uitgaven).

5.106

-

-

-

 

 Totale baten

9.389

3.183

1.063

997

Toelichting op de mutaties

   - = nadeel / + = voordeel
Bedragen * € 1.000

Lasten:

Toevoegingen 'nieuw beleid': zie voor een specificatie het voorgaande overzicht

-5.806

In de begroting 2018 werd aan diverse reserves een toevoeging gedaan. Door het incidentele karakter van deze toevoegingen maken deze geen onderdeel meer uit van het bestaande beleid in de begroting 2019 en vormen daardoor een 'voordeel' ten opzichte van de vorige begroting.
Grotere incidentele toevoegingen in de begroting 2018 zijn:
- reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 7.500.000)
- reserve onderhoud wegen (€ 1.372.000)

9.675

Gelet op de ontwikkeling van de rijksbijdrage en de uitgaven op het gebied van de BUIG (uitkeringen inkomensvoorzieningen), is het niet meer nodig om een deel van de uitgaven op te vangen binnen de algemene middelen. De structurele in de begroting opgenomen toevoeging aan de reserve BUIG (als gevolg van het voordelige saldo van de uitgaven en inkomsten) kan daarom worden verlaagd.

141

Op grond van de geactualiseerde berekening m.b.t. de ontwikkelingen en risico's moet de reserve organisatieontwikkeling en langdurige ziekte worden aangevuld. In aanvulling op het eerder geraamde bedrag (meerjarenbegroting 2018-2021) is een extra toevoeging nodig van (eenmalig) € 255.000. Jaarlijks wordt de noodzakelijke hoogte van de reserve beoordeeld.

-255

 

Baten:

Onttrekkingen 'nieuw beleid': zie voor een specificatie het overzicht voorgaande overzicht.

9.389

In de begroting 2018 werden aan diverse reserves bedragen onttrokken. Door het incidentele karakter van deze onttrekkingen maken deze geen onderdeel meer uit van de begroting 2019 en vormen daardoor een 'nadeel' ten opzichte van de vorige begroting.
Grotere incidentele onttrekkingen in de begroting 2018 zijn:
- algemene reserve (€ 2.724.000)
- reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 2.371.000)
- reserve onderhoud wegen (€ 1.395.000)
- bespaarde rente (€ 508.000)
- reserve risico's sociaal domein (€ 1.698.000)
- reserve regionale woningbouwprogrammering (€ 1.520.000)
- reserve bouwgrondexploitatie (€ 1.261.000)
- reserve behoedzaamheidsreserve algemene uitkering (€ 250.000)
- reserve organisatieontwikkeling/langdurige zieken (€ 282.000)
- reserve restantbudgetten 2017 (€ 1.319.000).
Het betreffen over het algemeen onttrekkingen die een relatie hebben met de eraan gerelateerde uitgaven van het beleidsveld of die zijn ingezet als eenmalige middelen (ter dekking van eenmalige uitgaven).

-14.094

Op grond van de geactualiseerde berekening m.b.t. de ontwikkelingen en risico's wordt de reserve organisatieontwikkeling en langdurige ziekte aangevuld met € 255.000; dekking vindt plaats ten laste van de reserve eenmalige dekkingsmiddelen.

255