Meer
Publicatiedatum: 19-05-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële verkenningen 2020-2023

Inleiding

In dit document wordt vanuit de ambtelijke organisatie ingegaan op een verkenning van het financieel meerjarenperspectief 2020-2023. De basis voor deze verkenning wordt gevormd door de in november 2018 door de gemeenteraad vastgestelde meerjarenbegroting 2019-2022 (paragraaf 2). Deze basis wordt, in paragraaf 3, aangevuld met de belangrijkste financiële ontwikkelingen die impact hebben op het financieel meerjarenperspectief. Het betreft een aantal belangrijke (autonome) uitgaaf stijgingen en financiële risico’s. In paragraaf 4 wordt in gegaan op de mogelijke voor te bereiden bijsturingsmaatregelen

Meerjarenbegroting 2019-20222

De meerjarenbegroting 2019-2022 kan als volgt worden samengevat:

  • Het financiële beeld is positief; door de groei in de algemene uitkering ontstaat een structurele financiële ruimte van gemiddeld € 800.000;
  • Door actualisatie van de gemeentelijke reserves en toepassing van de uitgangspunten van de nieuwe nota reserves en voorzieningen, ontstaat een forse eenmalige ruimte van afgerond € 6,4 mln.
  • De structurele en eenmalige financiële ruimte wordt ingezet om een belangrijke stap te maken in de uitvoering van het Collegeprogramma 2018-2022. Tevens wordt een structurele buffer van € 500.000 (vanaf 2021) afgezonderd voor risico’s van herverdeling van de integratie-uitkering sociaal domein en de aanpassing van de normeringssystematiek van de algemene uitkering.
  • Het investeringsniveau is hoog; in de komende jaren wordt flink geïnvesteerd tot een bedrag van afgerond € 15,4 mln. (bestaand beleid incl. vervangingsinvesteringen, excl. riolering) en € 5,1 mln. (nieuw beleid). Dit leidt tot structurele lasten (rente en afschrijving) van ruim € 700.000.
  • Het nieuwe beleid (t.l.v. de reguliere exploitatie) is binnen de begroting veelal bekostigd/financieel gedekt voor een korte periode van 2 tot 4 jaar. Effecten van het beleid zullen worden geëvalueerd en op basis hiervan zal besluitvorming plaatsvinden over continuering. Bij continuering zal bij volgende begrotingen opnieuw financiële dekking gevonden moeten worden. Het gaat hierbij totaal om een bedrag van structureel € 1,5 mln. Enkele grote onderwerpen zijn: onderwijs, stimuleringsregeling jeugd, toerisme (incl. handhaving), economie, sport, sociaal domein.
  • De structurele stijging van de woonlasten is beperkt en blijft ruimschoots onder het landelijke gemiddelde.

Financiële ontwikkelingen

De meerjarenbegroting 2019-2022 is in november 2018 door de raad vastgesteld. De navolgende (nieuwe) ontwikkelingen hebben impact op het nieuwe financieel meerjarenperspectief 2020-2023:

  • Jaarrekening 2018
    De concept jaarrekening 2018 laat een voordelig resultaat zien van rond de € 2 miljoen. Deze uitkomst wordt in hoge mate bepaald door de definitieve realisatie van de precariobelasting 2018 (€ 2,2 miljoen) en daarnaast bestaat het saldo uit incidentele en structurele voor- en nadelen.
  • 1e voortgangsrapportage 2019
    De concept uitkomst van de 1e voortgangsrapportage 2019 laat een tekort zien; ook dit tekort heeft zowel structurele als incidentele factoren.
  • Gemeenschappelijke regelingen
    Op basis van de financiële stukken van de drietal gemeenschappelijke regelingen, wordt geconstateerd dat rekening moet worden gehouden met forse incidentele en structurele tekorten. Het betreft Lucrato, VNOG en PlusOV. De zienswijze procedures van de betreffende regelingen lopen of worden opgestart. Op basis hiervan zal bepaald worden in hoeverre de betreffende gemeenschappelijke regeling de gesignaleerde problematiek zelf moet of kan opvangen en welk deel als autonome uitgavenstijging verwerkt moet worden in de gemeentelijke (meerjaren) begroting. Op basis van de huidige gegevens gaat het om een totaal tekort van afgerond € 700.000. 
  • Tekorten op jeugdzorg
    Evenals andere gemeenten wordt ook Epe geconfronteerd met tekorten op de jeugdzorg. Op basis van de jaarrekeningcijfers 2018 is er sprake van een structureel tekort van € 1 tot 1,5 miljoen. Indien van het Rijk geen aanvullende middelen worden ontvangen, zullen de tekorten moeten worden opgevangen binnen de algemene middelen. Vooralsnog/tijdelijk is dekking mogelijk door inzet van de hiervoor ingestelde risico reserve.
  • Precariobelasting op leidingen
    Tegen de aanslagen precariobelasting op leidingen 2018 is geen bezwaar ingediend, daarmee is de opbrengst over 2018 definitief. Hiermee komen eenmalige middelen beschikbaar. De opbrengst voor de komende jaren blijft vooralsnog onzeker en kan derhalve niet ingezet worden.
  • Herverdeling gelden beschermd wonen en maatschappelijke opvang
    Deze regionale taak wordt overgeheveld naar de gemeenten. De hiermee gepaard gaande herverdeling van gelden pakt voor de regio Apeldoorn negatief uit (min € 20 miljoen).De effecten hiervan voor de gemeente Epe zijn nog niet duidelijk.
  • Btw nadeel sportaccommodaties
    Als gevolg van de verruiming van de btw-vrijstelling voor sportverenigingen kunnen de verenigingen minder btw over hun uitgaven terug vragen. De mogelijkheden om voor de financiële nadelen die hierdoor ontstaan een beroep te doen op compensatie regelingen, zijn maar zeer beperkt. De eerste indicaties zijn dat dit financieel negatieve consequenties zal hebben voor de stichtingen. Afhankelijk van de uitkomst van een toetsing, die nu plaats vindt, zal het beeld duidelijker worden.

Voorbereiden van bijsturingsmaatregelen

Het positieve beeld van de vorige meerjarenbegroting is in negatieve zin gewijzigd. Er is sprake van een stapeling van (autonome) tegenvallers. De omvang en het karakter (incidenteel, structureel) is nog niet duidelijk; maar de impact zal waarschijnlijk wel fors zijn. Wij achten het dan ook noodzakelijk dat hierop geanticipeerd wordt door tijdig bijsturingsmaatregelen voor te bereiden / te onderzoeken in het kader van de volgende begroting. Het betreft maatregelen op de volgende gebieden:

  • Financieel technische en -beleidsmatige maatregelen (bijvoorbeeld de mogelijkheid om investeringen ten laste van eenmalige middelen af te schrijven waardoor structurele ruimte ontstaat; het inzetten van stelposten/buffers);
  • Het indienen van zienswijzen bij de betreffende gemeenschappelijke regelingen met het voorstel de financiële problematiek deels zelf op te lossen door interne maatregelen, taakstellingen en/of beleidswijzigingen.
  • Voorbereiden van beleidswijzigingen op de betreffende vakgebieden; bijvoorbeeld door versobering van huidige verordeningen, taakstellingen e.d.