Meer
Publicatiedatum: 10-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Inleiding

Aanbieding aan de gemeenteraad

Onderwerp: Programmabegroting 2020-2023                                        Epe, 7 oktober 2019

 

Geachte leden van de raad,

Voor u ligt een sluitende begroting. Een flinke uitdaging dit jaar om dat te realiseren. Bij de Perspectiefnota in het voorjaar hebben wij u een beeld geschetst van een lagere uitkering uit het gemeentefonds, stijgende bijdragen aan drie gemeenschappelijke regelingen en mogelijke tekorten in het sociale domein. De VNG heeft aan de vooravond van Prinsjesdag aandacht gevraagd voor de onder druk staande gemeentelijke financiële middelen. Ook zijn daarbij voorbeelden geschetst van mogelijke keuzes waar gemeenten voor komen te staan.

De veranderende financiële situatie heeft ons dan ook uitgedaagd tot het maken van scherpe keuzes. Daarbij hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd: uitvoeren van de afspraken uit het collegeprogramma; het bestaande voorzieningenniveau op peil houden; mogelijkheden hebben om te werken aan (toekomstige) maatschappelijke opgaven; ingezet beleid vervolgen. Met een mix van beleidsmatige en financiële maatregelen kunnen we dit mogelijk maken, onder meer door de inzet van nog niet aangewende stelposten, beschikbare eenmalige middelen en een beperkte verhoging van de OZB voor de komende drie jaar. De financiële situatie rechtvaardigt voor ons de beperkte OZB-verhoging om de benodigde en gewenste investeringen in de samenleving te kunnen realiseren.

In de begroting hebben we een stelpost beleidsintensiveringen opgenomen voor het ondersteunen van onder meer een goede uitvoering van het collegeprogramma en het kunnen inspelen op maatschappelijke opgaven (o.a. duurzaamheid en gezondheid). Door (deels tijdelijke) hogere rijksuitkeringen wordt er tot en met 2022 geen tekort op de jeugdzorg en Wmo voorzien. Het inzetten op transformeren in zorg en ondersteuning door naar een meer preventieve aanpak te gaan biedt mogelijkheden om de benodigde vernieuwing uit die transformatie te financieren.
Conform de afspraak uit het coalitieakkoord en de eerder aangenomen motie daarover, is ervoor gekozen om met de precario-opbrengst 2018 de komende drie jaar elk huishouden een bedrag van € 50 terug te geven.
Verder zijn er beperkt financiële middelen beschikbaar voor de inzet van nieuw beleid.

In deze begroting ligt ook een belangrijk accent op planontwikkeling waarbij in het oog springen de Omgevingsvisie en de energietransitie. Onderwerpen waarbij inwonerparticipatie een belangrijk aspect is. In het verlengde daarvan zetten we diverse activiteiten in die gericht zijn op het toepassen van inwonerparticipatie. Komend jaar is ook van belang om, op basis van effecten, een vervolg te bepalen op een aantal terreinen die een beperkte periode van financiering hebben, zoals economie, toerisme, sport en de stimuleringsregeling jeugd.

Deze begroting biedt de mogelijkheden om de gewenste ontwikkelingen te kunnen ondersteunen. Wel is er sprake van een beperkte lastenstijging. De woonlasten blijven deze periode echter wel onder het landelijk gemiddelde.
Graag gaan we met de samenleving en uw raad de uitdaging aan om de ingezette koers verder uit te werken.

 

Burgemeester en wethouders van Epe,
de loco burgemeester,            de secretaris,

R.A.J. Scholten                             mw. C. Kats

Algemeen

Deze programmabegroting geeft een verdere uitwerking van het collegeprogramma en speelt in op een aantal belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals de transformatie van zorg en ondersteuning, de energietransitie en de gevolgen van klimaatverandering.
De basis voor deze begroting ligt in de uitgangspunten van het coalitieakkoord 2018-2022 “Sociaal, duurzaam en verbindend!”, de “Toekomstvisie Epe 2030” en de richtinggevende beleidskaders voor de domeinen sociaal, ruimte, economie en bestuur/organisatie zoals beschreven bij de pijlers in de programmabegroting.

Deze begroting biedt mogelijkheden om het reeds ingezette beleid verder uit te werken en in te zetten op nieuwe toekomstgerichte impulsen om daarmee in te kunnen spelen op de diverse maatschappelijke opgaven. Een groot aantal uitdagingen krijgt een vertaling in deze begroting die in alle vier de domeinen van de begroting plaatsvinden, zijnde: sociaal, ruimte, economie en bestuur en organisatie.

Naast de eerder benoemde maatschappelijke opgaven zijn ook belangrijke vernieuwings- en veranderingsaspecten te vinden in het opstellen van de Omgevingsvisie, het doorontwikkelen van inwonerparticipatie en actieve communicatie. Dit betekent ook vernieuwing en verandering in de gemeentelijke werkwijze van zowel bestuur als organisatie. Daarvoor vindt een verdere uitwerking plaats van het bestaande programma organisatieontwikkeling en van het gebiedsgericht werken.

In deze begroting komt het bij de Perspectiefnota 2020-2023 geschetste negatieve financiële beeld terug. Oorzaken zijn met name een daling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en een forse stijging van het Eper aandeel in enkele gemeenschappelijke regelingen. Door een mix van beleidsmatige en financiële maatregelen is het mogelijk om uitvoering te geven aan het college- programma, handhaving van het voorzieningenniveau en in te spelen op diverse maatschappelijke opgaven. De begroting is daarmee sluitend. Kanttekening daarbij is een toename van risico’s zoals de uitkomsten van de herverdeling van de algemene uitkering aan gemeenten en de herverdeling van financiële middelen in het sociale domein. Daarnaast of er in voldoende mate financiële middelen beschikbaar zijn om ingezet beleid te vervolgen en het tijdig beschikbaar hebben van voldoende middelen voor onderwijshuisvesting.

Beleidskeuzes 2020

Op basis van vorenstaande is de programmabegroting opgesteld en zijn er beleidskeuzes gemaakt voor 2020. Naast de hierboven reeds genoemde onderwerpen volgt een selectie daaruit.

Op de diverse beleidsterreinen vindt de uitwerking plaats van een groot aantal uitvoeringsprogram-ma’s. In het sociaal domein worden plannen ontwikkeld voor vernieuwing danwel renovatie van onderwijshuisvesting. Planontwikkeling is er voor accommodaties in de toekomst voor een actueel sport- en beweegplan. De actualisatie van het subsidiebeleid krijgt een afronding.

Binnen het ruimtelijk domein vindt besluitvorming plaats over onder meer de Omgevingsvisie, het cultuurhistorisch beleidskader, het bomenbeleidsplan, het bestemmingsplan Eekterveld IV, het mobiliteitsplan en het grondstoffenbeleidsplan. In de openbare ruimte wordt de herstructurering van het centrum van Vaassen vervolgd en wordt er een bijdrage geleverd aan de realisatie van het knoop-puntensysteem voor wandelen en mountainbiken uit het Veluwe-op-1 programma. Tevens vinden diverse acties plaats aan wegen, bruggen en riolering en groot onderhoud aan de begraafplaatsen. Er komt een lokale visie op energietransitie en er wordt een start gemaakt om te komen tot warmteplannen. Op het terrein van economie worden acties ingezet rond het oprichten van besluiten over de bedrijfsinvesteringszones in Epe en Vaassen.

Bij het domein bestuur en organisatie gaan diverse activiteiten lopen gericht op het toepassen van inwonerparticipatie en actieve communicatie met de samenleving. De renovatie van het gemeentehuis gaat starten. Er wordt een geactualiseerde visie op dienstverlening opgesteld.

Een aantal organisaties krijgt een financiële ondersteuning voor activiteiten: viering 75 jaar vrijheid in Epe, politiehondenvereniging Roda, het hospice, stichting PWA-hal, cultuurhistorische musea.

Beleidskader

Kaderstelling

Het coalitieakkoord 2018-2022 vormt het richtinggevend kader voor deze bestuursperiode. Daarnaast hebben de hoofdkaders op de beleidsvelden sociaal, ruimte, economie en organisatieontwikkeling/ bedrijfsvoering en actuele beleidsnota’s voor specifieke beleidsterreinen een richtinggevend karakter. Dit geheel is bepalend voor zowel vorm en inhoud van de programmabegroting alsook voor de wijze waarop de programmabegroting wordt uitgevoerd. De volgende kaders vormen het vertrekpunt.

 

Toekomstvisie Epe 2030 (raadsbesluit 20 juni 2013, nr. 2013-16969).

Onder het motto “Duurzaam voortbouwen op kwaliteit” zijn op de drie pijlers van beleid (economie, sociaal en ruimte) de hoofdlijnen van de toekomstige gewenste ontwikkelingen vastgesteld. De hoofdkoers is te vatten in vier kernwaarden, te weten: onderscheidend (kiezen voor kwaliteit, authentiek, benutten van sterke kanten), duurzaam (samen ontwikkelen, zorgvuldig omgaan met de omgeving en middelen), verbindend (goede fysieke verbindingen, kansen voor alle culturen en generaties), verrassend (open staan voor initiatieven en andere oplossingen, ruimte voor ideeën). Bij economie is de inzet gericht op het versterken van de economische structuur door modernisering van de arbeidsmarkt en focus op groeisectoren (zorg en recreatie/toerisme). In het sociale domein is de lijn meer betrokkenheid van mensen bij hun woon- en leefomgeving met ondersteuning van een goed voorzieningenaanbod. Bij het beleidsdomein ruimte is de uitdaging om binnen de kaders van de unieke fysieke omgeving nieuwe mogelijkheden voor wonen en bedrijvigheid te creëren. Een belangrijke aspect hierin betreffen de effecten van de demografische ontwikkelingen. De realisatie van de ambities vindt in belangrijke mate plaats door samenwerking met diverse partijen (inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven, regio- en buurgemeenten).

 

Regisserende gemeente (raadsbesluit 22 januari 2015; nr. 2014-39269)

Aanpakken van maatschappelijke vraagstukken en het bereiken van maatschappelijke effecten vindt plaats in overleg en samenspel met inwoners, instellingen en bedrijven. De gemeente is één van de spelers in het maatschappelijke veld. In veel gevallen wordt de uitvoering overgelaten aan anderen.

De “regisserende gemeente” geeft aan wat ze wil bereiken en maakt hierover afspraken met derden. Zij geven invulling aan de uitvoering. Daarmee inspelend op kwaliteit, deskundigheid en kosten-effectiviteit bij derden; het benutten van eigen kracht, energie en creativiteit bij inwoners, instellingen en bedrijven.

De “regisserende gemeente” werkt samen met partijen die kunnen en willen bijdragen aan de realisatie van beoogde maatschappelijke effecten. Dat varieert van opdrachtgeverschap tot samenwerken op basis van afspraken. Kernpunten zijn verbinden en samenbrengen van partijen.

 

Coalitieakkoord “Sociaal, duurzaam en verbindend!!” (raadsbesluit 14 mei 2018, nr. 2018-04871).

In deze bestuursperiode zijn er een aantal uitdagingen waar de specifieke aandacht naar uit gaat.

  • Duurzame ontwikkeling. Met de samenleving inspelen op energietransitie en klimaatverandering.
  • Transformatie zorg en ondersteuning. Realiseren van vernieuwing in ontmoeting, ondersteuning en zorg.
  • Invoeren Omgevingswet. Implementeren wet met nieuwe werkwijzen en inwonerparticipatie.
  • Financieel solide. Vroegtijdig anticiperen op nieuwe ontwikkeling om financieel gezond te blijven.
  • Bestuur en samenleving. Vanuit het regiemodel een verdere doorontwikkeling van inwoner-participatie, dienstverlening (digitaal) en van de rolinvulling door bestuur en ambtelijke organisatie.

De inzet is het unieke van deze gemeente (natuur, landschap en cultuurhistorie) en vier dorpskernen met een eigen identiteit te behouden en daar waar mogelijk te versterken. Om een krachtige en vitale gemeente te blijven, vindt samenwerking plaats met buurgemeenten en de gemeenten in de Regio Stedendriehoek alsook met burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Vanuit de ambities en de geschetste uitdagingen is er specifieke aandacht voor vier thema’s, te weten: vitale dorpen en buurtschappen, duurzame leefomgeving, duurzame economie en verbindende overheid. Voor het financiële - en belastingbeleid zijn er principes en uitgangspunten vastgelegd.

Kaderuitvoering

De taak van ons college is de voorbereiding en uitvoering van de programmabegroting binnen de kaders en de prioritaire aandachtspunten van de raad. Ons collegeprogramma vormt hierbij de basis.

Bestuurlijke en Financiële overwegingen

Effectieve uitvoering coalitieakkoord 2018-2022

Het coalitieakkoord “Sociaal, duurzaam en verbindend!” bevat de ambities, de speerpunten van beleid en de prestatieafspraken voor de bestuursperiode 2018-2022.

Bij de uitwerking van het coalitieakkoord zijn een aantal leidende hoofdprocessen te onderscheiden, te weten: het realiseren van het collegeprogramma, de transformatie in het sociale domein en het ruimtelijk domein via de omgevingswet en het programma voor organisatieontwikkeling dat de twee voorgaande processen mede ondersteunt.

In de uitwerking van deze hoofdprocessen raken diverse activiteiten elkaar, is er overlap, beïnvloeding of afhankelijkheid. Voor een effectieve uitwerking van het coalitieakkoord wordt samenhang en afstemming aangebracht in de uitvoering van al de activiteiten uit de hoofdprocessen.

De inzet is om vanuit een toekomstgerichte blik oplossingen te zoeken en kansen te benutten. Aandacht ook voor aspecten als duurzaamheid, efficiency en effectiviteit op een sobere doch kwalitatief verantwoorde wijze.

Financiële hoofdlijnen meerjarenperspectief

Het negatieve financiële beeld dat in het voorjaar geschetst is in de financiële verkenningen bij de Perspectiefnota 2020-2023, wordt bevestigd in voorliggende begroting.
Als gevolg van een dalende groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en een forse autonome stijging van het Eper aandeel in enkele gemeenschappelijke regelingen (Lucrato, VNOG en Basismobiliteit) ontstaat een tekort in de begroting 2020 van € 846.000 oplopend naar € 1.341.000 in 2022.

De bij de Perspectiefnota veronderstelde forse tekorten in het sociaal domein daarentegen, vallen mee. Als gevolg van (deels tijdelijke) hogere rijksuitkeringen zijn in de begroting 2020 de onderdelen jeugdzorg en Wmo weer sluitend.

Het tekort in de meerjarenbegroting, het willen handhaven van het huidige voorzieningen niveau en de uitvoering van diverse maatschappelijke opgaven zoals aangegeven in het collegeprogramma, maken het noodzakelijk dat een mix van maatregelen gehanteerd wordt om weer tot een financieel en beleidsmatig sluitend geheel te komen. De hoofdlijnen van de financiële maatregelen zijn:

  • Een structurele kostenverlaging door verlaging van het  renteniveau in de gemeentebegroting.
  • De raming van een taakstellende verlaging van de gemeentelijke bijdrage aan de VNOG, Lucrato en Basismobiliteit.
  • Inzet van openstaande, nog niet aangewende stelposten in de gemeentebegroting (o.a. minimabeleid) en fasering in de uitvoering van (nieuw) beleid (o.a. wegen buitengebied).
  • Inzet van eenmalige dekkingsmiddelen voor dekking van bestaand beleid, nieuw beleid en overbrugging van de tekorten in de jaren 2021 en 2022.
  • Een jaarlijkse verhoging van de onroerende zaak belasting (OZB) met 1,5% (boven het inflatiepercentage) voor de periode 2020 tot en met 2022.
  • Een beperkt budget voor uitvoering van nieuw beleid.
  • Nieuw beleid binnen het sociaal domein zal bekostigd moeten  worden uit de opbrengst van de transformatie.

Bij de oplossing van de financiële problematiek is evenals in voorgaande jaren weer gebruik gemaakt van beschikbare eenmalige middelen/reserves. De jaarlijkse actualisatie van de reserves en voorzieningen levert een bedrag op van afgerond € 3,9 miljoen. In dit bedrag is opgenomen de opbrengst precarioheffing 2018 tot een bedrag van € 2,2 miljoen. Dit bedrag is volledig, conform de door de raad aangenomen motie bij de perspectiefnota, aangewend voor een eenmalige woonlastenverlichting in de jaren 2020, 2021 en 2022. De eenmalige financiële ruimte is vergroot met een bedrag van € 1,3 miljoen door een reeds geplande investering alsnog te activeren. Een gedetailleerde (financiële) uitwerking is opgenomen in het financiële deel en in de bijlagen 1 tot en met 5 van de programmabegroting.

Met de hierboven voorgestelde maatregelen is weer sprake van een structureel sluitende meerjarenbegroting. Daarbij moet worden  aangetekend dat de omvang en stapeling van risico’s is toegenomen. De belangrijkste risico’s zijn:

  • Het sociaal domein (herverdelingen, tijdelijke uitkeringen en openeinderegelingen);
  • De algemene uitkering (herverdeling);
  • Ingeboekte taakstellingen bij gemeenschappelijke regelingen (VNOG, Lucrato en Basismobiliteit).

Een beschrijving van de risico’s is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting. Naast de reeds in de vorige begroting opgenomen buffers en reserves voor (gedeeltelijke) opvang van de risico’s wordt in deze begroting voorgesteld de algemene reserve met € 510.000 te versterken.

Voorliggende begroting laat zien dat ondanks de gewijzigde, verslechterde financiële positie, door een mix van financiële maatregelen weer sprake is van een sluitende meerjarenbegroting, waarbinnen ook middelen zijn vrijgemaakt om een impuls te geven aan diverse grote, belangrijke maatschappelijke opgaven.

Toelichting en leeswijzer programmabegroting

Inrichting deel 1: programmaplan

De inrichting van het programmaplan is als volgt.

  • De hoofdindeling bestaat uit vier pijlers: sociaal, ruimte, economie en bestuur. Per pijler zijn de kenmerken van het beleid opgenomen en de speerpunten en prestatieafspraken uit het collegeakkoord voor die pijler. Dit geheel vormt de kern van het kader voor de betreffende beleidsvelden in de bij de pijler behorende programma’s.
  • Het programmaplan bestaat uit elf programma’s verdeeld over vier pijlers.
  • Per programma zijn de beleidsnota’s vermeld die de kerndocumenten vormen voor het programma. Er zijn per programma beleidsonderwerpen aangegeven met daarbij aangegeven de activiteiten en wat daarvan te realiseren of concreet uit te voeren in het begrotingsjaar.

 

In het schema is de hoofdindeling van het programmaplan weergegeven met de daarbij behorende programma’s en de hoofdonderwerpen daarin.

Pijler

Programma

Hoofdonderwerpen

Sociaal

1. Opgroeien in Epe

Onderwijs en jeugd.

2. Actief in Epe

Welzijn, sport, cultuur en accommodaties.

3. Zorg en Opvang

WMO, gezondheid, ouderenzorg, algemeen maatschappelijk werk en integratie/inburgering.

4. Leefbaar en veilig

Openbare orde en veiligheid, leefbare en veilige leefomgeving.

Ruimte

5. Ruimte en Wonen

Ruimtelijke ordening, grond- en woningexploitatie, bouw- en woningtoezicht en volkshuisvesting.

6. Epe op orde

Beheer en onderhoud van de openbare ruimte

7. Duurzaamheid

Milieu, duurzaamheid, riolering en afvalverwijdering.

8. Toezicht en handhaving

Controle op uitvoering en de handhaving van wet- en regelgeving en de algemeen plaatselijke verordening

Economie

9. Bedrijvigheid

Lokale economie (waaronder werkgelegenheid en bedrijfsterreinen), agrarische aangelegenheden, recreatie en toerisme.

10. Weer aan het werk

Uitvoering van de Wet Werk en Bijstand en Wet Sociale Werkvoorziening.

Bestuur

11. Bestuur en organisatie

Bestuur, informatievoorziening, organisatie, bedrijfsvoering, financiën.

Opzet programmabegroting

De programmabegroting is een belangrijk sturingsinstrument voor de Raad en is het richtinggevend kader voor het College voor de ontwikkeling en uitvoering van beleid in het komende begrotingsjaar. De Raad stuurt en autoriseert het College op het niveau van de programma’s.

De keuze van het aantal programma’s en de verdeling van de beleidsterreinen over de programma’s is vrij. De informatie die per programma minimaal geleverd moet worden is echter wel nauwkeurig voorgeschreven, evenals informatie die in andere delen van de programmabegroting opgenomen moet worden.

De voorliggende programmabegroting kent een opbouw bestaande uit vier delen te weten:

  • Deel 1 met een beschrijving van de vier pijlers, de 11 onderscheiden programma’s, een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en de overhead. Centraal staan de onderdelen: wat wil de gemeente bereiken (strategische doelen), wat gaat de gemeente daarvoor doen (uit te voeren activiteiten) en wat dat mag kosten.
  • Deel 2 met een beschrijving van de paragrafen die als doel hebben om de Raad in de gelegenheid te stellen beleidslijnen en randvoorwaarden vast te stellen en te controleren op enkele onderwerpen die een dwarsdoorsnede zijn van de onderscheiden programma’s.
  • Deel 3 met een uiteenzetting van de financiële positie van de gemeente, een financiële specificatie van de kosten en baten per programma en enkele samenvattende financiële overzichten.
  • Deel 4 met een aantal bijlagen die dienen als toelichting op of uitwerking van diverse aspecten uit de eerste drie delen.