Meer
Publicatiedatum: 10-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële begroting

Financiële begroting

1. Overzicht baten en lasten in de begroting en de toelichting

Het overzicht van baten en lasten in de begroting en de toelichting daarop bevat:

  • Het saldo per programma, het totaal van de algemene dekkingsmiddelen, het geraamde bedrag voor onvoorzien, het geraamde totaal saldo van baten en lasten, de mutaties in de reserves en  het geraamde resultaat.
  • Het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen en lokale heffingen.
  • Inzicht in de gehanteerde prijzen, lonen en rentepercentages.
  • Het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten met toelichting.
  • Overzicht geraamde structurele mutaties in de reserves met toelichting

 

Het saldo per programma, het geraamde totaal saldo van baten en lasten en het geraamde resultaat

bedragen x € 1.000  

Programma’s:  

2020

2021

2022

2023

1. Opgroeien in Epe

-13.301 -13.409 -13.023 -13.032

2. Actief in Epe

-3.956 -3.484 -3.484 -3.484

3. Zorg en opvang

-10.439 -10.555 -10.987 -10.996

4. Leefbaar en veilig

-2.287 -2.310 -2.310 -2.310

5. Ruimte en wonen

-513 -808 -808 -808

6. Epe op orde

-5.812 -5.972 -6.016 -6.086

7. Duurzaamheid

-186 -44 -59 -59

8. Toezicht en handhaving

-1.132 -957 -957 -957

9. Bedrijvigheid

-782 -625 -625 -625

10. Weer aan het werk

-8.548 -8.053 -7.799 -7.714

11. Bestuur en organisatie

-2.631 -3.141 -3.693 -4.483

Subtotaal saldo programma's

-49.607 -49.358 -49.761 -50.554
 

Algemene dekkingsmiddelen: 

- Lokale heffingen

8.137 8.382 6.342 7.241

- Algemene uitkering

48.751 49.102 49.365 50.530

- Dividend

166 166 166 166

- Saldo financieringsfunctie

1.745 1.744 1.709 1.709

- Overige algemene dekkingsmiddelen

-125 -128 -128 -128

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

58.674 59.267 57.454 59.518

Overheadkosten

-9.790 -9.035 -9.119 -9.237

Heffing Vennootschapsbelasting

-

-

-

-

Onvoorzien

-89

-89

-89

-89

Geraamde totaal saldo van baten en lasten

-813 785 -1.515 -362

 

bedragen x € 1.000  

Mutaties in reserves:               

2020

2021

2022

2023

1: Opgroeien in Epe

-440 -440 -440 -440

2: Actief in Epe

-1 -5 -5 -5

3: Zorg en opvang

317 -59 -59 -59

4: Leefbaar en veilig

- - - -

5: Ruimte en wonen

776 -133 -133 -133

6: Epe op orde

704 701 701 656

7: Duurzaamheid

306 265 265 265

8: Toezicht en handhaving

- - - -

9: Bedrijvigheid

- - - -

10: Weer aan het werk

1.207 -41 -41 -41

11: Bestuur en organisatie

-60 815 2.967 1.811

12: Algemene dekkingsmiddelen

-2.197 -2.217 -2.185 -2.257

Overhead

216 333 449 567

Totaal mutaties in reserves

829 -780 1.519 365
         

Geraamde resultaat

15 4 4 3

Het BBV schrijft voor dat mutaties in de reserves afzonderlijk worden opgenomen. Daarom wordt eerst het geraamde saldo van baten en lasten bepaald, vervolgens worden de mutaties in de reserves weergegeven. De uitkomst is het geraamde resultaat.


In de toelichting op de mutaties per programma wordt inzicht gegeven in de baten en lasten per afzonderlijk programma en wordt een analyse gegeven van de verschillen die zijn ontstaan tussen de begrote bedragen in 2018 en 2019. Dit betreft de bestaande baten en lasten, uitgaande van het bestaande beleid. De ‘budgetaanpassingen’ als gevolg van het nieuwe beleid zijn in de Beleidsbegroting (het programmaplan) toegelicht. In bijlage 9 wordt inzicht gegeven in de lasten en baten per taakveld.

 

Overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten en de structurele ruimte

Dit overzicht geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting op korte en langere termijn:

  1. Een structureel evenwicht houdt in dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten.
  2. Een reëel evenwicht houdt in dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn.

bedragen x € 1.000

Programma            

2020

2021

2022

2023

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

1.   Opgroeien in Epe

672

-

540

-

500

-

500

-

2.   Actief in Epe

472

-

-

-

-

-

-

-

3.   Zorg en Opvang

526

-

8

-

-

-

-

-

4.   Leefbaar en veilig

-

-

-

-

-

-

-

-

5.   Ruimte en wonen

25

-

70

-

-

-

-

-

6.   Epe op orde

157

-

-

-

-

-

-

-

7.   Duurzaamheid

-

-

-

-

-

-

-

-

8.   Toezicht en handhaving

-

-

-

-

-

-

-

-

9.   Bedrijvigheid

157

-

-

-

-

-

-

-

10. Weer aan het werk

300

-

-

-

-

-

-

-

11. Bestuur en Organisatie

52

-

-

-

-

-

-

-

Algemene dekkingsmiddelen

-

1.498

-

1.498

-

-754

-

-

Overhead

450

-

110

-

-

-

-

-

Resultaatbestemming

7.965

6.784

2.874

1.828

673

1.254

1.011

290

Totaal

 10.776

8.282

3.602

3.326

1.173

500

1.511

290

 

 bedragen x € 1.000;  +=structurele ruimte

Structurele ruimte                                    

2020

2021

2022

2023

Geraamde resultaat

15

4

4

3

Saldo eenmalige baten (+) / lasten (-)

2.494

276

673

1.221 

Gecorrigeerd saldo / structurele ruimte  

   2.509

280 

677 

1.224  

 

Uit het overzicht blijkt dat het begrotingsresultaat wordt beïnvloed door incidentele baten en lasten. De incidentele lasten zijn hoger dan de incidentele baten. Hieruit wordt geconcludeerd dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten en dat er daarmee sprake is van een structureel sluitende (meerjaren)begroting.  

 

Toelichting incidentele bedragen per programma ≥ € 50.000:

Programma 1:

  • Onderwijs aan nieuwkomerskinderen NT2 klas; € 55.000 voor 2020.
  • Actiekader onderwijs; € 500.000 voor de jaren 2020 tot en met 2023.

 

Programma 2:

  • Stimuleringsregeling jeugd; € 420.000 voor 2020.

 

Programma 3:

  • Voor Projecten transformatie sociaal domein; € 162.000 in 2020.
  • Backofficesysteem en regiesysteem sociaal domein; € 250.000 in 2020.

 

Programma 7:

  • Energietransitie; € 135.000 in 2020.
  • Vervanging leidingwerk en besturingssystemen drukrioleringsputten buitengebied; € 70.000 voor de jaren 2020 en 2021.

 

Programma 8:

  • Toezicht en Handhaving Vitale Vakantieparken; €175.000 in 2020.

 

 Programma 9:

  • Programma Veluwe-op-1: aanleg van routes en paden; € 147.000 in 2020.

 

Programma 10:

  • Uitvoering pilots binnen het domein participatie; € 300.000 in 2020.

 

Algemene dekkingsmiddelen:

  • Precariobelasting kabels en leidingen; baten van € 2.252.000 in de jaren 2020 en 2021. Hier staan stortingen in de reserve precariobelasting tegenover.
  • Teruggave precariobelasting; Voor de jaren 2020 tot en met 2022 € 754.000 per jaar.

 

Overhead:

  • Beleidsontwikkeling; € 82.000 in 2020.
  • Inwonerparticipatie en actieve communicatie samenleving; € 70.000 in 2020.
  • Raadsinformatiesysteem Notubiz; € 50.000 in 2020
  • Vervanging geautomatiseerd systeem financiële administratie; € 77.500 in 2020 en € 109.500 in 2021
  • Vernieuwing technisch apparatuur raadzaal; € 100.000 in 2020

 

 

Algemene Dekkingsmiddelen: Lokale heffingen


bedragen x € 1.000

Onderwerp

Realisatie
2018

Begroting
2019

Begroting
2020

Begroting
2021

Begroting
2022

Begroting
2023

Onroerendezaakbelasting

5.383

5.611

5.824

6.033

6.260

6.405

Hondenbelasting

71

71

77

77

-

-

Precariobelasting

2.350

2.381

2.347

2.347

95

95

Forensenbelasting

289

310

313

313

313

313

Toeristenbelasting

702

718

730

730

767

767

Opbrengst algemeen[1]

-677

55

-697

-697

-697

57

Totaal bruto opbrengst

8.119

9.146

8.594

8.802

6.738

7.636

Kosten

373

472

457

420

396

396

Totaal netto opbrengst

7.746

8.674

8.137

8.382

6.342

7.241

[1] In de opbrengst algemeen zijn opgenomen de terug te vorderen invorderingskosten en de woonlastenverlichting.

Voor een toelichting op de belastingopbrengsten wordt verwezen naar de Paragraaf Lokale Heffingen.

 

Prijzen, lonen en rente

Bij het opstellen van deze (meerjaren)begroting zijn de volgende percentages gehanteerd:

Component

2020

2021

2022

2023

Prijsstijging

1,5%

1,8%

1,7%

1,7%

Loonstijging

1,9%

2,6%

2,2%

2,0%

Rente kort geld

0,0%

0,1%

1,0%

1,0%

Rente lang geld

0,5%

0,7%

2,4%

2,4%

De percentages van de autonome loon- en prijsstijgingen zijn gebaseerd op de indicaties die hiervoor zijn gegeven in de meicirculaire 2019 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Ingaande 2019 wordt voor de prijsstijging het Imoc-percentage (inflatie materiële overheidsconsumptie) gehanteerd. Dit is het stijgingspercentage dat ook gehanteerd wordt bij de rijksbegroting c.q. de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Voor de bepaling van het te hanteren rentepercentage wordt de lange termijn visie van De Nederlandsche Bank gehanteerd. Gelet op de prognose van de Nederlandsche Bank zijn de rentepercentages tijdelijk verlaagd voor 2020 en 2021. Met ingang van 2022 zijn structureel de hierboven aangegeven percentages aangehouden.

 

Overzicht van structurele mutaties in reserves.

Dit overzicht ondersteunt bij de bepaling en de beoordeling van het structurele evenwicht in de begroting.


bedragen x € 1.000

Naam reserve

2020

2021

2022

2023

Toev.

Onttr.

Toev.

Onttr.

Toev.

Ontt.

Toev.

Onttr.

Eenmalige dekkingsmiddelen

-

500

-

500

-

500

-

500

ICT investeringen

437

647

437

660

437

700

437

758

Vervanging openbare verlichting

270

399

275

407

280

413

285

420

Overdracht fietspaden RGV

-

45

-

46

-

47

-

48

Vervanging bruggen

70

-

72

-

73

-

74

-

Egalisatie winstuitkering Nuon

14

54

13

54

12

54

11

54

Verkoop 14 aandelen VNB (6%)

29

118

24

98

20

78

16

58

Afl. achtergestelde lening Nuon

45

57

45

57

45

57

45

57

Verkoop aand. tbv lening Vitens

-

155

-

155

-

-

-

-

Afl. achtergestelde lening Vitens

204

61

207

65

55

70

55

70

Meubilair gymlokalen

22

20

22

20

22

20

23

20

Huisvesting onderwijsvoorzieningen

500

25

500

25

500

25

500

25

Participatie

-

26

-

26

-

26

-

26

Starterslening

59

11

60

12

61

14

62

15

Egalisatie opbrengst bouwleges

372

631

-

-

-

-

-

-

Dekking Kapitaallasten

-

654

-

671

-

688

-

721

Onderhoud abri's

8

-

8

-

8

-

8

-

Totaal structureel

2.029

3.403

1.662

2.796

1.512

2.691

1.514

2.771

 

2. Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting

In de uiteenzetting van de financiële positie worden de consequenties opgenomen van het beleid dat in de begroting is opgenomen.

De volgende onderwerpen komen aan de orde:

  • Financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen
  • Vrijkomende eenmalige middelen
  • Investeringen (economisch / maatschappelijk nut)
  • Investeringen (vervanging / uitbreiding)
  • Financiering
  • Stand en verloop reserves en voorzieningen

 

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen

De uitkomst van de jaarlijkse afweging in het kader van het begrotingsproces, is samengevat in het volgende overzicht van de cumulatieve ontwikkeling van lasten en baten. Voor een gedetailleerd overzicht wordt verwezen naar de bijlagen bij deze begroting.


bedragen x € 1.000

 

2020

2021

2022

2023

Bestaand beleid (budgetprognose)

-145

-594

-639

-103

Dekkingsmogelijkheden

634

1.179

1.244

734

Nieuw beleid vorige meerjarenbegroting

-15

-80

-95

-147

Investeringen vorige meerjarenbegroting

-242

-364

-366

-366

Nieuw beleid deze meerjarenbegroting

-217

-137

-140

-115

Nieuwe investeringen

-

-

-

-

Saldo meerjarenbegroting

15

4

4

3

 

Vrijkomende eenmalige middelen

De volgende reserves worden opgeheven of bevatten een surplus dat wordt ingezet voor incidentele uitgaven (nieuw beleid) in de (meerjaren)begroting 2020-2023:

Bedragen x € 1.000

Reserve

Vrijkomend bedrag

90000   Algemene reserve (surplus boven € 2 mln.)

1.380

90002   Reserve bespaarde rente (2020: € 106.000, 2021: € 200.000)

 306

90003   Reserve eenmalige dekkingsmiddelen (oab)

55

90022   Reserve mediation (reserve opheffen)

 6

90060   Reserve groot onderhoud gemeentelijke gebouwen

83

90085   Reserve duurzaamheid

7

95040   Reserve bijdrage investeringen sportvoorzieningen (reserve opheffen)

3

95035   Reserve accommodaties II (reserve opheffen)

4

96032   Reserve minimabeleid (surplus, maximaal 5%, 3 jaar)

201

96109   Reserve BUIG (surplus, risico maximaal 5%, 3 jaar)

707

98043   Reserve egalisatie opbrengst bouwleges (surplus, risico 3 jaar, 50%)

563

98051   Reserve LOG Beemte Vaassen (reserve opheffen)

141

99000   Reserve bouwgrondexploitatie (surplus, toevoegen aan alg. reserve)

510

Totaal

3.966

 

Investeringen

Dit onderdeel bevat een totaal overzicht van de investeringen die de gemeente gepland heeft in het meerjareninvesteringsplan 2020-2023. Voor een gedetailleerd overzicht wordt verwezen naar de bijlagen bij deze begroting. Het hier gegeven inzicht is een onderverdeling naar investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut en daarnaast naar vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen.

Alle investeringen moeten verplicht geactiveerd en afgeschreven worden over de verwachte levensduur. De kosten daarvan (de kapitaallasten) worden in de lasten opgenomen. Als er sprake is van financiering vanuit eenmalig beschikbare middelen of reserves, dan vindt jaarlijks een structurele onttrekking plaats aan een daartoe gevormde kapitaallastenreserve ter grootte van de kapitaallasten. Hierdoor heeft het opnemen van kapitaallasten van een investering die gedekt wordt uit reserves of eenmalige middelen geen effect op het saldo van de begroting.


Bedragen x € 1.000

Investeringsbedragen (excl. BTW) 

2020

2021

2022

2023

Economisch nut

5.788

2.441

2.202

2.202

Maatschappelijk nut

1.398

1.274

30

267

 

Vervangingsinvesteringen

7.155

3.715

2.202

2.469

Uitbreidingsinvesteringen

31

-

30

-

Totale investeringen

7.186

3.715

2.232

2.469

 

Financiering

Hiervoor wordt verwezen naar de Paragraaf Financiering. 

 

Stand en verloop reserves en voorzieningen

Voor het verloop van de reserves en voorzieningen wordt verwezen naar de bijlagen bij deze begroting.

 

Geprognosticeerde begin- en eindbalans

Dit onderdeel bevat de verwachte begin- en eindbalans over het begrotingsjaar 2020 en de drie daaropvolgende jaren.

bedragen in € 1.000

Activa

balans

2018

Geprognosticeerde balans per ultimo

2019

2020

2021

2022

2023

(im)Materiële vast activa

53.974 55.937 60.429 62.542 62.900 61.924

Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekking

- - - - - -

Financiële vaste activa: Leningen

3.884 3.884 3.884 3.884 3.884 3.884
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar 193 193 193 193 193 193
Totaal Vaste Activa 58.051 60.014 64.506 66.619 66.977 66.001
 

Voorraden:
Onderhanden werk en overige grond- en hulpstoffen

97 97 97 97 97 97

Voorraden:
Gereed product en handelsgoederen en vooruitbetalingen

- - - - - -

Uitzettingen korter 1 jaar

2.331 2.331 2.331 2.331 2.331 2.331

Liquide middelen

659 659 659 659 659 659

Overlopende activa

10.672 10.672 10.672 10.672 10.672 10.672
Totaal Vlottende Activa 13.759 13.759 13.759 13.759 13.759 13.759
 

Totaal activa

71.810 73.773 78.265 80.378 80.736 79.760

 

Passiva

Balans

2018

Geprognosticeerde balans per ultimo

2019

2020

2021

2022

2023

Eigen vermogen

54.593

53.698 52.870 53.650 52.131 51.766

Voorzieningen

7.188

6.859 6.696 6.755 6.778 6.531

Vaste schulden

68

- 968 2.242 4.096 3.732
Totaal Vaste Passiva 61.849 60.558 60.534 62.647 63.005 62.029
 

Vlottende schulden

6.030

9.284 13.800 13.800 13.800 13.800

Overlopende passiva

3.931

3.931 3.931 3.931 3.931 3.931
Totaal Vlottende Passiva 9.961 13.215 17.731 17.731 17.731 17.731
 

Totaal passiva

 71.810

73.773 78.265 80.378 80.736 79.760

 

 

EMU-saldo

Dit onderdeel bevat het verwachte EMU-saldo over het begrotingsjaar 2020 en de drie daaropvolgende jaren, gebaseerd op de voorgaande geprognosticeerde balans. Het EMU-saldo geeft de mutatie in het saldo van de activa en passiva van de collectieve sector weer.

bedragen in € 1.000

 

2019

2020

2021

2022

2023

Mutaties in het jaar

Activa

Financiële vaste activa

kapitaal-verstrekkingen

-

-

-

-

-

Uitzettingen

-

-

-

-

-

Vlottende activa

Uitzettingen

-

-

-

-

-

Liquide middelen

-

-

-

-

-

Overlopende passiva

-

-

-

-

-

Passiva

Vaste passiva

Vaste schuld

68

-968

-1.274

-1.854

364

Vlottende passiva

Vlottende schuld

-3.254

-4.516

-

-

-

Overlopende passiva

-

-

-

-

-

EMU-saldo

-3.186

-5.484

-1.274

-1.854

364

EMU-saldo referentiewaarde

-3.733

-3.397

-3.397

-3.397

-3.397

Verschil

547

-2.087

2.123

1.543

3.761

 

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Dit onderdeel bevat de zogenoemde jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Daaronder worden verstaan de aanspraken op toekomstige uitkeringen door huidig dan wel voormalig personeel. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume via de exploitatie moeten lopen. Als de verplichtingen niet van een vergelijkbaar volume zijn, dan moet hiervoor een voorziening worden getroffen. Toepassing van deze voorschriften leidt tot de volgende situaties:

  1. Salariskosten.

    Voor het begroten van de salariskosten wordt uitgegaan van trede 10 van de functieschaal (organieke raming). De toelagen en vergoedingen worden individueel begroot. Vanwege de nieuwe cao gemeenten 2019-2020 wordt een stapsgewijze salarisverhoging van totaal 6,25% doorgevoerd vanaf 1 oktober 2020.

  2. WW-conforme uitkeringen en aanvullende WW-uitkeringen en na-wettelijke uitkeringen.

    Medewerkers die op grond van de artikelen 8:3 en 8:6 van de CAR-Uwo worden ontslagen hebben recht op een aanvullende WW-uitkering en een na-wettelijke uitkering na afloop van de WW-periode. Het recht op de aanvullende uitkering is gekoppeld aan het recht op WW.
    Vanaf 2020 bestaat ook het recht op een transitievergoeding (met uitzondering van ontslag wegens reorganisatie en disfunctioneren).

  3. Wachtgelden en pensioenen wethouders, voorziening vanaf 2001.

    Ten behoeve van de wachtgelden en pensioenen van wethouders is een voorziening getroffen. Op basis van de opbouw van de pensioenrechten, waarvoor jaarlijks door een extern bureau een berekening wordt gemaakt, wordt berekend in hoeverre de voorziening moet worden aangevuld.

  4. Wachtgelden en pensioenen wethouders voor 2001.

    De wachtgelden en pensioen van wethouders voor 2001 worden bekostigd uit de algemene middelen, hiervoor is geen voorziening getroffen. De berekening van deze pensioenen en wachtgelden, evenals de uitbetaling daarvan, is uitbesteed.

  5. Levensloopregeling.

    De levensloopregeling is een aflopende regeling die in 2021 volledig vervalt. Er zijn drie medewerkers die nog sparen voor de levensloop en dus voor 2021 daarvan nog gebruik kunnen maken. Twee van de drie medewerkers maken inmiddels (gedeeltelijk) gebruik van hun levensloop regeling. Al dan niet in combinatie met de Generatiepactregeling van de gemeente Epe.

  6. Generatiepactregeling

    De Generatiepactregeling van de gemeente Epe loopt van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020. Voor deelnemende medewerkers wordt o.b.v. salaris en het gekozen arrangement een bedrag gereserveerd. Er kunnen nog ongeveer 18 mensen deelnemen tot het einde van de looptijd van de Generatiepactregeling.

  7. Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en (ZW).

    De gemeente Epe is vanaf 1 januari 2008 eigenrisicodrager in het kader van de Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Vanaf 1 januari 2017 is de gemeente ook eigen risicodrager voor de Ziektewet en WGA-flex. Daarmee stapt de gemeente in het kader van ziekte en arbeidsongeschiktheid volledig uit het publieke stelsel. Voor het beperken van de schadelast is een verzekering met een particuliere verzekeraar afgesloten.

  8. Individueel Keuze Budget (IKB).

    Dit is een budget dat per maand wordt opgebouwd en waarvoor de volgende bronnen zijn gebruikt: de eindejaarsuitkering, de vakantie-uitkering, de levensloopbijdrage en 2 bovenwettelijke vakantiedagen. De medewerker bepaalt gedurende het jaar zelf waar hij het budget voor in wil zetten. In de maand december wordt uitbetaald wat nog resteert in het budget en vervolgens begint met ingang van het nieuwe jaar de opbouw weer opnieuw. Het IKB geeft de mogelijkheid voor een full-timer medewerker om maximaal 144 uur aan verlof te kopen.

  9. Verkoop verlofuren.

    Naast de koop van verlof-uren biedt het IKB ook de mogelijkheid tot verkoop van verlofuren. Dit kan tot maximaal 72 uren voor een voltijds medewerker. Hiervan wordt jaarlijks wel gebruik gemaakt om een surplus van uren weg te werken, de kosten worden binnen het personeelsbudget opgevangen.

 

Toelichting mutaties programma 1 | Opgroeien in Epe

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 13.249 12.170 13.550 13.785 13.514 13.523
Lasten nieuw beleid - - 371 244 129 129
Lasten totaal 13.249 12.170 13.921 14.029 13.643 13.652
Baten bestaand beleid 482 313 570 570 570 570
Baten nieuw beleid - - 50 50 50 50
Baten totaal 482 313 620 620 620 620
Saldo -12.767 -11.857 -13.301 -13.409 -13.023 -13.032

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 1 van deel 1. -371
· De begroting van de lasten van de jeugdzorg (o.a. jeugdzorg, jeugdbescherming en ggz) is gebaseerd op de ontwikkeling van de werkelijke uitgaven in 2018, rekening houdend met de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg. De grootste mutaties ten opzichte van de vorige begroting betreffen bovenregionale zorg (+€ 283.000), jeugdzorg care (-€ 805.000), jeugdzorg cure (-€ 950.000) en jeugdbescherming (+€ 76.000). Tegenover de hogere lasten voor jeugdzorg staan hogere inkomsten van het rijk (programma 12/algemene dekkingsmiddelen) en lagere lasten voor de Wmo (programma 3). Een voor- of nadelig saldo op het sociaal domein (jeugdzorg/Wmo) wordt verrekend met de reserve risico's sociaal domein. -1.285
· Bij het opstellen van de begroting is voor het leerlingenvervoer en het jeugdwetvervoer aansluiting gezocht bij de begroting 2020-2023 van de GR Basismobiliteit. Na afloop van het jaar 2020 zal de definitieve afrekening plaatsvinden op basis van de dan vastgestelde vereveningssystematiek. In de begroting is rekening gehouden met de nieuwe vereveningssystematiek. -280
· In de meicirculaire 2019 zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor onderwijsachterstandenbeleid. Tegenover deze extra middelen zijn hogere lasten opgenomen. -265
· De afname van de lasten voor voorschoolse opvang van € 36.000 komen voort uit de afname van het rijksbudget. 36
· Vanaf 2019 zijn de middelen voor het uitvoeren van het rijksvaccinatieprogramma van het RIVM naar de gemeenten overgeheveld. Tegenover deze extra uitgaven staan extra inkomsten van ongeveer € 60.000 in programma 12. Daarnaast is rekening gehouden met een hogere indexatie binnen de Jeugdgezondheidszorg van € 21.000. -57
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 390
Baten:
· Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 1 van deel 1. 50
· In de meicirculaire 2019 zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor onderwijsachterstandenbeleid. Tegenover deze extra middelen staan extra lasten. 265

Toelichting mutaties programma 2 | Actief in Epe

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 3.730 4.470 3.965 3.965 3.965 3.965
Lasten nieuw beleid - - 497 25 25 25
Lasten totaal 3.730 4.470 4.462 3.990 3.990 3.990
Baten bestaand beleid 513 498 506 506 506 506
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 513 498 506 506 506 506
Saldo -3.217 -3.972 -3.956 -3.484 -3.484 -3.484

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 2 van deel 1. -497
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 505

Toelichting mutaties programma 3 | Zorg en opvang

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 9.657 10.436 10.505 10.991 11.423 11.432
Lasten nieuw beleid - - 202 -169 -169 -169
Lasten totaal 9.657 10.436 10.707 10.822 11.254 11.263
Baten bestaand beleid 1.005 278 267 267 267 267
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 1.005 278 267 267 267 267
Saldo -8.652 -10.158 -10.440 -10.555 -10.987 -10.996

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 3 van deel 1. -202
· Bij het opstellen van de begroting is voor het vraagafhankelijk vervoer aansluiting gezocht bij de begroting 2020-2023 van GR Basismobiliteit. Dit resulteert in een negatief effect van € 164.000 op het vraagafhankelijk vervoer. -164
· De begroting van de lasten voor de individuele begeleiding (zowel zorg in natura als persoons gebonden budget) is gebaseerd op de ontwikkeling van de kosten in 2018. De stijging van de kosten wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het aantal cliënten. Een voor- of nadelig saldo op het sociaal domein (jeugdzorg/Wmo) wordt verrekend met de reserve risico's sociaal domein. -355
· Bij het opstellen van de begroting is voor het dagbestedingsvervoer en jeugdwetvervoer aansluiting gezocht bij de begroting 2020-2023 van GR Basismobilitiet. Dit resulteert in een negatief effect van € 49.000 op het vervoer naar dagbesteding en jeugdwet. Daarnaast wordt € 114.000 veroorzaakt door het verwerken van de verevening welke tijdens het opstellen van de begroting van Basismobiliteit nog niet was vastgesteld en daarmee niet verwerkt in de begroting van Basismobilitiet. Dit heeft overigens een positieve uitwerking op het leerlingen vervoer op programma 1. Een voor- of nadelig saldo op het sociaal domein (jeugdzorg/Wmo) wordt verrekend met de reserve risico's sociaal domein. -163
· In de meicirculaire 2019 zijn extra incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de verhoging van het taalniveau van statushouders. Tegenover de verhoging van de lasten op programma 3 staat een verhoging van de inkomsten op programma 12. -33
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 652

Toelichting mutaties programma 4 | Leefbaar en veilig

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 2.013 2.462 2.289 2.357 2.357 2.357
Lasten nieuw beleid - - 0 -45 -45 -45
Lasten totaal 2.013 2.462 2.289 2.312 2.312 2.312
Baten bestaand beleid 7 4 2 2 2 2
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 7 4 2 2 2 2
Saldo -2.006 -2.458 -2.287 -2.310 -2.310 -2.310

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Op basis van de begroting 2020 van de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) moeten alle gemeenten een aanzienlijk hogere bijdrage betalen voor de dienstverlening (€ 178.000). Gebleken is dat door het bestuur van de VNOG in het verleden opgelegde bezuinigingstaakstellingen niet realistisch waren en dat voor de indexering van de uitgaven een inhaalslag noodzakelijk is. Dit resulteert er in dat voor uitvoering van het huidige beleid een hogere bijdrage noodzakelijk is. In het najaar van 2019 wordt op bestuurlijk niveau het beleid uitgezet ten aanzien van de vraag wat voor veiligheidsregio de VNOG wil zijn. Hierbij worden keuzes gemaakt aan de hand van drie scenario's. Afhankelijk van de uitkomst hiervan zal de begroting van de VNOG structureel worden bijgesteld. Dit kan vanaf 2021 tot een aanpassing van de bijdrage leiden. Vooruitlopend hierop is in de gemeentebegroting een (taakstellende) stelpost opgenomen van € 45.000 (verlaging van de bijdrage). Het is echter onzeker of deze gerealiseerd kan worden. Naast deze verhoging van de bijdrage stijgt de bijdrage ook als gevolg van het nieuwe financiële verdeelmodel (gefaseerd, € 65.000 voor 2020) en door de reguliere stijging (indexering) van de bijdrage (€ 50.000). Deze laatste twee onderdelen waren grotendeels voorzien in de meerjarenbegroting (budgetprognose). -293
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 468

Toelichting mutaties programma 5 | Ruimte en wonen

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 4.025 5.083 3.705 3.602 3.602 3.602
Lasten nieuw beleid - - 25 50 50 50
Lasten totaal 4.025 5.083 3.730 3.652 3.652 3.652
Baten bestaand beleid 5.545 3.200 3.217 2.844 2.844 2.844
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 5.545 3.200 3.217 2.844 2.844 2.844
Saldo 1.520 -1.883 -513 -808 -808 -808

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 5 van deel 1. -25
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 1.350

Toelichting mutaties programma 6 | Epe op orde

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 6.314 7.008 6.779 6.749 6.769 6.775
Lasten nieuw beleid - - 177 436 388 427
Lasten totaal 6.314 7.008 6.956 7.185 7.157 7.202
Baten bestaand beleid 1.123 1.166 1.116 1.071 1.071 1.071
Baten nieuw beleid - - 28 143 70 45
Baten totaal 1.123 1.166 1.144 1.214 1.141 1.116
Saldo -5.191 -5.842 -5.812 -5.971 -6.016 -6.086

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 6 van deel 1. -177
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 262
· Voor het groot onderhoud van de gebouwen op de begraafplaatsen wordt een financiële voorziening gevormd. Om de uitgaven van het groot onderhoud in de komende jaren te dekken is eenmalig een storting van € 45.000 nodig. Daarnaast is een structurele storting nodig van € 6.680. Deze bedragen worden gedekt uit de begraafrechten en hebben daarmee geen invloed op het saldo van deze begroting. -52
Baten:
· Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 6 van deel 1. 28

Toelichting mutaties programma 7 | Duurzaamheid

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 6.084 6.579 7.066 7.062 7.062 7.062
Lasten nieuw beleid - - 380 235 180 180
Lasten totaal 6.084 6.579 7.446 7.297 7.242 7.242
Baten bestaand beleid 6.416 6.481 7.190 7.183 7.183 7.183
Baten nieuw beleid - - 70 70 0 0
Baten totaal 6.416 6.481 7.260 7.253 7.183 7.183
Saldo 332 -98 -186 -44 -59 -59

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 7 van deel 1. -380
· Door de reguliere indexatie van de contractkosten en door de stijging van verwerkingskosten wordt de inzameling van grondstoffen duurder. Door de verrekening van deze kosten met de afvalstoffenheffing heeft dit per saldo geen invloed op het saldo van de begroting. -480
· De kosten van de dienstverlening door de omgevingsdienst (OVIJ) zullen, op grond van de programmabegroting 2020-2023 van de OVIJ, in 2020 hoger zijn. -71
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 58
Baten:
· Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 7 van deel 1. 70
· Omdat overeenkomstig de besluitvorming bij het gemeentelijk rioleringsplan de tarieven verhoogd zijn, stijgen de inkomsten uit de rioolheffing. Ook wordt een bedrag onttrokken aan de voorziening riolering om de lasten volledig te dekken. Dit heeft geen effect op het saldo van de begroting. 147
· De opbrengst afvalstoffenheffing is hoger als gevolg van autonome ontwikkelingen in aantallen en aanpassing van tarieven bij de kostenontwikkeling. 581

Toelichting mutaties programma 8 | Toezicht en handhaving

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 1.016 1.106 1.239 1.064 1.064 1.064
Lasten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Lasten totaal 1.016 1.106 1.239 1.064 1.064 1.064
Baten bestaand beleid 341 106 107 107 107 107
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 341 106 107 107 107 107
Saldo -675 -1.000 -1.132 -957 -957 -957

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een nadeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. -133

Toelichting mutaties programma 9 | Bedrijvigheid

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 713 1.328 633 633 633 633
Lasten nieuw beleid - - 157 0 0 0
Lasten totaal 713 1.328 790 633 633 633
Baten bestaand beleid 24 63 8 8 8 8
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 24 63 8 8 8 8
Saldo -689 -1.265 -782 -625 -625 -625

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 9 van deel 1. -157
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 709
Baten:
· Een incidenteel verschil als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van eenmalige inkomsten uit 2019 (en daaraan gerelateerde uitgaven) leidt tot een nadeel op dit programma. -55

Toelichting mutaties programma 10 | Weer aan het werk

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 14.627 15.859 15.500 15.305 15.051 14.966
Lasten nieuw beleid - - -122 -422 -422 -422
Lasten totaal 14.627 15.859 15.378 14.883 14.629 14.544
Baten bestaand beleid 7.326 7.235 6.830 6.830 6.830 6.830
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 7.326 7.235 6.830 6.830 6.830 6.830
Saldo -7.301 -8.624 -8.548 -8.053 -7.799 -7.714

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 10 van deel 1. -122
· In 2018 is een afname te zien in de uitkeringen. Voor de begroting 2020 is uitgegaan van een gelijkblijvend bestand wat betekent dat het budget is bijgesteld met € 585.000. 585
· De vanuit het rijk beschikbare middelen voor de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening (WSW) - welke door Lucrato wordt uitgevoerd - vallen € 166.000 hoger uit dan begroot(zie ook baten op programma 12). Een hogere inkomst betekent dat een hogere last aan Lucrato voor de uitvoering van de WSW. -166
· De stijging van de rijksmiddelen voor de participatiewet zijn verwerkt in de lasten wat een stijging van het budget betekent van € 54.000. -54
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 246
Baten:
· De rijksbijdrage voor de gebundelde uitkeringen (BUIG) valt in 2020 lager uit. De uitgaven zullen naar verwachting lager zijn dan de inkomsten. Het verschil tussen inkomsten en uitgaven wordt conform het beleid toegevoegd aan de reserve BUIG. -456

Toelichting mutaties programma 11 | Bestuur en organisatie

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 3.091 3.182 2.999 3.503 3.959 4.756
Lasten nieuw beleid - - 37 17 87 62
Lasten totaal 3.091 3.182 3.036 3.520 4.046 4.818
Baten bestaand beleid 610 404 385 379 353 335
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 610 404 385 379 353 335
Saldo -2.481 -2.778 -2.651 -3.141 -3.693 -4.483

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 11 van deel 1. -37
· In 2020 zijn er geen verkiezingen. In 2019 waren er verkiezingen voor Provinciale Staten, Waterschap en het Europees parlement. 92
· Omdat de verwachting van De Nederlandsche Bank voor de rente-ontwikkeling voor lang geld naar beneden is bijgesteld, wordt in plaats van 3% nu 2,4% gehanteerd voor de toerekening van rentekosten aan eigen en vreemd vermogen. Het voordelige verschil is in de begroting 2020 verwerkt door het opnemen van een structurele stelpost. 242
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een nadeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. -214
· De algemene stelpost voor 'onvoorziene uitgaven' is nu geraamd op programma 12 (was daarvoor programma 11) . Deze verschuiving leidt tot lagere lasten op dit programma en navenant hogere lasten op programma 12. 89
Baten:
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van eenmalige baten uit 2019 leiden tot een nadeel op dit programma. -19

Toelichting mutaties Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 611 455 680 647 682 682
Lasten nieuw beleid - - 0 0 -24 -24
Lasten totaal 611 455 680 647 658 658
Baten bestaand beleid 54.643 57.051 59.933 60.403 58.586 59.896
Baten nieuw beleid - - -668 -579 -563 191
Baten totaal 54.643 57.051 59.265 59.824 58.023 60.087
Saldo 54.032 56.596 58.585 59.177 57.365 59.429

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· De algemene stelpost voor 'onvoorziene uitgaven' is nu geraamd op programma 12 (was daarvoor programma 11) . Deze verschuiving leidt tot hogere lasten op dit programma en navenant lagere lasten op programma 11. -89
· Bij de algemene uitkering is een stelpost opgenomen met als doel een klein deel van de middelen voor het sociaal domein af te zonderen, om daarmee tegenvallers te kunnen opvangen. Uitgaven en inkomsten (uitkering rijk) van het sociaal domein zijn budgetneutraal in de begroting opgenomen. -124
Baten:
· Baten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien in deel 1. -668
· Door tariefstijging en areaaluitbreiding stijgen de OZB-inkomsten. 129
· Door een autonome daling van het aantal voorwerpen op, in of boven gemeentegrond, daalt de opbrengst precariobelasting. -34
· Er wordt op basis van het gerealiseerde meerjarig gemiddelde meer uitkering van dividend verwacht vanuit BNG en Vitens. 35
· De raming van de algemene uitkering 2020 is gebaseerd op de meicirculaire 2019. De raming laat een stijging zien ten opzichte van de raming van 2019. De stijging doet zich met name voor bij het sociaal domein. Het rijk heeft tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld voor de jeugdzorg en er zijn buiten het accres om extra middelen toegevoegd in verband met volumegroei van de wmo en de loon- en prijscompensatie bij de het hele sociaal domein. 2.725

Toelichting mutaties programma Overhead

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 8.905 10.717 9.109 8.766 8.734 8.734
Lasten nieuw beleid - - 840 427 543 662
Lasten totaal 8.905 10.717 9.949 9.193 9.277 9.396
Baten bestaand beleid 267 156 159 159 159 159
Baten nieuw beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 267 156 159 159 159 159
Saldo -8.638 -10.561 -9.790 -9.034 -9.118 -9.237

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw beleid: dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is opgenomen in het programma overhead in deel 1. -840
· De lasten in verband met voormalig personeel zijn in de begroting 2020 lager dan in de begroting 2019. 108
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2020 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2019 en mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een voordeel op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten, loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 8. 1.500

Toelichting mutaties in de Reserves

Financiële begroting

Bedragen * € 1.000
Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten bestaand beleid 20.997 13.130 6.517 6.054 3.802 3.802
Lasten nieuw beleid - - 4.421 455 455 500
Lasten totaal 20.997 13.130 10.938 6.509 4.257 4.302
Baten bestaand beleid 16.727 17.024 4.100 3.561 3.492 3.472
Baten nieuw beleid - - 7.666 2.168 2.284 1.194
Baten totaal 16.727 17.024 11.766 5.729 5.776 4.666
Saldo -4.270 3.894 828 -780 1.519 364

Specificatie nieuw beleid

Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2020 2021 2022 2023
Budgetten:
1. Uitvoering koersdocument duurzame kindvoorzieningen (programma 1) 500 500 500 500
2. Extra onderhoud wegen buitengebied - tijdelijk lager budget -45 -45 -45 -
3. Toevoeging aan de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (beschikbare eenmalige middelen uit diverse reserves) 3.456 - - -
4. Toevoeging aan algemene reserve (versterking weerstandsvermogen) 510 - - -
 Totale financiële gevolgen voor de lasten 4.421 455 455 500
BATEN Begrotingsjaar
2020 2021 2022 2023
Budgetten:
1. Onttrekking aan reserve eenmalige middelen t.b.v.: a. Duurzame kindvoorzieningen (reserve huisvesting, pr. 1) b. Bijdrage in exploitatie Van der Reijdenschool (pr. 1) c. Stimuleringsregeling jeugd (pr. 2) d. Uitbreiding Eekterveld IV (pr. 5) e. Klimaatadaptatie (pr. 7) f. Energietransitie (warmteplan, initiatieven, RE(K)S, pr. 7) g. Beleidsontwikkeling dienstverlening (pr. 11) h. Uitvoering raadsagenda (pr. 11) i. Viering 75 jaar vrijheid (pr. 2) j. Backofficesysteem sociaal domein (pr. 13) k. Vernieuwing technische apparatuur raadzaal l. Projectleider verkiezingen (pr. 11) m. Bewaring documenten E-depot (pr. 13) n. Teruggave precariobelasting 2020-2022 (pr. 12) o. Subsidie PWA-hal (tekort exploitatie) (pr. 2) p. Hospice Subsidie (pr. 3) q. Politiehondenvereniging Roda nieuwe locatie (pr. 3) r. Veluwe programma: routes en paden s. Dekking begrotingstekort 2021 en 2022 2.601 1.770 1.695 500
2. Onttrekking aan de reserve sociaal domein t.b.v. : a. Aanvulling project 'Steunouder' (pr. 1) b. Regionaal toezichthouder kwaliteit en rechtmatigheid Wmo en jeugd (pr. 1) c. Inzet team ervaringsdeskundigen jeugdzorg (pr. 1) d. Verbinding samenwerking huisartsen-CJG (pr. 1) e. Voortzetting uitbreiding schoolmaatschappelijk werk (pr. 1) f. Het Geheugensteunpunt (pr. 3) g. Pilot 'datagestuurd werken in het sociaal domein' (pr. 3) h. Jonge mantelzorgers (pr. 3) i. Projecten transformatie sociaal domein (pr. 3) 376 - - -
3. Onttrekking aan reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen t.b.v. de huur locatie Aventus/RSG (pr. 1) 25 25 25 25
4. Onttrekking aan reserve participatie t.b.v. was- en strijkservice (programma 3) en uitvoering pilots binnen domein participatie (programma 10) 340 - - -
5. Onttrekking aan reserve ict t.b.v. het raadsinformatiesysteem Notubiz, doorontwikkeling datagestuurd werken, ontwikkeling zaakgericht werken en investering vervanging bedrijfsmiddelen (programma Overhead) 202 229 345 464
6. Onttrekking aan reserve kapitaallasten t.b.v. dekking kapitaallasten diverse investeringen: - renovatie RSG (toekomstbest. huisvesting, progr. 1) - vervanging bruggen (progr. 6) - vervanging openbare verlichting (progr. 6) 122 144 167 205
7. Onttrekking aan de reserve duurzaamheid t.b.v. de dekking van de uitgaven energietransitie 34 - - -
8. Onttrekking aan de reserve hondenbelasting t.b.v. de dekking van het negatieve effect van de afschaffing van de hondenbelasting (2022) - - 52 -
9. Onttrekkingen aan diverse reserves, betreft vrijval van beschikbare middelen, toegevoegd aan de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (inzet voor eenmalige uitgaven) 3.966 - - -
 Totale financiële gevolgen voor de baten 7.666 2.168 2.284 1.194

Toelichting op de mutaties

Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Toevoegingen 'nieuw beleid': dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is in het voorgaande overzicht opgenomen. Het betreft met name de toevoeging van eenmalige middelen aan de reserve eenmalige dekkingmiddelen, de toevoeging aan de algemene reserve (versterking weerstandsvermogen) en de toevoeging aan de reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen. -4.421
· In de begroting 2019 werd aan diverse reserves een toevoeging gedaan. Door het incidentele karakter van deze toevoegingen maken deze geen onderdeel meer uit van het bestaande beleid in de begroting 2020 en vormen daardoor een 'voordeel' ten opzichte van de vorige begroting. Grotere incidentele toevoegingen in de begroting 2019 waren: - reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 5.626.000) - reserve organisatieontwikkeling/langdurige ziekte (385.000) - reserve bijdrage investeringen sportvoorzieningen (€ 300.000) 6.523
· Op grond van de geactualiseerde berekening m.b.t. de ontwikkelingen en risico's moet de reserve organisatieontwikkeling en langdurige ziekte worden aangevuld. Er is een extra toevoeging nodig van (eenmalig) € 90.000. Jaarlijks wordt de noodzakelijke hoogte van de reserve beoordeeld. 90
Baten:
· Onttrekkingen 'nieuw beleid': dit betreft de financiële consequenties van het nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is in het voorgaande overzicht opgenomen. 7.666
· In de begroting 2019 werden aan diverse reserves bedragen onttrokken. Door het incidentele karakter van deze onttrekkingen maken deze geen onderdeel meer uit van de begroting 2020 en vormen daardoor een 'nadeel' ten opzichte van de vorige begroting. Grotere incidentele onttrekkingen in de begroting 2019 waren: - algemene reserve (€ 495.000) - reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 3.650.000) - reserve onderhoud wegen (€ 2.063.000) - bespaarde minimabeleid (€ 408.000) - reserve risico's sociaal domein (€ 558.000) - reserve participatie (€ 386.000) - reserve bouwgrondexploitatie (€ 1.694.000) - reserve organisatieontwikkeling/langdurige zieken (€ 284.000) - reserve restantbudgetten 2018 (€ 2.908.000) Het betreffen over het algemeen onttrekkingen door vrijval van een surplus (dat is ingezet als eenmalige middelen ter dekking van eenmalige uitgaven) of die een relatie hebben met de er aan gerelateerde uitgaven van het beleidsveld. -12.924