Jaarverslag

Programmaverantwoording

1 | Opgroeien in Epe

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen onderwijs en jeugd in brede zin. Het laatste betreft jeugdzorg (jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) en de welzijnsaspecten zoals peuterspeelzaal-werk, voor- en vroegschoolse educatie, jeugd- en jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg.

De voorzieningen gericht op de jeugd maken ook deel uit van het basisaanbod aan voorzieningen waar in programma 2 “Actief in Epe” aandacht aan wordt gegeven. Er bestaat een relatie met de programma’s 3 “Zorg en opvang” (jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning) en 4 “Leefbaar en veilig” (integrale veiligheid: thema “Jeugd en veiligheid”).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2018 2019 2020 2021
Verwijzingen Halt 13 9 14 -
Het aantal  verwijzingen naar Halt, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar.
Kinderen in uitkeringsgezin 5% 4% 4% -
Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen.
Voortijdige schoolverlaters (vo+mbo) 1,9% 2,1% 1,6% -
Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat.
Absoluut verzuim 3,3 1,9 1,8 -
Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 5-18 jaar.
Relatief verzuim 31 28 28 -
Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 leerlingen.
Jongeren met jeugdhulp 9,5% 10,6% 10,0% 11,8%
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar).
Jongeren met jeugdbescherming 1,1% 1,1% 1,1% 1,3%
Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar).
Jongeren met jeugdreclassering 0,2% 0,2% 0,2% 0,2%
Het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar) (tweede helft van het genoemde jaar).
Jongeren met een delict voor de rechter 1% 1% 1% -
Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Het voorkomen van achterstanden bij jeugdigen.
  2. Bevorderen kwaliteit jeugd- en onderwijsvoorzieningen.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Onderwijs   Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitvoeren van de Lokaal Educatieve Jeugd Agenda. Ja Dit is een doorlopend proces. In iedere LEJA bijeenkomst komen een aantal voor dat moment relevante onderwerpen aan de orde met als doel elkaar te informeren, afstemmen en besluiten.
2. Uitgevoerd Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB) 2019-2022. Ja Jaarlijks wordt er een activiteitenprogramma opgesteld waar de acties voor dat jaar in beschreven worden. Het activiteitenprogramma 2021 is uitgevoerd. 
3. Uitwerken Actiekader Onderwijs. Ja

Het opstellen van het plan voor huisvesting scholen in Epe zuid west heeft door corona vertraging opgelopen. De uitbreiding van de WG v.d. Hulsschool vindt plaats in 2022. De Mbo-opleiding in Epe is gestart. De renovatie van basisschool de Krugerstee is gestart met een afronding in het voorjaar van 2022. De voorbereiding van de renovatie van de RSG N.O.-Veluwe heeft een periode stil gelegen maar is weer opgepakt. 

Collegeprogramma 2018-2022:    
4. Een samen met schoolbesturen en besturen van voorschoolse en welzijnsinstellingen opgesteld plan voor toekomstbestendig onderwijs in de dorpen en de financiering daarvan. Ja Dit betreft het opstellen van het plan voor huisvesting scholen Epe Zuidwest. Zie activiteit 3 hiervoor. Daarnaast is er een start gemaakt met het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen.

 

Jeugdzorg   Portefeuillehouder: C.M. de Waard-Oudesluijs
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies voor onder andere CJG Epe, inclusief schoolmaatschappelijk werk en opvoed advies bureau, zijn voor 2022 verleend en de subsidies voor 2020 zijn vastgesteld.
2. Uitvoeren jeugdgezondheidszorg. Ja De subsidies voor jeugdgezondheidszorg voor 2022 zijn verleend en de subsidies voor 2020 zijn vastgesteld. Er is gewerkt aan het project Kansrijke Start (gezonde eerste 1.000 dagen).
3. Realiseren van de transformatie jeugdzorg. Ja

De meeste acties van het Actieprogramma 2019-2022 voortkomend uit integraal beleidsplan Sociaal Domein zijn  afgehandeld. Het betreft onder meer:

  1. De regionale werkzaamheden jeugd en Wmo (o.a. inrichting zorglandschap, inkoop, accountmanagement) zijn uitgevoerd.
  2. De inkoop is met twee jaar verlengd en de optimalisatiemaatregelen worden verder uitgewerkt.
  3.  Het cliëntervaringsonderzoek is uitgevoerd.
  4. Er wordt gewerkt aan en vanuit de ombuigvoorstellen Grip op Zorg; o.a. de toegangsmedewerkers CJG en schoolmaatschappelijk werkers brengen de werkwijze ‘de Nieuwe Route’ in praktijk.

 

Welzijnswerk jeugd en jongeren   Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies voor jongerenwerk voor 2022 zijn verleend en de subsidies voor 2020 worden vastgesteld. Daarbij gaat het om jongerenwerk door verenigingen en jongerenwerk door de welzijnsstichting. 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 13.402 13.546 14.391 -845
Baten 594 592 973 381
Saldo -12.808 -12.954 -13.418 -464

2 | Actief in Epe

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen welzijn (o.a. sociaal cultureel werk incl. ouderen- en minderhedenwerk, opbouwwerk, vrijwilligerswerk), sport en cultuur (o.a. bibliotheek, kunstzinnige vorming, amateuristische kunstbeoefening). Daarnaast valt ook het onderwerp accommodaties op de voornoemde terreinen onder dit programma.

De onderwerpen welzijn, sport en cultuur vormen de kern voor het te realiseren basisaanbod aan voorzieningen zoals opgenomen in het lokaal sociaal beleid. De voorzieningen gericht op jeugd (0–18 jaar) vallen binnen programma 1 “Opgroeien in Epe”.

Dit programma draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid in de dorpen en wijken (inzet van voorzieningen, aandacht voor ontmoeting, tegengaan overlast en criminaliteit, kwaliteit van de woonomgeving). Er bestaat een relatie hierbij met de programma’s 3 “Zorg en opvang” (maatschappelijke ondersteuning), 4 “Leefbaar en veilig” (veilige leefomgeving) en 6 “Epe op orde (openbare ruimte).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2016 2020
Niet-wekelijkse sporters 47,6% 51,1%
Het percentage inwoners dat niet wekelijks sport ten opzichte van het totaal aantal inwoners.
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Het vergroten van maatschappelijke participatie van inwoners.
  2. Realiseren van een evenwichtig over de kernen gespreide sociale infrastructuur met activiteiten, voorzieningen en accommodaties.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Welzijn   Portefeuillehouder: C.M. de Waard-Oudesluijs
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies uit het Subsidieprogramma sociale agenda voor 2022 zijn verleend en de subsidies voor 2020 zijn vastgesteld. Het betreft organisaties die activiteiten op het vlak van welzijn en gebiedsgericht werken uitvoeren.
2. Herijken van het subsidiebeleid. Ja Het concept subsidiebeleid en de vijf daarbij behorende subsidieregelingen zijn in december door het college vrijgegeven voor inspraak. Definitieve besluitvorming vindt plaats in 2022.
3. Afronden project Accommodaties II. Nee In 2021 is gestart met renovatie van het wijkgebouw Triton. Wijkvereniging Oosterhof zal hierin gehuisvest worden. Oplevering voorjaar 2022.
Collegeprogramma 2018-2022:
4. Er is een adequaat ondersteuningsaanbod gerealiseerd voor vrijwilligers en verenigingen in de uitvoering van hun activiteiten. Ja De implementatie van de maatregelen zijn afgerond. KoppelSwoe verzorgt het aanbod.
5. Een opgesteld integraal toekomstgericht plan voor accommodaties per dorp voor onder meer welzijn, cultuur en sport. Nee Als gevolg van de coronacrisis is het opstellen van het plan opgeschort. Najaar 2021 is het project weer opgestart, omdat er voldoende mogelijkheden waren om het participatieproces op goede wijze vorm te geven. De verwachting is om in het voorjaar 2022 het plan op te leveren.
6. Er is gestart met de uitwerking van het plan. Nee Het opstellen van het plan is opgeschort, zoals bij activiteit 5 vermeld.

 

Sport en cultuur   Portefeuillehouders:
C.M. de Waard-Oudesluijs/M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja Er zijn éénjarige subsidieafspraken gemaakt met organisaties in de sport- en cultuursector over de doelstellingen en activiteiten. De subsidies over 2019 zijn ook vastgesteld.
2. Uitvoeren beleid kunst en cultuur. Ja Er is uitvoering gegeven aan het uitvoeringsprogramma van de nota De Kracht van Cultuur. Activiteiten waren o.a.: verder vormgeven kunst & cultuur educatie bij primair en voortgezet onderwijs, corona-proof projecten via het cultuur- en erfgoed-pact, start proces voor een convenant Cultuur-Onderwijs.
3. Bevorderen sportparticipatie. Ja Het ’Sport- en Beweegplan Epe 2020-2024: Samen voor de Sport!’ is door de gemeenteraad vastgesteld. Voor de uitvoering hiervan zijn afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in het Lokaal Sport- en Beweeg Akkoord. Dit Akkoord is door verschillende partijen, waaronder de gemeente, ondertekend.
4. Inzet van functies buurtsportcoaches en cultuurmakelaar. Ja De buurtsportcoaches van Heel Epe Beweegt en de cultuurmakelaar van Cultuurplein Noord Veluwe hebben uitvoering gegeven aan de uitvoeringsplannen.
Collegeprogramma 2018-2022:    
5. De stimuleringsregeling jeugd is geïmplementeerd. Ja De regeling is geïmplementeerd. De geplande evaluatie is als gevolg van een noodzakelijke herziening van de regeling (uitspraak bezwaarschriftencommissie) doorgeschoven naar 2021. Dit is in de voortgangsrapportage gemeld.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 4.059 4.604 4.536 68
Baten 516 516 656 140
Saldo -3.543 -4.088 -3.880 208

3 | Zorg en opvang

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen gezondheids-, verslavings- en ouderenzorg. Tevens valt hieronder het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking en het bieden van maatschappelijke opvang (prestatievelden in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning), het algemeen maatschappelijk werk en integratie/inburgering van nieuwkomers/oudkomers.

Het programma richt zich met name op groepen inwoners uit de samenleving die kwetsbaar zijn als gevolg van verschillende soorten van achterstand (lokaal sociaal beleid). Kernbegrippen zijn daarbij bevorderen zelfredzaamheid en participatie. Er bestaat een relatie met de programma’s 2 “Actief in Epe” (welzijnsvoorzieningen), 4 “Leefbaar en veilig” (leefbaarheid) en 10 “Weer aan het werk” (bevordering arbeidsparticipatie).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2018 2019 2020 2021
Wmo-cliënten met een maatwerk-arrangement per 10.000 inwoners. 350 480 570 530
Een maatwerkarrangement  is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een zelfstandige leefwijze voor mensen met een beperking.
  2. Realiseren van goede zorg en ondersteuning.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Maatschappelijke Zorg   Portefeuillehouders: C.M. de Waard-Oudesluis
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
 1. Uitvoeren gemeentelijk gezondheidsbeleid. Ja Het gezondheidsbeleid is uitgevoerd. Er is daarnaast een Lokaal Preventie Akkoord ondertekend door diverse partners.
 2. Realiseren van de transformatie WMO. Ja

Er is uitvoering gegeven aan het Actieprogramma 2019-2022 dat voortkomend uit het integraal beleidsplan Sociaal Domein. Het betreft onder meer de volgende activiteiten:

  1. Er is uitvoering gegeven aan de regionale werkzaamheden voor de Wmo (o.a. inrichting zorglandschap, werkplan Wmo, het regionaal accountmanagement)
  2. Het jaarlijks cliëntervaringsonderzoek Wmo en Jeugd is uitgevoerd.
  3. De Kadernota Beschermd Thuis 2022-2030 en het Ontwerp Beschermd Thuis zijn vastgesteld en er is een nieuwe inkoop gestart voor beschermd wonen.
  4. De Woonzorgagenda is opgesteld en vastgesteld.
  5. Er is uitwerking gegeven aan de verschillende ombuigvoorstellen vanuit Grip op zorg. De pilot Steuntje in de rug is bijvoorbeeld gestart.
 3. Ondersteunen initiatieven sociale agenda. Ja De transformatieregeling is uitgevoerd. Hiermee is onder andere de pilot Onderwijs Jeugd Arrangementen voor Eper kinderen op de Dr. A. Verschoorschool en de pilot Buurtpunt gefinancierd.
 4. Instandhouden vervoersysteem basismobiliteit (PlusOV). Ja In zijn algemeenheid is de kwaliteit van het vervoer goed, is PlusOV goed bereikbaar en worden klachten binnen de termijnen afgehandeld. Het vraagafhankelijk vervoer (reizen op afroep voor sociale doeleinden) heeft bij het klanttevredenheidsonderzoek een 7,8 gehaald. Bij het route gebonden vervoer (leerlingen-, dagbestedings- en jeugdwetvervoer) staat de kwaliteit sinds dit najaar onder druk als gevolg van een tekort aan chauffeurs bij de vervoerders (landelijke arbeidsmarktprobleem), wat leidt tot meer klachten dan dat wij en PlusOV wenselijk achten. Samen met PlusOV en de vervoerders proberen we dit probleem op te lossen. Voor zowel het route gebonden- als het vraagafhankelijk vervoer is sprake van een (tijdelijke?) vervoersdaling als gevolg van de coronacrisis. Conform het VNG-advies krijgen vervoerders een continuïteitsbijdrage van maximaal 70% van de niet-gereden ritten, zodat het vervoerssysteem in stand wordt gehouden.
 5. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies uit het Subsidieprogramma sociale agenda voor 2022 zijn verleend en de subsidies voor 2020 zijn vastgesteld.
Het gaat dan over onder andere maatschappelijk werk. 
Collegeprogramma 2018-2022:
 6. Er zijn nieuwe algemene voorzieningen gerealiseerd in samenwerking met maatschappelijke partners. Ja De Buurtpunten zijn uitgebreid en de pilot Steuntje in de rug is gestart. Dit is een algemene voorziening voor lichte ondersteuningsvragen.
7. Instandhouden van een divers aanbod van (preventieve) activiteiten betreffende vrijwillige hulp- en dienstverlening. Ja Aan de vrijwillige hulpdiensten in de gemeente zijn subsidies verleend en vastgesteld.
 8. Instandhouden van een laagdrempelig steunpunt voor mantelzorgers. Ja De subsidie is gecontinueerd.
9. De toegang naar zorg en ondersteuning is verbeterd door een intensievere samenwerking van betrokken partijen. Ja De geplande verbeteracties voor de toegang zijn uitgevoerd. De toegang Jeugd is gestart met werken volgens het gedachtegoed van ‘de nieuwe route’ en is hiervoor opgeleid. De regievoering op de netwerksamenwerking CJG is verbeterd. Begeleiding vanuit de participatiewet, uitgevoerd door de gemeente Apeldoorn, kan op locatie in Epe plaatsvinden. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de positionering van  schuldhulpverlening en de adviezen uit het onderzoek worden overgenomen.
10. Een geactualiseerde aanpak gericht op de integratie van statushouders/nieuwkomers en hun kinderen. Nee

In 2022 is de Nieuwe Wet Inburgering ingegaan. In de jaren hieraan voorafgaand is een plan Integratie statushouders 2020 vastgesteld waarin is openomen:

  • stand van zaken rapportage van het plan uit 2016;
  • hoofdlijnen van de nieuwe Wet Inburgering die 2022 is ingegaan;
  • acties en aandachtspunten.

In 2021 is de aanpak uitgevoerd in een pilot. De geplande actualisatie van de aanpak naar aanleiding hiervan volgt in het eerste kwartaal 2022.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 11.851 12.239 11.290 949
Baten 307 307 1.507 1.200
Saldo -11.544 -11.932 -9.783 2.149

4 | Leefbaar en veilig

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen brandweer, politie, criminaliteit en overlast, crisisbeheersing/ rampenbestrijding, leefbare en veilige leefomgeving. Het programma geeft invulling aan de brede begrippen van leefbaar en veiligheid. Het onderwerp integrale veiligheid valt ook onder dit programma. Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe”, 2 “Actief in Epe”, 3 “Zorg en Opvang” en 6 “Epe op orde”. Verder is er een relatie met programma 8 “Toezicht en handhaving”. Daar vindt de uitvoering plaats van de diverse leefbaarheids- en veiligheidsaspecten.

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2018 2019 2020 2021
Winkeldiefstal 1,1 0,8 0,8 0,8
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners.
Geweldsmisdrijven 3,2 2,6 2,7 2,6
Het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners.
Diefstal uit woningen 2,1 1,8 1,7 1,1
Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners.
Vernieling en beschadiging 4,3 3,2 5,0 4,1
Het aantal vernielingen en beschadigingen per 1.000 inwoners.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een leefbare en veilige woon- en leefomgeving.
  2. Bevorderen van bijdragen van bewoners aan de leefbaarheid in de kernen en wijken.
  3. Bevorderen van een goede, geoefende organisatie die snel en adequaat kan optreden bij een calamiteit of ramp

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Veiligheid   Portefeuillehouder: T.C.M. Horn
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Bevorderen kwaliteit basisbrandweerzorg. Ja Het prestatiecontract/de afspraken met de VNOG over adequate brandweerzorg is/zijn uitgevoerd. 
2. Uitvoeren integraal veiligheidsbeleid Ja Voor alle thema's is aandacht geweest. De invloed van corona was dat de aanpak van bv woninginbraken minder relevant werd. Anderzijds heeft de coronacrisis ook extra werkzaamheden gecreëerd zoals bijvoorbeeld het toezicht en de handhaving op coronaregels.
3. Verbeteren crisisbeheersing en rampenbestrijding. Ja Het jaarplan is uitgewerkt, rekening houdend met de coronamaatregelen. 
4. Uitvoeren lokaal plan van aanpak ondermijning. Ja Het plan van aanpak ondermijning is uitgevoerd. De APV is ondermijningsproof gemaakt.

 

Leefbaarheid   Portefeuillehouder: M. Kerkmans
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Implementeren werkwijze gebiedsgericht werken. Ja Het gebiedsgericht werken is geëvalueerd. Het leverde een aantal aanbevelingen op een toekomstgericht ontwikkeling in te zetten. Sommige van de instrumenten functioneren goed en eventuele verbeterpunten kunnen snel worden opgepakt. Voor andere instrumenten geldt dat meer fundamentele keuzes nodig zijn. Er is een plan van aanpak opgesteld voor doorontwikkeling van gebiedsgericht werken in de nieuwe collegeperiode.
Collegeprogramma 2018-2022:
2. De werkwijze van de gemeentelijke organisatie is afgestemd op het gebiedsgericht werken. Nee Vanuit de evaluatie, zoals bij punt 1 vermeld, is een plan van aanpak opgesteld die in 2022 uitvoering krijgt. Daarin zijn maatregelen opgenomen voor een doorontwikkeling waarbij ook naar de werkwijze wordt gekeken. Bij de doorontwikkeling zal er samenhang zijn met participatie, omgevingswet, Sociale Agenda en dienstverlening. Zo kunnen de verschillende ontwikkelingen elkaar versterken.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 2.387 2.462 2.486 -24
Baten 2 2 37 35
Saldo -2.385 -2.460 -2.449 11

5 | Ruimte en Wonen

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen ruimtelijke ordening, grond- en woningexploitatie, bouw- en woningtoezicht en volkshuisvesting. Het onderdeel bouw- en woningtoezicht heeft een uitvoerend karakter. De activiteiten voor woningexploitatie zijn erg beperkt.

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2018 2019 2020 2021
Nieuwbouwwoningen 7,1 18,4 4,9 5,2
Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 woningen.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit om een goed woon-, werk- en leefklimaat te ondersteunen.
  2. Bevorderen van een diversiteit aan woonaanbod om de leefbaarheid in de dorpen op peil te houden voor jong en oud.
  3. Behouden van het in de gemeente aanwezige cultuur- en natuurhistorisch erfgoed. 
  4. Beheerste en duurzame ontwikkeling van het buitengebied.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Ruimtelijke ontwikkeling   Portefeuillehouder: M. Kerkmans
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
 1. Uitwerken van het Landschapsontwikkelingsplan. Ja Het Landschapsontwikkelingsplan is opgenomen in de Omgevingsvisie die is vastgesteld in 2021.
 2. Ontwikkeling woningbouwplannen conform woonvisie Ja Diverse plannen zijn gerealiseerd zoals Oosterhof-Zuid en Sprenghenparc, ’t Slath. Daarnaast diverse sociale- en transformatielocaties zoals Hoge Weerd, Suikerbrink, vm ABN- en TNT-locatie en de Dekamarktlocatie in Vaassen. De wijk Klaarbeek is nagenoeg gerealiseerd.
 3. Opstellen bestemmingsplan VFP in Vaassen. Nee Het initiatief voor de verdere planvorming ligt bij VFP. Deze heeft nog geen initiatief genomen. 
 4. Uitvoeren Regionale Omgevingsagenda. Ja Zie activiteiten 7 en 8 hierna.
 5. Invoeren Omgevingswet. Ja De omgevingsvisie is vastgesteld. De voorbereidingen voor de implementatie van de Omgevingswet lopen volgens planning zoals aansluiten bij het digitale stelsel en het opstellen van omgevingsplan. Het voorstel voor het bepalen van de rol en verantwoordelijkheid van de raad in de uitvoering van de Omgevingswet komt in 2022 naar de raad. Dat is in de voortgangsrapportage vermeld.
Collegeprogramma 2018-2022:
 6. Er zijn op locaties innovatieve woonvormen gerealiseerd. Ja Het plan voor Sprenghenparc is ontwikkeld. De ruimtelijke procedure is in voorbereiding
 7. Van het centrumplan Vaassen zijn de fases 1 en 2 gerealiseerd (resp. oostelijk en westelijk deel centrum). Nee De uitvoering van fase 2 is gekoppeld aan de herontwikkeling van de Dekamarkt locatie. Deze moet eerst zijn gerealiseerd. De procedure daarvoor start in het eerste kwartaal van 2022.
 8. Van het centrumplan Vaassen is het ontwerpplan voor de nieuwe inrichting van het Ireneveld (fase 3) opgesteld. Nee Er is een koppeling gemaakt met het Veluwe op 1 programma, waardoor er een forse subsidie mogelijk is, die is toegekend. De planvorming loopt, samen met alle betrokkenen (inclusief de omgeving).
9. De omgevingsvisie is vastgesteld. Ja De omgevingsvisie is vastgesteld.
10. Het opstellen van het Omgevingsplan is gestart. Ja De voorbereidingen zijn gestart. Met de gemeenteraad is daar over gesproken. 
11. De industrieterreinen in gemeente Epe zijn voldoende groot om aan de bestaande lokale behoefte te kunnen voldoen. Nee Er is nu regionale bestuurlijke instemming voor de uitbreiding van bedrijventerrein Eekterveld met 4 hectare. De planning is erop gericht het bestemmingsplan Eekterveld IV in 2022 vast te stellen. Dat is in de voortgangsrapportage vermeld.

 

Wonen   Portefeuillehouder: M. Kerkmans
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitwerken woonvisie. Ja De woonzorgagenda is vastgesteld. Er is gestart met het opstellen van het uitwerkingsplan en de uitvoering.
Aan de gemeente Epe zijn substantieel meer woningen toegekend.
Met woningbouwcoöperaties zijn prestatieafspraken gemaakt.
Collegeprogramma 2018-2022:
2. Met initiatiefnemers, corporaties en zorginstellingen zijn afspraken gemaakt om te bereiken dat de juiste woningen toegevoegd worden op de goede plek en voor de juiste doelgroep. Ja Bij ieder initiatief worden afspraken gemaakt om te komen tot een juiste verdeling van het aantal en soort woningen binnen de regionale afspraken. 
In dit kader is het koop- en prijsklassenbeleid vastgesteld.

 

Ruimte overig   Portefeuillehouders: M. Kerkmans/
C.M. de Waard-Oudesluijs
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren maatregelenplan cultuurhistorisch beleidskader. Nee De voorbereidingen vragen meer tijd. Alle inventarisaties zijn afgerond. Met de stakeholders zijn de gesprekken gestart om een maatregelenplan op te stellen.
De besluitvorming over het cultuurhistorisch beleidskader vindt in 2022 plaats. Dit is gemeld in de voortgangsrapportage.
2. Aanpassen gemeentelijk pand de Ossenstal. Nee Diverse onderzoeken zijn uitgevoerd. Vanwege de coronabeperkingen zijn, in overleg met de uitbater, nog geen aanpassingen doorgevoerd of contracten aangepast (verhuurvorm).

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 4.203 4.662 4.085 577
Baten 2.708 2.718 4.172 1.454
Saldo -1.495 -1.944 87 2.031

6 | Epe op orde

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen betreffende het beheer en onderhoud van dat deel van de openbare ruimte dat kan worden beschreven als de bovengrondse infrastructuur en toebehoren.
Het gaat dan om de zorg dat de wegen en pleinen, woonstraten en -erven hun functie adequaat kunnen blijven vervullen.

Wat is de stand van zaken

Er zijn geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een leefomgeving (openbare ruimte) die schoon en heel is.
  2. Bevorderen van een duurzaam toegankelijk en aantrekkelijk openbaar gebied.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Verkeer en vervoer   Portefeuillehouder: M. Kerkmans
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitvoeren van wegenbeleidsplan. Ja Het regulier onderhoud is uitgevoerd conform planning en afspraken over kwaliteitsniveaus.
2. Actualiseren van wegenbeleidsplan. Nee Het opstellen van een actueel wegenbeleidsplan is vertraagd als gevolg van de afstemming met het mobiliteitsplan. Dit is in de voortgangsrapportage gemeld.
 3. Uitvoeren van beleidsplan civiele kunstwerken (bruggen). Ja Bruggen zijn volgens vastgesteld beleid beheerd en onderhouden.
 4. Actualiseren gemeentelijk verkeers- en vervoersplan. Ja Het opstellen van een actueel mobiliteitsplan (GVVP) is afgerond. Besluitvorming vindt plaats in februari 2022.
 5. Uitvoeren reclame- en bewegwijzeringsplan. Ja De sanering van de reclameborden is uitgevoerd.
 6. Verbeteren toegankelijkheid openbare ruimte. Ja Op de centrale looproutes zijn diverse toegankelijke op- en afritten aangelegd. Het betreft het gebied Hoofdstraat-Gruttersplein-Emmastraat in de kern Epe.
 7. Er is een besluit genomen (regionaal/lokaal) over de aanleg van een veiligere en snelle fietsroute Epe-Apeldoorn. Nee De voorbereidingen voor het traject Apeldoorn - Epe zijn vertraagd als gevolg van het inspraaktraject en de verwerking van de reacties. Dit is gemeld bij de voortgangsrapportage. De regionale stuurgroep heeft een advies uitgebracht. De te nemen vervolgstappen voor de verdere uitwerking zijn voorgelegd aan de raad (februari 2022).
8. Uitwerken gemeentelijk projectplan schone mobiliteit Ja Het jaarplan is uitgevoerd. Er is onder meer gewerkt aan de uitwerking van leasefietsscenario’s, aan knelpunten parkeerproblematiek en een gedeeltelijke evaluatie van het gebruik van het gemeentelijk elektrisch wagenpark.
Collegeprogramma 2018-2022:
9. Een opgesteld plan voor een aantrekkelijke inrichting van de dorpsentrees met een uitvoeringsprogramma. Nee Nu de omgevingsvisie is vastgesteld kan dit plan opgesteld worden.
10. Actualiseren van het uitvoeringsprogramma wegen getoetst op veilig, comfortabel, toegankelijk en passend voor het gebruik. Nee Deze activiteit volgt na vaststelling van de omgevingsvisie en het mobiliteitsplan (GVVP).
11. Continueren van het duurzaam en veilig inrichten van gebieden. Ja De rotonde Quickbornlaan is in 2021 aangelegd.
12. Knelpunten voor fietsers in dorpen en buitengebied zijn in beeld en worden fasegewijs aangepast. Nee Het onderwerp komt terug in het nog vast te stellen mobiliteitsplan (GVVP). Het fietspad Vemderweg is niet gerealiseerd doordat de benodigde grondaankoop niet is gelukt. De aanleg vindt nu plaats in 2022.
13. Een opgesteld meerjarenprogramma om (recreatieve) fietspaden kwalitatief te verbeteren. Nee Deze activiteit volgt na vaststelling van de omgevingsvisie en het mobiliteitsplan (GVVP).
14. OV-haltes zijn voorzien van goede voorzieningen voor fietsers zoals een stalling. Nee Het onderwerp komt terug in het nog vast te stellen mobiliteitsplan (GVVP).
15. Een ontwikkelde aanpak om fietsgebruik te stimuleren. Nee Het onderwerp komt terug in het nog vast te stellen mobiliteitsplan (GVVP).

 

Beheer openbare ruimte   Portefeuillehouder: A.H.M. van Loon
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Onderhoud Openbare Ruimte. Ja Diverse aannemers hebben in opdracht van gemeente Epe onderhoud uitgevoerd aan de openbare ruimte conform de prestatieafspraken. De resultaten zijn conform afspraken: onderhoudsniveau basis.
2. Actualiseren bomenbeleidsplan. Nee Het concept-bomenbeleidsplan is besproken met de klankbordgroep. Dat heeft geleid tot een aantal aanpassingen De besluitvorming zal in 2022 plaatsvinden.
3. Realiseren natuurbegraafplaats. Nee Het wijzigen van het bestemmingsplan is afhankelijk van het initiatief van landgoed Welna. 
4. Actualiseren beleidsplan begraafplaatsen. Nee De voorbereiding kost meer tijd. Het conceptbeleidsplan begraafplaatsen is opgesteld en met de klankbordgroep besproken. Besluitvorming staat gepland voor begin 2022. Dit is gemeld bij de voortgangsrapportage.
5. Realiseren gebiedsdekkende routes knooppuntensysteem. Nee Het actualiseren van routenetwerken heeft vertraging opgelopen bij het routebureau Veluwe waarmee afstemming plaatsvindt. Het ontwikkelen van een mountainbikeroute wacht op de uitkomst van de recreatiezonering. Grondeigenaren wachten op die uitkomst alvorens met de gemeente in gesprek te gaan.
Collegeprogramma 2018-2022:
6. Opgesteld uitvoeringsprogramma met maatregelen in de openbare ruimte die inspelen op de gevolgen van klimaatverandering. Nee Het gemeentelijk watertakenplan is vastgesteld en het opstellen van het uitvoeringsprogramma volgt nu na vaststelling van de omgevingsvisie.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 7.242 7.162 5.713 1.449
Baten 1.218 1.218 1.433 215
Saldo -6.024 -5.944 -4.280 1.664

7 | Duurzaamheid

Omschrijving programma

Het programma omvat de zorg voor het milieu. De belangrijkste onderwerpen uit het programma zijn milieu, afvalverwijdering en de afvoer van (overtollig) regenwater en afvalwater.

Wat is de stand van zaken

 

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2017 2018 2019 2020
Huishoudelijk restafval 183 177 170 156
De hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (kg).
Hernieuwbare elektriciteit 2,4% 4,0% 5,6% -
Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa.
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een duurzame en gezonde ontwikkeling van de leefomgeving voor nu en toekomstige generaties.
  2. Stimuleren lokale initiatieven voor duurzaamheidsontwikkeling.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Milieu algemeen   Portefeuillehouder: A.H.M. van Loon/M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitwerken Gemeentelijk Rioleringsplan. Ja Het gemeentelijke watertakenplan (GWK) is door de raad vastgesteld. Dit is de opvolger van het rioleringsplan.
In de wijk Vegtelarij is een oplossing voor de wateroverlast in voorbereiding. Het reguliere onderhoud en beheer heeft plaatsgevonden. Diverse projecten voor vervanging van riolering zijn in voorbereiding.
2. Realiseren gemeentelijke afspraken in Gelders Energieakkoord. Ja Het jaarplan is uitgevoerd. De nodige maatregelen aan het gemeentehuis zijn afgerond met de verbouwing ervan.
3. Bijdragen aan het Regionaal Adaptie Programma (inspelen op klimaatverandering) Ja Het regionale adaptatieprogramma is vastgesteld. In samenhang met de overige OKER-onderdelen worden vervolgmaatregelen voor Epe afgesproken.
Collegeprogramma 2018-2022:
4. Uitgevoerde analyse naar kansen voor maatregelen in de openbare ruimte die inspelen op de gevolgen van klimaatverandering. Ja Er heeft een analyse plaatsgevonden. Verdroging wordt nog verder onderzocht. Vanuit de Omgevingsvisie worden vervolgafspraken voor maatregelen gemaakt.
5. Er is een op de doelgroep passende mix van maatregelen beschikbaar om duurzaamheidsinitiatieven uit de samenleving te ondersteunen. Ja De Stimuleringslening Duurzaamheid is aangewend voor verschillende initiatieven van inwoners en organisaties.
Het Regionale Energieloket, het lokale Energieloket en de energiecoaches hebben op verschillende wijzen bijgedragen aan de informatievoorziening aan inwoners, bedrijven en andere organisaties.
Aan de verduurzaming van de bedrijventerreinen Eekterveld en Kweekweg is een vervolg gegeven en afgestemd met de bedrijfskring Epe en Industriekring Eekterveld.
De Energie coöperatie ontving zowel ambtelijke als financiële ondersteuning voor het ontwikkelen van de coöperatie zelf alswel duurzaamheidsprojecten. 
Een plan van aanpak om het MKB te verduurzamen is opgesteld en afgestemd met de ondernemersverenigingen Epe en Vaassen.
Er is een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om de vakantieparken volgens de triple helix aanpak te verduurzamen.
6. Inwoners en bedrijven zijn geïnformeerd en bewust gemaakt van het treffen van energiebesparende maatregelen. Ja Er lopen vanuit het communicatieplan meerdere trajecten om inwoners en bedrijven bewust te maken.
7. Het (lokaal) uitvoeringsprogramma is uitgewerkt (op basis van Agenda Cleantech regio) Ja Het jaarplan is uitgewerkt. Er heeft terugkoppeling plaatsgevonden aan de raad over alle maatregelen.
8. Visie op energietransitie is opgesteld met bijbehorend uitvoeringsprogramma en benodigd budget. Ja De transitievisie energie en warmte is vastgesteld.
9. De bijdrage van de gemeente aan de Regionale Energietransitie Strategie (RES) (2018-2023) is opgesteld. Ja De RES is vastgesteld.
10. Er is een gemeentedekkend warmteplan opgesteld voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving inclusief uitvoeringsprogramma Ja Zie activiteit 8 hiervoor.

 

Afvalinzameling en verwerking   Portefeuillehouder: A.H.M. van Loon
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren afvalinzameling en -verwerking. Ja Werkzaamheden zijn uitgevoerd conform afspraken in beleid en dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Circulus-Berkel.
2. 2.    Implementeren van werkwijze inzamelen van grondstoffen. Ja Het jaarplan voor implementeren voor het inzamelen van grondstoffen is uitgevoerd. Het betreft onder meer de invoering van een prijsprikkel (diftar).

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 7.181 7.441 7.534 -93
Baten 7.357 7.630 7.741 111
Saldo 176 189 207 18

8 | Toezicht en handhaving

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen vergunningverlening, controle op uitvoering en handhaving van wet- en regelgeving en de algemene plaatselijke verordening. Er bestaat een relatie met programma 4 “Leefbaar en veilig”.

 

Wat is de stand van zaken

Er zijn geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Wat willen we bereiken?

Strategische doel:

  1. Versterken van handhaving en toezicht

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Vergunningverlening/handhaving   Portefeuillehouder: A.H.M. van Loon
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Opstellen nieuw handhavingskader 2022-2025. Ja Het handhavingsbeleidskader voor de periode 2022-2025 is in de loop van 2021 opgesteld en door het college van B&W vastgesteld. Hiermee is de basis gerealiseerd voor de jaarlijkse programmering van de uitvoering. 
2. Uitwerken handhavingskader Ja Jaarlijks wordt een Handhavingsuitvoeringsplan (HUP) opgesteld. Dit jaarplan is uitgevoerd. 

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 644 654 929 -275
Baten 110 110 221 111
Saldo -534 -544 -708 -164

9 | Bedrijvigheid

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen lokale economie (waaronder werkgelegenheid, bedrijfsterreinen, agrarische aangelegenheden, recreatie en toerisme. De gemeentelijke rol is voorwaardenscheppend (vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, goede ontsluiting en bereikbaarheid, goed beheer van de openbare ruimte) en faciliterend (informatievoorziening, dienstverlening). Er bestaat een relatie met programma 5 “Ruimte en wonen” (economische aspecten in planontwikkeling en bestemmingsplannen.

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2018 2019 2020 2021
Banen 672,4 673,2 678,7 697,6
Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
Vestigingen 139,3 144,4 149,8 155,2
Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
Netto arbeidsparticipatie 65% 67% 67% -
Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de  potentiële beroepsbevolking.
Functiemenging 48,4 48,4 48,1 48,5
De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen.
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Versterken lokale economie.
  2. Vergroten van de aantrekkelijkheid van de gemeente Epe op het terrein van recreatie en toerisme.

Wat hebben we daarvoor gedaan

Recreatie en toerisme   Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Inzetten stimuleringsbudget recreatie en toerisme. Ja Stichting Promotie Epe heeft subsidie ontvangen. Er is onder meer geïnvesteerd in een trein-trekschuit-route. Een fietsroute op initiatief van de Fietsersbond. 
2. Uitwerken toeristisch profiel. Ja Stichting Promotie Gemeente Epe (SPGE) heeft het jaarplan uitgevoerd en halverwege 2021 een meerjarenplan opgesteld. Dit plan richt zich op de toekomst van de SPGE en hoe we ons verder profileren middels ons toeristisch profiel, 100% Wild.
Collegeprogramma 2018-2022:
3. Faciliteren en stimuleren van organisaties en bedrijven in de uitvoering van het regionale programma Veluwe-op-1. Ja Het plan van aanpak Vitale Vakantieparken is vastgesteld en er is gestart met de uitwerking. Het plan voor de ontvangst locatie in Vaassen is betrokken in de plannen voor de ontwikkeling van Vaassen -centrum.

 

Lokale/regionale economie   Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
Collegeprogramma 2018-2022:
1. De behoefte en mogelijkheden naar realisatie van een  fysiek centrum van ondernemen (innovatieve broedplaats) worden onderzocht. Ja Er is met enkele initiatieven meegedacht, maar er is tot op heden geen haalbaar initiatief ingediend. De gemeente heeft een faciliterende rol; het initiatief moet uit de markt komen.
2. Er is een gemeentelijk ondersteuningsaanbod voor vrijwilligersorganisaties en verenigingen voor het organiseren van evenementen om de aantrekkelijkheid van de gemeente te bevorderen. Ja

Er is een ondersteuningsaanbod vastgesteld. Het gaat onder meer om het beschikbaar stellen van materieel, begeleiding door accountmanager bedrijven, optimalisatie vergunningsproces ene begeleiding van organisatoren om de omslag te maken naar het verduurzamen van evenementen.

3. Uitvoering van het actieprogramma economische visie. Ja Het eerste actieprogramma is grotendeels uitgevoerd. Een tweede actieprogramma is inmiddels vastgesteld en wordt momenteel uitgevoerd.
4. Ondersteuning leveren aan de uitvoering van het actieprogramma van ondernemers gericht op vitale dorpscentra. Ja De gemeente draagt bij aan de uitvoering en heeft een centrummanager ingehuurd om verdere stappen te maken.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 678 1.126 928 198
Baten 8 8 -15 -23
Saldo -670 -1.118 -943 175

10 | Weer aan het werk

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen die samenhangen met de uitvoering van de Participatiewet. De uitvoeringspraktijk is neergelegd in verordeningen. Er bestaat een relatie met programma 3 “Zorg en opvang” (bevorderen zelfredzaamheid).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2018 2019 2020 2021
Bijstandsuitkeringen 232,4 225,9 287,4 222,1
Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners van 18 jaar en ouder (tweede helft van het genoemde jaar).
Lopende re-integratie-voorzieningen 50,3 124,9 130,7 -
Het aantal lopende re-integratie voorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
Jeugdwerkeloosheidspercentage 1% 2% 2% -
Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar).
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Vergroten van maatschappelijke participatie van mensen zonder werk.
  2. Verminderen van de schuldenproblematiek van Eper inwoners.
  3. Verminderen van armoede bij ouderen en gezinnen met een minimuminkomen.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Arbeidsparticipatie   Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Verhogen uitstroompercentage participatiewet (voormalig WWB, voormalig WSW en jonggehandicapten). Ja Door inzet van maatwerkdienstverlening en een doelgroepgerichte aanpak is er sprake van een verhoogd uitstroompercentage. De doelstelling van een gelijkblijvend bestand is ruimschoots gehaald en we zien zelfs een daling in het bestand.
2. Realiseren van de transformatie Participatiewet. Ja Door in te zetten op lokale en gebiedsgerichte dienstverlening kunnen meer inwoners waardevolle werkervaring dichtbij opdoen. Zo zijn er meer dan 30 werkervaringsplekken in de gemeente Epe gecreëerd. Deze plekken zijn voor diverse doelgroepen toegankelijk. Met als motto: Werken werkt!
3. Voor oudere mensen met een bijstandsuitkering de mogelijkheden bezien voor vrijstelling van de sollicitatieplicht indien zij een actieve bijdrage leveren aan vrijwilligerswerk in de gemeente. Ja De mogelijkheden zijn verder onderzocht. Het resultaat was dat het niet mogelijk is om het gewenste in te voeren.
4. In de gemeentelijke organisatie zijn mogelijkheden gerealiseerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ja Er zijn nadere afspraken gemaakt met werkbedrijf Lucrato die zullen leiden tot meer samenwerking en het vaker inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

 

Inkomensondersteuning   Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Financiële ondersteuning van vrijwilligersorganisaties (Stichting Leergeld, Formulierenteam en Voedselbank) die actief zijn voor huishoudens met een laag inkomen en/of schulden. Ja Stichting Leergeld, het Formulierenteam (Koppel-Swoe) en de Voedselbank ontvangen een subsidie conform onze beleidskaders.
2. Versterken van schuldhulpverlening. Ja Sinds september is de gemeente Epe actief met vroegsignalering schulden. Het beleidsplan armoede en schulden is vastgesteld.
Collegeprogramma 2018-2022:
3. Instandhouden en versterken van de toegang van de gemeentelijke minimaregelingen: meedoenregeling, schoolfonds en het kindpakket. Ja Er is een onderzoek geweest naar de toegankelijkheid van de minimaregelingen en een onderzoek naar de doelmatigheid en de mogelijkheden van integratie van de gemeentelijke regelingen. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in het beleidsplan armoede en schulden. 
Het kindpakket is afgelopen jaar actief gepromoot via een artikel. Samen met het formulierenteam zorgen we voor een passende aanvraag mogelijkheid voor iedereen. 
4. Het realiseren van een gemeentelijk noodfonds voor ondersteuning van schrijnende situaties, die niet of onvoldoende in aanmerking komen voor andere regelingen. Nee De keuze is gemaakt om geen verordening in te voeren maar dit te organiseren via een subsidie/contract met St. Present. Dit om het noodfonds doelmatig en laagdrempelig te houden. De verwachting is dit te realiseren per 1 maart 2022 en eerst te werken in pilotvorm.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 14.853 15.092 15.823 -731
Baten 6.793 6.793 8.206 1.413
Saldo -8.060 -8.299 -7.617 682

11 | Bestuur en organisatie

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen algemeen bestuur, personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, huisvesting, juridische zaken, communicatie en andere bedrijfsmiddelen zoals post, repro en facilitaire zaken.

 

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Indicator 2019 2020 2021
Formatie 4,9 5,1 5,0
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat, per 1.000 inwoners.
Bezetting 5 4,9 5
Het werkelijke aantal fte dat werkzaam is per 31 december, per 1.000 inwoners.
Apparaatskosten Begroot 292 295 291
Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners.
Apparaatskosten Werkelijk * 282 280 321
Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners.
Externe inhuur Begroot 0,6% 1,3% 2,3%
Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten.
Externe inhuur Werkelijk * 18,8% 20,3% 30,8%
Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten.
Demografische druk 84,5% 85,7% 85,3%
De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.
* In 2021 is er meer ingehuurd dan in de vorige jaren. We hebben in 2021 te maken gehad met een aantal factoren wat maakt dat de externe inhuur noodzakelijk was: 1. Krapte op de arbeidsmarkt wat maakt dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. De doorlooptijd van vacatures is lang, waardoor er ingehuurd moet worden om het werk door te laten gaan. 2. Stijging in de klantvraag, wat opgevangen moet worden door tijdelijke medewerkers (inhuur). 3. Incidentele middelen voor tijdelijke taken zorgt vaak voor tijdelijk opvulling door middel van inhuur. 4. Er was bij meerdere teams sprake van langdurige ziekte van medewerkers. Daarvoor moest personeel worden ingehuurd. Dit brengt aanzienlijk hogere kosten met zich mee.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Ontwikkelen van een klantgerichte organisatie die gericht is op een snelle, correcte en integere dienstverlening.
  2. Ontwikkelen van een op de samenleving gerichte organisatie die de dialoog aangaat met burgers en flexibel en slagvaardig inspeelt op ontwikkelingen en behoeftes.
  3. Ontwikkelen van een organisatie waarbij het resultaat voorop staat en alles draait om het willen bereiken van de afgesproken doelen met een efficiënte en rechtmatige inzet van middelen.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Planning en Control   Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Verbeteren planning en control cyclus. Ja Voorbereidingen zijn getroffen voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording (2022), waaronder de opzet van een plan van aanpak voor doorontwikkeling van ‘control’; 
Stappen zijn gezet ter verbetering van het ‘inzicht in de financiën’ voor het management en op het gebied van optimalisatie van het budgethouderschap; er zijn nieuwe toepassingen geïmplementeerd met gebruikmaking van Pepperflow.
2. Uitvoeren jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van (delen van) programma’s en paragrafen en van (onderdelen van) de organisatie-eenheden. Ja Binnen de processen in de gemeentelijke organisatie zijn diverse verbeteringen volgens de lean principes doorgevoerd. Dit is een continu proces bij het herontwerp van processen.
3. Ondersteunen samenleving bij de negatieve effecten als gevolg van de coronacrisis. Ja Uitvoering is gegeven aan het door de raad vastgestelde beleidskader herstel- en stimuleringsagenda coronacrisis en met regelmaat is de raad geïnformeerd over de voortgang.
Collegeprogramma 2018-2022:
4. Een uitgevoerd onderzoek naar een ander systeem voor toeristenbelasting, waarbij de recreatiesector wordt betrokken. Ja Onderzoek is uitgevoerd, de resultaten hebben in overleg met de recreatiesector geleid tot een aanpassing van het systeem (raadsbesluit 27 mei 2021); vanuit de sector was er waardering voor hun betrokkenheid bij de totstandkoming van dit besluit.

 

Burger en bestuur   Portefeuillehouder: A.H.M. van Loon
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
Collegeprogramma 2018-2022:
1. Inwonerparticipatie is geborgd in de daarvoor in aanmerking komende werkprocessen. Nee Een uitgangspunt bij het actieplan inwonerparticipatie is om al werkenderwijs in kleine stappen, daar waar mogelijk, de borging te laten plaatsvinden. Verder is dit onderwerp een onderdeel van het uitvoeringsplan dat voortvloeit uit de brede beleidsvisie, zie hieronder bij 3.
2. De inzet van een actueel instrumentarium is geborgd in de organisatie Nee Het onderzoek naar een adequaat instrumentarium heeft eerder plaatsgevonden. De verdere borging is onderdeel van het uitvoeringsplan dat voortvloeit uit de brede beleidsvisie, zie hieronder bij 3.
3. Een gerealiseerd actieplan om verbinding tussen samenleving en gemeente te verstevigen. Ja In afstemming met de raad is gekozen om eerst een brede beleidsvisie voor communicatie en participatie op te stellen. Deze beleidsvisie is besproken in de raadscommissie, maar de besluitvorming daarover is daarna uitgesteld. Eerst is de verbeteragenda en het uitwerkingsplan van de raad besproken.
4. Het faciliteren van de uitwerking van de raadsagenda voor deze bestuursperiode. Ja De inzet is met name geweest op de trajecten omgevingswet/ omgevingsvisie en Regionale Energietransitie.

 

Organisatie   Portefeuillehouder: T.C.M. Horn
Activiteit programmabegroting  Uitgevoerd? Toelichting
1. Actualiseren van het informatieveiligheid. Nee Het informatiebeleid volgt op de te actualiseren visie op dienstverlening. Deze visie wordt begin 2022 vastgesteld. Vervolgens start het actualiseren van het informatiebeleid. Dit is gemeld bij de voortgangsrapportage.
2. Uitwerken informatieveiligheid Nee Na vaststelling van het informatiebeleid volgt het uitwerken van de jaarplannen.
3. Invullen gevolgen Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ja Ook in 2021 zijn er meerdere DPIA’s uitgevoerd. DPIA = data protection impact assessment, oftewel er is kritisch gekeken welke persoonsgegevens op welke wijze verwerkt worden in een proces en wat de risico’s daarvan zijn. Verder is er gewerkt aan privacybewustwording, zijn AVG inzageverzoeken 
4. Invoeren Wet Generieke Digitale Infrastructuur (WGDI). Ja Het project Gegevensmanagement is verder uitgevoerd. De activiteiten lopen door in 2022.
5. Vernieuwing technische apparatuur raadzaal Ja De nieuwe apparatuur is geïnstalleerd.
6. Actualiseren nota verbonden partijen Nee De concept-nota is opgesteld. Begin 2022 ligt de nota ter inzage en volgt daarna de besluitvorming.
Collegeprogramma 2018-2022:
7. Het programma voor organisatieontwikkeling is geïmplementeerd met als resultaat:
a. de medewerkers zijn getraind invulling te geven aan een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie
b. de organisatie werkt procesmatig voor reguliere taken en projectmatig voor enkelvoudige opgaven
c. het gemeentehuis is toekomstbestendig
Ja

a. De noodzakelijke trainingen zijn veelal digitaal gegeven. Een aantal zijn uitgesteld vanwege corona omdat die niet digitaal konden.
b. Procesmatig en projectmatig werken is onderdeel van onze organisatie. Dit blijven we continu verbeteren en door ontwikkelen.
c. Het gemeentehuis is gerenoveerd en toekomstbestendig. In 2022 worden nog een aantal restpunten aangepakt (bv invalidentoiletten en de toegang).

 

Dienstverlening   Portefeuillehouder: T.C.M. Horn
Activiteit programmabegroting  Uitgevoerd? Toelichting
1. Bewaren van documenten in een e-depot. Ja Het plan van aanpak voor het aansluiten/vormen van een e-depot is opgesteld. Het onderzoek naar de mogelijkheden is uitgevoerd. In 2022 wordt de keus gemaakt hoe we het e-depot gaan organiseren.
Collegeprogramma 2018-2022
2. Een geactualiseerde visie op dienstverlening inclusief servicenormen is opgesteld. Nee Het opstellen van deze visie is doorgeschoven naar 2022, zoals in de voortgangsrapportage gemeld. Daarmee kan er afstemming plaatsvinden met de resultaten uit een analyse van de gemeentelijke dienstverlening dat n.a.v. de verbeteragenda Quick scan en het uitwerkingsplan van de raad. Ook kan er afstemming plaatsvinden met de beleidsvisie communicatie/ participatie nadat er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.
3. Een geactualiseerd implementatieplan KCC is opgesteld. Nee Op basis van de uitkomst van de analyse van Rijnconsult en de nog te actualiseren visie wordt een geactualiseerd implementatieplan KCC opgesteld.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen x € 1.000
Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Verschil 2021
Lasten 3.300 3.273 3.374 -101
Baten 404 404 438 34
Saldo -2.896 -2.869 -2.936 -67

Paragrafen

1 | Lokale heffingen

1.1 Inleiding

De paragraaf lokale heffingen beschrijft het beleid en de uitvoering daarvan ten aanzien van de lokale heffingen en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).

1.2 Beleidskaders

1.3 Beleidsverantwoording

Algemeen
Tribuut belastingsamenwerking heeft de belastingen en WOZ uitgevoerd. De coronamaatregelen hebben wederom flinke impact gehad op de uitvoering.  Voor bedrijven heeft Tribuut op verzoek bijzonder uitstel van betaling verleend, gevolgd door maatwerkafspraken over betalingsregelingen. Hieronder wordt per specifieke taak een korte verantwoording gegeven. In het overzicht algemene dekkingsmiddelen zijn de bedragen van de geraamde en gerealiseerde belastingopbrengsten tegen elkaar afgezet.  

Wet waardering onroerende zaken
In februari zijn de WOZ-waarden bekend gemaakt. In 96% van de gevallen is geen bezwaar gemaakt tegen de waarde. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de WOZ was voldoende. Tribuut werkt planmatig aan verbeteringen om eind 2021 als algemeen oordeel 'goed' te krijgen. Dat is in 2021 nog niet gelukt, mede omdat de Waarderingskamer steeds strengere eisen stelt aan de uitvoering. In een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Tribuut zal  deze norm opnieuw afgewogen tegen de daarmee samenhangende (extra) lasten.

Onroerende-zaakbelastingen
De WOZ-waarde is de grondslag voor dit algemene dekkingsmiddel. Bij de niet-woningen blijft de opbrengst wat achter bij de raming.  Dit heeft te maken met autonome lagere waarde-ontwikkelingen.

Reinigingsheffingen
Deze heffingen dekken de kosten voor het inzamelen en verwerken van huisvuil en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval. Uitgangspunt is een kostendekkende heffing. 2021 was het eerste jaar waarin het vastrechtdeel van diftar in rekening is gebracht. Het variabele deel dat afhankelijk is van het aantal ledigingen of inworpen wordt wel in 2021 verantwoord, maar is met de aanslagoplegging in 2022 bij de inwoners en bedrijven in rekening worden gebracht. Het aantal malen dat inwoners gebruik hebben gemaakt van de vuilophaaldienst ligt hoger dan geraamd. Voor een aantal gevallen waarin sprake was van een extreem hoog aantal inworpen in de ondergrondse container heeft het college de hardheidsclausule toegepast. Dit is verwerkt in de jaarrekening. De lasten zijn ook wat hoger en de vergoeding voor kunststof valt hoger uit dan geraamd.  Er resteert een exploitatieoverschot van € 156.000. Dit bedrag wordt in de egalisatiereserve gestort.

Bedragen x € 1.000

Taakveld

verhaalbare
lasten

baten
2.1 - verkeer en vervoer 61 -
6.3 - inkomensregelingen - - 104 
7.3 - afval 3.505 4.650
0.4 overhead 177 -
BTW 636 -
totaal 4.390 4.546


Rioolheffingen

Samen met het rioolaanleggeld dekken de rioolheffingen de kosten die verbonden zijn aan de watertaken van de gemeente. In onderstaand overzicht zijn de geraamde en gerealiseerde lasten en baten. opgenomen Vanwege boekhoudvoorschriften worden lasten en baten bij deze heffing gescheiden verwerkt in reserves en voorzieningen. Het nadeel van € 15.000 bij de baten wordt aan de reserve riolering onttrokken. Het voordeel op de lasten van € 135.000 is aan de voorziening riolering toegevoegd.

Bedragen x € 1.000

Taakveld verhaalbare lasten baten
begroot werkelijk begroot werkelijk
2.1 - verkeer en vervoer 86 93 - -
6.3 - inkomensregelingen

11

11 - 22 - 21
7.2 - riolering 2.377 2.225 2.846 2.830
0.4 - overhead 99 81 - -
BTW 315 343 - -
totaal 2.888 2.753 2.824 2.809

 

Hondenbelasting
Deze belasting dekt  de kosten van voorzieningen voor hondenbezitters binnen de bebouwde kom. Het buitengebied is daarom vrijgesteld. Deze belasting is met ingang van 2022 afgeschaft. Hieronder het overzicht van gerealiseerde lasten en baten. Het exploitatietekort van € 3.000 wordt aan de reserve hondenbelasting onttrokken.

Bedragen x € 1.000

Taakveld verhaalbare lasten baten
1.2 - openbare orde en veiligheid 32 -
0.64 - belasting overig 17 66
0.4 - overhead 12 -
BTW 8 -
totaal 69 66

 

Forensenbelasting
Dit betreft de belastingheffing op (tweede) woningen van mensen die niet in Epe wonen. De opbrengst is een inschatting, omdat de aanslagen na afloop van het jaar worden opgelegd. De verwachte opbrengst valt € 27.000 hoger uit dan geraamd als gevolg van autonoom hogere waarde van de objecten en als gevolg van aanslagen die zijn opgelegd over eerdere jaren .

Toeristenbelasting
In 2021 is besloten tot een andere systematiek voor de heffing van toeristenbelasting. De recreatiesector is daarbij betrokken geweest. De nieuwe systematiek gaat in per 2022 en heeft dus geen invloed op de opbrengst in 2021. De recreatiesector heeft in 2021 een uitstekend jaar gehad. Er waren meer overnachtingen dan geraamd. Dit heeft geleid tot een extra opbrengst van € 62.000.

Precariobelasting
Dit is de belasting op voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond. In de loop van 2021 heeft de raad besloten om het tarief voor terrassen en uitstallingen voor heel 2021 op € 0 te zetten vanwege de coronamaatregelen. Verder valt de opbrengst lager uit doordat sommige marktkooplieden vanwege de coronamaatregelen hun marktplaats tijdelijk niet hebben ingenomen. De opbrengst op kabels en leidingen over 2021 staat onherroepelijk vast en is conform eerdere besluitvorming in de reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen gestort.


Begraafrechten

Met deze heffing zijn de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen gedekt. Er is een egalisatievoorziening waaruit de onderhoudskosten worden gedekt van in het verleden afgekochte graven. Hieronder het overzicht van gerealiseerde lasten en baten. In 2021 zijn er meer baten uit de heffing gerealiseerd dan begroot. Het exploitatieoverschot van  € 202.000 is in de voorziening begraven gestort en is nodig om in de toekomst de kosten te dekken van graven die nu zijn uitgegeven of verlengd.

Bedragen x € 1.000

Taakveld verhaalbare lasten baten
7.5 - begraafplaatsen
817 1.104
0.4 - overhead
85 -
totaal 902 1.104

 

Leges
De opbrengst Wabo valt € 539.000 hoger uit dan geraamd. Er zijn meer en meer grote bouwprojecten aangevraagd.  Bij de waboleges is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Daar is gemiddeld genomen sprake van 'subsidiëring' van dure bouwwerken aan goedkope bouwwerken. Een deel van de opbrengst wordt conform bestaand beleid in de reserve gestort om daarmee in de toekomst (tijdelijk) de verwachte hogere lasten als gevolg van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen te kunnen dekken.

Bij de overige legesproducten is geen sprake van beleid om te subsidiëren tussen producten. Hieronder is de begrote en gerealiseerde kostendekking per product weergegeven. De legesverordening was in het geheel voor 113% kostendekkend. 

Product

Kostendekking
raming werkelijk
Kopieën
100% 100%
Huwelijken
90% 52%
Akten en afschriften
87% 36%
BRP-verstrekkingen 50% 93%
Rijbewijzen 86% 89%
Reisdocumenten 104% 114%
APV/bijzondere wetten 82% 75%
Kapvergunningen 35% 29%
Wabo 83% 135%

 

1.4 Kostendekking

Bij de toepasselijke heffingen zijn de lasten-batenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, zijn overheadkosten en btw toegerekend. De methodiek hiervoor is vastgelegd in de Financiële verordening 2017

1.5 Kwijtschelding

Van rioolheffing voor gebruikers en afvalstoffenheffing is onder voorwaarden kwijtschelding mogelijk. Er is € 125.000 aan belastingschuld kwijtgescholden. Dit is € 26.000 minder dan geraamd.  Bij ruim 400 huishoudens is de belastingschuld (gedeeltelijk) kwijtgescholden. In ruim twee derde van deze gevallen was daarvoor geen aanvraag nodig en kon geautomatiseerd kwijtschelding worden verleend. 

1.6 Woonlasten

De gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een eigen woning bedroegen in 2021 € 679 (bron: COELO). Dit is inclusief de € 50 woonlastenverlichting. Epe behoorde hiermee tot de 30 goedkoopste gemeenten van Nederland qua woonlasten.

2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

2.1 Inleiding

Effecten van de Covid-19 uitbraak:

Sinds het voorjaar van 2020 zijn we geconfronteerd met het COVID-19 virus. Dat heeft op wereldwijde schaal grote gevolgen en daarmee ook voor de Nederlandse samenleving, de burgers en bedrijven in onze gemeente en de gemeentelijke organisatie. De coronacrisis die ontstaan is als gevolg van het virus, heeft een grote impact op de samenleving gehad, ook in 2021. De coronacrisis trof de zorg, de economie en het maatschappelijk leven en leidde tot tal van ongewenste maatschappelijke effecten. Diverse partijen, inwoners en gemeente hebben een rol in het beperken dan wel tegengaan van die ongewenste maatschappelijke effecten. Voor de gemeente geldt de vraag waar zij zich in de bestrijding van die ongewenste effecten op richt. 

In de coronacrisis zijn drie fases te onderscheiden: acuut, overbrugging en herstel/stimuleren. De eerste acute fase vanaf maart 2020, waarin direct handelen centraal stond, is inmiddels afgerond. We bevonden ons in 2021 in de overbruggingsfase. Het accent lag in deze fase op het aanpassen aan de nieuwe situatie met de beperkende corona-maatregelen. Na deze fase gaat de herstel- en stimuleringsfase meer naar maatregelen gericht op opbouw en stimuleren als gevolg van de economische recessie die uit de coronacrisis volgt. Gemeenten hebben in 2021 te maken gekregen met stijgende kosten en daling van verschillende inkomsten

Een verdere toelichting is te vinden in Paragraaf 10: Covid-19.

Algemeen

Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces. Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren.

Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico manifest wordt is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. Gezien de toename van de onzekerheden is (de norm voor) de algemene reserve verhoogd naar € 2,5 mln. waardoor het eigen vermogen en de weerstandscapaciteit van de gemeente zijn versterkt.

De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen:

  1. Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen.
  2. Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente.


Schematisch ziet dat er als volgt uit:

2.2 Beleidskaders

In februari 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en het weerstandsvermogen.

De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd:

  1. Het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd.
  2. De risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting.
  3. De weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien.
  4. De ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1).
  5. De verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1).

2.3 Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien.

De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven.


Bedragen * € 1.000

Weerstandscapaciteit

2021

karakter

Algemene reserve

2.740

incidenteel

Jaarrekeningresultaat 2021

2.027

incidenteel

Totaal

4.767

 


De stand van de algemene reserve op 31 december 2021 bedraagt € 2,74 miljoen. Dit bedrag is € 240.000 hoger dan de benodigde stand.

2.4 Risico's

Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd.

Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd.

De risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet. Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.

Risicokaart:

                                   

Toelichting risico’s.

Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd. 

Corona en Economische crisis
Risico kenmerken

Zoals in de inleiding bij deze paragraaf geschreven heeft de Corona crisis gevolgen op het maatschappelijk vlak in de gemeente maar ook op de gemeentefinanciën. De gemeente voert een continue monitor uit op de ontwikkeling van deze inkomsten en uitgaven (incidenteel en structureel). Met de in de begrotingen opgebouwde en ingezette financiële buffers wil de gemeente zo veel mogelijk de effecten van de Coronacrisis opvangen en mogelijkheden creëren voor herstel en stimulering. Hiermee wordt ook ingespeeld op de verwachte druk op de gemeentefinanciën. Deze aanpak is conform het gemeentelijk risicomanagement waarbij voor risico's die zich met grote zekerheid zullen voordoen risicoreserves worden gevormd om het effect op de reguliere bedrijfsvoering van de gemeente zo veel mogelijk te reduceren. Een nadere toelichting is te vinden Paragraaf 10 Covid-19

Kansklasse: Zeer Groot

Effectklasse na maatregel: onbekend

Restrisico: onbekend 

Ontwikkeling risico: Afgenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel / Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: onbekend

 

Sociaal Domein
Risico kenmerken

De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein verstrekt het Rijk via de algemene uitkeringen en integratie-uitkeringen. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken aanzienlijke financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken.
De jaarcijfers 2021 laten een positief resultaat zien van rond de € 1,4 mln. (2020 gaf een positief resultaat van € 1,8 mln.). Doordat het Rijk voor de komende jaren extra middelen aan de gemeenten heeft toegekend kan het tekort in het sociaal domein vooralsnog op begrotingsbasis worden opgevangen. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en financieel. Via het project Grip op zorg moet in de komende jaren een structurele besparing worden gerealiseerd worden. Er wordt een eenmalige investering van € 1,7 miljoen ingezet om deze ombuiging in gang te zetten. De resultaten van Grip op zorg zal na 2021 voor een deel zichtbaar moeten gaan worden. Daarnaast wordt door de Coronapandemie gezien dat zorgtrajecten zwaarder worden en dat zorg langer nodig is. Dit zorgt wel voor een grotere groei binnen de jeugdzorg. 
Met de reserve Risico’s Sociaal Domein worden de financiële risico’s opgevangen die de gemeente loopt als gevolg van de uitvoering van de taken in het sociaal domein. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Paragraaf 9 Sociaal Domein.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Afgenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Grondexploitatie
Risico kenmerken

De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend. Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Verbonden partijen (excl. Lucrato)
Risico kenmerken

De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen.  Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen.

Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden.
Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. 

Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Groot

Restrisico: € 262.300

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 52.000

 

Lucrato Risico kenmerken

Lucrato voert de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) uit voor de in Lucrato participerende gemeenten: Epe, Apeldoorn en Heerde. Daarnaast biedt Lucrato in opdracht van gemeenten dienstverlening aan mensen die onder de Participatiewet vallen en een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt (tot 1 jaar) hebben. De deelnemende gemeenten kunnen ook aanvullende dienstverlening bij Lucrato inkopen voor de doelgroep die vanuit de gemeenten wordt bediend: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt langer dan een jaar of mensen uit de doelgroep participatie.

Uit de vastgestelde Meerjarenbegroting 2022-2025 van Werkbedrijf Lucrato blijkt dat het financiële eindresultaat voor de komende jaren negatief is begroot. De bezuinigingen van het Rijk en de stijgende gemiddelde loonkosten per SW-medewerker hebben een negatief subsidieresultaat tot gevolg. Het macrobudget voor de Rijksbijdrage Wsw staat voor de komende jaren vast en wordt alleen nog aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast is door de Coronapandemie het genereren van omzet lastiger geworden.

In 2020 is was de reserve binnen Lucrato niet meer toereikend. Het aandeel van de gemeente Epe voor het tekort van Lucrato is als taakstelling opgenomen in de begroting 2021 voor een bedrag van € 240.000. Het uiteindelijke aandeel van gemeente Epe in het gerealiseerde tekort over 2021 komt uit op € 12.000. In overeenstemming met het gemaakte beleid in 2019 is deze bijdrage gecompenseerd binnen de gebundelde uitkering en daarmee financieel afgedekt via de reserve BUIG.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Juridische risico's en aansprakelijkheid
Risico kenmerken

De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn.

  1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie.
  2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.).

Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen.
Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen.

Financiële claims:
Op dit moment loopt er een schadeclaim en een schadestaatprocedure bij de rechtbank. Voor de eventuele financiële gevolgen van de schadestaatprocedure heeft de gemeente, conform het beleid, risico reserveringen getroffen.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer groot

Restrisico: € 637.000

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risicokarakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 208.000

 

Borg en garantstellingen

Risico kenmerken

De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 98 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Zeer groot

Restrisico: € 980.000

Ontwikkeling risico: Afgenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 196.000

 

Algemene uitkering

Risico kenmerken

Er lopen momenteel 2 trajecten in het kader van de herziening van de algemene uitkering. Het betreft de herverdeling van het klassieke en sociaal domein. Het rijk heeft eind januari 2021 inzage gegeven in de nieuwe verdeelvoorstellen. Deze voorstellen vallen minder nadelig uit voor Epe dan verwacht werd bij het opstellen van de begroting 2021-2024. Echter het betreft een voorlopige verdeling, waarbij de minister vorig jaar al kanttekeningen plaatste. In juni en in december 2021 zijn de voorlopige voorstellen verder verfijnd. Hierdoor is het nadeel van Epe gestegen naar € 14 per inwoner. 
Ondanks de verfijning hebben het ROB en de VNG nog steeds kritiekpunten op de herverdeling. In de meicirculaire 2022 zijn de voorlopige verdeel voorstellen doorgerekend naar 2023 en enigszins verbeterd. Dat resulteert in een voordeel van € 6 per inwoner. Er volgen nog vervolg onderzoeken op een aantal onderwerpen (sociaal domein, ozb). Het is niet te sluiten dat het nu gepresenteerde voordeel weer omslaat in een nadeel. 

Daarnaast speelt de onzekerheid ten aanzien van het structurele karakter (vanaf 2023) van de aanvullende uitkering van het rijk voor de stijging van de jeugdzorgkosten. Een extern onderzoek naar de toereikendheid van het jeugdbudget is medio 2021 afgerond. De middelen voor 2022 zijn inmiddels in de septembercirculaire 2021 opgenomen en de vorige regering heeft een voorlopige inschatting gemaakt van een toename van het rijksbudget voor de komende jaren. Vervolgens is in het regeerakkoord is een structurele verlaging van het jeugdhulpbudget opgenomen. 
Voor beide onderwerpen zal nog verdere besluitvorming plaatsvinden door de nieuwe regering. In de meicirculaire 2022 is alleen voor 2023 de aanvullende uitkering geraamd. 

Voor al deze risico’s is in de begroting 2022-2025 rekening gehouden met een daling van de algemene uitkering oplopend van € 350.000. 

Gezien de voorlopige uitkomst van de nieuwe verdeling is de verwachting dat de daling van de algemene uitkering lager uitvalt dan de € 350.000 die opgenomen is in de begroting 2022-2025. Het effect na 2023 blijft onzeker en zal vanaf 2026 met alle waarschijnlijkheid de € 350.000 overschrijden.

Het regeerakkoord heeft ook andere effecten op de hoogte van de algemene uitkering. Bijvoorbeeld de bekostiging van de woningbouw uit de algemene uitkering, de opschalingskorting en  de wijziging in de systematiek van de berekening van het accres hebben invloed op de omvang van de algemene uitkering. Eind maart komt hiervoor een extra circulaire om deze effecten in beeld te brengen. 

Kansklasse: Zeer groot

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Uitkering inkomensvoorziening

Risico kenmerken

Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigd de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz. In hoeverre de gemeente uit komt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden.

In 2019 en 2020 (met uitloop in 2021) is extra ingezet op het voorkomen van instroom en het stimuleren van uitstroom van uitkeringsgerechtigden. Het voordeel dat is ontstaan, vangt voor nu de tekorten van de Sociale Werkvoorziening op. In de begroting 2022 zijn deze middelen voor een groot deel structureel voortgezet. De verwachtte Corona- en de daaropvolgende verwachte economische crisis heeft op dit werkveld waarschijnlijk grote gevolgen. Deze gevolgen zijn in 2021 nog niet zichtbaar. Met de reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Organisatie - Personeel

Risico kenmerken

Een risico dat zich altijd kan voordoen is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerkers en boven formatief personeel. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen deze situaties van langdurige ziekte, boven formatief personeel en vertrek van medewerkers is een reserve gevormd waaruit deze lasten gedekt kunnen worden. Jaarlijks wordt bij de begroting het risico ingeschat van de te verwachten uitgaven en op basis hiervan wordt de reserve aangevuld. Tot nu toe was binnen de begroting niet voorzien in structurele middelen om toekomstige situaties af te dekken.
In 2021 (zie voortgangsrapportage) is opnieuw gebleken dat voor langdurig zieken aanmerkelijk moest worden bij geraamd. Omdat blijkt dat deze problematiek een structureel karakter heeft, is bij de begroting 2022-2025 voor dit risico een structurele stelpost in de meerjarenbegroting opgenomen vanaf boekjaar 2023. Omdat de uitgaven een sterke fluctuatie vertonen zal moeten blijken in hoeverre deze stelpost het risico structureel voldoende afdekt.

Kansklasse: Groot

Effectklasse na maatregel: Groot

Restrisico in 2022: € 325.000

Ontwikkeling risico: Neemt af per 2023

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 195.000

 

Groot onderhoud accommodaties en sportvelden en btw-sport

Risico kenmerken

Uit eerder onderzoek bleek dat de kosten van het groot onderhoud van accommodaties (Koekoek/Wieken, Hezebrink en PWA) fors stijgen. Het beleidsvoornemen is dat accommodatie besturen zelf de toegenomen kosten van groot onderhoud in de eigen begroting opnemen. Het risico is echter aanwezig dat de accommodaties niet in staat blijken deze stijgende kosten op te kunnen vangen. In de gemeentelijke begroting 2022 is een aanvullende bijdrage voor groot onderhoud van de PWA en Hezebrink opgenomen. Wat betreft Koekoek/Wieken zal de vraag beantwoord moeten worden hoe structureel invulling wordt gegeven aan de locatie de Wieken.
De komende jaren zullen renovatiewerkzaamheden aan natuur- en kunstgrasvelden bij diverse verenigingen aan de orde komen. Uit een onderzoeksrapport blijkt dat grootschalige renovatie nodig is. In de gemeentelijke begroting 2022 is een extra storting gedaan in de reserve renovatie natuur- en kunstgrasvelden om de verwachte bijdrage voor renovatie de komende jaren te kunnen dekken. Tegelijk blijkt dat op dit moment meer natuurgrasvelden gesubsidieerd worden voor onderhoud dan op basis van normering van de KNVB nodig is.
Door een wetswijziging is het recht op aftrek van btw voor de stichtingen en verenigingen vervallen waardoor er een fors financieel nadeel ontstaat bij de stichtingen en verenigingen.
Samenvattend is er nog steeds het risico dat de in gemeentebegroting opgebouwde buffer ontoereikend is.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Klein

Restrisico: € 70.000

Ontwikkeling risico: Afgenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 28.000

 

Onderhoud Openbare Ruimte Risicokenmerken

Het beheer van de Openbare Ruimte is in de gemeente uitbesteedt aan Axent via een dienstverleningsovereenkomst. Axent voert het onderhoud uit op basis van door de gemeente opgestelde specificaties. Echter de leefomgeving verandert door klimaatverandering, burgers hebben veranderde wensen/eisen ten aanzien van het onderhoudsniveau en bijvoorbeeld de biodiversiteit en verschillende onderdelen van het gemeentelijk "areaal" verouderen (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van bomen waardoor meer onderhoud nodig is). Daarnaast blijkt het contractueel afgesproken indexpercentage structureel lager te liggen dan de stijging van de werkelijke kosten die aannemers maken. Dit leidt tot het risico dat bij een nieuwe opdracht de kosten van dezelfde werkzaamheden structureel veel hoger liggen. Al met al zien we dat ook bij een gelijkblijvend niveau van onderhoud van de openbare ruimte de kosten zullen gaan stijgen de komende jaren. In de komende jaren zal in de reguliere periodieke actualisatie van beheerplannen, financiële voorzieningen en reserves rekening gehouden worden met deze ontwikkelingen.

Kansklasse: Groot

Effectklasse na maatregel: Midden

Restrisico: € 215.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000

 

Vervallen risico’s.
Ten opzichte van de vorige publicatie van risico's (bij de begroting 2022) is het risico ten aanzien van de omgevingswet vervallen. De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treden 1 januari 2023 in werking en hebben gevolgen voor de hele gemeentelijke organisatie en de daarmee samenhangende financiële middelen. Naar aanleiding daarvan is het 'Programma Omgevingswet' ingericht voor de implementatie van de wetten. Het gaat dan zowel om de inhoud van de (fors gewijzigde) regelgeving, als ook de ondersteuning daarvoor; digitale ondersteuning, werkwijzen en processen die moeten worden aangepast en dienstverlening en participatie gericht op houding, gedrag en communicatie. De invoeringskosten van de Omgevingswet en de Wkb zijn geraamd in de begroting 2022. De structureel nadelige financiële effecten zijn op dit moment becijferd op € 150.000. Deze kunnen naar verwachting tot en met 2028 worden gedekt door een onttrekking aan de risico/egalisatie reserve voor de invoering van de Omgevingswet. In 2029 ontstaat een tekort van € 11.000 dat in 2030 oploopt tot € 150.000, doordat de reserve niet meer toereikend is. De komende jaren zal bezien moeten worden hoe de structurele effecten zich ontwikkelen en welke mogelijkheden er zijn om deze te dempen dan wel structureel te verwerken in de komende begrotingen.

 

2.5 Conclusie weerstandsvermogen

De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien:

 

Weerstandsvermogen

2021

Weerstandscapaciteit

4.767.000

Risico's

808.000

Weerstandsvermogen

3.959.000

 

Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit ultimo 2021 als volgt weergegeven:

  1. Algemene reserve in relatie tot de risico’s:       3,4
  2. Weerstandscapaciteit in relatie tot risico’s:     5,9

De stand van de algemene reserve bedraagt € 2,7 miljoen.  De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s (5,9) is uitstekend.

2.6 Kengetallen

De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven.

 

Kengetal

Verslag
2020

Begroting
2021

Verslag
2021

1a. Netto schuldquote

-6,7%

-1,9%

-9,6%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-12,8%

-7,7%

-15,7%

2.  Solvabiliteitsratio

76%

74%

79%

3.  Grondexploitatie

-0,7%

-0,5%

-0,2%

4.  Structurele exploitatieruimte

6,2%

1,9%

6,9%

5.  Belastingcapaciteit

89%

94%

84%

 

 

2.6.1    Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

Duiding
Sinds 2019 zijn de langlopende (vaste) schulden van de gemeente nul. De totale kortlopende schulden en de overlopende passiva samen bedragen in de jaarrekening 2021 € 9,7 mln. Dit ligt rond het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar en iets onder het niveau van eind 2020. De financiële bezittingen (in de vorm van uitgegeven lang- en kortlopende leningen, liquide middelen en overlopende activa) van de gemeente nemen de afgelopen jaren toe. Dit leidt er eind 2021 toe dat de financiële bezittingen van de gemeente groter zijn dan de totale schulden. Dit komt tot uitdrukking in het percentage van -9,6% (resp. -15,7%) bij de jaarrekening 2021. 

 

2.6.2    Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal.

Duiding
Het solvabiliteitspercentage van de gemeente is de afgelopen vier jaar redelijk stabiel met een percentage van 79% in de jaarrekening 2021. Sinds 2011 is de solvabiliteit gestegen (van 58% naar 79%) met name als gevolg van een toename van het eigen vermogen van de gemeente.

 

2.6.3    Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve.

 

2.6.4    Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Duiding
De structurele lasten zijn in 2021 lager dan de structurele baten per programma ook als daar de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves bij worden opgeteld. Dit houdt in dat de gemeente een structureel sluitende exploitatie heeft.

 

2.6.5    Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Duiding
Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente onder het landelijk gemiddelde liggen.

3 | Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de rekening is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de rekening omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid.

3.2 Beleidskaders

Het beleid van de gemeente Epe voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen.

  • Wegenbeleidsplan
  • Gemeentelijk Watertakenplan
  • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan             
  • Beleidsplan Openbare Verlichting 
  • Beleidsplan Civiele Kunstwerken
  • Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen /Beheervisie begraafplaatsen
  • MJOP gebouwen

3.3 Stand van zaken

Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de rekening.

Financiële vertaling van het onderhoud in de jaarrekening (bedragen in € 1.000):

Beleids-en beheerplan

Jaar vaststelling raad

Looptijd t/m

Achterstand onderhoud

Kosten 2021

Begroting 2021

Structureel m.i.v. 2022

Wijze

Wegen

2014

2018

Nee

684

2.246

1.997

structureel budget met egalisatiereserve

Riool

2021

2025

Nee

721

679

808

structureel budget

Civiele kunstwerken

2017

2022

Nee

17

17

17

storting voorziening

11

18

15

structureel budget

Bomen en groen

2010

-

 Nee

930

980

944

structureel budget

Openbare verlichting

2018

2026

 Nee

-

1

1

storting voorziening

57

57

68

structureel budget

Gebouwen

-

-

Nee

308

283

279

storting voorziening

248

220

254

structureel budget

 
 

3.3.1 Wegen
In gemeente Epe ligt ongeveer 785 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ongeveer 2.763.000 m2. De helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 27% uit elementen en 23% uit onverhard en beton. Jaarlijks wordt het wegareaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaats had. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een reserve voor de egalisatie van de onderhoudskosten. Ieder jaar worden in de hele gemeente werkzaamheden uitgevoerd om het kwaliteitsniveau constant te houden. Het actualiseren van het wegenbeleidsplan is uitgesteld naar 2022.  Het opstellen van het wegenbeleidsplan dient gelijktijdig op te lopen met het mobiliteitsplan, aangezien deze plannen veel raakvlakken met hebben. Het mobiliteitsplan wordt begin 2022 vastgesteld. Het gladheidbestrijdingsplan gaat deel uitmaken van het wegenbeleidsplan.

3.3.2 Gemeentelijke Watertaken 

In 2021 zijn het BRP en GWP (gemeentelijk watertakenplan) 2021-2025 opgesteld en door gemeenteraad vastgesteld.
Eén van de kernfactoren voor het behouden van een goede leefomgeving is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben een aantal belangrijke doelen voor het dagelijks leven:
• Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten;
• Het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater;
• Het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte;
• Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater
 
Het rioolnetwerk in de gemeente is ca 460 kilometer lang. Daarvan is ca 229 kilometer drukriolering en ca 231 kilometer vrij verval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 minigemalen en 28 rioolgemalen.
Jaarlijks wordt met gedetailleerde camera-inspecties circa 7% (15 km) van het areaal geïnspecteerd. Deze wijze van inspecteren wordt de komende jaren doorgezet, hoe wordt omgegaan met de bevindingen wordt nader uitgewerkt in het Rioolbeheerplan. Eind 2021 is de kwalitatieve toestand van nagenoeg het gehele stelsel in beeld. 

Hieronder volgt een opsomming van de uitgevoerde werken en werkzaamheden in 2021:
- Uitvoering centrumplan fase 2, aanleg vuilwater en infiltratieriool
- Vervangen persleiding in Vaassen en Emst
- Voorbereiding reconstructie Krugerstraat/van Riebeeckstraat en Tuindorpweg
- Vervangen defecte riolering

3.3.3 Civiele kunstwerken 
Een brug is een overspanning over water om twee weggedeelten te verbinden. De gemeente Epe heeft in totaal 64 bruggen en 2 tunnels in eigendom: 41 met een draagconstructie van beton en 23 met een draagconstructie van staal met een kunststof, houten of metselwerk opbouw. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan bruggen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

In 2021 zijn geen bruggen vervangen. Wel is er onderhoud uitgevoerd.

 

3.3.4 Bomen en groen

Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd.
Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW.  De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d.

Het nieuwe Bomenbeleidsplan wordt in 2022 vastgesteld. 

Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan Axent Groen en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Daarin is vastgelegd dat Axent Groen de openbare ruimte op basisniveau onderhoudt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting waren voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

 

3.3.5 Openbare verlichting

Het beleids- en beheerplan openbare verlichting is geactualiseerd in een nieuw plan met een looptijd van 2017 tot 2026. Het heeft als belangrijkste doel het leggen van een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren.
 
Eind 2021 zijn er ca 6.119 masten in beheer bij de gemeente Epe. Binnen de gemeentegrenzen zijn bij de provincie Gelderland 8 masten in beheer, bij Dorpsbelang Oene 6 stuks en bij Triada 354 stuks. Er zijn ca 6.204 armaturen, dat zijn er meer dan er lichtmasten zijn en dat komt omdat op sommige lichtmasten meer armaturen met meer lampen zijn gemonteerd. Het doel is om de komende jaren de gemeente Epe geheel uit te rusten met ledverlichting. Eind 2021 was deze vervangingsslag voor meer dan de helft uitgevoerd, zo’n 69%, en liggen de werkzaamheden op schema. Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort.
 
 

3.3.6 Gebouwen

Er zijn 46 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Het beheer en onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het reguliere (dagelijks) en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt onder andere uitgevoerd op basis van MJOP’s.

Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt minimaal 50% van de MJOP’s van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van max. 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. Op basis van de MJOP’s zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het Streekarchief, gemeentehuis, de buiten- en binnenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, de Ossenstal, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen en de onderkomens op de begraafplaatsen.

4 | Financiering

4.1 Inleiding

De paragraaf financiering heeft tot doel inzicht te verschaffen in de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, ofwel: treasury.

4.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut (2014)

4.3 Beleidsverantwoording

 

 

4.3.1 Treasurybeheer
De Wet Fido geeft twee concrete richtlijnen voor de gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

 

4.3.2 Kasgeldlimiet
Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Juist voor kortere financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het begrotingsjaar. Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2021 € 7.650.000 (zie bijlage 3). Uitgangspunt is dat het financieringstekort zoveel mogelijk met kort geld wordt gefinancierd omdat het rentepercentage voor kort geld lager is dan het percentage voor leningen met een lange looptijd. In 2021 zijn geen nieuwe langlopende geldleningen afgesloten.

 

4.3.3 Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet.

De renterisiconorm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor herfinanciering en/of renteherziening. Voor Epe bedraagt de renterisiconorm ca. € 18 miljoen. Het werkelijke renterisico bedroeg in 2021 €0 en blijft ruim onder de renterisiconorm.

 

4.4 Financiering

 

 

4.4.1 Financieringspositie
Voor 2021 was een financieringstekort begroot op € 3,6 miljoen (op begrotingsbasis). Dit tekort zou gefinancierd worden met kortlopende geldleningen. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van de volgende percentages:

Rente kort:      1 %
Rente lang:     2 %

In het voorjaar van 2021 is  een kortlopende geldlening aangetrokken met een rentepercentage van  -0,45%.  In het jaar 2019 is de laatste langlopende geldlening afgelost.

 

4.4.2 Leningenportefeuille
 Sinds eind 2019 heeft Epe geen langlopende geldleningen schulden. 
In het kader van het financieel toezicht publiceert de provincie jaarlijks een overzicht van de schuldenpositie van de gemeenten in Gelderland. Uit dat overzicht blijkt dat de netto schuld per inwoner van Epe in vergelijking met de andere 54 gemeenten laag is. In de publicaties van de afgelopen jaren staat Epe op de 4e plaats van de gemeenten met de minste schulden.

 

4.4.3 Uitzettingen
Alle decentrale overheden, waaronder gemeenten, moeten hun overtollige middelen in de schatkist aanhouden. Voor Epe betekent dat, dat in 2021 de tijdelijke overtollige middelen gestort zijn in de schatkist van het rijk.
Daarnaast heeft de gemeente diverse uitzettingen/beleggingen bij o.a. de BNG en Vitens vanwege haar publieke taak.

 

4.5 EMU-saldo

In de wet zijn bepalingen opgenomen over het maximale toegestane EMU-saldo van de overheid en eventuele mogelijke sancties bij overschrijding van de deze norm. In het bestuurlijk overleg tussen rijk en de decentrale overheden van 23 mei 2018 is afgesproken dat de EMU-tekortnorm voor 2019-2022 wordt vastgesteld op –0,4 % van het bruto binnenlands product (bbp).

Ontwikkeling EMU-saldo decentrale overheden (percentage van het bruto binnenlands product)

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

tekortnorm

- 0,4%

- 0,3%

 - 0,3%

- 0,4%

-0,4%

- 0,4%

-0,4%

realisatie 

- 0,3%

-0,15

-0,1%

-1,6%

-1,8%

 

 

raming (CPB)

     

 

 

-0,2%

-0,2%

In 2016, 2017 en 2018 was het werkelijke EMU-saldo van de decentrale overheden lager dan de tekort norm. Voor de jaren 2019 t/m 2020 is het werkelijk emu-saldo hoger dan de tekortnorm. (bron is de bijlage bij het financieel jaarverslag van het rijk)

Op basis van ramingen van het Centraal Planbureau wordt  verwacht dat de decentrale overheden vanaf 2021  weer binnen de afgesproken norm blijven van het financieel akkoord blijven.

4.6 Conclusie

Het financieren met kortlopende leningen en de tijdelijke uitzettingen heeft binnen de kaders van het treasurystatuut plaatsgevonden.

5 | Bedrijfsvoering

5.1 Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering heeft tot doel inzicht te geven in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en ontwikkelingen zoals gebiedsgericht werken en de omgevingswet. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC).

5.2 Beleidskaders

Het beleidskader voor de inrichting van de organisatie en de bedrijfsvoering is door het college vastgesteld in de volgende documenten:

  • Organisatiebesluit
  • Mandaatregister
  • Financiële verordening 2017

De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten:

  • Epe regisserende gemeente
  • Toekomstvisie Epe 2030
  • Dienstverleningsvisie
  • Programmaplan Sterk Werk

5.3 Beleidsvoornemens

Net als veel andere gemeenten staat Epe voor een grote opgave: de samenleving verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rol invulling gevraagd. Waar we voorheen vaak de bepaler waren, hebben we steeds vaker de rol van medespeler. Dat vraagt nogal wat. Van de raad, het college en het ambtelijk apparaat. Voor iedereen heeft dit gevolgen.

Ook in Epe heeft deze ontwikkeling geleid tot een politieke ambitie om de organisatie en werkwijze hierop in te richten. ‘We streven naar een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie, die als vanzelfsprekend in verbinding staat met ‘buiten’. De kernwaarden onderscheidend, duurzaam, verbindend en verrassend staan hierin voorop.

Om invulling te geven aan de visie op de organisatie is er in 2021 ingezet op de volgende onderdelen.

5.3.1 Organisatie

De activiteiten en projecten die nodig zijn om de gemeentelijke organisatie sterk en toekomstbestendig te maken zijn samengebundeld in het programma Sterk Werk. Het programma is een meerjarig traject, eindigt in 2021 en is georganiseerd in drie aandachtsgebieden: Sterke Werknemers, Sterke Werkwijze en Sterke Werkomgeving.

Corona heeft een enorme impact gehad op de manier waarop we met elkaar en met onze inwoners, instellingen en bedrijven samen werken. In 2020 en 2021 hebben we het grootste gedeelte van onze tijd op afstand, digitaal met elkaar samengewerkt. Dat was een uitkomst gezien de pandemie, maar heeft ook zijn sporen nagelaten. Fysiek overleg, ontmoeten en samenwerken leidt in veel gevallen tot hogere productiviteit, hogere kwaliteit en tot betere relaties. Essentiële ingrediënten om een hoge kwaliteit dienstverlening te realiseren. Tegelijkertijd zien we dat de nieuwe digitale instrumenten ook voordelen hebben. De optimale mix van inzet van digitale instrumenten gecombineerd met onze inzet op Sterke Werknemers, Sterke Werkwijzen en onze Sterke Werkomgeving, bieden kansen om onze dienstverlening op een hoger niveau te krijgen. In de perspectiefnota van 2021 is deze ontwikkeling genoemd waarbij ook de intensivering van de klantvraag is betrokken. Deze intensivering is zowel kwantitatief als kwalitatief. Er zijn significant meer (aan)vragen en de vragen zijn complexer van aard. Om deze ontwikkelingen effectief en efficiënt in onze bedrijfsvoering op te nemen, heeft de raad hier grotendeels incidentele middelen voor gegeven bij de begrotingsbehandeling 2022-2025. We zijn in 2021 gestart met een doorontwikkeling van onze organisatie voortbouwend op het programma Sterk Werk, aangevuld met de inzichten en middelen die we hebben gekregen in 2021. 2022 staat in het teken van deze doorontwikkeling.

Vorig jaar is er meer ingehuurd dan in de vorige jaren. We hebben vorig jaar te maken gehad met een aantal factoren wat maakt dat de externe inhuur noodzakelijk was:

  1. Krapte op de arbeidsmarkt wat maakt dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. De doorlooptijd van vacatures is lang, waardoor er ingehuurd moet worden om het werk door te laten gaan.
  2. Stijging in de klantvraag, wat opgevangen moet worden door tijdelijke medewerkers (inhuur).
  3. Incidentele middelen voor tijdelijke taken zorgt vaak voor tijdelijk opvulling door middel van inhuur.
  4. Er was bij meerdere teams sprake van langdurige ziekte van medewerkers. Daarvoor moest personeel worden ingehuurd. Dit brengt aanzienlijk hogere kosten met zich mee.

Sterke Werknemers

In 2021 is verder uitvoering gegeven aan de al in gang gezette projecten binnen het programmadeel Sterke Werknemers.  Het Goede Gesprek is geïmplementeerd en om de medewerkers hierin te scholen is een organsiatiebrede feedbacktraining georganiseerd. Vanwege Corona is deze echter wel vertraagd en loopt in 2022 door. Het HRM-instrumentarium is verder uitgewerkt. Het generatiepact loopt nog een jaar door. Dit bevordert de doorstroom van het personeel en een juiste werk/privé balans waarmee duurzame inzetbaarheid geëffectueerd wordt. De Eper Academie is met succes gelanceerd. Via een online tool kunnen medewerkers zich (deels verplicht) inschrijven voor basistrainingen die je nodig hebt om het werken in Epe eigen te maken (bv: inkoop/procesgericht werken/informatieveiligheid), maar ook is er aandacht voor competentiegerichte trainingen gericht op persoonlijke ontwikkeling. Continu leren en ontwikkelen is hiermee geborgd, wat bijdraagt aan aantrekkelijk, goed en toekomstgericht werkgeverschap.  Een start is gemaakt met een nieuwe aanpak van arbeidsmarktcommunicatie om het juiste talent aan te trekken en het thuiswerkbeleid is vastgesteld.

Sterke Werkwijze

In de pijler Sterke Werkwijze is een aanzet gemaakt voor het doorontwikkelen van projectmatig werken. Dit project wordt in 2022 verder uitgevoerd. Voor procesgericht werken is de standaard werkwijze, waarmee alle processen in de komende jaren worden beschreven en in de continu verbeteraanpak worden meegenomen, geïmplementeerd. Dit past in het lean gedachtengoed dat ook op andere manieren aandacht heeft gekregen: workshops, trainingen en begeleiding van teams bij weekstarts en procesverbeteringen. 

Sterke Werkomgeving

De verbouw van het gemeentehuis is volgens planning verlopen. De aannemer heeft in 2021 opgeleverd. In 2022 worden een aantal restpunten opgepakt, zoals het verbeteren van de toegang. Hybride werken is mogelijk in het gemeentehuis. Veel ruimtes zijn zodanig ingericht dat het mogelijk is om zowel ter plekke als vanuit huis mee te doen met allerlei samenwerkingsvormen: met inwoners, met organisaties en met ketenpartners. In 2022 wordt dit met wat we geleerd hebben in de afgelopen twee jaar verder verbeterd.

5.3.2 Communicatie

Actieve communicatie en inwonerparticipatie

Er is in 2021 een beleidsvisie voor verbinding met de samenleving opgesteld. Bij het opstellen is een aantal inwoners en leden van een raadswerkgroep betrokken. Deze brede visie, met als pijlers communicatie en participatie, is tijdens een commissievergadering van de raad besproken. Besluitvorming door de raad moet nog plaatsvinden. 
De gemeente blijft inwoners actief betrekken bij de ontwikkeling van beleid. De adviezen die inwoners eerder gegeven hebben over inwonerparticipatie worden werkenderwijs toegepast. Zoals ‘geef tijdige terugkoppeling’, ‘maak gebruik van deskundigheid uit de samenleving’ en ‘leg de spelregels bij inwonerparticipatie uit’. Zo zijn er diverse bijeenkomsten gehouden over de omgevingsvisie. Eind 2021 is de omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’ door de raad vastgesteld. Voor het opstellen van de transitievisie energie en warmte is er o.a. een energietafel opgezet, bestaande uit inwoners van de gemeente. Er is meer gebruik gemaakt van online ontmoetingen en het uitwisselen van informatie en ideeën. Via het inwonerpanel Epe Spreekt is vier keer een onderzoek gehouden in 2021.
Er is verder ingezet op het trainen van medewerkers in communicatieve vaardigheden en Omgevingsbewust werken (factor C). Uitgangspunt hierbij is dat de communicatieaanpak integraal onderdeel is van beleids- of projectvoorstellen (en daarmee ook van de besluitvorming) en geborgd wordt. Dit draagt bij aan de kwaliteit van het beleid doordat belanghebbenden in een vroeg stadium in beeld zijn en hun ervaring en deskundigheid kunnen inbrengen. 

5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering

Voor onze informatievoorziening en automatisering was 2021 wederom een ander jaar dan gebruikelijk. Door de voortdurende wereldwijde pandemie en de verplichting tot zoveel mogelijk thuiswerken bleven vragen als hoe kunnen wij met binnen de bestaande middelen dit zo optimaal mogelijk faciliteren en welke verbeteringen kunnen we hier continu in doorvoeren? Hierdoor hebben wij bepaalde keuzes gemaakt qua prioritering in projecten, zo is deels de actualisatie van ons informatiebeleid doorgeschoven naar 2022 en is binnen het project gegevensmanagement  e.e.a. uitgesteld vanwege impact op de organisatie.

Informatiebeveiliging
Op het gebied van informatiebeveiliging is gewerkt aan de implementatie van de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid). Nadat in 2020 het beleid is geactualiseerd lag in 2021 de focus op de verdere vertaling van het beleid in zogenaamd aanvullend beleid. Onder andere voor de back-up van gegevens, het gebruik van wachtwoorden, en de incidenten procedure is dit gerealiseerd. Verder is in december een eerste cybersecuritycrisis oefening op niveau van het gemeentelijk beleidsteam (GBT) gehouden in samenwerking met de VNOG. In 2021 is een impuls gegeven aan een bewustwording campagne voor bestuurders en medewerkers op het gebied van informatieveiligheid, privacy en gegevensbeheer. De campagne bestaat uit een e-learning onder de noemer “The Human Firewalll” game, een phishingcampagne waarbij -intern- nep phishing mails zijn verstuurd. Verder zijn communicatiemiddelen gemaakt in vorm van posters, rolbanners etc. Naast informatieveiligheid en privacy wordt hierbij ook aandacht besteed aan het onderwerp kwaliteit van gegevens, gebruik van basisregistraties etc.

De audits op DigiD (elektronisch identificatiemiddel) en Suwinet (elektronische samenwerking tussen UWV, SVB en Gemeenten) zijn met goed gevolg doorlopen.
Daarnaast is een aantal beveiligingsincidenten volgens de vastgestelde procedures afgehandeld. In 2021 waren er 31 meldingen met mogelijke hoge impact op Epe. Bij de impact gaat het dan om beschikbaarheid van systemen of integriteit/vertrouwelijkheid van gegevens. Van de 31 meldingen waren er 23 op basis van een melding van de Informatiebeveiligingsdienst gemeenten (IBD). De 8 overige meldingen zijn intern of van leveranciers ontvangen.  Daarnaast zijn er 484 overige meldingen geregistreerd in de service meldingen applicatie (Topdesk) Bij deze meldingen gaat het om password resetten/ontgrendelen accounts (255), melding spam/phishing mails (137) en verzoeken om autorisatie op mappen (37) en mailboxen(92) buiten de standaard autorisatie . In 2021 zijn 35 meldingen van (mogelijke) datalekken geregistreerd. Hiervan zijn er 26 beoordeeld als datalek. Van de 26 zijn er 2 gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en 12 gemeld bij betrokkene. Bij de overige ging het om een verwaarloosbare dan wel lage impact op persoonlijke levenssfeer van betrokkene dat van melding is afgezien conform regels van de AP. Negen (9) meldingen zijn beoordeeld als geen datalek. Waar relevant zijn adviezen gegeven tot aanpassing van het proces dan wel de inrichting van de betreffende applicaties.

ICT (Informatie- en communicatietechnologie).
In 2020 is de aanbesteding voor de outsourcing van onze ICT-infrastructuur voorbereid en gestart. In begin 2021 is er gegund  en hiermee heeft de gemeente een geschikte leverancier geselecteerd om in gezamenlijk met de betrokken medewerkers en organisatie dit project en daarbij mee de organisatie klaar te maken voor de rol van opdrachtgever en regievoerder. Door onverwachte complicaties in het project is het outsourcingstraject vertraagd en wordt verwacht dat deze in april/mei 2022 gereed zal zijn. Wel is in november 2021 een nieuwe digitale werkplek geïmplementeerd, waarbij het mogelijk is om zowel binnen als buiten de organisatie beter digitaal te samenwerken.

Gegevensmanagement
In 2019 is het project Gegevensmanagement gestart, dit meerjarige project heeft ook in 2021 zijn vervolg gekregen. In dit project werken we aan het vergroten van de kwaliteit van onze gegevens (actualiteit, volledigheid, meervoudig gebruik) zodat we nog meer waarde uit onze gegevens kunnen halen t.b.v. onze dienstverlening en ter vergroting van de effectiviteit van ons beleid. Het zichtbaar maken van die gegevens in dashboards maakt ook deel uit van dit project.  E.e.a. in dit project is met het oog op de impact op de organisatie uitgesteld tot 2022. Dit betreft een nulmeting over het gebruik van gegevens binnen onze organisatie

Zaakgericht Werken
Vanuit de in 2019 gestarte evaluatie rondom Zaakgericht Werken is in 2020 begonnen met een project om Zaakgericht werken en daarmee onze dienstverlening naar een hoger niveau te brengen. Vanuit dit project is onder andere de hervorming van (Digitaal)Informatiebeheer ingezet, waarbij het gehele informatiebeheer ondergebracht is bij team Informatisering. Er wordt continu gewerkt aan verbeteren van gebruikersondersteuning en het bieden van interne trainingen voor gebruikers.  In 2021 is de uitvoering gestart van voor de optimalisatie en volledig van zaaktypes in ons Zaaksysteem . Dit is voor het grootste gedeelte afgerond, op dit moment moeten er nog circa 25 zaaktype van de 230 aanwezige zaaktype geoptimaliseerd worden. 

5.3.4 Juridische Zaken

Om te voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn een aantal Data protection impact assessments (DPIA's) uitgevoerd,  zijn de privacyaspecten in een vroeg stadium betrokken bij werkprocessen en is er gewerkt aan de privacy bewustwording. De functie van privacy officer was een tijdelijke functie, er is besloten een structurele functie hiervan te maken in 2021. Er is een onderzoek geweest naar de formatie van de rollen Functionaris gegevensbescherming, Privacy Officer en Chief Information Security Officer. Dat heeft er toe geleid dat er uitbreiding van de formatie zal komen die per 2022 ingaat.  Daarna kan er een kwaliteitsimpuls gegeven worden aan de invulling van de AVG.  

5.3.5 Financiën

Vennootschapsbelasting
Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) van toepassing op overheidsondernemingen. Aanleiding daarvoor zijn de EU-afspraken om het fiscale verschil tussen overheidsondernemingen en marktpartijen tegen te gaan en zo een gelijk speelveld te creëren voor overheid en marktpartijen. De activiteiten van de gemeente zijn samen met een extern fiscaal adviseurs doorgenomen. Voor de aangifte heeft voor het onderdeel grondexploitatie overleg plaatsgevonden met de belastingdienst.

In de verslagperiode is de aangifte vennootschapsbelasting definitief verwerkt tot en met het boekjaar 2020. Voor het jaar 2021 is een raming opgenomen op basis van de verwachte uitkomsten. De aangiften hebben plaatsgevonden op basis van de vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst.

Nieuw financieel systeem

Met ingang van 1 januari 2021 werken we met een nieuw financieel pakket.   Het nieuwe financieel systeem biedt mogelijkheden om inkoop en financiën meer te integreren en hiermee als organisatie meer “in control” te komen.  In de verslagperiode zijn hiervoor stappen gezet . Dit gaan we in 2022 verder uitwerken. 

5.3.6 Planning en Control

De planning en control cyclus kon in 2021 volgens planning worden uitgevoerd.  Op basis van regelmatige evaluaties is het doorvoeren van verbeteringen, vanuit de vraag naar de klantwaarde, onderdeel geworden van de reguliere werkwijze. Er wordt gewerkt vanuit een ‘procesgerichte aanpak’, waarbij gaandeweg meer gebruik wordt gemaakt van geautomatiseerde toepassingen (zoals ‘workflow’).

Door verscherping van eisen bij de accountantscontrole en de impact van de taken in het sociale domein voor de financiële verantwoording, kan behandeling en vaststelling van de jaarstukken door de raad doorgaans niet eerder dan in juni/juli plaats vinden.
In 2021 is de raad twee maal in de voortgangsrapportage geïnformeerd over de afwijkingen in de uitvoering van de geplande activiteiten en de verwachte financiële mee- en tegenvallers.
Dit jaar is weer een Perspectiefnota opgesteld, waarin relevante (inhoudelijke) ontwikkelingen en verwachtingen en onzekerheden ten aanzien van het financiële meerjarenperspectief geschetst zijn . De Perspectiefnota was het kader/uitgangspunt voor de in het najaar aan de raad aangeboden programmabegroting voor de komende 4 jaar. Meest in het oog springend hierin zijn het onzekere financiële beeld en de hiermee samenhangende risico's, door de op handen zijnde 'herijking' van het gemeentefonds, de gevolgen van de coronacrisis en het nieuwe regeerakkoord.
Door middel van een projectmatige aanpak zijn de uitdagingen als gevolg van de coronacrisis aangegaan. De raad heeft een beleidskader vastgesteld voor de uitgaven van acute hulp, voor overbrugging en herstel en voor het opstellen van een 'stimuleringsagenda'.  De raad is meerdere keren geïnformeerd in een 'coronarapportage' over de actuele stand van zaken (indicaties van de verwachte kosten en opbrengsten).

Epe viel in 2021 opnieuw onder het repressieve toezicht van de provincie, de lichtste vorm van toezicht.

De 'verbijzonderde interne controle' (VIC) over 2021 is uitgevoerd, gericht op de opzet, het bestaan en de werking van processen en de daarin opgenomen beheersmaatregelen. Daarbij is de aandacht vooral gericht op de rechtmatige uitvoering van de processen. Verbeterpunten worden gerapporteerd en stap voor stap geïmplementeerd.

In de commissie planning en control heeft in 2021 driemaal overleg plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van gemeenteraad en vakspecialisten uit de gemeentelijke organisatie. Onderwerpen die aan de orde waren betreffen de planning en control cyclus, de rechtmatigheidsverantwoording, bedrijfsvoeringzaken en het overleg met de accountant. Met de huidige accountant is een contract gesloten met een looptijd van vier jaar (2020-2023).

5.3.7 Rechtmatigheidsverantwoording

In 2021 is duidelijk geworden dat de (landelijke) invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is vertraagd. We gaan er nu vanuit dat vanaf boekjaar 2023 het college een verantwoording over de rechtmatigheid zal gaan afgeven bij de jaarrekening. Tot en met 2022 geeft de accountant een oordeel over de rechtmatigheid in de controle verklaring bij de jaarrekening.

Om een oordeel te kunnen geven over de rechtmatigheid (zowel door de accountant als door het college) heeft het college een systeem van interne beheersing ingericht dat er op gericht is dat de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording wordt opgesteld zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In de toekomstige rechtmatigheidsverantwoording zal het college aangeven of en in welke mate er afwijkingen zijn geconstateerd die in totaal uitkomen boven de door de raad vastgestelde tolerantiegrens (fouten en/of onzekerheden). Daarnaast zullen door het college eventuele tijdens de interne controle gesignaleerde afwijkingen onder die grens worden toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering.
In de rechtmatigheidsverantwoording zal het college aangeven of het van mening is dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Dat wil zeggen: in overeenstemming met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Geconstateerde afwijkingen zullen worden vermeld. Voor de jaarrekening 2021 en 2022 geeft de accountant dit nog aan in zijn ‘Verslag van bevindingen’.

De raad heeft besloten (voorjaar 2021) over het ambitieniveau van de mate van 'in control zijn' en de te hanteren tolerantie- en rapporteringsgrenzen. Bij de verdere uitwerking zal bepalend zijn in hoeverre het niveau van interne beheersing (kwaliteit en uitvoering van de processen) in relatie tot het risicomanagement voldoende op niveau zijn, zodat het college de rechtmatigheidsverantwoording kan afgeven. Via de paragraaf Bedrijfsvoering wordt de raad geïnformeerd over de voortgang en de stand van zaken ten aanzien van het 'rechtmatig handelen'.

6 | Verbonden Partijen

6.1 Inleiding

De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties en verbindingen van de gemeente met 'verbonden partijen. Van een verbonden partij' is sprake wanneer er vanuit de gemeente bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en wanneer er financiële belangen mee gemoeid zijn. 

  • Onder bestuurlijk belang wordt verstaan het hebben van een zetel in het bestuur van de verbonden partij of het hebben van stemrecht. 
  • Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld (en die ze in geval van faillissement van de verbonden partij kwijt kan zijn) en/of in geval dat er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij er verhaal op de gemeente kan plaatsvinden.

6.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de verbonden partij  is vastgelegd in de  Nota verbonden partijen (2016).

6.3 Beheersing risico's

De verbonden partijen van de gemeente Epe lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm. Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Op basis van de in de nota verbonden partijen 2016 opgenomen risico analysemodellen wordt per partij bezien hoeveel bestuurlijk (inhoudelijk) en financieel belang er is en hoeveel risico er wordt gelopen. Op basis van beide analyses wordt tweemaal per jaar het risicoprofiel bepaald. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel belang bij een verbonden partij, hoe intensiever de sturing. Er zijn drie risicoprofielen:

Basis pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Basis pakket. De gemeenteraad wordt over verbonden partijen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening.

Pluspakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een gemiddeld bestuurlijk of financieel risico loopt worden ingedeeld in het Pluspakket. Aanvullend op het Basis pakket wordt de gemeenteraad ook bij de voortgangsrapportage geïnformeerd over deze verbonden partijen, zo nodig ook met een informatienota. Daarnaast zal de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen hoger zijn dan bij de partijen in het basispakket. Tot slot worden deze verbonden partijen ook periodiek geagendeerd in het college.

Plusplus pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Plusplus pakket. Aanvullend op het Pluspakket wordt de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen verder opgevoerd.

6.4 Overzicht verbonden partijen

Op basis van regelgeving volgt hierna het overzicht van bestaande verbonden partijen. Daarin wordt per partij de voorgeschreven informatie verschaft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die geen eigen vermogen hebben is het financieel belang van de gemeente gelegen in de verplichting om bij te springen als er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij. 

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Volledige naam

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

Den Haag

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang 

van de gemeente

 € 4,8 mln. 

 € 4,7 mln. 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 5.097 mln. 

 € 5.062 mln. 

Vreemd vermogen 

van de verbonden partij

 € 155.262 mln. 

 € 143.9995 mln. 

Financieel resultaat

van de verbonden partij

 

€ 236 mln

Gerealiseerd beleidsvoornemen

BNG Bank streeft niet naar winstmaximalisatie, maar naar maatschappelijke impact en een redelijk rendement voor de aandeelhoudende overheden.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Circulus

Volledige naam

Circulus B.V.

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Afvalverwijdering en straatreiniging

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

 € 797.724

 € 862.724 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 14.059.000

 € 14.673.000 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 53.625.000

 € 53.549.000

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

 € 1.469.000
dit betreft voor € 563.778 winst uit dochterondernemingen waarin de gemeente Epe niet participeert.

Gerealiseerde beleidsvoornemens

De beleidsvoornemens van Circulus staan beschreven in de Strategienota 2021-2024. Circulus richt zich hierin op de volgende strategische speerpunten:
- We ontwikkelen ons verder als solide partner voor gemeenten, inwoners en samenwerkingspartners.
- We ondernemen initiatieven om nog meer milieuwinst te boeken.
- Met gemeenten en inwoners geven we verder vorm aan een buitengewone leefomgeving.
- We versterken onze rol in het sociaal domein.

In Epe heeft het nieuw vastgestelde grondstoffenplan geleid tot een verandering in de inzameling en tariefstelling met ingang van 2021.

Risicoprofiel laag (basispakket)

 

GGD NOG

Volledige naam

GGD Noord- en Oost Gelderland

Vestigingsplaats

Warnsveld

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Voorzitter dagelijks bestuur, lid algemeen bestuur

Openbaar belang

GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. 

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

€ 0,1 mln.

€ 0,1 mln.

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 2,8 mln. 

 €2,9 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 7,1 mln. 

 € 10,0 mln. 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 77.000

Gerealiseerde beleidsvoornemens

GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. Dat houdt in dat GGD NOG zorgt voor o.a. de algemene gezondheidszorg (infectieziektenbestrijding, epidemiologie etc.) en de jeugdgezondheidszorg voor 4-19 jaar (onderdeel van het CJG Epe). GGD NOG besteed ook aandacht aan de invoering van de Omgevingswet. 2021 heeft wederom in het teken gestaan van de Covid-pandemie. Voor zover mogelijk en binnen de richtlijnen heeft GGD NOG de dienstverlening van andere producten dan infectieziektenbestrijding door laten gaan.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Leisurelands

Volledige naam

Leisurelands B.V.

Vestigingsplaats

Arnhem

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Openbare toegankelijkheid dagrecreatieterrein Kievitsveld

 

1 jan. 2020

31 dec. 2020

Financieel belang

van de gemeente

 € 6.705

 € 6.705

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 68,9 mln. 

 € 73,1 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 15,5 mln. 

 € 15,2 mln. 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 4,2 mln.

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Sterke uitgangspositie behouden, intensieve samenwerking met partners, ontwikkeling duurzame exploitatie.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Lucrato

Volledige naam

Werkbedrijf Lucrato

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid dagelijks bestuur

Openbaar belang

Het bieden van werkplekken voor inwoners met een arbeidshandicap, die niet zelfstandig kunnen werken (WSW) of alleen in een beschutte werkomgeving. En begeleiding naar werk (re-integratie) van mensen die onder de Participatiewet vallen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt.

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

 € 496.350 

 € 466.350 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 3.309.000 

 € 3.109.000 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 4.184.000

 € 4.237.000 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

 € -85.000 

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Voor het realiseren en vergroten uitstroomdoelstelling Participatiewet:
-Efficiënte inzet op begeleiden inwoners naar passende arbeidsplek.
-Doorontwikkelen inzet Maatwerkdienstverlening (voorheen PMC's); expertise bieden voor de brede doelgroep die onder de Participatiewet valt.
-Inzet WerkClub statushouders en inzet extra consulent om intensievere passende dienstverlening te kunnen bieden.

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

 

Omgevingsdienst OVIJ

Volledige naam

Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ)

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Voorzitter dagelijks bestuur

Openbaar belang

Uitvoering wettelijke milieutaken

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

€ 40.413

€ 36.886

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 297.582 

 € 271.608

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 1.383.775 

 € 2.310.597 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 13.783

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Uitvoering (wettelijke) milieutaken

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

OMVV 

Volledige naam

Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V.

Vestigingsplaats

Arnhem

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Revitalisering vakantieparken
cijfers bij oprichting 1 jan.  2018

31 dec. 2018

Financieel belang

van de gemeente

-

€ 1.565

Eigen vermogen

van de verbonden partij

-

 € 4.000.000

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

-  

-

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

-

-

Gerealiseerde beleidsvoornemens

het verbeteren van de kwaliteit van de vakantieparken en hiermee bij te dragen aan een sterkere positie van de Veluwe als toeristisch-recreatieve bestemming.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Basismobiliteit

Volledige naam

Basismobiliteit

Vestigingsplaats

Lochem

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie

Wijze van belang

Lid bestuur

Openbaar belang

Doelgroepen prettig en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is.

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

€ 74.309

€ 49.014

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 620.919

  € 409.559 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 7.227.443

  € 6.878.591

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 23.000

Gerealiseerde beleidsvoornemens

In 2021 zijn diverse projecten gestart om de infrastructuur ICT, de telefooncentrale en het planningsportaal (monitoring/communicatiesysteem) te verbeteren. Deze projecten worden naar verwachting in 2022 afgerond cq. opgeleverd. Hierdoor zullen de financiële lasten afnemen en klanttevredenheid toenemen.  

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

 

Regio Stedendriehoek

Volledige naam

Gemeenschappelijke regeling regio Stedendriehoek

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid/plaatsvervangend voorzitter dagelijks bestuur en lid regioraad

Openbaar belang

Belangenbehartiging op gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling, volkshuisvesting, sociaaleconomische ontwikkeling en arbeidsvoorziening, verkeer en vervoer, milieu, onderwijs en welzijn en recreatie.

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

€  12.945

€ 11.332

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 172.600

€ 152.515

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 2.089.739

€ 1.169.774

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 152.515

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Agenda Cleantechregio is overeenkomstig planning uitgevoerd.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Streekarchief

Volledige naam

Streekarchief Epe, Hattem en Heerde

Vestigingsplaats

Epe

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: centrumgemeente

Wijze van belang

Voorzitter commissie en plaatsvervangend lid

Openbaar belang

Het beheer van de oude openbare archieven en het toezicht op het beheer van de nieuwe archieven.

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

€ 0

€ 0

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€7.500

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Het beheer van de oude openbare archieven en het toezicht op het beheer van de nieuwe archieven.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Tribuut

Volledige naam

Tribuut belastingsamenwerking

Vestigingsplaats

Epe

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie

Wijze van belang

Bestuurslid

Openbaar belang

Het uitvoeren van de gemeentelijke belastingen en Wet waardering onroerende zaken.

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

€ 36.000

€ 98.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 327.000

€ 902.000

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 1.979.000

€ 1.241.000

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 163.000

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Er is een organisatie-ontwikkeltraject doorlopen. De organisatie-inrichting is gewijzigd. Er is nog één manager en teamleiders vervullen nu HR taken. De vrijkomende formatie is ingezet om kwetsbare functies formatief te versterken. Software-as-a-service (SAAS) is deels gerealiseerd. Inkooprisico's zijn weggewerkt. Thuiswerkbeleid is opgesteld. De geplande lean grean belt opleiding van medewerkers is door corona uitgesteld.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

Veiligheidsregio

Volledige naam

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid algemeen bestuur

Openbaar belang

De missie van de VNOG is "Samen werken aan veiligheid". Dit bereikt de VNOG door zich sterk te maken voor de kwaliteit en efficiency van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, bevolkingszorg en crisisbeheersing en rampenbestrijding.

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

   € 560.837

€ 630.725

Eigen vermogen

van de verbonden partij

   € 14,5 mln.

€ 15,5 mln.

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 42,3 mln.

€ 38,2 mln.

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 5,2 mln.

Gerealiseerde beleidsvoornemens

De VNOG heeft in 2021 haar Opgaven uitgevoerd, zoals die begin 2020 in de Toekomstvisie van de VNOG zijn vastgesteld. Covid-19 is net zoals in 2020 van grote invloed geweest op de uitvoering van de Opgaven. De inzet van de VNOG bij de bestrijding van Covid-19 was wel anders dan in 2020; de gemeenten kwamen meer aan zet en de VNOG bood hierin vooral ondersteuning. Het verloop van covid-19 heeft in 2021 voor de VNOG een groot effect gehad op de mogelijkheden om de regulieren taken uit te voeren. Dit had ook tot gevolg dat er minder uitgaven werden gedaan dan begroot, wat leidt tot een overschot in 2021.

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

 

Vitens

Volledige naam

Vitens N.V.

Vestigingsplaats

Zwolle

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Het beschikbaar stellen van voldoende betrouwbaar drinkwater.

 

1 jan. 2021

31 dec. 2021

Financieel belang

van de gemeente

€ 35.000

€ 35.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 557,1 mln.

€ 600,3 mln.

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 1.340,1 mln.

€ 1.387,8 mln.

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 19,4 mln.

Gerealiseerde beleidsvoornemens

In 2021 is er gewerkt aan:
- 24/7 betrouwbaar en betaalbaar drinkwater
- meer gemak voor de klant
- voldoende beschikbare schone bronnen

Risicoprofiel

laag (basispakket)

 

7 | Grondbeleid

7.1 Beleidskaders

In december 2013 is de Nota Grondbeleid 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De in deze nota verwoorde uitgangspunten worden gehanteerd als kaders voor het grondbeleid van de gemeente Epe.

7.2 Grondbeleid in Epe

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van het collegeakkoord en de volgende programma’s in de programmabegroting:

  • Ruimte en wonen (programma 5)
  • Bedrijvigheid (programma 9).

De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij volgt de gemeente de ontwikkelingen eerder dan dat ze die initieert. De gemeente speelt in op particuliere initiatieven, zonder zelf de beschikking te verkrijgen over de grond. Hierbij heeft de gemeente een voorwaardenscheppende rol door middel van de structuurvisie en het bestemmingsplan. Marktpartijen verwerven en exploiteren de grond. De risico's voor de gemeente bij facilitair grondbeleid zijn minimaal; de gemeente koopt geen grond en het ontwikkelrisico ligt bij een private partij.
De gemeente Epe beschikt over een voorraad aan (eigen) grond die kan worden ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn: Eekterveld IV Vaassen, Oosterhof-Zuid Vaassen, ’t Slath in Epe en Hoge Weerd in Epe. Dit is ontstaan door (actief) verwerven of doordat de grond (historisch) al in eigendom bij de gemeente was. Een deel van deze gronden worden opgenomen in grondexploitaties en zullen nadat ze bouwrijp zijn gemaakt, als bouwterrein worden uitgegeven door verkoop. Daarnaast geldt voor een deel van de gronden dat de ontwikkelingen nog in voorbereiding zijn.

In 2022 wordt een geactualiseerde nota Grondbeleid aan de raad aangeboden.

7.3 Grondexploitaties

 

 

7.3.1 Afgesloten exploitaties

Op 31 december 2021 is het plan Warande met een totale winst van € 239.391 afgesloten.

7.3.2 Voortgang van de plannen

  • Kweekweg VI Epe
    In dit plan zijn in 2021 geen percelen bedrijfsterrein verkocht. Het laatste bedrijfsterrein van 591 m² wordt in 2022 uitgegeven.

  • De Pirk-Noord Vaassen
    Voor dit plan is in 2007 een anterieure overeenkomst gesloten met De Pirk BV. Van de 74 woningen zijn er 66 opgeleverd. In 2021 is overeenstemming bereikt voor de verwerving van de laatste percelen ter afronding van het plan.

  • Hoge Weerd Epe
    In december 2021 is hiervoor een grondexploitatie vastgesteld. De ontwikkeling van 24 sociale huurwoningen en 4 seniorenwoningen start in 2022.

  • Klaarbeek Epe
    De verwachting is dat dit plan in 2022 kan worden afgesloten.

7.3.3 Parameters grondexploitatiebegrotingen

Bij de actualisatie van de grondexploitatiebegrotingen zijn de volgende parameters gehanteerd en tussen haakjes zijn de wijzigingen ten opzichte van de begrotingen per 30 juni 2021 aangegeven:

  1. Kostenstijging:
    • 4% per jaar (was 2,5% per jaar)

  2. Opbrengstenstijging:
    • bouwterrein voor woningen: 3% per jaar (was 1%)
    • bedrijfsterrein: 2% per jaar (was 1%)
  3. Rekenrente:
    • 0,41% per jaar (was 0,34% per jaar)

 

7.3.4 Tussentijdse winst- en verliesnemingen

Met zekerheid in de plannen gerealiseerde winsten moeten (op grond van voorschriften) tussentijds worden overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie. In 2021 zijn op 30 juni en 31 december de volgende tussentijdse winsten overgeboekt:

 

Plan Winstneming
per 30-06-2021
Winstneming
per 31-12-2021
Totaal tussentijdse
winstneming 2021
Hoge Weerd Epe n.v.t. 0 0
Warande Epe  € 16.863 € 40.094 € 16.863
Kweekweg VI Epe € 15.996 € 119.148 € 135.144
De Pirk-Noord Vaassen  € 51.516 0 € 51.516
Klaarbeek, Epe  € 20 € 1.896 € 1.916

 

Als uit een grondexploitatiebegroting blijkt, dat er een verlies op een plan ontstaat, wordt dit verlies direct ten laste van de reserve bouwgrondexploitatie gebracht. In dit kader is op basis van de geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen per 31 december 2021 voor het plan De Pirk-Noord een bedrag van € 6.136 als tussentijds verlies genomen. Dit verlies wordt gedekt uit de reserve bouwgrondexploitatie.

 

7.3.5 Cijfers geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen

In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers weergegeven van de grondexploitatiebegrotingen per 31 december 2021.

  Plan

 boekwaarde
31-12-2020*

verwacht eind-
resultaat grexen*

jaar
afsluiting plan

Hoge Weerd

- € 18.198 + € 306.545 2025

Warande

Afgesloten Agesloten 2021

De Pirk-Noord

+ € 181.458 - € 257.294 2023

Kweekweg VI

+ € 114.782 + € 852.112 2022

Klaarbeek

+ € 6.394 - € 158.230 2022

*     min (-) = nadelig; plus (+) = voordelig

De reeds tussentijds genomen winst- en verliesnemingen zijn meegenomen bij het bepalen van de verwachte eindresultaten.

7.4 Aan- en verkopen van gronden en opstallen

 

 

7.4.1     Aankopen
In 2021 is 30 m² grond aangekocht voor de aanleg van een rotonde en 1.317 m² voor de aanleg van een toekomstig parkeerterrein.

 

7.4.2     Verkopen
In 2021 is verkocht:

  •  Woningbouw               9.064 m²
  •  agrarische gronden  6.253 m²
  •  snippergroen                225 m²

7.5 Reserve bouwgrondexploitatie

Voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie is een reserve bouwgrondexploitatie gevormd. Het te hanteren model voor het berekenen van de reserve bouwgrondexploitatie is opgenomen in de Nota Grondbeleid 2013.

De benodigde reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 1 januari 2022 € 3.488.212. De werkelijke stand van de reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 31 december 2021 € 3.534.819 en is dus voldoende voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie.

8 | Demografische ontwikkelingen

8.1 Inleiding

Het is belangrijk de demografische ontwikkelingen en specifiek de ontwikkeling van de bevolking te monitoren. Demografische ontwikkelingen kunnen leiden tot een verandering van de bevolkingssamenstelling. Dit heeft een impact op de gehele samenleving en de beleidskeuzes die gemaakt moeten worden op o.a. wonen, werk, welzijn, voorzieningen en vrije tijd. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke financiële middelen. Hierna wordt ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot de Eper situatie.

8.2 Beleidskaders

Het beleid is vastgelegd in diverse documenten. Het jaar van vaststelling is tussen haakjes aangegeven.

  • Toekomstvisie Epe 2030 (2013)
  • Omgevingsvisie Natuur Goed Leven, (2021)
  • Sociale Agenda Natuur Goed Samenleven (2021)
  • Gebiedsgericht werken/Transformatieagenda (2016)
  • Woonagenda 2019-2023
  • Woonzorgagenda (2021)
  • Economische visie (2016)
  • Nota verblijfsrecreatie (2016)
  • Cleantech agenda 2019-2023

8.3 Stand van zaken

Kijkend naar het aantal inwoners, dan zien we de laatste jaren een lichte stijging. In 2018 waren er 32.863 inwoners. In 2020 stond de teller op 33.160inwoners.  Dit is nagenoeg hetzelfde aantal inwoners als in 2019: 33.155. Eind 2020 stond de teller op 33.186 inwoners.  In december 2021 stonden 33.256 inwoners ingeschreven. 

Hieronder een drietal schema’s met cijfers waarin de ontwikkeling van de bevolking te zien is qua leeftijd en huishoudens per kern. Enerzijds zien we het aantal ouderen toenemen, wat leidt tot meer eenpersoonshuishoudens. Anderzijds blijkt ook dat het aandeel gezinnen op 35% van het aantal huishoudens ligt en in de kernen Emst en Oene relatief meer gezinnen wonen dan in de kernen Epe en Vaassen. 

Demografische trends:

Demografische trends 2016-2019

Inwoners per leeftijdsklassen per kern:

Inwoners per leeftijdsklasse per kern

Huishoudenssamenstelling en leeftijd per kern

Huishoudensamenstelling en leeftijd per kern

8.4 Koersbepaling op demografische ontwikkelingen

Demografische ontwikkelingen zijn belangrijk om in beeld te houden. Vooral die trend die daarin waarneembaar is, kan om specifiek beleid vragen.  Dit gebeurt ook. Strategische documenten zijn de toekomstvisie waarin destijds de koers beschreven staat. Van recente data zijn de Omgevingsvisie en de Sociale Agenda voor het integrale samenhangende beleid voor de fysieke leefomgeving en de zorg voor en het welzijn van de Eper samenleving. 

Om in te spelen op de vergrijzing, ontgroening en leefbaarheid in de gemeente zal Epe een attractieve gemeente moeten zijn en blijven om te wonen, te werken, te leven en te bezoeken. Speciale focus daarbij dient te zijn het behoud van en het extra aantrekken van 20 tot 35-jarigen als potentiële toekomstige beroepsbevolking. Wat de komende jaren ook gaat spelen is de toenemende vergrijzing en de gevolgen van de scheiding tussen wonen en zorg. 

8.5 Beleid gericht op gevolgen van demografische ontwikkelingen

Het beleid voor de gevolgen van demografische ontwikkelingen kan onderscheiden worden in vier thema's: Wonen, Openbare Ruimte, Voorzieningen en Arbeidsmarkt. Hierna worden ze toegelicht.

8.5.1 Wonen

 

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 2021
Voldoende betaalbare woningen beschikbaar krijgen voor starters, alleenstaanden en huishoudens met een laag inkomen en een zorgvraag.

 In de presttatieafspraken met Triada zijn afspraken gemaakt over de bouw van extra sociale huurwoningen en een flexwonen project te starten.  Verschillende locaties zijn in beeld.  Lopende ontwikkelingen bieden voldoende aanbod in het betaalbare segment. Daar wordt de komende jaren ook extra inzet op gepleegd. 

Het bevorderen van de doorstroming van senioren naar levensloopgeschikte woningen Er zijn/worden appartementen in de sociale huursector, het middensegment en duur toegevoegd. Zowel in de huur, als koop.  Hierdoor ontstaat een verhuisketen en kunnen meerdere doelgroepen aan een woning geholpen worden.  Uit cijfers blijkt dat minimaal 80% van de kopers inwoners uit de gemeente Epe zijn. 

Uitvoering geven aan de Woonagenga 2019-2023

Vaststelling van de Woonzorgagenda,

Vaststellen Omgevinggsvisie en sociale agenda.

De regionale Woonagenda is in 2020 geactualiseerd en houdt een forse toename in van de te realiseren woningen in de komende 10 jaar.  Tussen 2010 en 2030 houdt dit voor de gemeente Epe de bouw van 1.300 woningen in. In de Omgevingsvisie zijn de uitbreidingslocaties aangeduid. Daarnaast loopt er regionaal/provinciaal het geprek over een extra woningbouwopgave.

Voor wonen en zorg is de Woonzorgagenda vastgesteld en voor het sociale domein (zorg en welzijn) de sociale agenda. 

Het project “Thuis wonen, nu en later”, gericht op het langer zelfstandig thuis wonen, heeft een vervolg gekregen. Koppel/Swoe voert dit nu uit. Dit project is gecontinueerd.

8.5.2 Openbare ruimte

Vanuit het uitvoeringsplan zijn in 2021 op de centrale looproutes een aantal op- en afritjes aangelegd. Hierdoor is de toegankelijkheid voor mensen met een beperking op de centrale looproutes verbeterd.

8.5.3 Voorzieningen

Beschreven effecten in begroting
Er is geen verandering in het beschreven effect, te weten: herijking van het voorzieningenaanbod door veranderende vraag, vanuit kostenoverwegingen (3 D’s) een groter beroep op algemene voorzieningen, minder schoolgebouwen door afname leerlingenaantal.

 

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 2021
Het versterken van vrijwilligerswerk en -zorg in wijken en buurten door onder meer in te zetten op wijkgericht werken, het faciliteren van vrijwilligersorganisaties en het laten ondersteunen van vrijwilligers(organisaties) door professionele organisaties. In 2021 lag de nadruk op het zoveel mogelijk voortzetten van het vrijwilligerswerk en de vrijwilligerszorg in de wijken en buurten, ondanks de beperkingen door Covid 19. Zo bleven de buurtpunten zoveel mogelijk open voor kwetsbare groepen. Daarnaast zijn de vrijwilligersorganisaties ondersteund en gefaciliteerd om beter om te gaan met de gevolgen van Covid 19.
Vaststellen van het minimale basisvoorzieningenniveau. Vanuit een vastgesteld basisvoorzieningenniveau in combinatie met het project Accommodaties II zal de komende jaren gewerkt worden aan de vernieuwing en logische spreiding van een aantal accommodaties in welzijn en sport. Eind 2019 is een start gemaakt met het opstellen van een toekomstbestendig plan voor maatschappelijke accommodaties op het gebied van welzijn, cultuur, sport en onderwijs. Als gevolg van de Covid19 pandemie is dit project medio maart ‘on hold’ gezet. In 2021 is er een doorstart gemaakt, zodat het plan eind 2022 opgeleverd kan worden. In oktober is de gemeenteraad geconsulteerd over het participatietraject. In november en december zijn bijeenkomsten georganiseerd met verschillen belanghebbenden uit de dorpen en kernen. Samen met hen wordt in 2022 verder gewerkt aan een toekomstvisie voor accommodaties in Epe.
In overleg met het onderwijs bepalen hoe om te gaan met afname van het leerlingenaantal. Schoolgebouwen zijn niet meer uitsluitend gericht op het invullen van de onderwijsfunctie maar bieden ook plaats aan functies zoals kinder-/peuteropvang, culturele vorming en sportactiviteiten. Ze vervullen een belangrijke dorps-/wijkfunctie. Al een paar jaar bezig om vorm te geven aan toekomstige duurzame kindvoorzieningen. Er zijn een aantal projecten waar we momenteel mee bezig zijn. Waaronder project Vaassen West, Vaassen Oost, Epe Zuidwest, vorming expertise centrum. Ook vorming van Integraal Kindcentra daar waar mogelijk wordt nagestreefd.

8.5.4 Arbeidsmarkt

Beschreven effecten in begroting
Er is geen verandering in het beschreven effect, te weten: ontstaan van een krappe arbeidsmarkt waarbij de vraag naar arbeidskrachten het aanbod overstijgt.

 

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 20201
De economische visie is vastgesteld. Daaraan is een uitvoeringsprogramma gekoppeld. Met betrokkenen worden acties uitgevoerd die bijdragen aan een versterking van de (lokale) economie. Daarbij wordt aangehaakt bij de Omgevingsagenda. De economische visie en het daarbij behorende actieprogramma is enkele jaren geleden vastgesteld. De visie is opgesteld in overleg met externe partners. In juli 2021 is een nieuw actieprogramma vastgesteld door het college met daarin acties gericht op toekomstbestendige bedrijventerreinen, vitale centra, arbeidsmarkt & onderwijs en Recreatie en Toerisme.
Uitvoeren projecten voortkomend uit het (voormalige) Akkoord van Beekbergen en gericht op het terugdringen van werkloosheid, goed en snel vervullen van vacatures, goede aansluiting onderwijs en werk en het activeren van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 

Het uitvoeren van het lokaal convenant “samen werken in Epe”. Het convenant heeft als doel om met het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid gezamenlijk de weg te bewandelen richting een inclusieve arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waaraan mensen zoveel mogelijk en duurzaam meedoen. Niet kijkend naar beperkingen, maar naar mogelijkheden.

Human Capital is één van de speerpunten van de Cleantech Regio. Er wordt een regionale agenda opgesteld waarin Human Capital / arbeidsmarkt een belangrijk onderdeel vormt. Aandacht voor aansluiting onderwijs en werk is daarmee een blijvend aandachts- en actiepunt.  Extra focus daarbij is op de sector techniek.

Vanuit het lokale convenant "samen werken in Epe" werken het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid samen aan een inclusieve arbeidsmarkt.  Ook is het onderwerp een vast agendapunt in de reguliere overleggen met het bedrijfsleven. 

Bieden van een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en organisaties. Dit uit zich in goede voorwaarden en faciliteiten en mogelijkheden in het kader van “het nieuwe werken”, zoals bedrijfsverzamelgebouwen. In de economische visie is het vestigingsklimaat een belangrijk terugkerend thema, vooral ook ten aanzien van jongeren en hun plek op de arbeidsmarkt. Door middel van het uitvoeringsprogramma moeten verdere stappen gezet worden om het economisch profiel van Epe te versterken.

Regionaal wordt er vanuit de Agenda Cleantech Regio 2019 - 2023 gewerkt aan acties die bijdragen aan het optimaliseren van een goed vestigingsklimaat. Daarnaast is een lokale economische visie waar onder de noemer ‘uitnodigend’ het vestigingsklimaat één van de speerpunten benoemd. Samen met het bedrijfsleven wordt hier onverminderd aan gewerkt.

In 2020 is de Regio Deal binnengehaald door de Cleantech Regio. In deze deal zijn afspraken gemaakt om regionale opgaven integraal aan te pakken.  De focus ligt hierbij op toekomstbestendige bedrijventerreinen. Dit geeft een stevige impuls aan het versterken van onze groene, duurzame en inclusieve economie en daarmee een goed vestigingsklimaat.

Een extra focus in de ontwikkeling van de speerpuntsectoren zorg en recreatie/toerisme. Met aandacht voor onderscheidende elementen daarin draagt het bij aan een goed woon- en leefklimaat en aan werkgelegenheid. De recreatiesector en de Stichting Promotie Gemeente Epe (SPGE) werken aan de online en offline zichtbaarheid van het profiel ‘100% wildgarantie’. 

9 | Decentralisaties sociaal domein

9.1 Inleiding

De gemeente is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. In 2015 kwamen door de decentralisaties in het sociale domein meer taken terecht bij de gemeenten en werden de daarmee gemoeide budgetten voor de overheveling gekort. Gemeenten moeten met minder geld de zorg- en ondersteuningstaken uitvoeren. 

Een zorgvuldige implementatie van de nieuwe taken kostte tijd en is succesvol verlopen. Dat maakt het mogelijk om nu duurzaam te werken aan de transformatie. De gemeente Epe wil, samen met organisaties voor welzijn, zorg en ondersteuning, het sociale domein anders inrichten binnen de beschikbare budgetten. Daarbij ligt de nadruk op meer algemene voorzieningen voor alle inwoners van Epe, op preventie en op zorg dicht bij huis die aansluit op wat inwoners nodig hebben. Om de transformatie door te ontwikkelen en om te anticiperen op de ontwikkelingen binnen het sociaal domein heeft de gemeenteraad extra financiële middelen beschikbaar gesteld. Daarmee is onder andere de doorontwikkeling van de algemene voorziening Buurtpunten gefinancierd en wordt uitvoering gegeven aan het in 2020 opgestarte project ‘grip op zorg’. 

9.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de decentralisatie en transformatie in het sociaal domein is vastgelegd in:

  • Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022  (2018)
  • Visie Gebiedsgericht werken  (2016)
  • Sociale Agenda 2015-2021  (2015)
  • Toekomstvisie Epe 2030  (2013)
  • Inkoopkader 2019
  • Regiovisie Samen tegen huiselijk geweld 2020 t/m 2023
  • Sluitende aanpak personen met verward gedrag
  • Kadernota beschermd thuis 2022-2030

 

9.3 Beleid gericht op uitvoering taken sociaal domein

Hieronder staat beschreven wat we voor de onderdelen Wmo, Jeugd en W&I willen bereiken.

9.3.1 Wmo

De gemeente biedt ondersteuning voor inwoners voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet). Dit doen wij op de volgende manier: 

  • het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een beperking of chronische, psychische of psychosociale problemen; 
  • het bevorderen van de sociale samenhang, mantelzorg, vrijwilligerswerk en het voorkomen van huiselijk geweld; 
  • het bieden van opvang (maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg). 

Onze belangrijkste opgave is de transformatie: samen met onze uitvoeringspartners de mensen centraal zetten en integraal werken. Dit doen wij met het doel om de zelfredzaamheid te vergroten en zodat alle inwoners kunnen meedoen.  

Wat hebben we gedaan in 2021? 

De activiteiten in het kader van Wmo zijn in programma 3 benoemd. De activiteiten richten zich op het bieden van maatwerk in de vorm van individuele en groepsbegeleiding, kortdurend verblijf/logeeropvang en beschermd wonen en het bieden van algemene voorzieningen. Uitgangspunten hierbij zijn dat: zorg en ondersteuning dichtbij inwoners is georganiseerd, er keuzevrijheid is in het ondersteuningsaanbod, de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners wordt versterkt en de financiën beheersbaar blijven. In 2021 hebben we onder andere het volgende hieraan gedaan:  

  • De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft nog steeds een impact op ons allemaal. Dit raakt ook veel beleidsterreinen van onze organisatie waaronder de Wmo. Specifieke aandacht vanuit de rol van de gemeente is uitgegaan naar het organiseren van zorgcontinuïteit en het aanbieden van alternatieve zorg; 
  • Uitvoeren van het Actieprogramma Sociaal Domein 2019-2022 (jaar 2021), die voortvloeit uit het beleidsplan Sociaal Domein ‘Samen meedoen mogelijk maken’ 2019-2022. 
  • Voortzetten van het huidige Wmo-beleid, in combinatie met het evalueren en oprichten van algemene voorzieningen, zoals de Buurtpunten, de Was- & Strijkservice en de pilot Steuntje in de rug; 
  • Voortzetten, evalueren en waar nodig bijsturen van de raamovereenkomst voor de individuele maatwerkvoorzieningen voor Jeugd, Wmo en Beschermd Wonen en de raamovereenkomst voor de hulpmiddelen; 
  • Uitvoeren van de Kadernota Beschermd Thuis 2022-2030 en het Ontwerp Beschermd Thuis en het regionale en lokale Jaarwerkplan. Er wordt bijvoorbeeld een nieuwe inkoop gestart. 
  • Uitvoeren van de uitvoeringsagenda ‘Samen tegen huiselijk geweld 2020 t/m 2023’ samen met het beleidsterrein Jeugd; 
  • Doorontwikkelen van de monitoring gericht op de financiële en inhoudelijke uitvoering en de uitkomsten en bevindingen vertalen naar beleidskeuzes binnen het project ‘Grip op zorg’; 
  • Uitvoeren van een plan voor het ondersteunen van jonge mantelzorgers en het uitreiken van een waardering voor (jonge) mantelzorgers. 

9.3.2 Jeugdzorg

In 2015 is de jeugdzorg overgeheveld van het rijk naar gemeenten. Gemeenten kregen hiermee de opdracht om het probleemoplossend vermogen van kinderen en jongeren, hun ouders/verzorgers en sociale omgeving te versterken, evenals de opvoedcapaciteiten van ouders/verzorgers en de sociale omgeving te bevorderen. Daarnaast moest er meer aandacht zijn voor preventie en vroegsignalering en het tijdig bieden van de juiste hulp op maat. Dit alles in een effectieve en efficiënte samenwerking rondom het gezin. Een deel van de jeugdhulp wordt lokaal georganiseerd, een deel regionaal met de zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe (gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) en een deel bovenregionaal in G7 verband (regio’s Achterhoek, Centraal Gelderland, Food Valley, Midden-IJssel/Oost-Veluwe, Noord Veluwe, Rijk van Nijmegen, Rivierenland).

 

Wat waren de ambities voor 2021? 

De transformatie van jeugdhulp laat zich vatten in de frase: beter met minder, zorg en ondersteuning zo 'normaal' mogelijk en nabij inzetten. Het streven was om voor jeugdigen en hun ouders beter passende en integrale ondersteuning en hulp te organiseren, binnen het beschikbare budget. Hulp en ondersteuning moesten effectiever en efficiënter ingezet worden; zoveel mogelijk vanuit het eigen netwerk, zo 'normaal' mogelijk, zo min mogelijk met dwangmaatregelen. We wilden een toekomstbestendige Wmo en Jeugdhulp door uitvoering te geven aan:

  • het versterken van het gewone leven.
  • verandering in te zetten vanuit de inhoud (staan voor goede kwalitatieve zorg, passend bij de hulpvraag van onze inwoners).
  • buiten de kaders te denken, bestaande zorgstructuren kritisch te bekijken en te doorbreken waar nodig.
  • meer inzet van ambulante zorg en ondersteuning en minder inzet van intramurale zorg (minder grote residentiële instellingen, meer kleinschalige gezinshuizen en pleeggezinnen).
  • ontschotting, zowel verticaal (ketenzorg) als horizontaal (intersectoraal).
  • gericht te zijn op ontwikkeling en ruimte te bieden aan innovatie bij aanbieders.

 

De activiteiten in het kader van jeugdzorg zijn in programma 1 benoemd. Kader is het beleidsplan sociaal domein 2019 - 2022. Hieraan zit een lokaal uitvoeringsprogramma gekoppeld. Daarnaast werken we binnen de jeugdzorg regio nauw samen in de transformatie van de jeugdzorg en de inkoop van maatwerkvoorzieningen. In het programmaplan Wmo en Jeugdhulp 2020-2022 staan de doelen en inspanningen uitgewerkt. Thema’s als de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming en afbouw JeugdzorgPlus/3 milieuvoorzieningen worden op G7 niveau opgepakt.


Wat hebben we bereikt in 2021? 

Het is belangrijk dat jongeren en hun ouders/verzorgers de regie blijven houden over hun leven en dat ze samen met hun eigen omgeving en eventueel met professionele hulpverleners naar oplossingen zoeken. Kinderen moeten passende hulp krijgen. Hierbij wordt goed gekeken naar het opvoedkundige en pedagogische aspect. We willen zo min mogelijk medicaliseren en zoveel mogelijk normaliseren. Hulp en ondersteuning wordt daarom zoveel mogelijk ingezet vanuit het gedachtengoed van De Nieuwe Route waarbij de toeleiding naar zorg en de besluitvorming over de inzet van zorg op een andere manier wordt vormgegeven. Centraal staat dat verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid bij elkaar horen. De toegangsmedewerkers jeugdzorg en schoolmaatschappelijk werkers van het CJG zijn getraind in deze werkwijze. Zij hebben in 2021 een start gemaakt met het toepassen van dit gedachtengoed. Het daadwerkelijk eigen maken van deze werkwijze vraagt een langere tijdsinvestering en zal in 2022 worden vervolgd.

 

In 2020 hebben gemeenten in VNG-verband de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) vastgesteld. In 2021 hebben we als zorgregio een samenwerkingsdocument opgesteld dat helderheid geeft over hoe de gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van vormen van jeugdhulp borgen. Regionaal zijn er op acht onderwerpen afspraken gemaakt, te weten:

  1. Het opstellen van een samenwerkingsdocument met daarin een uitwerking van:
  2. De regiovisie
  3. De lokale toegang, met daarin de vijf basisfuncties
  4. De governance in de regio
  5. (boven)regionaal samenwerken 
  6. Administratieve lasten
  7. Zorgvuldige inkoop 
  8. Voldoen aan een reële prijs.

Om sneller een passende (integrale) oplossing te vinden voor cliënten met complexe problematiek, is de Regionale Experttafel (RET) opgericht. Het RET zorgt ervoor dat elk kind in een zeer complexe situatie waarbij de hulpverlening en de toegang zijn vastgelopen, passende hulp krijgt. Ook voorgenomen uithuisplaatsingen die via de lokale toegang lopen, worden in het RET besproken. Medewerkers van het RET kunnen escaleren naar de Bovenregionale Experttafel (BOEG). 

Er is meer geïnvesteerd in preventie, signalering en ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen. Als kinderen niet meer thuis kunnen wonen, worden zij zo veel mogelijk kleinschalig, gezinsgericht en in perspectief biedende voorzieningen opgevangen. Bij voorkeur in het eigen netwerk. Er zijn meer Gezinshuizen en pleeggezinnen geworven.

Vanaf 2019 werken we met één integraal contract voor alle maatwerkvoorzieningen Wmo, Jeugdhulp en MO/BW. De huidige inkoop is met 2 jaar verlengd tot en met 2023. Er zijn een aantal optimalisatiemogelijkheden benoemd die in 2021 verder zijn onderzocht. In 2022 worden deze mogelijkheden verder uitgewerkt. De inkoop van de jeugdbescherming is uit het contract gehaald. Dit is een onderdeel van de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming geworden.

De samenwerking met huisartsen is gecontinueerd met de inzet van een GZ-psycholoog, waardoor minder (onjuiste) doorverwijzingen naar de sGGZ plaatsvinden. Met het onderwijs is nog meer de samenwerking gevonden in verband met passend onderwijs.

Binnen de gemeente Epe loopt het project Grip op (Jeugd)Zorg waarin extra aandacht gaat naar complexe jeugdcasuïstiek en jeugdbeschermingsgezinnen. Het ombuigvoorstel “Geen dyslexiezorg voor middelbare scholieren” is in 2021 afgerond. De Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe worden in 2022 aangepast zodat dyslexiezorg alleen nog wordt vergoed voor kinderen op de basisschool die maximaal 12 jaar oud zijn. Dit past binnen de Jeugdwet en was voor overheveling van de Zorgverzekeringswet naar de Jeugdwet ook al het geval. Uit de nadere uitwerking van het ombuigvoorstel is gebleken dat er in de praktijk al op deze manier wordt gewerkt, maar door het opnemen in de beleidsregels is het ook juridisch vastgelegd.

 

9.3.3  De arbeidsmarkt (Participatiewet)

Wat willen we bereiken?

Met de Participatiewet is er één regeling gekomen voor mensen waarbij het niet vanzelfsprekend is dat zij een plekje krijgen op de reguliere arbeidsmarkt.  De budgetten voor de oude doelgroep, de Wsw en voor de nieuwe doelgroep zijn samengevoegd. Bij de decentralisatie is bezuinigd op het budget voor de sociale werkvoorziening, terwijl de oud-Wsw’ers hun rechten en plichten behouden. Per arbeidsmarktregio hebben gemeenten en sociale partners de opdracht gekregen om een werkbedrijf te ontwikkelen voor het organiseren van (beschut) werken naar vermogen. 

De Participatiewet moet leiden tot meer participatie, meer gerichte en effectieve inzet van budgetten en besparing van kosten. Er is minder geld beschikbaar om een uitkeringsgerechtigde naar werk toe te kunnen leiden. Dit is merkbaar voor partners als bedrijven, onderwijs- en zorginstellingen. Uitdaging is om op een houdbare manier met deze financiële opgave om te gaan.? 

Wat hebben we gedaan in 2021? 
De activiteiten in het kader van Participatiewet zijn in programma 10 benoemd. De uitgangspunten uit de Kadernota Participatiewet zijn verder uitgewerkt in de Verordening Participatiewet en in beleidsregels.? 
In 2021 hebben we onder andere het volgende gedaan*:? 

  • Verhogen van het uitstroompercentage participatiewet (voormalig WWB, voormalig WSW en jonggehandicapten): 
    a. Er zijn prestatieafspraken gemaakt met Werkbedrijf Lucrato over de uitstroom. 
    b. Er zijn baanafspraken gerealiseerd met werkgevers en maatschappelijke organisaties voor de Eper doelgroep samen met FactorWerk. 
    c. Er zijn projecten gestart gericht op extra inzet bij het activeren van mensen die al langere tijd een uitkering ontvangen. 
  • Voortzetten van het huidige participatiebeleid en armoede- en schuldenbeleid waaronder het in stand houden en versterken van de toegang van de gemeentelijke minimaregelingen: meedoenregeling, schoolfonds en het kindpakket; 
  • Uitvoering geven aan de verzamelverordening en verzamelbeleidsregels voor de Participatiewet; 
  • Het realiseren van baanafspraken voor de Eper doelgroep door zowel regionale (op arbeidsmarktregio niveau via Factor Werk) als lokale samenwerking vorm te geven met werkgevers; 
  • Doorontwikkelen van de uitvoeringsorganisaties voor de Participatiewet en de oud-Wsw’ers gericht op de transformatie;
  • Er is intensiever ingezet op de doelgroep statushouders binnen het zittend uitkeringsbestand door de integrale aanpak van de WerkClub. 
  • Alle inwoners met een bijstandsuitkering zijn opnieuw op de participatieladder geplaatst en voorzien van een perspectieftrede om zodoende gerichte ondersteuning te kunnen bieden met als doel inwoners te laten participeren naar vermogen; 
  • Vervolg geven aan de monitoring op de uitvoering (inhoud en financiën) die zowel landelijk, regionaal als lokaal wordt vormgegeven. 

* door de coronacrisis en de RIVM maatregelen is een aantal in te zetten instrumenten uitgesteld, zoals de empowerment voor vrouwen, jobcoaching voor doelgroepregisterkandidaten en fysieke bijeenkomsten zoals het Meet & Greet evenement en vacaturegroepen. 

9.4 Financiën en risico’s

Wat zijn de financiële effecten van de drie decentralisaties?

Tot 2019 kregen gemeenten via integratie-uitkeringen de middelen beschikbaar voor de Participatiewet, Wmo-begeleiding en de Jeugdwet. In 2019 zijn de integratie-uitkeringen voor Wmo-begeleiding, Wmo-huishoudelijke verzorging en een deel van de Jeugdwet overgeheveld naar het algemene deel van de uitkering. Deze overheveling zorgt ervoor dat een verdeling tussen de twee uitkeringen voor Wmo niet meer te maken is. Voor de jeugdwet geld dat de middelen voor Voogdij/18+ nog wel een integratie-uitkering blijft en deze dus nog specifiek te volgen blijft. Naast de overheveling naar het algemene deel van de uitkering, was de planning dat in de meicirculaire 2021 een nieuwe herverdeling plaats zou vinden op basis van vernieuwde maatstaven. Door de uitbraak van Covid-19 en door onduidelijkheid over de effecten van de herverdeling bij diverse gemeenten, is de herverdeling uitgesteld en zal deze naar verwachting ingaan per 1 januari 2023. Deze wijziging zorgt ervoor dat de toekomstige middelen niet in te schatten zijn. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig

De volgende bedragen (€ x 1.000) waren beschikbaar: 

Taak 2021
WMO 10.128
Jeugdzorg 7.917
Arbeidsmarkt / Participatie 4.760
Totaal 22.805

 

Wat hebben we gedaan? 

  • Vanuit de transformatieagenda en de daarvoor beschikbaar gestelde middelen is gewerkt aan de verschuiving van specialistische zorg en ondersteuning naar voorliggende-, algemene voorzieningen. 
  • Het project ‘grip op zorg’ is vastgesteld met als doel uitvoering te geven aan de ambitie om structureel €1 miljoen om te buigen binnen het sociaal domein, om ook in de toekomst binnen de beschikbare middelen te blijven. ‘Grip op zorg’ omvat 14 ombuigvoorstellen op het gebied van Wmo, Jeugd en contractmanagement.  
  • De raadsmonitor sociaal domein wordt twee keer per jaar aan de raad gepresenteerd. Daarnaast is er een integrale beleids- en financiële monitor die maandelijks geanalyseerd wordt en kan de Datamonitor Epe (DaME) worden gebruikt om analyses en prognoses op te stellen. 
  • Er is een reserve Risico’s Sociaal Domein. Daaruit worden de financiële risico’s in het sociale domein opgevangen. 

 

10 | Covid-19

10.1 Inleiding

De coronacrisis heeft een grote impact op de samenleving. Dat zal nog wel enige tijd merkbaar blijven. De gemeente Epe wil de maatschappelijke effecten van de coronacrisis zoveel mogelijk bestrijden.
In 2021 zijn financiële middelen ingezet voor de kosten van maatregelen in de acute en overbruggingsfase als gevolg van de coronacrisis. Bij de vaststelling van de begroting 2021 in november 2020 heeft de gemeenteraad een bedrag van €5,4 miljoen beschikbaar gesteld voor de benodigde maatregelen in de komende periode. De gemeente ontvangt ook financiële ondersteuning van de rijksoverheid en de provincie.
In deze paragraaf volgt een integraal beeld van de beleidsmatige en financiële inzet vanuit doelen en uitgangspunten naar een daarop afgestemde uitwerking van maatregelen.

10.2 Doel

Het gemeentelijke doel is te investeren om de ongewenste maatschappelijke effecten van de coronacrisis op lokale activiteiten te beperken danwel tegen te gaan. Daartoe in 2021 en 2022 maatregelen in te zetten gericht op de fase van overbruggen van de periode met coronabeperkingen en de eerste stappen in de fase van herstel en stimuleren.
De gemeente zet zich met name in op het sociaal maatschappelijk en economisch terrein waar de impact het grootst is.

10.3 Uitgangspunten

Het zal niet mogelijk zijn om als gemeente in te gaan op alle effecten van deze crisis. Keuzes zijn nodig waar ondersteuning te bieden, welke organisaties en doelgroepen dat zijn. Dit rekening houdend met wat voor de gemeente te dragen is. De volgende uitgangspunten gelden daarbij:

  1. De maatregelen zijn aanvullend op regelingen en maatregelen van het Rijk en andere regelingen.
  2. De compensatiebudgetten vanuit het Rijk worden ingezet conform het doel met daar waar mogelijk en wenselijk een lokale invulling.
  3. De maatregelen richten zich op de middellange termijn, zijnde de jaren 2021 en 2022. De maatregelen bieden geen zekerheid, garantie of doorkijk voor daarna.
  4. De maatregelen richten zich op specifieke doelgroepen en organisaties en niet op het totaal aan organisaties in de gemeente.
  5. Per doelgroep gelden niet alleen de regelingen van het Rijk en de provincie, maar ook wat andere partijen (kunnen) doen zoals banken, vastgoedeigenaren en de bedrijven, organisaties en instellingen zelf.
  6. De maatregelen zijn tijdelijk, direct uitvoerbaar, geven op korte termijn effect.
  7. Maatregelen en investeringen sluiten zoveel als mogelijk aan bij het collegeprogramma en actueel bestaand beleid.

10.4 Maatschappelijke effecten

De gemeentelijke inzet richt zich op het sociaal maatschappelijk en economisch domein. Per domein is een aantal beleidsterreinen geformuleerd voortkomend uit het doel, de uitgangspunten en de lokale situatie.

Sociaal maatschappelijk
De gemeentelijke inzet is gericht op:

  • het voortbestaan en de continuïteit van een organisatie of van sociaal-maatschappelijke structuren, die onmisbaar zijn in onze gemeente.
  • toekomstbestendigheid, levensvatbaarheid en ondersteuning voor een korte periode (2021-2022).
  • het ondersteunen van mensen in een kwetsbare situatie en bij te dragen aan verbinding in de samenleving.

De maatregelen richten zich op de volgende beleidsterreinen:

  1. Zorg en ondersteuning (Jeugdzorg, WMO): Bieden van continuïteit van zorg.
    De gemeentelijke budgetten voor zorg en ondersteuning, waar nodig de komende twee jaar verhogen (geraamd bedrag: € 856.000 (voor gehele periode; bron: 5e coronarapportage))
  2. Welzijn, sport en cultuur (gesubsidieerde gemeentelijke instellingen, verenigingen en stichtingen): Financieel bijdragen in de stijgende kosten als gevolg van de corona-crisis. 
    Instellingen (dorpshuizen, sportcentra, bibliotheek etc.) met een exploitatie/instandhouding subsidie: gedeeltelijke compensatie van de stijging van het exploitatietekort (geraamd bedrag: € 351.000 (voor gehele periode; bron: 5e coronarapportage)). Verenigingen en stichtingen: gedeeltelijk financiële tegemoetkoming (geraamd bedrag: € 341.000 (voor gehele periode; bron: 5e coronarapportage)).
  3. Leefbaarheid (verbinding in de samenleving): Tegengaan negatieve gevolgen kwetsbare groepen en impuls geven aan sociale cohesie in de dorpen.
    Extra activiteiten voor kwetsbare groepen en extra inzet maatschappelijk werk (geraamd bedrag: € 315.000 (voor gehele periode; bron: 5e coronarapportage)). Stimuleringsfonds welzijn, zorg, sport en cultuur (geraamd bedrag: € 330.000).
  4. Ambtelijke capaciteit: extra personele inzet onder meer ten behoeve van openbare orde en veiligheid, het uitvoeren van rijksregelingen en extra ambtelijke ondersteuning in de samenleving (geraamd bedrag: € 706.000 (voor gehele periode; bron: 5e coronarapportage)). 

Economisch
De gemeentelijke inzet is gericht op:

  • ondersteunen van ondernemers en bedrijven aanvullend op het rijksbeleid faciliteren.
  • bij te dragen aan meer economische activiteiten in de lokale samenleving door extra te gaan investeren, voor zover het bijdraagt aan het beperken danwel tegengaan van ongewenste maatschappelijke effecten als gevolg van de coronacrisis.
  • zoveel mogelijk lokale ondernemers en bedrijven te betrekken bij diverse werken en diensten van de gemeente, maar binnen de grenzen die de regelgeving voor aanbesteden daarvoor stelt.

De maatregelen richten zich op de volgende beleidsterreinen.

  1. Lokale economie: Faciliteren en ondersteunen van lokale ondernemers en bedrijven.
    • Incidenteel budget voor extra uitvoeringskosten accountmanagement economie (geraamd bedrag: € 160.000 (voor gehele periode))
    • Incidenteel budget voor extra uitvoeringskosten voor versnelling woningbouwprogramma (geraamd bedrag: € 240.000 (voor gehele periode))
    • Stimuleringsfonds voor versnelde uitvoering actieprogramma economische visie (geraamd bedrag: € 100.000)

  2. Investeren en stimuleren: Stimuleren economische activiteiten met multiplier effect.
    • Diverse activiteiten gericht op het vitaal houden van de dorpscentra (geraamd bedrag: €215.000 voor de gehele periode, bron: 5e coronarapportage)
    • Stimuleringsfonds voor versnelling investeringen gericht op versterking lokale economie en kwaliteitsverbetering toerisme (geraamd bedrag: € 1.400.000).

  3. Participatie en armoedebestrijding (werkgelegenheid, armoede- en minimabeleid, schuldhulpverlening): Voldoende ondersteuning kunnen bieden in de vorm van bijstandsuitkering, bijzondere bijstand, en schuldhulpverlening.
    • Faciliteren van aanvullende maatregelen ten behoeve van het beleidsterrein werk en inkomen, en daar waar nodig de betreffende gemeentelijke budgetten de komende twee jaar te verhogen. (geraamd bedrag: € 808.000 (voor gehele periode; bron: 5e coronarapportage)).
    • Stimuleringsfonds voor ondersteuning/begeleiding van ondernemers in relatie tot schuldenproblematiek (geraamd bedrag: € 250.000)
  4. Ambtelijke capaciteit: extra personele inzet onder meer als gevolg van meer vergunningsaanvragen en diverse projecten (geraamd bedrag: €459.000 voor de gehele periode, bron: 5e coronarapportage).

 

10.5 Financiële verantwoording over 2021

In de vijfde coronarapportage, behandeld in de raad in februari 2022, is gerapporteerd over de verwachte uitgaven ten aanzien van corona over 2021 en 2022. De financiële gevolgen van corona over 2021 worden transparant gemaakt in deze verantwoording, waarbij de werkelijkheid is afgezet tegen de verwachting.

Omschrijving 5e coronarapportage 2021 Werkelijk 2021 Verschil (+positief / - negatief)
Pijler Bestuur en organisatie
Belastingen:
Precario belasting; markt en nultarief terras 34.000 26.787 7.213
Toeristenbelasting 55.000 -62.000 117.000
Uitstel belastingen voor ondernemers, verenigingen e.d.; risico van oninbaarheid 0 - -
Personeel:
Communicatie, P&O, JZ 99.840 99.840 -
Zaakgericht werken 0 - -
Digitaal samenwerken 0 - -
Burgerzaken kosten inhaalvraag 0 - -
BABS; inhaalvraag 0 - -
Ondersteuning teamleiders 0 - -
Vergoeding inzet gemeentesecretaris VNOG 13.000 - 13.000
Piketvergoeding communicatie 4.762 4.762 -
Administratieve/personele lasten projectgroep corona 38.000 41.417 -3.417
Controle kosten administratieve verwerking corona uitgaven in de jaarrekening. 10.000 12.504 -2.504
Divers:
Inwonerparticipatie; extra kosten (inclusief video conferencing) 20.000 10.857 9.143
Verkiezingen 0 - -
Sneltests personeel 5.950 5.998 -48
Voorlichting; informatievoorziening algemeen 1.799 7.827 -6.028
Subtotaal 282.351 147.992 134.359
Pijler Sociaal
WMO en Jeugd:
Meerkosten jeugdhulp 0 - -
Meerkosten beschermd wonen 0 - -
Meerkosten maatschappelijke opvang 0 - -
Meerkosten WMO -25.737 17.007 -42.744
Meerkosten toegang Jeugd 33.184 33.718 -534
Meerkosten toegang WMO 22.000 - 22.000
Plus OV/vervoerders; meerkosten corona protocol, 0 - -
Basismobilibeit; vervallen eigen bijdrage llv (scholensluiting lockdown) 0 - -
Plus OV; vaccinatieritten vav 0 - -
Extra inzet 18-/18+ 0 - -
Steunouder 0 - -
Personeel:
Capaciteit team leefbaar 92.000 139.928 -47.928
OOV 172.800 176.276 -3.476
Huisbezoeken t.b.v. herindicatie 26.000 26.000 -
Capaciteit team SHV 56.000 89.533 -33.533
Schuldhulpverlening, Werk & Inkomen:
hogere uitvoeringskosten o.b.v. DVO Apeldoorn 0 - -
Minimaregelingen; stijging aantal aanvragen 50.000 - 50.000
Minimaregelingen; toename uitvoeringskosten Apeldoorn 22.000 - 22.000
Lucrato; toename dienstverlening participatiewet door stijging aantal werkzoekenden; extra consulent 108.000 69.940 38.060
Lucrato; extra middeling en trajecten 0 - -
Lucrato; prgr. werkbegeleiding 3 gemeenten (co-financiering) 19.000 18.906 94
Uitvoeringskosten Activerium DVO Apeldoorn 0 - -
Buig; toename aantal uitkeringen 0 - -
Voedselbank: Toename vraag/afname 2.000 - 2.000
Formulierenteam; toename aantal aanvragen 14.000 14.000 -
Over Rood; meer aanvragen 7.000 - 7.000
TONK 70.000 68.397 1.603
Cultuur:
Oranje verenigingen, kunsthuizen, exposities, e.d. 5.600 4.000 1.600
Muziekverenigingen, koren e.d. 7.078 5.576 1.502
Cultuurplein Noord Veluwe 12.000 12.000 -
Veluws museum Hagedoorns Plaatse 5.300 10.600 -5.300
Bibliotheek 0 - -
Sport:
Sportverenigingen 0 - -
PWA hal 22.000 22.000 -
Multifunctionele accommodaties:
Koekoek/Wieken 131.000 84.224 46.776
Kulturhus Epe/EGW 45.000 - 45.000
Hezebrink 36.319 3.114 33.205
Welzijn en gezondheidszorg:
Verian: Hogere kosten maatschappelijk werk 32.560 32.560 -
GGD; Infectieziektenbestrijding en communicatie 0 - -
Koppel/Swoe: extra jongerenactiviteit 5.610 5.610 0
Wijk/buurt- en speeltuinverenigingen 18.052 18.031 21
Negatieve gevolgen; jongeren, kwetsbare groepen en ouderen 244.725 198.846 45.879
Activering worst-case scenario 0 - -
Vaccinatiecampagne 3.048 3.113 -65
Divers:
Scholen 0 - -
Peuterspeelzaalwerk; terugbetaling ouderbijdrage 5.985 -