Paragrafen

1 | Lokale heffingen

1.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 1.1 Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. De raad bepaalt dit beleid tegelijk met het vaststellen van de begroting. Daar vindt de integrale afweging plaats. Beleidsmatige wijzigingen zijn in deze paragraaf toegelicht. Redactionele en technische wijzigingen van de belastingen staan in het raadsvoorstel met de belastingtarieven.

1.2 Beleidskaders

Terug naar navigatie - 1.2 Beleidskaders

Het beleid over de lokale heffingen staat in:

  • landelijke wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet
  • deze paragraaf
  • belastingverordeningen 
  • coalitieakkoord 2022-2026 
  • regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen  

1.3 Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen

Terug naar navigatie - 1.3 Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen

 

Algemeen tarievenbeleid

Belastingen en heffingen houden we waardevast door de tarieven te verhogen met de prijsstijging (index: 7,5%). Heffingen waar een tegenprestatie van de gemeente tegenover staat zijn waar mogelijk 100% kostendekkend. Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen staat in deel 3. Hieronder staan per belastingsoort de bijzonderheden en afwijkingen van het algemene tarievenbeleid. Tribuut voert de gemeentelijke belastingen en waardering van onroerende zaken uit voor de gemeente.

 

Wet waardering onroerende zaken (WOZ)

Eigenaren van onroerende zaken en gebruikers van niet-woningen ontvangen jaarlijks een beschikking met daarin de WOZ-waarde. Dat is de grondslag voor de onroerende-zaakbelasting en (in gemeente Epe) de forensenbelasting. Andere overheden gebruiken de WOZ-waarde voor belastingheffing en voor het woningwaarderingsstelsel. De Waarderingskamer houdt toezicht en geeft een algemeen oordeel over de uitvoering. Het oordeel is 'goed'. Dat komt overeen met de afgesproken ambitie. 

Tribuut is in 2023 overspoeld met bezwaren tegen de WOZ-waarde. Veel van die bezwaren zijn ingediend door gespecialiseerde bureaus. Die bureaus verdienen geld als de WOZ-waarde verlaagd wordt ("no cure no pay"). De wet bepaalt dat Tribuut dan een vergoeding moet betalen aan zulke bureaus. Die vergoedingen bedragen in totaal waarschijnlijk meer dan 1 miljoen euro. De gemeenten betalen dat aan Tribuut en uiteindelijk betalen alle inwoners hieraan mee. Het is geld dat de gemeenten dan niet aan andere zaken kan uitgeven. Dit speelt in het hele land. De regering wil de regels aanpassen, om dit probleem aan te pakken. Of dat in 2024 zorgt voor minder bezwaren door bureaus is nog niet bekend.

 

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting. Woongedeeltes binnen niet-woningen betalen geen OZB. 

 

Reinigingsheffingen

Waar mensen leven en werken ontstaat afval. Daar wil je vanaf. De gemeente zorgt daarvoor en dat kost geld. Inwoners en bedrijven betalen daarvoor reinigingsheffingen. Hieronder staat welke kosten de gemeente maakt en welke inkomsten daar tegenover staan. Op straat ligt zwerfafval en soms storten mensen hun afval illegaal. De gemeente ruimt dat op. Ook die kosten tellen mee. Voor zwerfafval, papier en plastic ontvangt de gemeente geld. Dat staat onder 'baten taakvelden'. Voor de BTW over de inzameling van bedrijfsafval krijgen we geen geld uit het BTW compensatiefonds (BCF). Voor een deel van de ontvangen bijdragen geldt dat ook. Om alle lasten te dekken stijgen de tarieven met 1,9%.

 

 

 

bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen  
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente  - 4.146
Baten taakveld(en), excl. heffingen 261
Netto lasten taakveld(en) - 3.855
Overhead incl. (omslag)rente -122
BCF-BTW -778
Totale lasten (A) -4.785
Opbrengst heffingen 4.698
Kwijtschelding -121
Overige inzamelvergoeding 96
Onttrekking reserve afval 113
Totale baten (B) 4.785
Kostendekkendheid (B:A) 100%

 

Rioolheffingen

De gemeente heeft wettelijke taken voor het afvoeren van rioolwater, het voorkomen van wateroverlast en het op peil houden van het grondwater. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP) staat hoe dit gebeurt. Daarin staat ook hoe inwoners en bedrijven daaraan meebetalen. Dat gebeurt via de rioolheffingen. Eigenaren betalen een vast bedrag. Voor gebruikers is er onderscheid gemaakt in verschillende categorieën. Echte grootverbruikers betalen verhoudingsgewijs meer rioolheffing en betalen zo deels de lasten voor de kleinverbruikers. Dat noemen we kruissubsidiëring. Die groep omvat 0,7% van gebruikers en levert 29% van de totale opbrengst. 

De tarieven stijgen met 1,9% meer dan de indexatie. Dat is afgesproken in het GWP. Voor nieuwe aansluitingen op het bestaande riool betalen gebruikers eenmalig rioolaanleggeld. Om alle lasten te kunnen dekken onttrekken we geld uit de reserve en uit de voorziening.

 

bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht rioolheffingen
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente  -3.335
Baten taakveld(en), excl. heffingen -
Netto lasten taakveld(en) -3.335
Overhead incl. (omslag)rente -114
BCF-BTW -484
Totale lasten (A) -3.933
Opbrengst heffingen 3.469
Kwijtschelding -24
Onttrekking reserve riolering 3
Onttrekking voorziening riolering 486
Totale baten (B) 3.933
Kostendekkendheid (B:A) 100%

 

Forensenbelasting

Mensen met een gemeubileerde woning die niet in de gemeente wonen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is daarvoor de grondslag. Het tarief is een percentage van de waarde. Als de waarde stijgt, verlagen we het tarief. Zo zorgen we dat de totale opbrengst niet meer stijgt dan de index. Er is een minimumtarief en een maximumtarief. Het minimumtarief stijgt met de indexatie. Het maximumtarief blijft gelijk.

 

Precariobelasting

Bedrijven met bijvoorbeeld terrassen of winkeluitstallingen op gemeentegrond betalen deze belasting. Dat geldt ook voor marktkooplieden en mensen met een standplaats op gemeentegrond. De tarieven stijging met de index.

 

Toeristenbelasting

Toerisme is belangrijk voor de gemeente Epe. Mensen die hier niet wonen, maar wel overnachten betalen deze belasting. Dat gaat via de campings, hotels, B&B's en andere aanbieders. Als je in een eigen kampeermiddel overnacht, hoef je minder toeristenbelasting te betalen dan als je overnacht in een hotel of in een huurtent bijvoorbeeld. Op het aantal overnachtingen heeft de gemeente geen invloed. Als die stijgt, stijgt ook de opbrengst. De gemeente heeft wel invloed op het tarief. De raad heeft de tarieven voor 2024 al vastgesteld: € 1,00 voor het lage tarief en € 1,40 voor het hoge tarief. Op die manier stijgt de opbrengst met ongeveer 7,5%. Voor vaste standplaatsen op een camping gelden vaste tarieven. Zo hoeven ondernemers van die gasten niet bij te houden wanneer ze er waren en wanneer niet.

Het lage tarief blijft voorlopig € 1,00. We laten de opbrengst de komende jaren stijgen door alleen het hoge tarief te verhogen. Wanneer verhogen we het lage tarief weer? Als het hoge tarief € 1,50 is gaan we daarover opnieuw in gesprek met de ondernemers.  

 

Begraafrechten

Nabestaanden willen hun overleden dierbaren op een waardige manier kunnen begraven. De begraafplaats moet er verzorgd uitzien. De gemeente zorgt voor begraafplaatsen en het onderhoud daarvan. Om de kosten daarvan te dekken is er deze heffing. Nabestaanden betalen voor het begraven, voor het graf, het onderhoud enzovoort. Van tevoren betalen zij voor de hele periode waarvoor het graf blijft bestaan. Daarom is er is een egalisatievoorziening. Daaruit betalen we de onderhoudskosten die in het verleden zijn afgekocht. De gemeente moet nog onderzoeken hoe groot die voorziening moet zijn om ook in de toekomst alle kosten te kunnen blijven betalen. De tarieven stijgen met de index. De kosten van het maken van beleid zijn niet meegenomen. Bij de opbrengst uit heffingen gaat het om de afkoopsommen onderhoud en de overige eenmalige en jaarlijkse begraafrechten. Om de kosten volledig te dekken onttrekken we geld aan de voorziening. De lasten zijn inclusief BTW .


bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht begraafrechten
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente  -860
Baten taakveld(en), excl. heffingen -
Netto lasten taakveld(en) -860
Overhead -76
Storting voorziening begraven -97
Totale lasten (A) -1.033
Opbrengst heffingen 1.033
Onttrekking voorziening begraven 0
Totale baten (B) 1.033
Kostendekkendheid (B:A) 100%

 

Leges

Vraag je een vergunning aan, wil je een paspoort of ga je trouwen? Dan betaal je daarvoor leges. Je betaalt voor de dienst die je van de gemeente vraagt. De meeste tarieven stijgen met de index. Soms gelden er wettelijk voorgeschreven (maximum) tarieven. We streven niet naar 100% kostendekking bij de leges. 

Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking. Deze zijn van grote invloed op lasten en baten uit legesheffing. De structurele effecten van de Ow en de Wkb zijn verwerkt. 

Bij de leges voor bouwactiviteiten is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Het aantal verwachte grote bouwprojecten is groter dan gebruikelijk. Het maximumtarief gaat omlaag om te voorkomen dat de leges in totaal meer dan 100% kostendekkend zijn. Gemiddeld genomen betalen dure bouwwerken mee aan de kosten van de gemeente voor goedkope bouwwerken. Dat heet kruissubsidiëring. In dit overzicht staat hoe dat uitpakt. 

 

Bouwkosten

% van totale lasten

% van totale opbrengst

< € 100.000

60%

14%

€ 100.000 - € 500.000

20%

27%

> € 500.000

 20%

63%

 

Voordat iemand een officiële aanvraag omgevingsvergunning indient vindt meestal overleg plaats met de gemeente. Dat overleg is gratis. In de meeste gevallen leidt vooroverleg namelijk tot een (betere) aanvraag. De mensen die een aanvraag indienen betalen zo het vooroverleg. Voor duurzaam (ver)bouwen gelden lagere tarieven. De personeelslasten zijn op basis van een jaarlijkse uitvraag over de taakvelden verdeeld. Hoe weten we hoeveel geld er binnen komt? We kijken hoeveel aanvragen er in de afgelopen jaren voor kleinere bouwprojecten zijn geweest. De grote projecten (bouwkosten meer dan € 500.000) brengen we per project in beeld. We maken een inschatting van de bouwkosten. Het blijft natuurlijk onzeker of de aanvraag ook daadwerkelijk in 2024 binnenkomt.

Hieronder staat de kostendekking per clustering van producten. Zo ontstaat ook een beeld van de kruissubsidiëring.

 

bedragen x € 1.000

  lasten taakvelden overhead BTW totale lasten opbrengst heffingen

kosten dekkendheid

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

Burgerlijke stand

-35 -21 -1 -58 29

50%

Reisdocumenten

-137 -115 - -252 438

173%

Rijbewijzen

-137 -86 - -222 164

74%

BRP-verstrekkingen -44 -11 -5 -60 29

48%

Bijzondere wetten 0 0 - -1 21

100%

subtotaal H 1

-354

-233

-6

-593

680

115%

Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving
Kapvergunningen

-50

-29

-5

-84

29

35%

Bestemmingsplannen / omgevingsplannen

-11

-13

-

-24

23

98%

Wabovergunningen / omgevingsvergunningen

-601

-618

-15

-1.235

1.227

99%

subtotaal H 2

-662

-660

-20

-1.343

1.280

95%

Hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijn
Europese Dienstenrichtlijn

-19

-22

-

-41

17

43%

Totaal leges

-1034

-915

-27

-1.976

1.976

100%

N.B. Door afronding is de optelsom van de opbrengst niet gelijk aan het totaal van de legesinkomsten.
De inkomsten leges die onder hoofdstuk 3 vallen zijn zo laag dat deze niet verder zijn uitgesplitst .

 

Bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht leges  
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente  -1.034
Baten taakveld(en), excl. heffingen -
Netto lasten taakvelden -1.034
Overhead -915
BCF-BTW -27
Totale lasten (A) -1.976
Opbrengst heffingen (B) 1.976
Kostendekkendheid (B:A) 100%

 

1.4 Kostendekking

Terug naar navigatie - 1.4 Kostendekking

Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, rekenen we ook overheadkosten mee. Hoe we dat doen is vastgelegd in de Financiële verordening 2017 (actualisatie in 2023). Over de kosten van derden (dus niet het eigen personeel) rekenen we BTW. Investeringen moeten we afschrijven. Over het deel van de afschrijving dat gaat over de kosten van derden rekenen we dus ook BTW toe aan de heffing. 

1.5 Kwijtschelding

Terug naar navigatie - 1.5 Kwijtschelding

Mensen met een inkomen op ongeveer bijstandsniveau en met bijna geen vermogen kunnen de gemeentelijke belasting eigenlijk niet betalen. Zij komen voor kwijtschelding in aanmerking. Dat geldt alleen voor de rioolheffing van gebruikers en voor het vastrecht afvalstoffenheffing. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 74,76. De inkomsten die de gemeente daardoor misloopt worden betaald door de mensen die geen kwijtschelding krijgen. Gemeenten mogen beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft een zo ruim mogelijk beleid vastgesteld. Als iemand vorig jaar kwijtschelding heeft ontvangen, kan meestal automatische kwijtschelding plaatsvinden. Mensen hoeven dan geen aanvraag in te dienen. 

1.6 Woonlasten

Terug naar navigatie - 1.6 Woonlasten

We willen dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Dit gaat om de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de grafiek hieronder staat de verwachting voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. Als die verwachting klopt, blijft Epe dus onder het landelijk gemiddelde. De gegevens tot en met 2023 komen uit de COELO-atlas. 

Voor het bepalen van het gemiddelde verbruik bij diftar hanteert COELO andere uitgangspunten dan de gemeente. Voor de begrotingsjaren (2024-2027) is voor Epe uitgegaan van de eigen uitgangspunten. Dit zorgt voor een stijging ten opzichte van 2023. Die is namelijk gebaseerd is op de COELO-atlas. We verwachten dat landelijk de woonlasten met 5% stijgen. Dat is het gemiddelde van de afgelopen jaren. Voor Epe houden we rekening met de verwachte tariefswijzigingen en de verwachte toename van het aantal panden.

Woonlasten grafiek

 

 

 



2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

2.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 2.1 Inleiding

Algemeen

Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces. Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren.

Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico werkelijkheid wordt is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. 

De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen:

  1. Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen.
  2. Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente.


Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Weergave risico's en weerstandsvermogen

2.2 Beleidskaders

Terug naar navigatie - 2.2 Beleidskaders

In 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en voor het weerstandsvermogen.

De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd:

  1. het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd.
  2. voor de risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) financiële maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting.
  3. de weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien.
  4. de ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1).
  5. de verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1).

 

2.3 Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2.3 Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien.

De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven.


Bedragen * € 1.000

Weerstandscapaciteit

2024

karakter

Algemene reserve

2.500

incidenteel

Begrotingsruimte 2023

8

incidenteel

Onvoorzien 2023

117

incidenteel

Totaal

2.625

 

 

De stand van de algemene reserve op 1 januari 2024 bedraagt € 3,2 miljoen. Dit is hoger dan het minimale bedrag van € 2,5 mln. In de huidige begroting is het overschot in de algemene reserve ingezet als dekking voor beleidsinitiatieven. Voor de weerstandscapaciteit is op 1 januari 2024 € 2,5 miljoen beschikbaar in de algemene reserve.

 

2.4 Risico’s

Terug naar navigatie - 2.4 Risico’s

Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd.

Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd.

De grootste risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect na maatregelen (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet. Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.

 

Risicokaart (op basis van restrisico's)

Risicokaart Kans t.o.v. Effect


Toelichting risico’s

Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken daarvan benoemd. 

 

Sociaal Domein
Risico kenmerken

De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein (WMO en Jeugd) verstrekt het Rijk via de algemene uitkeringen. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De kosten stijgen de afgelopen jaren, met name bij Jeugdzorg. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en/of op het financiële vlak. Tegenvallers (incidenteel) kunnen worden opgevangen door de reserve risico’s sociaal domein. Omdat de begroting inmiddels redelijk goed kan worden opgebouwd vanuit de ervaringscijfers (reële raming), is de norm voor de hoogte van de reserve in de begroting 2021 bijgesteld naar 5% van de begrotingsomvang voor 3 jaar.
Bij de begroting wordt rekening gehouden met indexering van de tarieven. Regionaal kopen we maatwerkvoorzieningen jeugd en WMO in. We hanteren een indexering voor een komend jaar op basis van CAO’s die bekend zijn per juni van het betreffende jaar. We hebben geconstateerd dat CAO’s later bekend zijn dan 1 juni en dat de indexering een stuk hoger is dan waar wij rekening mee hebben gehouden (door de krapte op de personeelsmarkt waardoor duurdere externe krachten worden ingezet, hogere energielasten en de inflatie). Om kwaliteit van zorg te kunnen garanderen moeten gemeenten reële tarieven betalen. Dit kan betekenen dat tarieven gedurende het jaar bijgesteld worden. 
In 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld. We krijgen middelen om beleid te ontwikkelen om zo de toenemende Jeugdzorg kosten te kunnen verminderen. Ook heeft het Rijk aangegeven een deel van de voorgenomen besparingen in de jeugdzorg voor haar rekening te nemen. Wij hebben hiervoor al een besparing van de kosten in de Begroting 2024 opgenomen. Het blijft de vraag in hoeverre deze besparing daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Kansklasse: Groot

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Grondexploitatie
Risico kenmerken

De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend. Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Verbonden partijen
Risico kenmerken

De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen.

Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden.
Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. 

Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Groot

Restrisico: € 384.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: €77.000

 

Juridische risico's en aansprakelijkheid
Risico kenmerken

De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn.

  1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie.
  2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.).

Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen.
Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Groot

Restrisico: € 450.000

Ontwikkeling risico: Afgenomen

Risico sturing: Reduceren

Risicokarakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 90.000

 

Borg en garantstellingen

Risico kenmerken

De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 89,8 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn.

Het risico dat achtervang-gemeenten renteloze leningen aan WSW moeten verstrekken als de andere buffers onvoldoende zijn, is zeer klein - zelfs theoretisch. Dit concluderen wij op basis van risicomodellen en stresstesten vanuit het WSW.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Zeer groot

Restrisico: € 898.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 180.000

 

Algemene uitkering

Risico kenmerken

De herijking van de maatstaven van de algemene uitkering is nog niet definitief. De uitkomsten en effecten van een aantal nog uit te voeren aanvullende onderzoeken zijn nog niet bekend. In verband met deze onzekerheid is in de begroting een structurele stelpost opgenomen van € 100.000 om dit risico op te kunnen vangen.
In de meicirculaire 2023 is aangegeven dat in de aanloop naar de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 structureel meer geld beschikbaar komt in de algemene uitkering (zo’n € 1,5 mln.). Medio 2023 zijn er echter signalen waardoor deze toevoeging onzekerder wordt. Vooralsnog is in begroting 2024-2027 wél met de verhoging gerekend. Gemeenten moeten daarnaast nog steeds rekening houden met het opnieuw toepassen van de opschalingskorting vanaf 2026. Dit heeft een negatief effect op het structurele financiële beeld. 
Verder is niet duidelijk in welke mate de extra middelen voor jeugdzorg (hervormingsagenda) structureel zullen zijn. De bedragen voor 2024 en 2025 zijn wel toegekend in de meicirculaire. De (aflopende reeks) bedragen na 2025 is ook in de begroting opgenomen, maar hiertegenover zullen in de komende jaren ook aanzienlijke besparingen op de kosten gerealiseerd moeten worden. Hiervoor is een (uitgaven verlagende) stelpost in de begroting opgenomen van structureel € 850.000 vanaf 2025. De mogelijkheden om deze besparingen te realiseren zijn afhankelijk van (wettelijke) maatregelen van het rijk, waarover nog geen duidelijkheid is.
Voor de hiervoor genoemde risico's zijn (financiële) maatregelen getroffen die naar de huidige inzichten afdoende zijn. 


Een andere onzekere factor is de val van het kabinet. Hierdoor wordt onzeker in welke mate na de verkiezingen (november 2023) een nieuw kabinet het huidige beleid zal voortzetten.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Uitkering inkomensvoorziening

Risico kenmerken

Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigt de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz. In hoeverre de gemeente uitkomt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden. Vanaf halverwege 2022 zien we een lichte stijging van ons uitkeringsbestand. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van een toename van het aantal statushouders in de gemeente Epe. 

We zien dat de huidige mensen in de bijstand over het algemeen een langere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. De krapte op de arbeidsmarkt heeft er namelijk voor gezorgd dat de uitkeringsgerechtigden met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt al zijn uitgestroomd naar werk. Met de (risico)reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen. Onduidelijk is nog in hoeverre het BUIG budget anticipeert op deze eerder geschetste ontwikkeling. Daarom is het risico verhoogd van 5% naar 10% van de begrotingsomvang voor 3 jaar. 

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Organisatie - Personeel

Risico kenmerken

De risico’s op dit gebied doen zich voor op meerdere vlakken. Een risico dat altijd aanwezig is, is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerkers en bovenformatief personeel. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen van dit risico is een reserve aanwezig, waaruit de lasten gedekt kunnen worden. Jaarlijks worden in de begroting de uitgaven opgenomen en gedekt uit de reserve, op basis van op dat moment bekende informatie. In de meerjarenbegroting is ingaande 2023 een structureel bedrag (toevoeging aan de reserve) opgenomen waarmee (een deel van) het risico kan worden opgevangen. Het risico kan niet worden opgeheven, want de uitgaven blijven afhankelijk van de mate waarin zich situaties van langdurige ziekte en (gedwongen) vertrek van medewerkers voordoen. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre het structurele bedrag bijstelling behoeft.
Een andere ontwikkeling waarin risico’s aanwezig zijn, is de veranderende vraag vanuit de samenleving, die van invloed is op de uitvoering van het toenemend aantal taken van de gemeente en de daaraan gekoppelde dienstverlening aan de inwoners (zie de paragraaf Bedrijfsvoering). De gehele organisatie moet hierin meegaan. Dat gaat niet vanzelf. Daarom zijn in de begroting middelen opgenomen om hierop te kunnen inspelen en de medewerkers te kunnen faciliteren in deze ontwikkeling.
Tenslotte is een aanzienlijk risico de huidige situatie op de (krappe) arbeidsmarkt. Het blijkt momenteel een grote uitdaging om medewerkers voor de organisatie te behouden en om goede nieuwe medewerkers te werven. In een groot aantal gevallen moet op dit moment een beroep worden gedaan op tijdelijke medewerkers door middel van inhuur bij externe bureaus. Dit maakt de organisatie kwetsbaar en brengt hoge kosten met zich mee. We investeren in het binden en boeien van medewerkers (opleiding, talentontwikkeling, arbeidsvoorwaarden), waardoor Gemeente Epe als werkgever aantrekkelijker wordt. In deze begroting zijn hiervoor extra middelen opgenomen (reiskostenvergoeding). Meer hierover is opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.

Kansklasse: Groot

Effectklasse na maatregel: Midden

Restrisico in 2023: € 182.000

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 109.000

 

Onderhoud Openbare Ruimte Risicokenmerken

Het beheer van de Openbare Ruimte is in de gemeente sinds 2015 uitbesteed aan een aannemer op basis van een UAV-GC contract. Deze voert het onderhoud uit op basis van door de gemeente opgestelde specificaties. In de loop der tijd zien we dat de oorspronkelijke inzichten op het gebied van het beheer en onderhoud aan verandering onderhevig zijn. Naast de veranderde wensen van de inwoners ten aanzien van onderhoudsniveaus en veroudering van het areaal (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van de bomen waardoor meer onderhoud nodig is) hebben we ook te maken met de gevolgen van de klimaatverandering. De verschillen tussen droge en natte periodes hebben tot gevolg dat we anders om moeten gaan met water en door meer te doen met biodiversiteit ontstaat er meer evenwicht in de natuur. 
Na de coronaperiode is er door wereldwijde prijsverhogingen op energie en grondstoffen en door de recente salarisverhogingen sprake van een hogere prijsindexatie dan in het contract is voorzien. Dit leidt tot het risico dat bij een nieuwe opdracht de kosten van dezelfde werkzaamheden structureel veel hoger komen te liggen. Al met al zien we dat ook bij een gelijkblijvend niveau van onderhoud van de openbare ruimte de kosten zullen gaan stijgen. In de komende jaren zal in de reguliere periodieke actualisatie van beheerplannen, financiële voorzieningen en reserves rekening gehouden moeten worden met deze ontwikkelingen.

Kansklasse: Groot

Effectklasse na maatregel: Midden

Restrisico: € 215.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000

 

Energietoeslag 2024 Risicokenmerken

Door de verslechterde economische ontwikkelingen en de mondiale stijging van energieprijzen heeft het kabinet afgelopen jaar voor sociale minima een compensatieregeling (energietoeslag) beschikbaar gesteld. Gemeenten doen de uitvoering daarvan.
Het is onduidelijk of het Rijk middelen beschikbaar stelt voor de Energietoeslag 2024. Wanneer het Rijk middelen voor de Energietoeslag beschikbaar stelt zijn deze middelen niet toereikend om de hele doelgroep in de gemeente Epe te voorzien. In Epe houden we een minimabeleid aan tot 130% van het sociaalminimum (op basis van bijstand). Echter is de bijdrage van het rijk berekend op een groep tot 120% van het sociaalminimum. De uitbreiding van deze doelgroep kan zorgen voor een tekort van € 780.000 (op basis van 600 huishoudens). 

 

Kansklasse: Midden 

Effectklasse na maatregel: Zeer Groot

Restrisico: € 650.000

Ontwikkeling risico: Nieuw

Risico sturing: Geen, overheidsbeleid

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 260.000 

 

2.5 Conclusie weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 2.5 Conclusie weerstandsvermogen

De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien:

 

Weerstandsvermogen

2024

Weerstandscapaciteit

2.625

Rest risico's

845

Weerstandsvermogen

1.780


Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit 2024 als volgt weergegeven:

  1. Algemene reserve in relatie tot de rest risico’s:      3,0
  2. Weerstandscapaciteit in relatie tot rest risico’s:    3,1


De stand van de algemene reserve bedraagt € 2,5 miljoen. De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de rest risico’s (3,1) is uitstekend.

2.6 Kengetallen

Terug naar navigatie - 2.6 Kengetallen

De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven.

 

Kengetal

Verslag
2022

Begroting
2023

Begroting
2024

Begroting
2025

Begroting
2026

Begroting
2027

1a. Netto schuldquote

-12,9%

-10,8%

3,0% 8,4% 16,7% 17,0%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-19,2%

-16,4%

-3,0% 2,6% 10,8% 11,1%

2.  Solvabiliteitsratio

76%

81%

69% 66% 60% 60%

3.  Grondexploitatie

-0,7%

-0,2%

-0,7% -0,6% -0,7%

-0,6%

4.  Structurele exploitatieruimte

7,5%

1,3%

1,2% 4,3% 1,2% 1,1%

5.  Belastingcapaciteit

83%

98%

104%

106% 108% 110%

 

2.6.1    Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

Duiding
Al een aantal jaren zijn de financiële bezittingen van de gemeente hoger dan de totale schulden. Met ingang van deze begroting en in het meerjarig beeld zet zich dat niet door en komen de financiële bezittingen van de gemeente met ingang van 2025 lager uit dan de schulden. Dat wordt met name veroorzaakt doordat de vast schulden (langlopende leningen) die in de jaarrekening 2022 nog nul waren, oplopen van 3,5 mln. in 2023 tot 16 mln. in 2027 als gevolg van het investeringsvolume in de komende jaren. In hoeverre de gemeente werkelijk langlopende leningen moet aantrekken is afhankelijk van de liquiditeitspositie in de komende jaren en de ruimte die er dan is om kortlopende schulden aan te trekken in plaats van langlopende.  

 

2.6.2    Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal.

Duiding
Het solvabiliteitspercentage van de gemeente lag de afgelopen jaren rond gemiddeld 75% (jaarrekening 2022: 76%). In de komende jaren zien we op basis van de meerjarenbegroting dat de solvabiliteit daalt en in het meerjarenperspectief op 60% uitkomt. De oorzaak hiervan is de stijging van het vreemd vermogen (aantrekken van langlopende leningen, zie ook 2.6.1.) waardoor het balanstotaal van de gemeente toeneemt (de eigen vermogenspositie blijft in de komende jaren stabiel).  

 

2.6.3    Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve.

 

2.6.4    Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Duiding
De structurele lasten (exclusief de structurele onttrekkingen aan reserves) zijn over de planperiode 2024-2027 hoger dan de structurele baten. Als de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves betrokken worden bij de bepaling van de structurele exploitatieruimte dan is het beeld dat de meerjarenbegroting en elk planjaar structureel sluitend is wat inhoudt dat het saldo van de structurele baten inclusief structurele onttrekkingen aan reserves groter is dan het saldo van structurele lasten inclusief de structurele toevoegingen aan reserves.

 

2.6.5    Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Duiding
Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente stijgen. Deze kengetallen wijken af van de presentatie van de woonlasten (grafiek) in de paragraaf lokale heffingen. Daar blijven de woonlasten in Epe onder het landelijk gemiddelde, omdat daar uitgegaan wordt van een verwachte stijging van de landelijke woonlasten. Hier wordt, op basis van de regelgeving voor alle jaren, een vergelijking gemaakt met het landelijk gemiddelde van 2022.

 

kengetallen diagram

 

3 | Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 3.1 Inleiding

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de begroting is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de begroting omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid.

3.2 Beleidskaders

Terug naar navigatie - 3.2 Beleidskaders

Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen:

  • Wegenbeleidsplan
  • Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2021-2025)
  • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan
  • Beleidsplan openbare verlichting
  • Beleidsplan civiele kunstwerken
  • Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen
  • Beheervisie begraafplaatsen (2018-01733)

3.3 Stand van zaken

Terug naar navigatie - 3.3 Stand van zaken

Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de begroting.

Financiële vertaling van het onderhoud in de begroting (bedragen in € 1.000):

Beleids-en beheerplan

Jaar vaststelling raad

Looptijd t/m

Achterstand onderhoud

Kosten 2022

Begroting 2023

Structureel m.i.v. 2024

Wijze

Wegen

2014

2018

Nee

1.790

2.130

2.309

structureel budget met egalisatiereserve

Riool / Watertaken

2021

2025

Nee

787

848

987

structureel budget

Civiele kunstwerken

2023

2027

Nee

21

17

34

storting voorziening

12

18

18

structureel budget

Bomen en groen

2010

-

 Nee

1.120

1.084

1.297

structureel budget

Openbare verlichting

2018

2026

 Nee

-

-

-

storting voorziening

73

61

66

structureel budget

Gebouwen

-

-

Nee

368

349

444

storting voorziening

226

276

281

structureel budget

 

De kosten 2022 betreffen de werkelijk gemaakte kosten in dat jaar. De financiële vertaling in de begroting vindt plaats door het instellen van een onderhoudsvoorziening waarin jaarlijks een gelijkblijvend bedrag wordt gestort of door een structureel budget waaruit de onderhoudskosten worden betaald eventueel aangevuld met een egalisatiereserve waarmee de lasten gelijkelijk over de jaren verspreid worden.

 

Onder gebouwen zijn het gemeentehuis, de brandweerkazernes, wijkgebouwen, bibliotheken, dienstgebouwen, de Ossenstal, gymlokalen, streekarchief, kinderopvang opgenomen. Voor al deze gebouwen zijn er actuele meerjarenonderhoudsplannen.

De geraamde financiële middelen in de begroting ten behoeve van het onderhoud aan de kapitaalgoederen zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Hierbij dient echter een voorbehoud te worden gemaakt dat dit afhankelijk is van de toekomstige inflatie en prijsindexatie. 

 

3.3.1  Wegen

In gemeente Epe ligt ongeveer 890 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ca 300 ha. Bijna de helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 30% uit elementen en 20% is onverhard of bestaat uit beton. Jaarlijks wordt het weg areaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectieplaats had. 

 

In de begroting zijn structureel extra middelen opgenomen om de kwaliteit van de wegen in het buitengebied op langere termijn naar een hoger niveau te tillen. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een structureel budget. Daarnaast is er een egalisatiereserve onderhoud wegen die de fluctuerende uitgaven voor het onderhoud over de jaren heen egaliseert door middel van een storting in of onttrekking aan deze egalisatiereserve. Het budget en de egalisatiereserve onderhoud wegen is zodanig dat het kwaliteitsniveau Laag voor de wegen in de gemeente kan worden gehandhaafd, conform het wegenbeleidsplan. 

 

3.3.2  Riolering

Het rioolnetwerk in de gemeente is ca. 470 kilometer lang. Daarvan is 240 kilometer drukriolering en 230 kilometer vrijverval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 mini gemalen en 21 riool gemalen. Alle gemalen worden jaarlijks preventief onderhouden. In het Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2021t/m2025) zijn de benodigde maatregelen voor het verbeteren en in standhouden van de riolering genoemd. Tevens is er extra aandacht voor wateroverlastlocaties. De verwachte uitgaven voor onderhoud en vervanging van de riolering zijn in het GWP opgenomen en vertaald in de begroting. De meeste urgente locatie gebaseerd op gebruik, leeftijd en materiaalsoort zijn als eerste geïnspecteerd. Hiermee werden risico’s verder ingeperkt. 

Jaarlijks wordt een deel van het areaal geïnspecteerd met gedetailleerde camera-inspecties. Op dit moment is de kwalitatieve toestand van nagenoeg alle riolen in beeld. 

 

3.3.3  Civiele kunstwerken

De gemeente Epe heeft in totaal 68 bruggen en 2 fietstunnels in eigendom. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan civiele kunstwerken. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Voor de periode 2018 t/m 2022 is een beleidsplan civiele kunstwerken vastgesteld.

 

3.3.4  Bomen en groen

Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. 

 

Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, letterzetter, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d. 

 

De gemeente Epe heeft op 9 december 2021 de omgevingsvisie ‘’Natuurlijk goed leven’’ vastgesteld. De uitwerking van de omgevingsvisie vindt plaats in de vorm van gebiedsvisies. Vanaf september 2023 zal gestart met de ontwikkeling van deze gebiedsvisies. In de gebiedsvisies maken we een integrale uitwerking van de verschillende ruimtelijke opgaven. Onze waardevolle leefomgeving staat daarbij centraal. Het groenstructuurplan en het bomenbeleid zullen na deze gebiedsvisies worden geactualiseerd.

 

Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan een aannemer en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Daarin is vastgelegd dat de openbare ruimte op basisniveau onderhouden wordt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 

 

3.3.5  Openbare verlichting

Het beleids- en beheerplan openbare verlichting 2017-2026 heeft als belangrijkste doel van het leggen van een bestuurlijke beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. In 2016 is via “Epe spreekt” een onderzoek gedaan hoe de burgers van de gemeente Epe de openbare verlichting ervaren. Op basis van deze resultaten is een nieuw beleidsplan voor de periode 2017-2026 opgesteld.  

 

Er zijn 6.531 masten, 6.616 armaturen en 6.616 lampen in beheer. Hiervan zijn 6.174 masten, 6.259 armaturen en 6.259 lampen in beheer bij de gemeente als eigenaar. In de gemeente staan 8 provinciale masten, 343 Triada masten en 6 masten zijn van Dorpsbelang Oene. Het doel is om de komende jaren geheel de gemeente Epe uit te rusten met LED verlichting. Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort.  

 

3.3.6  Gebouwen

Er zijn 47 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Voor alle gebouwen en woningen is een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt 50% van de MJOP's van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. 

 

Op basis van de MJOP's zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het gemeentehuis, de binnen-en buitenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, de Ossenstal, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen, gebouwen begraafplaatsen en het Streekarchief. Het dagelijks onderhoud wordt bekostigd uit structurele budgetten die in de begroting zijn opgenomen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 

 

3.3.7 Begraafplaatsen

Voor de gemeentelijke begraafplaatsen is het beleidsplan begraafplaatsen vastgesteld. Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen is een Beheervisie begraafplaatsen vastgesteld. De Beheervisie omschrijft de verschillende sferen en karakteristieken per begraafplaats en bepaalt hoe deze kunnen worden behouden en waar nodig versterkt kunnen worden. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om de benodigde werkzaamheden die in de Beheervisie staan omschreven te kunnen uitvoeren.

 

4 | Financiering

4.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 4.1 Inleiding

In de gemeente Epe gaat veel geld om. Daar zijn risico's aan verbonden. Het is belangrijk dat goed te besturen en te beheersen. In deze paragraaf laten we zien hoe we dat doen: ons beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico's.  

 

4.3 Relevante ontwikkelingen / risico’s

Terug naar navigatie - 4.3 Relevante ontwikkelingen / risico’s

In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn twee instrumenten opgenomen om de financieringsrisico's (renterisico's) te beperken: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.

In bijlage 7 zijn de verplichte overzichten met de berekening van de kasgeldlimiet en van de renterisiconorm (en renterisico's op vaste schuld) opgenomen.

4.3.1    Kasgeldlimiet

Grote veranderingen in rentes willen we vermijden. Leningen die we snel moeten terugbetalen heten ook wel 'kort geld'. Als daarvan de rente stijgt, betekent dat we al snel meer aan rente moeten betalen. De wet FIDO stelt daarom een grens: de kasgeldlimiet. Meer dan dat bedrag mogen we niet financieren met kort geld. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% van alle lasten die in de begroting staan (het begrotingstotaal). Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2024  € 9,5 miljoen (zie bijlage 7).

De gemeente Epe heeft op dit moment geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld).

4.3.2    Renterisiconorm

De rente van een langlopende lening staat voor een bepaalde tijd vast. Als die periode afloopt, kan het zijn dat de rente hoger is. Dan moeten we voor dezelfde lening meer betalen. Als op hetzelfde moment veel lange leningen tegelijk aflopen, dan moeten we ineens veel meer gaan betalen. Daarom staat in de wet FIDO de renterisiconorm. Die bepaalt hoeveel van de langlopende schulden in één jaar mogen aflopen. Maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen we opnieuw financieren of daarvan mag de rente worden gewijzigd. Voor Epe is de norm ruim € 22 miljoen (zie bijlage 7).

De gemeente Epe heeft op dit moment geen langlopende leningen. 

 

4.4 Financiering

Terug naar navigatie - 4.4 Financiering

4.4.1    Financieringspositie

De financieringspositie geeft de financieringsbehoefte van de gemeente aan. Als we meer geld uitgeven dan er binnen komt, dan moeten we geld lenen. Dat heet het financieringstekort. 

Per 1 januari 2024 hebben we een financieringsoverschot van € 1,3 miljoen. Maar in de komende jaren staan er grote investeringen gepland, met name in scholen en maatschappelijke accommodaties. Dit zal leiden tot een financieringstekort. Met onderstaand overzicht willen wij (een globaal berekend) inzicht geven in de financieringsbehoefte van de gemeente in de komende jaren. Deze berekening is wel een momentopname. De feitelijke omvang van het financieringssaldo is bijvoorbeeld afhankelijk van het daadwerkelijk verloop van de geplande investeringen en de liquiditeit gedurende het jaar.

Financieringspositie

2023

2024 

2025

2026

2027

Boekwaarde activa (a)

75.092

79.213

86.807 94.648 92.520

Vermogen (b)

76.360

75.210

76.975 76.376 75.713

Financieringssaldo (a-b)

- 1.268

4.003

9.832 18.272 16.807

Als we moeten lenen, zullen we dat doen het met de meest gunstige optie. Dit kan zijn met kort geld of met een lening met een lange looptijd. Dit is onder meer afhankelijk van het actuele rentepercentage en de benodigde duur van de financieringsbehoefte. Voor kort geld gelden andere rentepercentages dan voor leningen met een lange looptijd. Afgelopen jaren was de rente bij kort geld voordeliger dan bij leningen met een lange looptijd. Uit de raming van De Nederlandsche Bank in juni 2023 blijkt dat verwacht wordt dat in 2024 de korte rente hoger zal zijn dan de lange rente. 

In onze begroting gebruiken wij de rente uit de raming van De Nederlandsche Bank. Wij verhogen die met een marge. Als de rente dan toch nog stijgt, lopen we niet meteen risico. Voor begroting 2024-2027 is een lagere marge toegepast dan in voorgaande jaren. Deze lagere marge lijkt voldoende te zijn. Voor het mogelijke risico bij rentestijging verwijzen wij naar paragraaf 2 Weerstandvermogen en Risicobeheersing.

Hieronder staat het overzicht met de rentes die we gebruiken in de begroting.

Rente 

2024

2025

2026

2027

Rente kort

3,5 %

3,5 %

3,5 %

3,5 %

Rente lang

3,0%

3,0 %

3,0 %

3,0 %

 

4.4.2    Leningenportefeuille

Epe heeft op dit moment geen langlopende leningen. 

De provincie Gelderland houdt toezicht op de financiën van gemeenten. Op hun website publiceren zij veel gegevens over de Gelderse gemeenten, waaronder hoeveel schuld elke gemeente heeft. Epe scoort goed in vergelijking met andere Gelderse gemeenten. De laatste jaren staat Epe altijd hoog in de lijst van Gelderse gemeenten met de minste schulden per inwoner. In de laatste versie (2021) staat Epe zelfs op de derde plek.

De komende jaren gaan we fors investeren. Het gaat met name om scholen en maatschappelijke accommodaties. Het gaat om vele miljoenen.  Om dat te betalen, zullen we de komende jaren waarschijnlijk weer langlopende leningen moeten afsluiten. 

4.4.3    Uitzettingen

De gemeente mag niet teveel geld op de bankrekening hebben staan. Als het bedrag boven een bepaalde drempel uitkomt, zijn we verplicht de overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (in de schatkist van het Rijk). Hierover ontvangen wij rente.
Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat buiten de schatkist mag worden aangehouden. Volgens de rekenregels mag gemeente Epe een positief rekening-courantsaldo bij de banken aanhouden van € 2,2 miljoen (gebaseerd op begroting 2024).  

Daarnaast heeft de gemeente aandelen van o.a. BNG en Vitens. 

4.4.4  Renteschema

Conform het advies van de Commissie BBV wordt een renteschema opgenomen in de begroting en de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en rentebaten van de gemeente en het verwachte renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan investeringen, grondexploitaties en projecten. In bijlage 7 is de berekening van het renteschema opgenomen. 

5 | Bedrijfsvoering

5.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 5.1 Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering heeft tot doel inzicht te geven in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en ontwikkelingen zoals gebiedsgericht werken en de omgevingswet. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC).

5.2 Beleidskaders

Terug naar navigatie - 5.2 Beleidskaders

Het beleidskader voor de inrichting van de organisatie en de bedrijfsvoering is door het college vastgesteld in de volgende documenten:

  • Organisatiebesluit
  • Mandaatregister
  • Financiële verordening 2017


De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten:

  • Epe regisserende gemeente
  • Toekomstvisie Epe 2030
  • Dienstverleningsvisie

5.3 Beleidsvoornemens

Terug naar navigatie - 5.3 Beleidsvoornemens

Net als veel andere gemeenten staat Epe voor een grote opgave: de samenleving verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rolinvulling gevraagd. Waar we voorheen vaak de bepaler waren, hebben we steeds vaker de rol van medespeler. Dat vraagt nogal wat. Van de raad, het college en het ambtelijk apparaat. Voor iedereen heeft dit gevolgen.

 

Ook in Epe heeft deze ontwikkeling geleid tot een politieke ambitie om de organisatie en werkwijze hierop in te richten. ‘We streven naar een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie, die als vanzelfsprekend in verbinding staat met ‘buiten’. De kernwaarden onderscheidend, duurzaam, verbindend en verrassend staan hierin voorop.

Om invulling te geven aan de visie op de organisatie wordt ingezet op de volgende onderdelen.

5.3.1 Organisatie

Terug naar navigatie - 5.3.1 Organisatie

Het verbeteren van de dienstverlening voor onze inwoners en ondernemers is een van onze kerntaken. De samenleving ontwikkelt verder en we zien dat de vraag vanuit de samenleving op verschillende manieren is geïntensiveerd ten opzichte van een aantal jaren geleden.

 

Landelijke ontwikkelingen 

Landelijk zijn er diverse ontwikkelingen die leiden tot een groter takenpakket van de gemeente. Dit betreft nagenoeg alle domeinen waar de gemeente actief is. Voorbeelden hiervan zijn de energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouw, invoering Omgevingswet en de inzet van gemeenten ten gevolge van diverse crisissen zoals de oorlog in Oekraïne en corona. Deze ontwikkelingen volgen elkaar ook nog eens in hoog tempo op. Dit betekent dat de organisatie gemeente Epe flexibel en wendbaar moet zijn, waarbij zij moet inspelen op een continu veranderende vraag. 

 

Organisatieontwikkeling

Om goed te kunnen inspelen op de veranderende klantvraag en om de dienstverlening aan onze inwoners te verbeteren zijn we vorig jaar gestart met een doorontwikkeling van onze organisatie. Dit doen we volgens de uitgangspunten van ‘Werken vanuit de bedoeling’. Inmiddels hebben we ook de diverse andere rapporten, onderzoeken en visies die we al beschikbaar hadden samengebracht en geordend in één totaaloverzicht met doelen en acties voor de komende tijd. Daarin onderscheiden we vier sporen: 

 1. Inhoudelijke taken die we doen voor de raad en de samenleving: raadsakkoord, begroting, Centrale PlanningsLijst 

 2. Regulier inhoudelijk werk: teamplannen 

 3. Hoe doen we nu zaken: hoe leveren we dienstverlening met een menselijke maat, hoe betrekken we de samenleving  

 4. Hoe richten we de organisatie goed in en zorgen we dat onze medewerkers goed zijn toegerust om te kunnen doen wat nodig is en verwacht wordt 

 

Meer concreet werken we binnen de vier sporen momenteel onder andere aan de verbetering van onze telefonische dienstverlening. Ook zijn we met onze medewerkers in gesprek over werken vanuit de bedoeling (wat is het, wat betekent het voor je werk, wat zou je anders kunnen doen, wat heb je daarvoor nodig). We krijgen meer en beter inzicht in onze medewerkers, de kwaliteiten die we in huis hebben, hoe we die goed kunnen inzetten en waar we ontwikkeling en aanvulling op nodig hebben door te gaan werken met een strategische personeelsplanning (SPP) en betere gesprekken te voeren over ontwikkelwensen en -mogelijkheden. Ook werken we aan een flexibelere, betere en eenvoudigere interne dienstverlening. De voortgang op de diverse acties monitoren we en delen we regelmatig met onze medewerkers. 

 

Bij de begrotingsbehandeling 2023-2026 zijn er naast veel middelen om te investeren in onze gemeenschap, ook veel middelen beschikbaar gesteld voor de organisatie gemeente Epe in de vorm van menskracht en in ondersteunende middelen. Deze combinatie stelt ons in staat om de komende jaren èn onze dienstverlening te verbeteren èn onze uitdagingen aan te pakken. Met deze investering in mens en middelen herstellen we de balans tussen inhuur en vaste formatie. Het afgelopen jaar heeft laten zien dat de krapte op de arbeidsmarkt een vertragende factor is voor dit herstel. 

 

Om goed te kunnen inspelen op deze krapte hebben we diverse acties ingezet. Daar gaan we de komende tijd mee verder. Dit budget is voor nu toereikend en zal voor komend jaar weer worden gevraagd. Recruitment is opgezet en we hebben betere strategieën en werkwijzen om de arbeidsmarkt te benaderen en ontwikkelen. We zetten bijvoorbeeld meer en specifiekere wervingskanalen in dan voorheen. We hebben een betere verhouding tussen personeel dat we inhuren en in dienst hebben. Zo zijn alle leidinggevende functies weer vast ingevuld. Toch zien we dat we nog steeds ook veel personeel moeten inhuren. We kijken wel kritischer en bewuster naar wat er echt nodig is. Op bepaalde functies, zoals nieuwe functies in het ruimtelijk domein en ondersteunende adviseursfuncties, zijn geen geschikte kandidaten te vinden. Waar mogelijk kiezen we ervoor onervaren kandidaten aan te nemen en zelf op te leiden. Dit leidt soms tot tijdelijk extra inhuur voor een goede begeleiding van de nieuwe medewerker en het leidt tot extra opleidingskosten. Het is echter een investering die zich naar verwachting later terugbetaald. 

 

We investeren in het binden en boeien van personeel. Dat gaan we doen door het aanbieden van een breed opleidingsaanbod (doorontwikkeling van de Eper academie). We zetten ook steeds meer in op talentontwikkeling. Volgend jaar werken we aan een breed intern opleidingsaanbod voor persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast werken we aan aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. De reiskostenvergoeding is er daar één van en we onderzoeken andere opties zoals een bredere bestedingsmogelijkheid van het individueel keuzebudget. Dit doen we in samenhang met een visie op werkgeluk en vitaliteit. 

5.3.2 Communicatie

Terug naar navigatie - 5.3.2 Communicatie

Inwonerparticipatie en actieve communicatie
In 2023 is gewerkt aan een visie op de positie van de gemeente in de Eper samenleving (met een focus op dienstverlening, communicatie en participatie) die begin 2024 wordt voorgelegd aan de gemeenteraad voor besluitvorming. Na vaststelling wordt uitvoering gegeven aan de verschillende onderdelen van de visie. Vooruitlopend daarop werken we al vanuit het gedachtegoed van de visie waarbij bouwen aan vertrouwen en samenwerking met de samenleving centraal staan. Dat vraagt om het blijvend aandacht houden voor en het werken aan bewustwording op deze onderdelen en verdere inbedding van het omgevingsbewust en inwonergericht werken. Daarbij wordt onder andere in alle stappen van het proces nog bewuster gekeken naar de rollen en mate van betrokkenheid van inwoners, bestuur en ambtelijke organisatie. Zo wordt de communicatie- en participatieaanpak integraal onderdeel van beleids- of projectvoorstellen en daarmee ook van de besluitvorming. 

5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering

Terug naar navigatie - 5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering

In 2023 is het informatiebeleid van de gemeente Epe geactualiseerd. Een actueel informatiebeleid is van essentieel belang voor een gemeente om efficiënte dienstverlening te kunnen bieden, goede toekomstbestendige beslissingen te kunnen nemen, gegevens te beschermen en samen te werken met andere instanties. Het vormt een basis voor effectieve planning en innovatie binnen de gemeente.  

 

Informatiebeleid 
In het informatiebeleid zijn interne en externe ontwikkelingen en behoeften vertaald in thema`s en daarbij behorende richtinggevende principes. De thema`s geven weer, waar de komende 4 jaar de focus komt te liggen. Het gaat hier met name om dienstverlening, regie bij de inwoner, transparantie, samenwerking met inwoners, een robuuste en toch flexibele informatiehuishouding en datagedreven werken. De richtinggevende principes helpen ons om de juiste keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Omdat de technologische ontwikkelingen zo snel gaan, is voor richtinggevende principes gekozen. Nieuwe kansen en uitdagingen worden hieraan getoetst. Hiermee kunnen we sneller inspelen op dat wat op dat moment mogelijk en nodig is. 

 

In 2024 worden een aantal zeer bedrijfskritische applicaties vervangen en processen anders ondersteund. Dit zijn omvangrijke trajecten en tegelijkertijd een kans om het gebruik en de kwaliteit van onze gegevens te verbeteren. Daarnaast wordt verdere invulling gegeven aan enkele informatie gerelateerde wetten zoals de Wet Open Overheid en de wet Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Wetten die onze inwoners meer ruimte en service moeten gaan bieden. 
Intern zal verder worden gewerkt aan een professionele IT-organisatie. Hiervoor zal verdieping worden gebracht in onderdelen als leveranciersmanagement, portfoliomanagement en architectuur, data-analyse, interne accountmanagement, data-ethiek en veiligheid,  contract, gegevens en functioneel beheer. Tot slot zal worden aangehaakt op het streekarchief waarmee al onze archiefwaardige stukken een digitale en professioneel beheerde bewaarplaats krijgen.  
 

Informatieveiligheid 
De landelijke norm voor de inrichting van de informatieveiligheid is de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). De baseline is een Nederlandse vertaling van internationale normen (ISO 27001/27002). Wij hebben deze baseline de basis van ons strategisch informatieveiligheidsbeleid gemaakt. Op basis van de Baseline Informatieveiligheid Overheid worden maatregelen geïmplementeerd en vindt er continu verbetering plaats. We monitoren dreigingen en daaraan gekoppelde risico's en vertalen dit (indien nodig) naar aanpassingen van de maatregelen. Wij gebruiken hiervoor o.a. informatie van het Nationaal Cyber Security Centrum(NCSC) en de InformatieBeveiligingsdienst Gemeenten(IBD). Aandachtpunten voor 2024 vanuit informatieveiligheid zijn het verder implementeren van multi-factor authenticatie en het voorbereiden de zogenaamde zero-trust filosofie ‘never trust, always verify’: we nemen niet iets aan, maar verifiëren. Daarnaast is toegang tot data gelimiteerd op een need-to-know basis. 

 

Op basis van inzicht in data en verkeersstromen is het netwerk – en de beveiliging ervan – ‘van binnen naar buiten’ ingericht en wordt alle verkeer binnen het netwerk geïnspecteerd en gelogd. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het verder door ontwikkelen van het beheren van mobiele apparaten en de applicaties.  

Via een landelijke systematiek “Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA)”legt ons college jaarlijks verantwoording af aan uw raad en landelijke toezichthouders. De verantwoording aan de raad bestaat uit een zelfevaluatie, een verklaring van het college van B&W over het gebruik van SUWI-net en DigiD, een onafhankelijke IT-audit over het gebruik van SUWI-net en DigiD en een passage over informatieveiligheid in het jaarverslag. Jaarlijks worden penetratietesten uitgevoerd op de technische infrastructuur. Het doel van penetratietesten is het verkrijgen van onafhankelijk inzicht in de status en effectiviteit van de beveiligingsmaatregelen. Daarnaast maken de toegenomen externe dreigingen het noodzakelijk om continu te waken over informatieveiligheid.  

We houden structureel een campagne om de informatieveiligheidsbewustwording onder medewerkers te versterken. Dit onder de noemer [Veilig werken inbegrEPEn] Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het privacy bewustzijn in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ander onderdeel is het juist gebruiken van zogenaamde basisgegevens uit de diverse basisregistraties zoals de Basisregistratie Personen(BRP), -Adressen en Gebouwen(BAG), Het Handelsregister etc.  

 

ICT 
Dankzij goed werkende ICT voorzieningen kan de gemeente haar werk doen. De afhankelijkheid van deze voorzieningen neemt toe. Daarom willen we in regie zijn ten aanzien van goede ICT-oplossingen voor onze gemeente. We reduceren de kwetsbaarheid en dragen zorg voor de continuïteit van de infrastructuur en de beheersorganisatie. Nu onze ICT infrastructuur en digitale werkplek extern beheerd worden, ligt de nadruk op het continue verbeteren van onze samenwerking met onze ICT-partner. Onze regisserende rol richting deze partner is nieuw en zal steeds meer vorm krijgen. Goed opdrachtgeverschap en contractmanagement zijn hierin cruciaal.  

5.3.4 Juridische Zaken

Terug naar navigatie - 5.3.4 Juridische Zaken

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is op 25 mei 2018 in werking getreden. De AVG verplicht om privacyrisico's in werkprocessen en applicaties/systemen inzichtelijk te maken en te documenteren. Dit gebeurt door het houden van Data Protection Impact Assessment (DPIA). Hierbij worden de risico's in beeld gebracht en worden de maatregelen om die risico's weg te nemen of te beperken, beschreven. Het houden van DPIA's wordt planmatig aangepakt voor nieuwe wetten en verwerkingen. Er wordt toegezien op de juiste uitvoering en de juridische kwaliteitszorg omtrent algemene persoonsgegevens en bijzondere persoonsgegevens. Kwetsbare groepen in de samenleving krijgen speciale aandacht. Eind 2023 wordt er geëvalueerd en een nieuw jaarplan opgesteld omtrent werkzaamheden. In 2024 zal er een nieuw, breder beleid worden geschreven. Om Europese wettelijke ontwikkelingen en verwachte nieuwe wettelijke toetsingen in dit werkveld te vatten, zal dit niet opnieuw een specifiek privacybeleid worden, maar een strategisch gegevensbeschermingsbeleid.

5.3.5 Financiën

Terug naar navigatie - 5.3.5 Financiën

In het kader van de rechtmatigheid worden de inkoopprocessen en financiële administratieve processen verder op elkaar aangesloten en afgestemd. 

5.3.6 Planning en Control

Terug naar navigatie - 5.3.6 Planning en Control
De ontwikkeling van de planning en control cyclus is een proces waarin mogelijkheden tot verbeteren continu worden benut. Dit gebeurt waar mogelijk in combinatie met de workflow applicatie van Pepperflow en door kritisch te kijken naar de procesmatige aanpak van het opstellen van de verschillende documenten. Via de website epe.begrotingonline.nl hebben de gebruikers via een web-based toepassing eenvoudig en snel toegang tot de documenten in de planning en control cyclus, zoals de begroting, de voortgangsrapportages en de jaarstukken. Het ligt in de bedoeling om met de gemeenteraad (via de commissie p&c) het bestuurlijke proces en de documenten in de p&c cyclus te evalueren.

Binnen de planning en control cyclus is continu aandacht voor het toepassen van de uitgangspunten van het financiële beleid, zoals risicobeheersing in relatie tot het weerstandsvermogen, het waar mogelijk beperken van de afhankelijkheid van externe financiering, de financieringsplanning en een sluitende begroting/meerjarenbegroting. Daarbij speelt de interne beheersing van de processen en de rechtmatigheid in de uitvoering (inclusief interne controle daarop) een belangrijke rol. De komende jaren is een belangrijke ontwikkeling de komst van de 'rechtmatigheidsverantwoording', waarmee het college met ingang van 2023 bij de jaarstukken verantwoording aflegt over het (financieel) rechtmatig handelen van de gemeente. In de aanloop daarnaartoe is onderzocht wat nodig is om de administratieve organisatie (de processen) zo in te richten, dat een zo goed mogelijke basis ontstaat voor het afgeven van de verantwoording. Op enkele 'formele' punten zal aan de raad nog besluitvorming worden gevraagd. Dit betreft met name een aanpassing van de financiële verordening en de vaststelling van het normenkader.

 
De doorlooptijd van het proces van opstellen en controle van de jaarstukken wordt de afgelopen jaren sterk beïnvloed door de impact van de verantwoording van het sociaal domein, het toenemend aantal specifieke regelingen waarover afzonderlijk verantwoording moet worden afgelegd (via de 'Sisa-methodiek') en de verscherping van de accountantscontrole. De toenemende eisen leiden tot een langere doorlooptijd van het jaarrekeningproces dan gewenst.

Ook in 2024 zal in de commissie Planning en Control enkele malen overleg worden gepland tussen vertegenwoordigers van gemeenteraad en college en vakspecialisten uit de gemeentelijke organisatie over onderwerpen uit de planning en control cyclus en bedrijfsvoering aangelegenheden. Ook het overleg met de accountant vindt via die commissie plaats. Vanaf 2020 is een nieuw dienstverleningscontract gesloten voor de controle van de jaarrekening door de accountant, voor een periode van vier jaar.

6 | Verbonden partijen

6.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 6.1 Inleiding

De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties en verbindingen van de gemeente met verbonden partijen. Van een ‘verbonden partij’ is sprake wanneer er vanuit de gemeente bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en wanneer er financiële belangen mee gemoeid zijn.

  • Onder bestuurlijk belang wordt verstaan het hebben van een zetel in het bestuur van de verbonden partij of het hebben van stemrecht.
  • Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld (en die ze is in geval van faillissement van de verbonden partij kwijt kan zijn) en/of in geval dat er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij er verhaal op de gemeente kan plaatsvinden.

6.3 Beheersing risico’s

Terug naar navigatie - 6.3 Beheersing risico’s

De verbonden partijen van de gemeente Epe lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm. Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Op basis van de in de nota verbonden partijen 2023 opgenomen risico analysemodellen wordt per partij bezien hoeveel bestuurlijk (inhoudelijk) en financieel belang er is en hoeveel risico er wordt gelopen. Op basis van beide analyses wordt tweemaal per jaar het risicoprofiel bepaald. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel belang bij een verbonden partij, hoe intensiever de sturing. Er zijn drie risicoprofielen:

 

Basis pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Basis pakket. De gemeenteraad wordt over verbonden partijen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening.

 

Pluspakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een gemiddeld bestuurlijk of financieel risico loopt worden ingedeeld in het Pluspakket. Aanvullend op het Basis pakket wordt de gemeenteraad ook bij de voortgangsrapportage geïnformeerd over deze verbonden partijen, zo nodig ook met een informatienota. Daarnaast zal de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen hoger zijn dan bij de partijen in het basispakket. Tot slot worden deze verbonden partijen ook periodiek geagendeerd in het college.

 

Plusplus pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Plusplus pakket. Aanvullend op het Pluspakket wordt het bestuurlijke en ambtelijke overleg nog verder geïntensiveerd met deze verbonden partijen. 

6.4 Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - 6.4 Overzicht verbonden partijen

Op basis van regelgeving volgt hierna het overzicht van bestaande verbonden partijen. Daarin wordt per partij de voorgeschreven informatie verschaft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die geen eigen vermogen hebben is het financieel belang van de gemeente gelegen in de verplichting om bij te springen als er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij. Omdat die op begrotingsbasis niet zijn in te schatten staat bij die gemeenschappelijke regelingen € 0 als financieel belang.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Volledige naam N.V. Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene Vergadering
Openbaar belang Bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang
1 januari 2022 31 december 2022
Financieel belang van de gemeente € 152.000 € 152.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 5.062 mln. € 4.615 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 143.995 mln. € 107.459 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij p.m. p.m.
Financiële gemeentelijke bijdrage 2023 n.v.t.
Beleidsvoornemen 2022 van de verbonden partij Niet bekend. BNG publiceert geen begroting. Daarom zijn de cijfers van 2021 opgenomen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2024 2025 2026
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij n.v.t n.v.t. n.v.t

.

 

Circulus
Volledige naam Circulus B.V.
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Afvalverwijdering en straatreiniging
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente  € 1 mln.  € 1 mln.
Eigen vermogen van de verbonden partij € 16,9 mln. € 17,9 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij  € 58,8 mln.  € 56,4 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij  (excl. deelnemingen) € 892.000.
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 Verwachte verplichting dienstverleningsovereenkomst: € 3,6 mln.
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij Verduurzamen, circulaire economie, hergebruik van hernieuwbare grondstoffen optimaliseren de hoeveelheid aangeboden huishoudelijk afval te minimaliseren en de reststromen van het huishoudelijk afval nog beter verwaarden.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij 4,1 mln. 4,3 mln. 4,4 mln.

.

 

GGD NOG
Volledige naam GGD Noord- en Oost Gelderland
Vestigingsplaats Warnsveld
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Voorzitter dagelijks en algemeen bestuur
Openbaar belang GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij de GGD NOG zijn aangesloten.
GGD NOG 1 jan. 2024 31 dec. 2024
Financieel belang van de gemeente  € 0,1 mln.  € 0,1 mln.
Eigen vermogen van de verbonden partij  € 2,2 mln.  € 2,4 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij  € 2,9 mln.  € 2,6 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 683.165
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij GGD NOG voert voor de gemeente Epe de jeugdgezondheid 4-19 uit. Daarnaast zijn er taken voor de algemene gezondheid, onder andere infectieziektebestrijding.De GGD NOG biedt gemeenten inzicht in de gezondheidssituatie van de inwoners van de gemeenten.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 707.690 € 731.044 € 755.169

.

 

Leisurelands
Volledige naam Leisurelands B.V.
Vestigingsplaats Arnhem
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Openbare toegankelijkheid dagrecreatieterrein Kievitsveld
Leisurelands heeft geen geprognosticeerde balans 1 januari 2022 31 december 2022
Financieel belang van de gemeente  € 6.705 € 6.705
Eigen vermogen van de verbonden partij  € 75,7 mln.  € 79,4 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 12,7 mln. € 15 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij -
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 n.v.t.
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij Sterke uitgangspositie behouden, intensieve samenwerking met partners, ontwikkeling duurzame exploitatie.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij n.v.t. n.v.t. n.v.t.

.

 

Lucrato
Volledige naam Werkbedrijf Lucrato
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
Openbaar belang Het bieden van werkplekken voor inwoners met een arbeidshandicap, die niet zelfstandig kunnen werken (WSW) of alleen in een beschutte werkomgeving. En begeleiding naar werk (re-integratie) van mensen die onder de Participatiewet vallen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 0,4 mln. € 0,4 mln.
Eigen vermogen van de verbonden partij € 2,8 mln. € 2,7 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 3,4 mln.  € 3,3 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij  € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 203.000
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij T.b.v. realiseren en vergroten uitstroomdoelstelling Participatiewet: - efficiënte inzet op begeleiden inwoners naar passende arbeidsplek. - Doorontwikkelen inzet PMC: hierbij expertise bieden voor de brede doelgroep die onder de participatiewet valt (maatwerk). De afgelopen jaren is de bijdrage substatieel lager uitgevallen van de verwachte bijdrage. Vanuit Cedris is er ookeen brief gestuurd naar het ministerie om aandacht te vragen voor de financiële positie van werkleerbedrijven.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 203.000 € 203.000 € 203.000

.

 

Omgevingsdienst OVIJ
Volledige naam Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ)
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
Openbaar belang Uitvoering wettelijke milieutaken
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 12.964 € 10.235
Eigen vermogen van de verbonden partij € 190.000 € 150.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.890.000 € 1.480.000
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 995.000
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij De omgevingsdiensten OVIJ en ODNV gaan per 1 januari 2024 fuseren. Door de fusie wordt beoogd dat de kwetsbaarheid verkleind wordt, de kwaliteit wordt vergroot en er meer slagkracht komt op ontwikkelingen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 10.004.808 € 1.038.821 € 1.074.062

.

 

OMVV
Volledige naam Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V.
Vestigingsplaats Arnhem
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Revitalisering vakantieparken
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 1.565 € 1.565
Eigen vermogen van de verbonden partij € 18.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.720.000
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € -213.000
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 -
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij De OMVV kan dankzij haar privaatrechtelijke karakter ondersteuning bieden waar de gemeente dat niet kan. Het investeren in vakantieparken (o.a. op basis van een lening) zodat vakantieparkhouders een kwaliteitsslag kunnen maken - vb. klimaatbestendigheid, duurzaamheid, bedrijfsvoering, inponding, uitbreidingen. Het opkopen vakantieparken om te transformeren
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 17.200 € 138.000 -

.

 

Vervoerscentrale Stedendriehoek
Volledige naam Basismobiliteit
Vestigingsplaats Lochem
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Voorzitter a.i. bestuur
Openbaar belang Doelgroepen prettig en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is.
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 40.367 € 49.239
Eigen vermogen van de verbonden partij € 336.389 € 370.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 4.124.488 € 3.675.722
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 1.703.543
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij In 2024 wordt de ingezette ontwikkeling van de afgelopen jaren voortgezet. Focus op het afronden van de taakstelling tot kostenreductie in personeelskosten, de interne organisatie stabieler maken en de kwaliteit van het vervoer verder verhogen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 1.799.350 € 1.906.568 € 2.021.483

.

 

Regio Stedendriehoek
Volledige naam Gemeenschappelijke regeling regio Stedendriehoek
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid bestuur en lid regioraad
Openbaar belang Belangenbehartiging op gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling, volkshuisvesting, sociaaleconomische ontwikkeling en arbeidsvoorziening, verkeer en vervoer, milieu, onderwijs en welzijn en recreatie.
Stedendriehoek heeft geen geprognosticeerde balans 1 januari 2022 31 december 2022
Financieel belang van de gemeente € 11.333 € 10.899
Eigen vermogen van de verbonden partij € 152.515 € 146.672
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.169.774 € 608.883
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij -
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 291.080
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij Het belang van het regionale groeit. Een regio met een duidelijk doel. Vanaf 1 januari 2024 is de regionale werkorganisatie volledig georganiseerd langs de lijnen van de uitvoeringsagenda. De Strategische Board en de Regio Stedendriehoek gaan verder als een werkorganisatie en een bestuur.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 306.223 € 322.160 € 338.933

.

 

Streekarchief
Volledige naam Streekarchief Epe, Hattem en Heerde
Vestigingsplaats Epe
Vorm Gemeenschappelijke regeling: centrumgemeente
Wijze van belang Voorzitter commissie en plaatsvervangend lid
Openbaar belang Het beheer van de oude openbare archieven en het toezicht op het beheer van de nieuwe archieven.
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 0 € 0
Eigen vermogen van de verbonden partij € 0 € 0
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 0 € 0
Financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 100.218
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij Het beheer van de oude openbare archieven en het toezicht op het beheer van de nieuwe archieven. Het onderzoeken / realiseren van een voorziening voor het duurzaam beheren van electronische informatie mogelijk is i.s.m. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 105.392 € 108.581 € 111.565

.

 

Tribuut
Volledige naam Tribuut belastingsamenwerking
Vestigingsplaats Epe
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Vice voorzitter bestuur
Openbaar belang Het uitvoeren van de gemeentelijke belastingen en Wet waardering onroerende zaken.
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 21.000 € 1.964
Eigen vermogen van de verbonden partij € 200.000 € 19.642
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 0 € 0
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 705.000
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij Verder inzetten op automatisering, robotisering en kunstmatige intelligentie. Duidelijker en eenvoudiger communiceren met de burger. Verder inrichten van samenhangende object registratie. Nieuw telefoonsysteem implementeren
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 741.000 € 765.000 € 790.000

.

 

Veiligheidsregio
Volledige naam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid algemeen bestuur
Openbaar belang De VNOG werkt samen met de gemeenten aan veiligheid, door zich sterk te maken voor de kwaliteit en efficiency van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, bevolkingszorg, crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit alles met als doel: veilig en gezond, wonen, werken en recreëren.
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 574.182 € 515.015
Eigen vermogen van de verbonden partij € 14,1 mln. € 12,7 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 44,1 mln € 56,6 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 € 2.162.000
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij De VNOG gaat de komende jaren verder aan het realiseren van de opdrachten uit de Toekomstvisie van de VNOG uit 2020. De incidentbestrijding en crisisorganisatie staan ook in 2024 altijd paraat. Om ervoor te zorgen dat iedereen in onze regio veilig kan wonen, werken en recreëren is de uitvoering van onze activiteiten gebaseerd op de regionale risico’s en de (mogelijke) effecten daarvan.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 2.165.000 € 2.280.000 € 2.364.000

.

 

Vitens
Volledige naam Vitens N.V.
Vestigingsplaats Zwolle
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Het beschikbaar stellen van voldoende betrouwbaar drinkwater.
prognose 1 januari 2024 31 december 2024
Financieel belang van de gemeente € 35.000 € 35.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 684,8 mln. € 724,1 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1537 mln. € 1682,2 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 35,8 mln.
Financiële gemeentelijke bijdrage 2024 n.v.t.
Beleidsvoornemen 2024 van de verbonden partij Vitens heeft de ambitie om in 2030 een duurzaam drinkwaterbedrijf te zijn, wat zij vertaald heeft in de strategie 'Elke Druppel Duurzaam'. Om dit te realiseren heeft Vitens de volgende drie hoofdlijnen van prioriteiten gesteld als basis voor het realiseren van haar lange termijn ambities: 1. Water voor nu en later, 2. SAP en Transformatie en 3. Aantrekkelijk Werkgeverschap.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2025 2026 2027
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij n.v.t. n.v.t. n.v.t.

7 | Grondbeleid

7.2 Grondbeleid in Epe

Terug naar navigatie - 7.2 Grondbeleid in Epe

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van het collegeakkoord en de volgende programma’s in de programmabegroting:

  • Ruimte en wonen (programma 5)
  • Bedrijvigheid (programma 9).

De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij volgt de gemeente de ontwikkelingen eerder dan dat ze die initieert. De gemeente speelt in op particuliere initiatieven, zonder zelf de beschikking te verkrijgen over de grond. Hierbij heeft de gemeente een voorwaardenscheppende rol door middel van de Omgevingsvisie, Woonagenda en het bestemmingsplan. Marktpartijen verwerven en exploiteren de grond. De risico's voor de gemeente bij facilitair grondbeleid zijn minimaal; de gemeente koopt geen grond en het ontwikkelrisico ligt bij een private partij. 
De gemeente Epe beschikt over een voorraad aan (eigen) grond die kan worden ontwikkeld. Dit is ontstaan door (actief) verwerven of doordat de grond (historisch) al in eigendom bij de gemeente was. Een deel van deze gronden zijn opgenomen in grondexploitaties en zullen nadat ze bouwrijp zijn gemaakt, als bouwterrein worden uitgegeven door verkoop. Daarnaast geldt voor een deel van de gronden dat de ontwikkelingen nog in voorbereiding zijn.

7.3 Grondexploitaties

Terug naar navigatie - 7.3 Grondexploitaties

7.3.1 Voortgang van de exploitaties

Kweekweg VI Epe
De verwachting is de bouwgrondexploitatie aan het einde van het jaar wordt afgesloten.
    

De Pirk-Noord Vaassen
Van de 74 geplande woningen in dit plan zijn er 66 opgeleverd. De grond voor de laatste woningen is eind 2022 geleverd, bouw gestart in juni 2023.

Hoge Weerd Epe
De realisatie van de sociale huurwoningen start in 2022. Huurwoningen worden najaar 2023 opgeleverd. De fase van woonrijp maken is gestart.

Klaarbeek Epe
Er zullen nog werkzaamheden plaatsvinden in het openbaar gebied. De verwachting is dat het eind 2023 afgesloten gaat worden.

Oosterhof-Zuid
Het plan is onherroepelijk en er is een bouwgrondexploitatie geopend. De verwachting is dat de realisatie start in 2024.

Aankomende exploitaties

  • Het plan Griseeweg (woningbouw) bevindt zich in de fase van ruimtelijke procedure. 
  • Het plan ’t Slath (woningbouw) is in voorbereiding.
    Het plan Eekterveld IV (bedrijventerrein) is in voorbereiding.
  • Het plan Kloosterhof Oene (woningbouw) is in voorbereiding.
  • Voor de plannen Kerkenland en Zuukerenk (woningbouw) wordt gewerkt aan een intentieovereenkomsten met de ontwikkelaars.

 

7.3.2 Parameters grondexploitatiebegrotingen
Bij de actualisatie van de grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2023 van de plannen van het grondbedrijf zijn de volgende parameters gehanteerd:
•    Kostenstijging        = 5% per jaar
•    Opbrengstenstijging    

- bedrijfsterrein: 0% per jaar
- bouwterrein voor woningen: 0%

•    Rekenrente            = 0,49% per jaar

 

7.3.3 Tussentijdse winst- en verliesnemingen
Met zekerheid in de plannen gerealiseerde winsten moeten (op grond van voorschriften) tussentijds worden overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie. Op 30 juni 2023 zijn de volgende tussentijdse winsten overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie:

 

Plan Winstneming
Hoge Weerd

€ 36.891

De Pirk-Noord € 29.837
Kweekweg VI

€ 16.668

 

Als uit een grondexploitatiebegroting blijkt, dat er een verlies op een plan ontstaat, wordt dit verlies direct ten laste van de reserve bouwgrondexploitatie gebracht. In dit kader is op basis van de geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2023 zijn er geen verliezen genomen.

 

7.3.4. Cijfers geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen

In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers weergegeven van de grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2023.

Plan  boekwaarde
30-6-2023*
verwacht eind-
resultaat grexen*
jaar
afsluiting plan
Hoge Weerd + € 556.097 + € 221.297 2025
De Pirk-Noord + € 49.350 + € 27.715 2024
Kweekweg VI + € 26.884 + € 20.113 2023
Klaarbeek + € 2.521 - € 1.683 2023
Oosterhof Zuid - - 2025

* - = nadelig; + = voordelig


De grondexploitatiebegrotingen worden gebruikt voor het berekenen van de benodigde reserve bouwgrondexploitatie.

 

7.4 Reserve bouwgrondexploitatie

Terug naar navigatie - 7.4 Reserve bouwgrondexploitatie

Voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie is een reserve bouwgrondexploitatie gevormd. Het te hanteren model voor het berekenen van de reserve bouwgrondexploitatie is opgenomen in de Nota Grondbeleid 2013. 

De benodigde reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 1 juli 2023 € 1.919.192. De werkelijke stand van de reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 1 juli 2023 € 2.687.049 en is dus voldoende voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie. In de begroting 2023 is een vrijval opgenomen van de reserve € 337.000. In deze begroting wordt een surplus van € 451.000 ingezet. 

8 | Open Overheid

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Per 1 mei 2022 is de Woo (wet open overheid) ingegaan als vervanging van de Wob (wet openbaarheid bestuur). Epe heeft er voor gezorgd dat per 1 mei de Woo-verzoeken ingediend kunnen worden (ook digitaal). Via een aanwijzingsbesluit zijn de Woo-coördinatoren in de gemeente benoemd.

 

Passieve publicatie

Na de invoeringsdatum zijn er 31 van dergelijke verzoeken ontvangen in 2022. Op basis daarvan verwachten we op jaarbasis ongeveer 40-60 Woo-verzoeken te ontvangen. In het eerste deel van de wet wordt dit de passieve publicatie genoemd.

 

Actieve publicatie

Het tweede deel van de wet gaat over de actieve publicatie van bepaalde soorten documenten. In de wet zijn daarvoor 11 informatiecategorieën genoemd. Daarvan zijn er 4 bepaald die als eerste aan de beurt komen (daaronder de beantwoorde Woo-verzoeken, convenanten en raadsinformatie). De publicatie daarvan op de eigen website (direct of indirect) is grotendeels gereed. Dit is wettelijk nog niet verplicht maar past bij het collegebesluit om als ambitieniveau “Medium” aan te houden. Dit niveau is door de VNG als volgt omschreven: De gemeente voldoet aan het wettelijk minimum (basisniveau). Daarnaast maakt de gemeente al een aantal extra stukken actief openbaar waarvoor openbaarmaking (nog) niet wettelijk is verplicht.

Omdat deze publicatie deels handmatige acties vereist, zijn we bezig om deze documenten vanuit het zaaksysteem automatisch te publiceren op de website. Die gaan we daarna ook koppelen aan de zogenaamde Woo-index (het verplichte overheidsplatform). Dat is nu nog in ontwikkeling en zal begin 2024 beschikbaar komen. We zorgen dat we daarvoor klaar zijn.
Daarna komen de resterende 7 informatiecategorieën aan bod. Deze worden gefaseerd wettelijk verplicht gesteld. In 2024 zullen we deze ook aan gaan pakken.

 

Informatiehuishouding op orde

Een derde deel van de wet heet “Informatiehuishouding op orde”. Er wordt nu gewerkt aan een verbeterplan om te zorgen dat we op alle 7 thema’s, die door de VNG zijn benoemd, gaan voldoen aan de eisen. Voor dit deel is een invoeringstermijn genoemd van 7 jaar. In 2024 zullen de eerste verbeteringen opgepakt worden.