4. Financieel perspectief en financiële kaders

4.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 4. Financieel perspectief en financiële kaders - 4.1 Inleiding

In dit onderdeel geven wij het resultaat weer van de verkenning van het financieel meerjaren-perspectief voor de periode 2025-2029. Het startpunt voor deze verkenning is de in november 2024 door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting (incl. meerjarenbegroting) 2025-2028.
Dit uitgangspunt vulden we vervolgens aan met de belangrijkste financiële ontwikkelingen die impact hebben op het financieel meerjarenperspectief. Het gaat hierbij om belangrijke (autonome) ontwikkelingen in de uitgaven en inkomsten (wettelijk, onontkoombaar, o.b.v. bestaand beleid) en relevante financiële risico's, inclusief de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.
Het is niet mogelijk om in de Kadernota het volledige financiële beeld te schetsen. In de maanden mei t/m september ontstaan nog nieuwe inzichten (denk bijvoorbeeld aan de meicirculaire gemeentefonds). Deze ontwikkelingen nemen wij mee bij het opstellen van de begroting. Voor een aantal onderdelen presenteren wij nu wel een bandbreedte van de financiële ontwikkeling die wij verwachten. Deze bandbreedte geeft uiting aan de mate van onzekerheid die er in deze cijfers zit. 

4.2 Startpunt: Programmabegroting en meerjarenbegroting 2025-2028

Terug naar navigatie - 4. Financieel perspectief en financiële kaders - 4.2 Startpunt: Programmabegroting en meerjarenbegroting 2025-2028

4.2.1 Beeld huidige (meerjaren)begroting
In de huidige meerjarenbegroting 2025-2028 maakten wij duidelijk dat het financiële perspectief sinds de vorige begroting negatiever werd: de algemene uitkering van het rijk pakte voor 2025 negatief uit. Structureel ontstond er wel ruimte in de algemene uitkering. Echter autonome ontwikkelingen lieten zien dat er per saldo – op basis van voortzetting van het bestaande beleid – sprake was van sterke kostenstijgingen. Dit resulteerde in een financieel tekort voor de eerste 3 jaar (2025-2027). Vanaf 2028 ontstond er financiële ruimte. De belangrijkste oorzaken van de negatieve ontwikkeling waren sterke (structurele) kostenstijgingen bij de uitvoering van de jeugdzorg en de Wmo, minimabeleid en schuldhulpverlening, loonkosten (CAO), uitbestede taken en rente over aan te trekken geldleningen.
De algemene uitkering bood in de eerstkomende jaren niet voldoende compensatie voor de nadelige effecten.

De genoemde tekorten in de eerste jaren van de huidige begroting werden opgevangen door de inzet van beschikbare eenmalige middelen (vrijval van het surplus in reserves) van € 4,4 mln. Daarnaast werd een deel van deze middelen ingezet om in de eerste jaren ruimte te creëren voor nieuw beleid. Structureel konden we aanvullend financiële ruimte creëren door het inzetten van de structurele stelpost voor nieuw beleid die eerder in de begroting was opgenomen vanaf 2026/2027 (€ 410.000). De in de begroting opgenomen structurele, taakstellende stelpost van € 2 mln. (vanaf 2026) bleef gehandhaafd. De hieraan gekoppelde beleidsmatige en financiële doorlichting van de begroting was  randvoorwaarde om de begroting structureel sluitend te houden/krijgen. Inmiddels heeft de gemeenteraad (in januari 2025) een bedrag van € 1,3 mln. aangewezen aan uitgavenverlagingen. Dit bedrag verwerken wij in de begroting 2026-2029 waarmee een aanzienlijk deel van de taakstelling is gerealiseerd.

Het beeld werd (en wordt nog steeds!) beïnvloed door een aantal onzekerheden en de daarmee samenhangende risico’s. Dit gaat bijvoorbeeld om de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en economische en politieke ontwikkelingen die maken dat de ontwikkeling van de prijzen, de lonen en de rente onzeker zijn; daarnaast zullen op het gebied van onderwijshuisvesting en maatschappelijke accommodaties de komende jaren hoge investeringen nodig zijn en is de ontwikkeling van de noodzakelijke uitgaven voor huisvesting van vluchtelingen, statushouders, asielzoekers en overige doelgroepen onzeker; hier staan deels ook inkomsten van het Rijk tegenover. Bij de jeugdzorg is in de periode vanaf 2028 de financiering niet meer financieel dekkend en zal het uitgavenniveau moeten zijn gedaald met € 1 tot € 1,5 mln. per jaar (structureel).

Uitgaande van de stand in de huidige (vastgestelde) begroting (bestaand beleid), bouwen we de begroting als volgt op, rekening houdend met actuele inzichten en ontwikkelingen:

omschrijving 2026 2027 2028 2029
stand begroting bestaand beleid (saldo begroting 2025-2028) 33 34 80 80
1. Taakstelling financiële en inhoudelijke doorlichting begroting 350 350 550 650
- te realiseren taakstelling -2.000 -2.000 -2.000 -2.000
+ opbrengst spoor 1 (laaghangend fruit) 1.300 1.300 1.300 1.300
+ structureel maken niet indexeren 2024 650 650 650 650
+ stelpost opbrengst fase 2 financiële en inhoudelijke doorlichting 400 400 600 700
stand na invulling en actualisatie taakstelling 383 384 630 730
2. Effect september en decembercircuaire gemeentefonds 820 1.135 1.157 1.255
+ septembercirculaire 2024 1.371 1.304 1.211 1.191
+ decembercirculaire 2024 435 717 832 950
- Overige taakmutaties 0 0 0 0
- DU openbare bibliotheken -100 0 0 0
- taakstelling verlaging lasten jeugdzorg vervalt -886 -886 -886 -886
stand na september- en decembercirculaire 1.203 1.519 1.787 1.985
3. Verwacht / indicatief effect Voorjaarsnota 2025 Rijk 1.340 1.380 410 410
+ jeugdzorg: demping terugval GF 2026 660 700 680 680
+ jeugdzorg: tekorten voor rekening Rijk 680 680 680 680
+ jeugdzorg: groeipad maatregelen Hervormingsagenda 820 740 0 0
- jeugdzorg: korting eigen bijdrage op gemeentefonds 0 0 -430 -430
- jeugdzorg: sturen op trajectduur 0 0 -110 -110
- jeugdzorg: indexeren opbrengst Hervormingsagenda Jeugd 0 0 -840 -840
- jeugdzorg: groeipad naar reserve Hervormingsagenda -820 -740 0 0
+ jeugdzorg: ramen eigen bijdrage jeugdzorg als specifieke inkomst 0 0 430 430
stand na voorjaarsnota Rijk 2.543 2.899 2.197 2.395
4. Overige ontwikkelingen 0 0 0 0
+ structureel effect jaarrekening 0 0 0 0
- Ontwikkeling lonen en prijzen -340 -620 -760 -840
+ Verwaxchte compensatie meicirculaire 2025 340 620 760 840
Stand voor mutaties Kadernota 2026 - 2029 2.543 2.899 2.197 2.395

4.3 Financiële ontwikkelingen

Terug naar navigatie - 4. Financieel perspectief en financiële kaders - 4.3 Financiële ontwikkelingen

Onderstaand volgt een toelichting op de diverse mutaties in de tabel.

4.3.1. Taakstelling financiële en inhoudelijke doorlichting begroting

In de huidige meerjarenbegroting is een taakstelling van € 2,0 miljoen opgenomen, in te vullen via een inhoudelijke en financiële doorlichting van de begroting. Daarvan is € 1,3 miljoen ingevuld met de opbrengsten uit het spoor “realistisch begroten”. 
Daarnaast is over 2024 en 2025 de indexatie over budgetten niet toegekend (met een aantal uitzonderingen zoals de subsidies). Wij maken dit structureel wat tot een aanvullende invulling van de stelpost leidt van € 650.000.

Voor fase 2 van de doorlichting lopen er nog diverse projecten:
o    kostendekkende dienstverlening en voorzieningen; 
o    kritisch accounthouderschap; 
o    een onderzoek naar maatschappelijk vastgoed;
o    heroverwegen beleidskeuzes; 
o    onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van verstrekte subsidies.

De eerste resultaten uit spoor 2 bieden wij u parallel aan deze Kadernota aan. 

Daarnaast voeren wij een doorlichting van het financieel beleid uit. Hierin bekijken wij de volgende onderwerpen:

•    (Norm)waarden financiële indicatoren
•    Hoe omgaan met kansen en risico’s
•    Verstrekken van leningen en garanties
•    Activeren en afschrijven.

Wij verwachten dat deze sporen tot aanvullende ombuigingen gaan leiden en handhaven daarvoor een stelpost die oploopt van € 0,4 miljoen in 2026 naar € 0,7 miljoen in 2029. 

4.3.2. Effect september- en decembercirculaire gemeentefonds

Septembercirculaire 2024
De septembercirculaire laat een licht positief beeld zien. De bijstellingen van het accres zijn beperkt (volume-accres ongeveer -0,1% tot -0,2% per jaar en het LPO accres stijgt licht in 2025 (+0,4%). 
Over 2024 is een voorschot uit het BTW compensatiefonds uitgekeerd.

Belangrijke items zijn verder de toevoeging van middelen als gevolg van het schrappen van de bezuinigingen van het Rijk op jeugdzorg, maar hier namen wij al een stelpost voor in de begroting op. Verder is er een indexatie voor WMO demografie, waar ook hogere lasten tegenover staan. De WOZ-waarden zijn geactualiseerd, wat een structureel nadeel oplevert.

In onderstaande tabel staat het meerjarig effect van de septembercirculaire 2024 ten opzichte van de meicirculaire 2024.


De uitkomst van de meicirculaire 2024 was uitgangspunt bij het opstellen van de Programmabegroting 2025-2028. 

De septembercirculaire 2024 geeft een actualisatie van de verwachte ontwikkeling van de algemene uitkering ten opzichte van de meicirculaire, voor het lopende jaar 2024 en voor de komende vijf jaar. Hierbij is nu ook de ontwikkeling voor het jaar 2029 opgenomen.

Taakmutatie: besparingsverlies jeugd
Het kabinet Rutte IV besloot om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg. Kabinet Schoof koos ervoor om deze besparing te laten vervallen. In de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing van € 500 miljoen voor 2025 is toegevoegd aan het gemeentefonds. In de septembercirculaire is aanvullend € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027 toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Epe had hiervoor structureel (vanaf 2026) € 886.000 opgenomen in de begroting (stelpost besparing op de uitgaven). Deze komt met deze toevoeging aan de algemene uitkering te vervallen.

Taakmutatie: indexatie WMO demografie
Het Rijk sprak met de VNG af dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing.
Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Deze is nu toegevoegd aan de algemene uitkering. Binnen de begroting van gemeente Epe hielden wij al rekening met hogere kosten als gevolg van een volumestijging, waarvoor deze middelen als dekking kunnen worden gebruikt.

Decembercirculaire 2024
De decembercirculaire laat een positief beeld zien van ongeveer € 400.000 in de jaren 2025 en 2026 en ongeveer € 700.000 - € 900.000 in de andere jaren, inclusief 2024.
De belangrijkste mutaties hebben betrekking op:
•    Correctie accres septembercirculaire als gevolg van de revisie door het CBS
•    Bijstelling maatstaf ‘huishoudens met laag inkomen boven drempel’
•    Enkele decentralisatie-uitkeringen, zoals de landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven en natuurbrandpreventie en -mitigatie.

In onderstaande tabel staat het meerjarig effect van de decembercirculaire 2024 ten opzichte van de septembercirculaire 2024.

De uitkomst van de meicirculaire 2024 was uitgangspunt bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 – 2028. De decembercirculaire 2024 geeft een actualisatie van de verwachte ontwikkeling van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire, voor het lopende jaar 2024 en voor de komende vijf jaar. Hierbij is ook de ontwikkeling voor het jaar 2029 opgenomen.

4.3.3. Effect Voorjaarsnota 2025 Rijk

Halverwege april 2025 verscheen de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. De VNG informeerde de gemeenten over de nieuwe afspraken die nu in de Voorjaarsnota staan. 
Deze zijn van invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering in de komende jaren. Bij het schrijven van de Kadernota is nog onzeker of de Voorjaarsnota conform voorstel van het kabinet wordt/is vastgesteld door de Tweede Kamer. Onderstaande tabel staat in de Voorjaarsnota 2025:

Ad 1 – demping terugval gemeentefonds
Het rijk dempt het ravijnjaar met uiteindelijk structureel € 424 miljoen. Het ‘ravijn’ (van zo’n € 2,5 miljard) wordt daarmee voor 1/6 deel opgelost, alleen voor het deel jeugdzorg in de algemene uitkering.

Ad 2 – tekorten Jeugd voor rekening van het Rijk
Voor de jeugdzorg wordt volgens afspraak het tekort (op basis van uitgaven 2024) op basis van 50/50 verdeeld over gemeenten en Rijk. Het Rijk compenseert gemeenten structureel met een bedrag van 
€ 414 miljoen. Er is nog geen overeenstemming over het met terugwerkende kracht compenseren van het tekort jeugdzorg over 2023 en 2024.

Ad 3 - Groeipad maatregelen Hervormingsagenda 
Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd.

Ad 4 t/m 6 – aanvullende besparingen Jeugdzorg
Het kabinet wil inzetten op extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen. Voor deze maatregelen kort het Rijk vervolgens de algemene uitkering gemeentefonds zodat het positieve structurele effect van 1 t/m 3 ongedaan wordt gemaakt. De VNG heeft serieuze vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid hiervan en vindt deze reeks te ambitieus. Het gaat o.a. om het invoeren van een eigen bijdrage Jeugdzorg en het indexeren van de besparingen uit de Hervormingsagenda. Besparingen waar de deskundigencommissie van Ark in de basis al grote vraagtekens bij plaatst. 
Het ramen van de eigen bijdrage jeugdzorg is voor Epe echter zonder risico omdat (1) ofwel de bijdrage door het Rijk wordt ingevoerd en deze “opbrengst” ontvangen wordt of (2) het Rijk deze bijdrage niet invoert en daarmee ook het gemeentefonds niet voor dit bedrag kan korten.

Mogelijke impact op Epe
Op basis van verdeling naar rato van het aantal inwoners en informatie die de VNG en BMC verstrekten n.a.v. de Voorjaarsnota, geven we indicatief de volgende cijfers voor Epe weer. 

bedragen * € 1.000
Omschrijving 2026 2027 2028 2029
1. Demping terugval gemeentefonds 660 700 680 680
2. Tekorten Jeugd voor rekening Rijk 680 680 680 680
3. Verschuiven ingroeipad HA jeugd 820 740 0 0
4. Eigen bijdrage jeugdzorg -430 -430
5. Sturen op trajectduur jeugdzorg -110 -110
6. Indexeren opbrengst HA Jeugd -840 -840
Subtotaal 2.160 2.120 -20 -20
3a. Aanvulling reserve Hervormingsagenda -820 -740
4a. Eigen bijdrage leidt tot meer inkomsten 430 430
Subtotaal -820 -740 430 430
SALDO 1.340 1.380 410 410

4.3.4 Overige ontwikkelingen

Jaarrekening 2024
De concept jaarrekening van Epe laat voor boekjaar 2024 - naar het zich nu laat aanzien - een positief financieel resultaat zien. Wij zullen u een voorstel doen over de bestemming van het financiële resultaat. Een deel van het resultaat kan bij de nieuwe begroting worden ingezet als eenmalige middelen. In het dekkingsplan van deze Kadernota 2026 – 2029 houden wij daar al rekening mee.

Ontwikkeling prijsindex, loonindex en rente
Onderstaande tabel laat zien hoe de actuele verwachtingen van de prijzen en de lonen zich ontwikkelen in vergelijking met waar we (een jaar geleden) vanuit gingen bij de begroting 2025.

De prijzen lijken een gematigde ontwikkeling te vertonen. Bij de lonen zien we een sterkere stijging in 2025 dan een jaar geleden verwacht. Voor het jaar 2026 is de verwachting juist wat lager. We hanteren hierbij de CBS-verwachting van maart dit jaar. Heel recent is een eindresultaat tot stand gekomen in de CAO onderhandelingen. Het bereikte resultaat wijkt niet heel sterk af van de ontwikkeling die het CBS aanhoudt. Op het moment dat het CAO-resultaat definitief is, nemen we de uitkomst mee bij het opstellen van de begroting 2026-2029.

Bij het verwerken van de prijs- en loonindex in de begroting betrekken we ook de mate waarin met de ontwikkeling van deze indices rekening wordt gehouden in de meicirculaire van het gemeentefonds. Vooralsnog hanteren wij daarbij het uitgangspunt dat deze compensatie dekkend is voor de kostenstijging. Zekerheid daarover hebben wij na ontvangst van de meicirculaire.

Het percentage voor de prijsindex is ook het uitgangspunt voor de verhoging van het budget voor te verstekken subsidies en voor de stijging van de opbrengst van lokale heffingen (zoals de OZB). Dit betekent een verhoging met 2,8%, bestaande uit de indexatie 2026 van 2,1% en de inhaalindexatie over 2025 van 0,7%.

Rente
De gestegen rente van de laatste tijd lijkt zich vooralsnog te stabiliseren; het risico blijft echter  aanwezig dat de rente stijgt met structureel hogere rentelasten in de begroting tot gevolg.

Jeugdzorg
Het Rijk en de VNG maakten afspraken over een Hervormingsagenda jeugdzorg. Doel is om betere en tijdige zorg en ondersteuning te bieden en een beheersbaar en duurzaam financieel stelsel te creëren. In de algemene uitkering worden tijdelijk extra middelen hiervoor ontvangen.
De insteek is dat de inzet op de maatregelen vanuit de hervormingsagenda (meer preventieve voorzieningen), waarvoor de raad een beleidskader vaststelde, op termijn resulteert in lagere uitgaven voor de duurdere jeugdzorg. Aan de andere kant zal een deel van de (nieuwe) uitgaven vanuit het beleidskader structureel moeten worden voortgezet. In de periode vanaf 2028 is de rijksbijdrage niet meer financieel dekkend en moet het uitgavenniveau dalen met € 1,0 mln. tot € 1,5 mln. per jaar (structureel). Landelijk (m.n. commissie Van Ark) wordt steeds meer aangegeven dat de beoogde bezuinigingen niet realistisch zijn gelet op de toenemende kosten van de jeugdzorg (o.a. door toenemend volume).

In de eerste jaren vanaf 2022 zijn/waren de extra middelen voor jeugdzorg die wij van het Rijk ontvangen hoger dan de uitgaven. Om de toekomstige daling van de rijksmiddelen te dempen c.q. te kunnen laten ingroeien, is dit overschot gereserveerd. Hiervoor is per 2022 een nieuwe reserve ingesteld. Vanaf 2025 zijn de extra middelen van het rijk naar verwachting niet meer toereikend (het is een dalende reeks) en wordt de reserve ingezet om het tekort te dekken. 

Monitoring van de uitgaven en evaluatie van het effect van de maatregelen moeten inzicht geven in de noodzaak tot bijsturing en in de (structurele) financiële effecten. Wij zullen vanaf de nieuwe begroting rekening houden met een ingroei voor de effecten van de Hervormingsagenda op de kosten van de jeugdzorg. We kunnen niet meer ‘afwachten’ wat het effect van onze maatregelen gaat worden en vanaf 2029 een taakstelling (uitgaven verlagend) van € 1,0 mln. tot 1,5 mln. opnemen. Het lijkt ook niet reëel om langer af te wachten of er meer compensatie van het rijk komt. Het Rijk boekt bij de Voorjaarsnota 2025 immers zelfs nog een hogere bezuiniging in. 

In de begroting 2026 – 2026 moeten de kosten omlaag (taakstellend). De reserve (middelen rijk) dient dan in eerste instantie om de extra kosten te dekken van de maatregelen vanuit de Hervormingsagenda en gaat gaandeweg over naar een risicoreserve.

Sanering specifieke uitkeringen (SPUK’s)
In het hoofdlijnenakkoord staat dat alle specifieke uitkeringen (hierna: spuks) met uitzondering van de BUIG (middelen voor de bijstand verstrekking) worden overgeheveld naar het gemeentefonds. Hiermee wordt een besparing ingecalculeerd van tien procent door het wegvallen van administratieve lasten. In de budgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord werd uitgegaan van een landelijke besparing van € 638 miljoen. Uit de Miljoenennota 2025 bleek dat dit bedrag is verlaagd naar € 438 miljoen, omdat o.a. spuks voor de opvang van Oekraïners en de toeslagenaffaire ook buiten de sanering vallen. Er is door het rijk een afwegingskader opgesteld waarmee tot een definitief overzicht wordt gekomen van de spuk’s die wel/niet worden overgeheveld naar de algemene uitkering gemeentefonds. Naar verwachting brengt de meicirculaire 2025 daarin meer duidelijkheid. Op dat moment kunnen we ook de impact voor Epe bepalen. Dat middelen vrij besteedbaar worden zonder controle, verantwoordings- en terugbetalingsplicht is positief. Maar de korting van 10% bevat ook risico’s en negatieve gevolgen. Zo dreigt er bijvoorbeeld een korting van 10% op de rijksbijdrage aan de veiligheidsregio’s. Een korting op de rijksbijdrage van 10% zou voor de VNOG ongeveer 
€ 1.150.000 structureel bedragen. Er wordt nu landelijk overleg gevoerd met de minister om ook deze spuk buiten de sanering te laten.  Mocht de korting wèl doorgaan, dan kan dit gevolgen hebben voor de versterking van de crisisbeheersing en informatievoorziening. De VNOG vult vacatures voor 2025 en 2026 nog niet in in afwachting van meer duidelijkheid.  

4.4 Financiële mutaties Kadernota 2026 - 2029

Terug naar navigatie - 4. Financieel perspectief en financiële kaders - 4.4 Financiële mutaties Kadernota 2026 - 2029

De onderstaande tabel geeft het overzicht weer van de financiële mutaties zoals wij die in ons voorstel ter verwerking in de begroting 2026 – 2029 willen opnemen:

bedragen * € 1.000,--
Onderwerp Investerings bedrag lasten I / S 2026 2027 2028 2029
min. max min. max min. max min. max
1. Versterken toegang Jeugdzorg S 50 175 50 175 50 175 50 175
2. Voorkomen huiselijk geweld S 0 0 pm pm pm pm pm pm
3. Doorontwikkeling Buurtpunten S pm pm pm pm pm pm pm pm
4/6. Maatschappelijk Vastgoed / onderwijshuisvesting € 28 miljoen S 0 0 0 0 1.000 1.000 1.600 1.600
5. Uitvoering visie toekomstbestendige accommodaties I 200 200 200 200 pm pm pm pm
7. Uitvoering beleidsplan spelen, bewegen en ontmoeten S 148 148 148 148 148 148 148 148
8. Sportvelden I 100 100 0 0 0 0 0 0
9. Opvang vluchtelingen en ontheemden I reserve reserve reserve reserve reserve reserve reserve reserve
10. Veiligheid, datagedreven en regionale samenwerking S 35 35 35 35 35 35 35 35
11. Veiligheid, alcohol en drugsbeleid S 15 15 15 15 15 15 15 15
12. Brandweerkazerne Oene € 1,5 miljoen S 50 50 50 50 50 50 50 50
13. Weerbaarheid S pm pm pm pm pm pm pm pm
14. Uitvoeringsagenda inclusie en diversiteit I 50 50 50 50 50 50 50 50
Subtotaal pijler sociaal 648 773 548 673 1.348 1.473 1.948 2.073
15.Opstellen omgevingsvisie / MER I 100 100 100 100 0 0 0 0
16. Regelanalist / jurist omgevingswet S 100 100 100 100 100 100 100 100
17. Omgevingsplan S 100 100 100 100 100 100 100 100
18. Stikstof S pm pm pm pm pm pm pm pm
19. Regionale ontwikkelingen volkshuisvesting S 50 50 50 50 50 50 50 50
20. Netcongestie (na dekking CDOKE) I 50 50 50 50 50 50 50 50
21. Voorbereidingskrediet gemeentewerf / gronddepot I 150 150 pm pm pm pm pm pm
22. Hoofdstraat Epe € 1,4 miljoen S 0 0 0 0 0 0 100 100
23. Dorpse beek Epe I pm pm pm pm pm pm pm pm
24. Toekomstbestendig groen / herplantplicht I 177 177 pm pm pm pm pm pm
25. Integraal beheer / beleidsplannen / begraven en fauna I 45 45 55 55 0 0 0 0
26. Achterstallig onderhoud wegen I 0 0 700 700 600 600 0 0
27. Kaderrichtlijn Water S pm pm pm pm pm pm pm pm
28. Mobiliteitsfonds € 1,2 miljoen S 0 0 0 0 0 0 80 80
Subtotaal pijler ruimte 772 772 1.155 1.155 900 900 480 480
29. Beleid toerisme, recreatie en evenementen I 50 50 50 50 50 50 50 50
Subtotaal pijler economie 50 50 50 50 50 50 50 50
30. Samen verder S 270 270 235 235 235 235 235 235
31. Ontwikkelingen dienstverlening I / S 75 85 75 85 25 35 25 35
32. Wendbare organisatie S 240 310 240 310 240 310 240 310
33. Achterstanden Streekarchief I 140 140 140 140 140 140 140 140
34. Verbouwing streekarchief I 100 100 0 0 0 0 0 0
35. Verbouwing gemeentehuis I 250 250 0 0 0 0 0 0
Subtotaal pijler bestuur 1.075 1.155 690 770 640 720 640 720
TOTAAL 2.545 2.750 2.443 2.648 2.938 3.143 3.118 3.323
waarvan incidenteel 1.412 1.412 1.145 1.145 890 890 290 290
waarvan structureel 1.133 1.338 1.298 1.503 2.048 2.253 2.828 3.033

Als we dit voorstel verwerken in de financiële startpositie, ontstaat het onderstaande beeld:

bedragen * € 1.000,--
Onderwerp lasten I / S 2026 2027 2028 2029
min. max min. max min. max min. max
Stand begroting autonoom 2.543 2.543 2.899 2.899 2.197 2.197 2.395 2.395
Mutaties Kadernota 2026 - 2029 -2.545 -2.750 -2.443 -2.648 -2.938 -3.143 -3.118 -3.323
Saldo na mutaties Kadernota 2025 - 2029 -2 -207 456 251 -741 -946 -723 -928

4.5 Dekkingsvoorstel en financieel totaalbeeld

Terug naar navigatie - 4. Financieel perspectief en financiële kaders - 4.5 Dekkingsvoorstel en financieel totaalbeeld

Beschikbare incidentele middelen
Wij verwachten de onderstaande incidentele middelen beschikbaar te hebben / kunnen maken voor dekking van incidentele uitgaven en/of de kapitaallasten van investeringen:

bedragen * € 1.000,--
Beschikbare incidentele middelen:
Saldo jaarrekening na storting in reserve vluchtelingen 4.500
Effect sept / dec circulaire en VJN Rijk op 2025 1.500
Taakstellend doorlichting reserves / verkoop vastgoed 3.500
Totaal incidenteel 9.500

Het voorstel is om hiervan € 1,0 tot 1,5 miljoen in te zetten ter dekking van enkele incidentele uitgaven in de diverse jaarschijven. Daarna resteert een bedrag van € 8,0 miljoen. Ons voorstel is om dat bedrag te gebruiken ter gedeeltelijke dekking van de kapitaallasten maatschappelijk vastgoed / onderwijshuisvesting. Het financiële beeld na deze verwerking staat in de onderstaande tabel. Hiermee verwachten wij een sluitende begroting 2026 – 2029 te kunnen presenteren.

bedragen * € 1.000,--
Onderwerp 2026 2027 2028 2029
min. max min. max min. max min. max
Stand begroting autonoom 2.543 2.543 2.899 2.899 2.197 2.197 2.395 2.395
Mutaties Kadernota 2026 - 2029 -2.545 -2.750 -2.443 -2.648 -2.938 -3.143 -3.118 -3.323
Saldo na mutaties Kadernota 2025 - 2029 -2 -207 456 251 -741 -946 -723 -928
Dekking incidentele middelen 250 250 0 0 600 800 290 290
Dekking incidentele middelen t.b.v. kapitaallast (€ 8 miljoen) 0 0 0 0 200 200 450 450
Saldo na inzet incidentele middelen 248 43 456 251 59 54 17 -188