Meer
Publicatiedatum: 30-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarverslag

Algemeen

Inleiding

Voor u liggen de jaarstukken 2019. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. In het jaarverslag is per programma de verantwoording over het gevoerde beleid opgenomen. De paragrafen staan in het teken van de (financieel) beheersmatige aspecten die ten grondslag liggen aan het gevoerde beleid. In de jaarrekening wordt een financiële verantwoording gegeven: de gemeentelijke vermogenspositie wordt tot uitdrukking gebracht door de balans, vervolgens worden per programma de financiële verschillen tussen begroting en rekening toegelicht.

Hierna volgt eerst een algemene beschouwing over de inhoudelijke en financiële uitkomsten van de jaarrekening 2019.

Inhoudelijke en financiële ontwikkelingen

Bij dit onderdeel wordt ingegaan op de externe ontwikkelingen zoals die geschetst zijn in de perspectiefnota die voorafgaat aan de programmabegroting. In 2018 is afgesproken geen Perspectiefnota voor 2019 op te stellen vanwege het vaststellen van het coalitieakkoord en het collegeprogramma medio 2018 voor de nieuwe bestuursperiode 2018-2022. Het collegeprogramma is het richtinggevende kader geweest voor het opstellen van de programmabegroting 2019-2022.

Resultaten Programmaplan

Het programmaplan is deel 1 van de programmabegroting en geeft weer wat de gemeente wil bereiken en welke activiteiten daarvoor uitgevoerd worden. Het collegeprogramma is een belangrijk richtsnoer voor dit onderdeel van de begroting. De uitvoering van het collegeprogramma is daarom volledig en in meerjarenperspectief opgenomen.

De verantwoording van de uitgevoerde activiteiten vindt u terug bij de elf programma’s. Hieronder vermelden we een aantal speerpunten van beleid in 2019 die we verdeeld hebben naar pijlers waarop de programmabegroting is gebaseerd.

Sociaal

  • Schoolbesturen en maatschappelijke organisaties hebben gezamenlijk een strategisch koersdocument opgesteld gericht op toekomstbestendige onderwijs in de dorpen.
  • De stimuleringsregeling jeugd is ingevoerd. Kinderen kunnen een financiele bijdrage krijgen voor het lidmaatschap van een vereniging.
  • Er is een programma uitgevoerd ter ondersteuning van jonge mantelzorgers.
  • Het integrale beleidsplan Meer Meedoen Mogelijk Maken 2019-2022 is vastgesteld.

Ruimte

  • Voor de invoering van de Omgevingswet is een koersdocument vastgesteld en is gestart met het opstellen van de Omgevingsvisie.
  • Er is actuele woonagenda vastgesteld.
  • In aanvulling op de regionale Agenda Cleantechregio is een lokaal uitvoeringsprogramma ontwikkeld gericht op circulaire economie en energietransitie.
  • Diverse activiteiten rond duurzaamheid hebben plaatsgevonden, waaronder voorlichting over duurzaamheidsmaatregelen en energiebesparing, voorbereiding op opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES), een analyse naar lokale knelpunten als gevolg van klimaatverandering.

Economie

  • In het kader van het programma Veluwe-op-1 zijn routenetwerken geactualiseerd en heeft er een onderzoek plaatsgevonden naar een moutainbike-route die aansluit op regionale structuren.
  • Er zijn besluiten genomen om bedrijveninvesteringszones mogelijk te maken.

Bestuur

  • Het bestaande actieplan voor inwonerparticipatie is geactualiseerd met daarin opgenomen de uitwerking van thema 4 “verbindende overheid” uit het coalitieakkoord over dit onderwerp.
  • Bij de inwoners zijn adviezen opgehaald over toepassen van inwonerparticipatie in een traject waarin de burgemeester in gesprek ging met inwoners in de onderscheiden gebieden van gebiedsgericht werken.
  • In het kader van de wetgeving rond gegevensbescherming privacy-beleid) zijn diverse acties uitgevoerd.

Resultaat uitvoering programmabegroting

Voor 2019 waren 131 activiteiten gepland met als eindresultaat dat 78% daarvan is gerealiseerd. Het percentage laat zich als volgt verklaren:
Het niet kunnen afronden van activiteiten in het geplande jaar is voor een deel veroorzaakt door externe factoren, zoals het later beschikbaar zijn van benodigde gegevens, inbreng en overleg met betrokkenen. Een aantal activiteiten zijn qua uitvoering vertraagd of verschoven als gevolg van een koppeling aan andere activiteiten, prioritering in werkzaamheden. Bij de voortgangsrapportage is aan uw raad gemeld dat een aantal activiteiten doorschuiven naar 2020. 

Financiële beschouwing; resultaat analyse

Het boekjaar 2019 wordt afgesloten met een positief saldo van € 367.160. In het onderdeel Jaarrekening is per programma een financiële analyse opgenomen waaruit kan worden afgeleid hoe het resultaat tot stand is gekomen. Hierin zijn verschillen groter dan € 25.000 opgenomen, voor de baten en lasten afzonderlijk. Voor de salariskosten en de kapitaallasten is een totaalanalyse opgesteld, die in bijlage 1 en 2 bij deze jaarstukken is opgenomen. In een aantal gevallen is een (voor- of nadelig) resultaat op een beleidsveld, overeenkomstig de systematiek in de begroting, verrekend met een reserve. Daardoor heeft dit geen invloed op het uiteindelijke resultaat van de jaarrekening.

Het resultaat wordt in hoofdlijnen verklaard door nadelen die zijn ontstaan door hogere kosten voor leerlingenvervoer, voorziening voor pensioenen van politieke ambtsdragers en een lagere algemene uitkering. Voordelen zijn ontstaan doordat de opbrengst precariobelasting definitief is gerealiseerd en daardoor niet in een reserve gestort wordt en door lagere kapitaallasten.

Programmaverantwoording

1 | Opgroeien in Epe

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen onderwijs en jeugd in brede zin. Het laatste betreft welzijns-aspecten zoals peuterspeelzaalwerk, voor- en vroegschoolse educatie, jeugd- en jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg.

De voorzieningen gericht op de jeugd maken ook deel uit van het basisaanbod aan voorzieningen waar in programma 2 “Actief in Epe” aandacht aan wordt gegeven. Er bestaat een relatie met de programma’s 3 “Zorg en opvang” (jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning) en 4 “Leefbaar en veilig” (integrale veiligheid: thema “Jeugd en veiligheid”).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Verwijzingen Halt
Het aantal  verwijzingen naar Halt, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar.

2015

2016

2017

2018

52 48 102 125

Kinderen in een uitkeringsgezin
Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen.

2015

2016

2016

2018

4% 4% 5% 5%

Voortijdige schoolverlaters (vo+mbo)
Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat.

2014/15

2015/16

2016/17

2017/18

1,2% 1,4% 1,7% 1,9%

Absoluut verzuim
Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 5-18 jaar.

2014/15

2015/16 2016/17 2017/18
3,72 3,30 4,42 3,33

Relatief verzuim
Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 leerlingen.

2014/15

2015/16 2016/17 2017/18
22,51 22,71 30,55 30,56

Jongeren met jeugdhulp
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar).

2015

2016

2017

2018

7,4% 8,2% 8,9% 8,5%

Jongeren met jeugdbescherming
Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar).

2015

2016

2017

2018

0,9% 1,0% 1,2% 1,0%

Jongeren met jeugdreclassering
Het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar) (tweede helft van het genoemde jaar).

2015

2016

2017

2018

0,3% 0,4% 0,2% 0,2%

Jongeren met een delict voor de rechter
Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.

2015

2016

2017

2018

1% 1% 1% 1%

 

 

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Het voorkomen van achterstanden bij jeugdigen.
  2. Bevorderen kwaliteit jeugd- en onderwijs-voorzieningen.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Onderwijs   Portefeuillehouder: E. Visser
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitvoeren van de Lokaal Educatieve Jeugd Agenda. Ja Dit is een doorlopend proces. In het LEJA nemen besturen deel uit het onderwijs, welzijn en zorg die zich buigen over verschillende thema’s. De volgende thema’s zijn besproken: duurzame kindvoorzieningen (onderwijshuisvesting), onder-wijsachterstandenbeleid en het thema Omgaan met armoede en schulden.
2. Uitgevoerd Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB) 2018-2021. Ja Er is een beleidsplan 2019-2022 opgesteld én een activiteitenprogramma 2019. De onderdelen uit het activiteitenprogramma zijn opgepakt en uitgevoerd.
3. Uitwerken Actiekader Onderwijs. Ja

Het actiekader onderwijs is verder uitgewerkt en verfijnd waardoor de plannen concreter worden. In die plannen gaat de van der Reijdenschool onderdeel uitmaken van de huisvesting van scholen in Epe zuid.
De verbouwing van basisschool Mosterdzaadje is gerealiseerd. Het renovatieproject RSG is uitgesteld wegens onduidelijkheid over de kosten. De renovatieplannen van basisschool de Krugerstee is ook uitgesteld  wegens stijging van bouwkosten uitgesteld tot na de zomervakantie 2020.
Dit is gemeld bij de voortgangsrapportage.

Collegeprogramma 2018-2022:    
4. Een samen met schoolbesturen en besturen van voorschoolse en welzijnsinstellingen opgesteld plan voor toekomstbestendig onderwijs in de dorpen en de financiering daarvan. Ja Gezamenlijk is een strategisch koersdocument opgesteld. Begin 2020 nemen de partijen hierover een besluit.

 

Jeugdzorg   Portefeuillehouder: C.M. de Waard-Oudesluijs
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies voor onder andere CJG Epe, inclusief schoolmaatschappelijk werk en opvoed advies bureau, zijn voor 2019 verleend en de subsidies voor 2018 zijn vastgesteld.
2. Uitvoeren jeugdgezondheidszorg. Ja Er zijn subsidie-/ uitvoeringsafspraken gemaakt met Vérian (0-4 jaar) en GGD NOG (4-19 jaar).
3. Realiseren van de transformatie jeugdzorg. Ja

Er is op verschillende onderdelen gewerkt aan de transformatieopgave voor Jeugd, waaronder:

  1. De verbinding met de huisartsen, middels de inzet van een GZ-psycholoog vanuit het CJG, is gemonitord en op basis daarvan gecontinueerd.
  2. Er is een integraal preventief aanbod (samenwerking GGD, Halt en Tactus) voor het onderwijs gerealiseerd.
  3. De inzet van preventief aanbod via het CJG is gecontinueerd.
  4. Het onderzoek naar maatschappelijk werk (efficiencyslag en integrale inzet) is gestart. In 2020 worden de uitkomsten verwacht.
  5. De integrale inkoop Jeugd, Wmo en MO/BW is gemonitord en is waar nodig bijgesteld.
  6. Er heeft monitoring plaatsgevonden d.m.v. Grip op zorg, data gestuurd werken en het cliëntervaringsonderzoek.

 

Welzijnswerk jeugd en jongeren   Portefeuillehouder: E. Visser
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies voor jongerenwerk voor 2019 zijn verleend en de subsidies voor 2018 zijn vastgesteld.

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 12.064 12.071 11.752
Baten 314 313 444
Saldo -11.750 -11.758 -11.308

2 | Actief in Epe

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen welzijn (o.a. sociaal cultureel werk incl. ouderen- en minderhedenwerk, opbouwwerk, vrijwilligerswerk), sport en cultuur (o.a. bibliotheek, kunstzinnige vorming, amateuristische kunstbeoefening). Daarnaast valt ook het onderwerp accommodaties op de voornoemde terreinen onder dit programma.

De onderwerpen welzijn, sport en cultuur vormen de kern voor het te realiseren basisaanbod aan voorzieningen zoals opgenomen in het lokaal sociaal beleid. De voorzieningen gericht op jeugd
(0–18 jaar) vallen binnen programma 1 “Opgroeien in Epe”.

Dit programma draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid in de dorpen en wijken (inzet van voorzieningen, aandacht voor ontmoeting, tegengaan overlast en criminaliteit, kwaliteit van de woonomgeving). Er bestaat een relatie hierbij met de programma’s 3 “Zorg en opvang” (maatschappelijke ondersteuning), 4 “Leefbaar en veilig” (veilige leefomgeving) en 6 “Epe op orde (openbare ruimte).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicator vanuit de regelgeving bij dit programma.

Niet-wekelijkse sporters
Het percentage inwoners dat niet wekelijks sport ten opzichte van de bevolking van 19 jaar en ouder.

   

2012

2016

    43,3% 47,6%

 

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Het vergroten van maatschappelijke participatie van inwoners.
  2. Realiseren van een evenwichtig over de kernen gespreide sociale infrastructuur met activiteiten, voorzieningen en accommodaties.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Welzijn   Portefeuillehouder: B.J. Aalbers
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies voor 2019 zijn verleend en de subsidies voor 2018 zijn vastgesteld.
2. Actualiseren van het subsidiebeleid. Ja Het participatietraject is afgerond en met de resultaten uit dat traject is gestart een conceptversie voor het nieuwe subsidiebeleid op te stellen.
3. Afronden project Accommodaties II. Nee Het huisvestingsknelpunt van de Wijkvereniging Oosterhof is nog niet opgelost. Huisvesting op het complex Zichtstede bleek niet te realiseren. Daarop is de mogelijkheid onderzocht om de wijkvereniging Oosterhof te huisvesten in wijkgebouw Triton. Het resultaat van diverse gesprekken is  dat in 2020 de besturen van wijkvereniging Oosterhof en wijkgebouw Triton in gesprek gaan om te komen tot huisvesting van de wijkvereniging in wijkgebouw Triton.
Collegeprogramma 2018-2022:    
4. Er is een adequaat ondersteuningsaanbod gerealiseerd voor vrijwilligers en verenigingen in de uitvoering van hun activiteiten. Ja Het platform Epe Doet is gestart. Epe Doet staat voor het punt waar de vraag en het aanbod van vrijwilligerswerk bij elkaar komt. Epe Doet is telefonisch en digitaal bereikbaar voor alle vragen rondom vrijwilligerswerk. De vrijwilligers coördinator heeft daarnaast vanuit de lokale welzijnsorganisatie in Epe (in samenwerking met de welzijnsorganisaties in Heerde en Hattem) een trainingsaanbod voor vrijwilligers georganiseerd.  
5. Een opgesteld integraal toekomstgericht plan voor accommodaties per dorp voor onder meer welzijn, cultuur en sport. Ja Er is gestart met het proces om te komen tot een toekomstvisie voor duurzame maatschappelijke accommodaties in Epe. Inwonerparticipatie neemt hierbij een belangrijke rol in en ook college en raad worden actief betrokken. Eind 2020 is de visie gereed. Daarna wordt de visie nader geconcretiseerd in accommodatieplannen per kern.

 

Sport en cultuur   Portefeuillehouders: R.A.J. Scholten / B.J. Aalbers
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd?  
1. Realiseren subsidieprogramma. Ja Er zijn éénjarige subsidieafspraken gemaakt met vrijwilligersorganisaties in de sport- en cultuursector over de doelstellingen en activiteiten. De subsidies over 2018 zijn ook vastgesteld.
2. Uitvoeren beleid kunst en cultuur. Ja Er is uitvoering gegeven aan de Beleidsnota Kunst en Cultuur ‘De Kracht van Cultuur 2016-2020’. Ook zijn er diverse projecten gerealiseerd vanuit het Cultuur- en Erfgoedpact, zoals van zwerfafval tot Vlinder, sporen in het landschap en erfgoedles Carillon.
3. Bevorderen sportparticipatie. Ja Er zijn activiteiten uitgevoerd conform Sport- en Beweegplan Epe 2020 waaronder de herijking van de buurtsportcoaches. Dit heeft geresulteerd in het Koersdocument Heel Epe Beweegt 2022.
4. Onderzoek naar de staat van onderhoud van alle sportvelden. Ja Een extern bureau heeft onderzoek gedaan naar de staat van het onderhoud van de velden van verschillende sportverenigingen in de gemeente Epe, wat heeft geresulteerd in de rapportage MOP-MIP Sportaccommodaties. Daarnaast heeft de Voetbalfederatie heeft een subsidiebeschikking ontvangen voor onderzoek in 2019 naar het onderhoud aan natuurgrasvelden. Dit rapport wordt in 2020 opgeleverd.
5. Inzet van functies buurtsportcoaches en cultuurmakelaar. Ja De buurtsportcoaches van Heel Epe Beweegt en de cultuurmakelaar van Cultuurplein Noord Veluwe hebben uitvoering gegeven aan de uitvoeringsplannen.
Collegeprogramma 2018-2022:    
6. Er is een stimuleringsregeling opgesteld voor jeugd van 5 tot 18 jaar voor het verlenen van een financiële bijdrage in het lidmaatschap van een vereniging. Ja Op basis van input van een afvaardiging van verenigingen en na een inspraakperiode heeft het college in augustus 2019 de stimuleringsregeling vastgesteld. Kinderen kunnen jaarlijks € 100 subsidie krijgen als tegemoetkoming in de kosten die samenhangen met het lidmaatschap van een sport- of culturele vereniging.
7. De stimuleringsregeling is geïmplementeerd. Ja Op 1 september 2019 is de “subsidieregeling jeugd, gemeente Epe 2019” in werking getreden.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 4.438 4.123 4.050
Baten 503 498 611
Saldo -3.935 -3.625 -3.439

3 | Zorg en opvang

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen gezondheids-, verslavings- en ouderenzorg. Tevens valt hieronder het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking en het bieden van maatschappelijke opvang (prestatievelden in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning), het algemeen maatschappelijk werk en integratie/inburgering van nieuwkomers/oudkomers.

Het programma richt zich met name op groepen inwoners uit de samenleving die kwetsbaar zijn als gevolg van verschillende soorten van achterstand (lokaal sociaal beleid). Kernbegrippen zijn daarbij bevorderen zelfredzaamheid en participatie. Er bestaat een relatie met de programma’s 2 “Actief in Epe” (welzijnsvoorzieningen), 4 “Leefbaar en veilig” (leefbaarheid) en 10 “Weer aan het werk” (bevordering arbeidsparticipatie).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicator vanuit de regelgeving bij dit programma.

Wmo-cliënten met een maatwerk-arrangement per 1.000 inwoners.
Een maatwerkarrangement  is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo (tweede helft van het genoemde jaar).

 

2016

2017

2018

  34 32 32

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een zelfstandige leefwijze voor mensen met een beperking.
  2. Realiseren van goede zorg en ondersteuning.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Maatschappelijke Zorg   Portefeuillehouders: C.M. de Waard-Oudesluis / B.J. Aalbers
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
 1. Uitvoeren gemeentelijk gezondheidsbeleid. Ja De beleidsnota gezondheidsbeleid 2019-2022 is vastgesteld. En het gezondheidsbeleid is uitgevoerd.
 2. Realiseren van de transformatie WMO. Ja

Er is uitvoering gegeven aan de transformatieopgave voor de Wmo. Onder meer zijn onderstaande activiteiten gerealiseerd:

  1. Er zijn algemene voorzieningen gerealiseerd in samenwerking met maatschappelijke partners, zoals de Buurtpunten.
  2. De transformatie MO/BW is een doorlopend proces. In 2019 is bijvoorbeeld de Opstapregeling ontwikkeld en zijn er regionale financiële afspraken gemaakt.
  3. De Regiovisie Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en de uitvoeringsagenda zijn ambtelijk gereed, besluitvorming door de raad volgt in 2020
  4. De focus uit de Sluitende Aanpak Personen met verward gedrag lag in 2019 vooral op de implementatie van de Wet verplichte ggz die per 1 januari 2020 is ingegaan.
  5. De integrale inkoop Jeugd, Wmo en MO/BW is gemonitord en is waar nodig bijgesteld.
  6. De analyse die ten grondslag ligt aan de Woonzorgagenda is uitgevoerd. De Woonzorgagenda wordt in 2020 ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
  7. Er heeft monitoring plaatsgevonden d.m.v. Grip op zorg, data gestuurd werken en het cliëntervaringsonderzoek.
 3. Ondersteunen initiatieven sociale agenda. Ja De Transformatieregeling en het daarbij behorende budget  is ingezet voor onder meer het project Welzijn op recept en de pilot Buurtpunt.
 4. Instandhouden vervoersysteem basismobiliteit (PlusOV). Ja In zijn algemeenheid is de kwaliteit van het vervoer toegenomen, de bereikbaarheid van PlusOV is fors verbeterd en de klachten worden binnen de termijnen afgehandeld. Het vraagafhankelijk vervoer verloopt over het algemeen stabiel. Het aantal klachten is gedaald. Het routegebonden vervoer is opnieuw aanbesteed.
 5. Realiseren subsidieprogramma. Ja De subsidies voor 2019 zijn verleend en de subsidies voor 2018 zijn vastgesteld.
 6. Opstellen integraal beleidskader sociaal domein. Ja Het integrale beleidsplan Meer Meedoen Mogelijk Maken 2019-2022 is vastgesteld door de raad. Het daaruit voortvloeiende actieprogramma 2019-2022 is vastgesteld door het college.
 7. Onderzoek naar een integrale inzet van de diverse bestaande vormen voor maatschappelijk werk. Ja Het onderzoek is najaar 2019 gestart. Afronding vindt plaats in 2020.
Collegeprogramma 2018-2022:    
 8. Er vindt een integrale inkoop plaats van Individuele maatwerkvoorzieningen Wmo, Jeugd en Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen om doorgaande zorglijnen te kunnen realiseren. Ja Met ingang van 2019 is er een nieuwe raamovereenkomst afgesloten waarbinnen de gecontracteerde zorgaanbieders zich hebben ingeschreven op zowel integrale als specifieke Wmo, Jeugd en Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen producten.
 9. Er zijn nieuwe algemene voorzieningen gerealiseerd in samenwerking met maatschappelijke partners. Ja De pilot Scootmobielpool is geëvalueerd en wordt voortgezet bij de Klaarbeek in Epe, maar niet uitgebreid naar andere gebieden. De pilot Buurtpunten (dagbesteding als algemene voorziening) is gestart en wordt in 2020 voortgezet. Het project Welzijn op recept is gestart en is gericht op mensen met psycho-sociale klachten.
10. Instandhouden van een divers aanbod van (preventieve) activiteiten betreffende vrijwillige hulp- en dienstverlening. Ja Er zijn subsidies verleend aan de vrijwillige hulpdiensten.
11. Instandhouden van een laagdrempelig steunpunt voor mantelzorgers. Ja De welzijnsstichting ontving in 2019 subsidie voor het in stand houden van een mantelzorgsteunpunt.
12. Onderzoek naar een wenselijk ondersteuningsaanbod voor jonge mantelzorgers. Ja Het programma ter ondersteuning van jonge mantelzorgers is uitgevoerd. Er vindt nog een evaluatie plaats.
13. De toegang naar zorg en ondersteuning is verbeterd door een intensievere samenwerking van betrokken partijen. Ja Het onderzoek naar een integrale werkwijze van de toegang is afgerond. Er is een rapport opgeleverd en deze is gedeeld met alle betrokkenen.
14. Er zijn meer op preventie ingerichte voorzieningen waar inwoners dichtbij terecht kunnen voor informatie, advies, ondersteuning. Ja Er is gecombineerd uitvoering gegeven aan de Buurtpunten en Wijksteunpunten samen met betrokken partners. Het project Welzijn op recept is uitgevoerd, alsmede het project Thuis wonen.
15. Een geactualiseerde aanpak gericht op de integratie van statushouders/nieuwkomers en hun kinderen. Nee

Vanwege nieuwe wetgeving per 2021 is er een plan Integratie statushouders 2020 vastgesteld waarin is openomen:

  • stand van zaken rapportage van het plan  uit 2016;
  • hooflijnen van de nieuwe Wet Inburgering die 2021 ingaat
  • acties en aandachtspunten voor 2020
De geplande actualisatie van de aanpak volgt nu in 2020.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 10.158 10.318 10.726
Baten 279 278 1.180
Saldo -9.879 -10.040 -9.546

4 | Leefbaar en veilig

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen brandweer, politie, criminaliteit en overlast, crisisbeheersing/ rampenbestrijding, leefbare en veilige leefomgeving. Het programma geeft invulling aan de brede begrippen van leefbaar en veiligheid. Het onderwerp integrale veiligheid valt ook onder dit programma. Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe”, 2 “Actief in Epe”, 3 “Zorg en Opvang” en 6 “Epe op orde”. Verder is er een relatie met programma 8 “Toezicht en handhaving”. Daar vindt de uitvoering plaats van de diverse leefbaarheids- en veiligheidsaspecten.

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Winkeldiefstal
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners.

2015

2016

2017

2018

1,4 0,9 0,9 1,1

Geweldsmisdrijven
Het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners.

2015

2016

2017

2018

3,3 2,8 4,0 2,9

Diefstal uit woningen
Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners.

2015

2016

2017

2018

4,0 3,1 2,5 2,1

Vernieling en beschadiging
Het aantal vernielingen en beschadigingen per 1.000 inwoners.

2015

2016

2017

2018

5,0 5,4 5,6 4,3

 

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een leefbare en veilige woon- en leefomgeving.
  2. Bevorderen van bijdragen van bewoners aan de leefbaarheid in de kernen en wijken.
  3. Bevorderen van een goede, geoefende organisatie die snel en adequaat kan optreden bij een calamiteit of ramp

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Veiligheid   Portefeuillehouder: T. Horn
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Bevorderen kwaliteit basisbrandweerzorg. Ja Het prestatiecontract/de afspraken met de VNOG over adequate brandweerzorg is/zijn uitgevoerd. De concept Toekomstvisie VNOG is opgesteld. Besluitvorming hierover vindt plaats in 2020.
2. Uitvoeren integraal veiligheidsbeleid. Ja Het Uitvoeringsplan integrale veiligheid 2019 is uitgevoerd en de gemeenteraad heeft een nieuw Integraal Veiligheidsbeleid 2020-2023 vastgesteld.
3. Verbeteren crisisbeheersing en rampenbestrijding. Ja De gebruikelijke oefeningen rondom crisisbeheersing en rampenbestrijding zijn uitgevoerd in 2019.
Collegeprogramma 2018-2022:    
4. Er is een lokaal plan van aanpak voor ondermijning opgesteld. Ja Dit niet-openbare plan is na bespreking van het ondermijningsbeeld met de gemeenteraad door het college vastgesteld.
5. Er zijn ondermijningsbeelden opgesteld. Ja Het lokale ondermijningsbeeld (niet-openbaar) is besproken met de gemeenteraad en vervolgens door het college vastgesteld tegelijk met het lokaal plan van aanpak.

 

Leefbaarheid   Portefeuillehouder: C.M. de Waard-Oudesluis
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Implementeren werkwijze gebiedsgericht werken. Ja Op 1 januari 2018 is gestart met een gebiedsgerichte werkwijze met onder andere gebiedsregisseurs en gebiedsopgaven. In 2019 is de werkwijze geëvalueerd, vastgesteld en doorontwikkeld.
Collegeprogramma 2018-2022:    
2. Er zijn gebiedsopgaven geformuleerd voor alle zeven gebieden binnen de gemeente. Ja In 2018 zijn de eerste gebiedsopgaven samengesteld. In het najaar van 2019 zijn deze opgaven geactualiseerd.
3. De werkwijze van de gemeentelijke organisatie is afgestemd op het gebiedsgericht werken. Nee Eind 2019 is een eerste plan voor het doorontwikkelen van een gebiedsgerichte werkwijze binnen de gemeentelijke organisatie opgesteld. In 2020 wordt dit plan verder uitgewerkt.
4. Veiligheid vormt een vast onderwerp in de gebiedsopgaven voor ieder gebied. Ja In de gebiedsopgaven is veiligheid (zowel sociale- als fysieke veiligheid) als prominent thema opgenomen. 
5. Bij de gebiedsopgaven vindt een integrale aanpak plaats vanuit de deelnemende partijen samen met de inwoners. Ja In het format van de gebiedsopgaven wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de integraliteit bij het realiseren van de gebiedsopgaven. Zo wordt benoemd wie eigenaar is en wie betrokken moet worden bij de realisatie van de opgave.  
6. Toezicht en handhaving vanuit de gemeente neemt deel aan de integrale werkwijze binnen gebiedsgericht werken. Ja De medewerkers van toezicht en handhaving zijn actief betrokken bij de overlegstructuren van de gebiedsregisseurs. Ook is de samenwerking in verschillende gebieden versterkt, zo is er bv. een inloopspreekuur Veiligheid in de wijk gerealiseerd.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 2.043 2.044 2.151
Baten 4 4 0
Saldo -2.039 -2.040 -2.151

5 | Ruimte en Wonen

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen ruimtelijke ordening, grond- en woningexploitatie, bouw- en woningtoezicht en volkshuisvesting. Het onderdeel bouw- en woningtoezicht heeft een uitvoerend karakter. De activiteiten voor woningexploitatie zijn erg beperkt.

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicator vanuit de regelgeving bij dit programma.

Nieuwbouwwoningen
Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 woningen.

2015

2016

2017

2018

14,7 7,0 3,9 7,1

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit om een goed woon-, werk- en leefklimaat te ondersteunen.
  2. Bevorderen van een diversiteit aan woonaanbod om de leefbaarheid in de dorpen op peil te houden voor jong en oud.
  3. Behouden van het in de gemeente aanwezige cultuur- en natuurhistorisch erfgoed. 
  4. Beheerste en duurzame ontwikkeling van het buitengebied.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Ruimtelijke ontwikkeling   Portefeuillehouder: R.A.J. Scholten
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
 1. Uitwerken van het Landschapsontwikkelingsplan. Ja De plannen van particulieren worden in behandeling genomen in het licht van het Landschapsontwikkeling. Actie ligt in eerste instantie bij derden. Er zijn circa 50 plannen behandeld.
 2. Ontwikkeling inbreidingsplannen met woningbouw. Ja De plannen van derden worden in behandeling genomen en afgezet tegen de beschikbare kaders. Diverse plannen zijn gefaciliteerd en in ontwikkeling, onder andere de Wielinklocatie, hoek Hoofdstraat – Korte Kuipersweg, Florin. Daarnaast zijn een aantal plannen in voorbereiding.
 3. Opstellen bestemmingsplan bedrijventerrein VMI Epe. Nee De overeenkomsten zijn getekend. Het bestemmingsplan wordt naar verwachting voor de zomer van 2020 in de raad vastgesteld.
 4. Opstellen bestemmingsplan VFP in Vaassen. Nee Het initiatief voor de verdere planvorming ligt bij VFP. Deze heeft nog geen initiatief genomen.
 5. Uitvoeren Regionale Omgevingsagenda. Ja Zie punt 7.
 6. Invoeren Omgevingsagenda. Ja De Omgevingswet wordt naar verwachting op 1-1-21 ingevoerd. De Omgevingsvisie wordt voordien vastgesteld, e.e.a. in afstemming met de gemeenteraad. Hiervoor is een koersdocument vastgesteld.
 7. Continueren herstructurering van de dorpscentra Epe en Vaassen. Ja Het centrum Epe is geherstructureerd en Vaassen is in uitvoering conform de planning.
Collegeprogramma 2018-2022:    
 8. Er zijn op locaties innovatieve woonvormen gerealiseerd. Ja Een aantal initiatieven zijn in voorbereiding, zoals Sprengenparc. Deze zijn nog niet in de uitvoeringsfase.
 9. Van het centrumplan Vaassen zijn de fases 1 en 2 gerealiseerd (resp. oostelijk en westelijk deel centrum). Ja Fase 1 is grotendeels gerealiseerd, fase 2 is in uitvoering.
10. Van het centrumplan Vaassen is het ontwerpplan voor de nieuwe inrichting van het Ireneveld (fase 3) opgesteld. Nee Het ontwerpplan is in voorbereiding waarbij het participatietraject nadrukkelijk wordt ingevuld. Het overleg is gestart evenals het participatietraject met betrekking tot invulling ontwerp fase 3.
11. Een opgesteld koersdocument waarin weergegeven hoe de Omgevingswet wordt geïmplementeerd. Ja Het koersdocument is vastgesteld.
12. Een actueel bestemmingsplan voor bedrijventerreinen dat flexibiliteit biedt voor diverse vormen van bedrijvigheid. Ja Het bestemmingsplan voor bedrijventerreinen is vastgesteld.
13. De industrieterreinen in gemeente Epe zijn voldoende groot om aan de bestaande lokale behoefte te kunnen voldoen. Ja Voor realisatie van bedrijventerrein Eekterveld IV in Vaassen zijn de voorbereidende activiteiten gestart.

 

Wonen   Portefeuillehouder: R.A.J. Scholten
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitwerken woonvisie. Nee Er is een vastgestelde woonagenda. Deze wordt in 2020 uitgebreid met een nog vast te stellen woon-zorgagenda die voor 2019 gepland stond. Prioriteit is gegeven aan het opstellen van de woonagenda. Het onderzoek naar de ruimtelijke opgaven na 2020 is onderdeel van de Omgevingsvisie. Met Triada zijn prestatieafspraken vastgelegd.
Collegeprogramma 2018-2022:    
2. Er is een visie op “compleet wonen” in Epe. Ja De woonvisie is vastgelegd in de vastgestelde woonagenda. Er is een vastgestelde woonagenda. Deze wordt in 2020 uitgebreid naar een vast te stellen woon-zorgagenda.
3. Met initiatiefnemers, corporaties en zorginstellingen zijn afspraken gemaakt om te bereiken dat de juiste woningen toegevoegd worden op de goede plek en voor de juiste doelgroep. Ja Bij ieder initiatief worden afspraken gemaakt om te komen tot een juiste verdeling van het aantal en soort woningen binnen de regionale afspraken. Toepassing daarvan komt terug in de initiatieven zoals bij de hiervoor aangegeven woningbouwontwikkelingen.
4. Er zijn regionaal afspraken gemaakt over een groter aandeel woningen voor Epe via de regionale Woonagenda. Ja Er is een groter aandeel woningen afgesproken voor Epe. De woningbouwruimte voor Epe is voor 2 jaar verhoogd met 180 woningen.

 

Ruimte overig   Portefeuillehouders: R.A.J. Scholten
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Realiseren maatregelenplan cultuurhistorisch beleidskader. Nee Er zijn veel activiteiten in uitvoering in het kader van het cultuurhistorisch beleidskader waarbij een nadrukkelijke rol is weggelegd voor externe partijen. Hierdoor zal het plan in 2020 worden vastgesteld. Dit is gemeld in de voortgangsrapportage. De herziening van de gemeentelijke monumentenlijst is bijna afgerond.
2. Realiseren snel internet in het buitengebied. Ja De aanleg van glasvezel is gestart in 2019. De afronding zal medio 2020 plaatsvinden.
3. Aanpassen gemeentelijk pand de Ossenstal. Ja Er is een onderzoek gedaan naar de mogelijke toekomstige eigendomssituatie. In 2020 vindt hierover besluitvorming plaats.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 4.310 3.989 3.582
Baten 3.256 3.200 2.861
Saldo -1.054 -789 -721

6 | Epe op orde

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen betreffende het beheer en onderhoud van dat deel van de openbare ruimte dat kan worden beschreven als de bovengrondse infrastructuur en toebehoren. Het gaat dan om de zorg dat de wegen en pleinen, woonstraten en -erven hun functie adequaat kunnen blijven vervullen.

Wat is de stand van zaken

Geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een leefomgeving (openbare ruimte) die schoon en heel is.
  2. Bevorderen van een duurzaam toegankelijk en aantrekkelijk openbaar gebied.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Verkeer en vervoer   Portefeuillehouder: R.A.J. Scholten
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitvoeren van wegenbeleidsplan. Ja Het regulier onderhoud is uitgevoerd conform planning en afspraken over kwaliteitsniveaus. Diverse wegen hebben weer onderhoudsbeurt gehad. Slijtlagen en of nieuwe asfaltlagen zijn aangebracht evenals bermbeton in het buitengebied. Gestart is met herstel/herinrichting van de Oude Wisselseweg.
2. Actualiseren van wegenbeleidsplan. Nee De Omgevingsvisie geeft een belangrijke input in dit plan. Voorstel voor geactualiseerd plan volgt in 2020.
 3. Uitvoeren van beleidsplan civiele kunstwerken (bruggen). Ja Bruggen zijn volgens vastgesteld beleid beheerd en onderhouden.
 4. Uitvoeren van de gemeentelijke fietsnota. Nee Voor de reconstructie fietspad Woesterbergweg, tracé Langeweg-Molenpad is op dit moment onvoldoende budget. Er wordt gezocht naar cofinanciering met de provincie.
 5. Realisatie projecten uitvoeringsnota GVVP 2009-2016. Ja De herinrichting van de Apeldoornseweg in Vaassen is in uitvoering.  De herinrichting van de Apeldoornseweg Zuid en Patrijsweg in Epe zijn uitgevoerd.
 6. Actualiseren gemeentelijk verkeers- en vervoersplan. Ja Er is gestart met de actualisatie van het plan.
 7. Realisatie projecten uitvoeringsnota parkeerbeleidsplan. Ja Er zijn parkeervakken toegevoegd op diverse locaties, oa. Heggerenk, Hoge Weerd, Vuurdoornstraat.
 8. Uitvoeren reclame- en bewegwijzeringsplan. Ja Bewegwijzeringsplan is uitgevoerd. Verwijzingsborden zijn gesaneerd en vervangen. In 2020 wordt het reclamedeel verder opgepakt.
 9. Verbeteren toegankelijkheid openbare ruimte. Ja Rond het Kulturhus in Oene is de oegankelijkheid verbeterd en uitgevoerd.
10. Er is een besluit genomen (regionaal/lokaal) over de aanleg van een veiligere en snelle fietsroute Epe-Apeldoorn. Nee Er heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden in Apeldoorn.
Collegeprogramma 2018-2022:    
11. Continueren van het duurzaam en veilig inrichten van gebieden. Ja Het wijkverkeersplan Hogeland in Epe is uitgevoerd met uitzondering van kruising Willem Tellstraat. Dat vindt plaats in het eerste kwartaal 2020.
12. Knelpunten voor fietsers in dorpen en buitengebied zijn in beeld en worden fasegewijs aangepast. Nee Dit onderwerp is onderdeel van nieuw gemeentelijk verkeers- en vervoersplan. Zie punt 5 hiervoor.
13. Een opgesteld meerjarenprogramma om (recreatieve) fietspaden kwalitatief te verbeteren. Nee Dit onderwerp is onderdeel van nieuw gemeentelijk verkeers- en vervoersplan. Zie punt 5 hiervoor.

 

Beheer openbare ruimte   Portefeuillehouder: R.A.J. Scholten
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Onderhoud Openbare Ruimte. Ja Diverse aannemers hebben in opdracht van gemeente Epe onderhoud uitgevoerd aan de openbare ruimte conform de prestatieafspraken. De resultaten zijn conform afspraken: onderhoudsniveau basis.
2. Actualiseren bomenbeleidsplan. Nee Het participatietraject loopt via het traject van de Omgevingsvisie. Het voorstel voor een geactualiseerd plan volgt daardoor in 2020. Dit is gemeld in de voortgangsrapportage.
3. Realiseren natuurbegraafplaats. Nee Het wijzigen van het bestemmingsplan is afhankelijk van het initiatief van landgoed Welna.
4. Actualiseren beleidsplan begraafplaatsen. Nee De evaluatie is eind 2019 gestart. Deze activiteit wordt afgerond zomer 2020 waarna beleidsplan wordt geactualiseerd.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 6.857 6.831 5.596
Baten 1.167 1.166 1.117
Saldo -5.690 -5.665 -4.479

7 | Duurzaamheid

Omschrijving programma

Het programma omvat de zorg voor het milieu. De belangrijkste onderwerpen uit het programma zijn milieu, afvalverwijdering en de afvoer van (overtollig) regenwater en afvalwater.

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Huishoudelijk restafval
De hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (kg).

2015

2016

2017

2018

190 kg 187 kg 183 kg 177 kg

Hernieuwbare elektriciteit
Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa.

2015

2016

2017

2018

1,1% 1,6% 2,4% 4,0%

 

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Bevorderen van een duurzame en gezonde ontwikkeling van de leefomgeving voor nu en toekomstige generaties.
  2. Stimuleren lokale initiatieven voor duurzaamheidsontwikkeling.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Milieu algemeen   Portefeuillehouder: B.J. Aalbers/ E. Visser
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitwerken Gemeentelijk Rioleringsplan. Ja In Emst en Vaassen zijn op diverse locaties drukriool/persleiding vervangen. Er is veel vrijverval riool vervangen, o.a. in centrum van Vaassen en de Apeldoornseweg. Reconstructie Hoge Weerd fase 2 wordt begin 2020 afgerond.
2. Realiseren gemeentelijke afspraken in Gelders Energieakkoord. Ja Er is een maatregelenplan in uitvoering, onder meer: verduurzaming bedrijventerreinen Eekterveld en Kweekweg, het energieloket. Duurzaamheidsmaatregelen aan het gemeentehuis vinden plaats tijdens de verbouwing.
Collegeprogramma 2018-2022:    
3. Uitgevoerde analyse naar kansen voor maatregelen in de openbare ruimte die inspelen op de gevolgen van klimaatverandering. Ja De stresstest is uitgevoerd. Er heeft een analyse van de huidige maatregelen plaatsgevonden met als resultaat inzicht in de lokale knelpunten. Het vervolgtraject, waaronder participatie, zal grotendeels meelopen met het pad van de omgevingsvisie en de RES. In regionaal verband is via het SWOV (Samenwerking Waterketen Oost-Veluwe) gewerkt aan een regionaal adaptieplan. Dit levert input voor de Omgevingsvisie en de RES.
4. Er is een op de doelgroep passende mix van maatregelen beschikbaar om duurzaamheidsinitiatieven uit de samenleving te ondersteunen. Ja Een groot deel van de maatregelen is beschikbaar. Dit zal in 2020 nog verder vormkrijgen. Voorbeelden zijn: energiecoöperatie, groepsaankoop zonnepanelen, stimuleringslening duurzaamheid. Daarnaast is het onderzoek naar verdere vergroening van de leges uitgevoerd.  In voorjaar 2020 volgt daarover een rapportage.
5. Inwoners en bedrijven zijn geïnformeerd en bewust gemaakt van het treffen van energiebesparende maatregelen. Ja Er is een communicatieplan vastgesteld en in uitvoering. Er is onder meer informatie verstrekt  aan bedrijven over energieverplichtingen en over energiecoaches, regionaal energieloket voor inwoners.
6. De Agenda Cleantech regio 2019-2023 is vertaald naar een lokaal uitvoeringsprogramma voor de periode 2019-2023. Ja Een lokaal uitvoeringsprogramma is vastgesteld.
7. Het uitvoeringsprogramma is uitgewerkt. Ja Er is gestart met de uitvoering van het programma.
8. Visie op energietransitie is opgesteld met bijbehorend uitvoeringsprogramma en benodigd budget. Nee Het opstellen van de visie op energietransitie vindt plaats nadat de RES is vastgesteld in 2020. Er is ook een relatie met de Omgevingsvisie die ook in 2020 voor besluitvorming wordt voorgelegd aan de raad. De definitieve vaststelling van de RES en de bijdrage daaraan van de gemeente vindt plaats in 2021.
9. De bijdrage van de gemeente aan de Regionale Energietransitie Strategie (RES) (2018-2023) is opgesteld. Nee De voorbereidende activiteiten voor het opstellen van de RES, mede in regionaal verband, kosten meer tijd dan gepland. De landelijke planning is aangepast met een vaststelling van de concept-RES in 2020. Bij de voortgangsrapportage is dit gemeld.

 

Afvalinzameling en verwerking   Portefeuillehouder: B.J. Aalbers
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
Realiseren afvalinzameling en -verwerking. Ja Werkzaamheden zijn uitgevoerd conform afspraken in beleid en dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Circulus-Berkel.
Een geactualiseerd grondstoffenbeleidsplan. Nee De raad heeft in februari 2019 een amendement aangenomen om een participatietraject uit te voeren. Uit dat traject is een bewonersadvies gekomen. Dat advies is belangrijke input geweest voor het opstellen van een nieuw grondstoffenbeleidsplan. In 2020 is de raadsbehandeling van dit plan. Dit is gemeld in de voortgangsrapportage.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 6.630 6.432 6.650
Baten 6.481 6.481 6.275
Saldo -149 49 -375

8 | Toezicht en handhaving

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen vergunningverlening, controle op uitvoering en handhaving van wet- en regelgeving en de algemene plaatselijke verordening. Er bestaat een relatie met programma 4 “Leefbaar en veilig”.

 

Wat is de stand van zaken

Geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

 

Wat willen we bereiken?

Strategische doel:

  1. Versterken van handhaving en toezicht

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Vergunningverlening/handhaving   Portefeuillehouder: R.A.J. Scholten / B.J. Aalbers / T. Horn
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Uitwerken handhavingskader. Ja Door personele wisselingen en beperkte capaciteit is er voor gekozen om in te zetten op het actualiseren van de risicoanalyse. De risicoanalyse maakt inzichtelijk wat de risico's en de negatieve gevolgen zijn in het geval geen toezicht en handhaving wordt uitgevoerd. Deze risicoanalyse wordt toegepast in de uitwerking voor het jaarplan 2020. Praktisch heeft toezicht en handhaving in 2019 uitvoering gekregen volgens het kader van 2018.
2. Voorbereiden op wettelijk verbod van asbestdaken. Nee De Eerste Kamer heeft niet ingestemd met het wettelijk verbod van asbestdaken per 31 december 2024. Als er meer duidelijkheid komt over de wet en nieuwe ingangsdatum wordt het project voortgezet al dan niet aangepast. De sanering van het asbest op en aan het gemeentehuis vindt naar verwachting in 2021 als onderdeel van de verbouwing.
Collegeprogramma 2018-2022:    
3. De handhavingscapaciteit is uitgebreid met een bestuursrechtelijke handhaver. Ja Er is een bestuursrechtelijke handhaver aangesteld.
4. De handhavingsinzet op het toepassen van duurzame energie en energiebesparing wordt geïntensiveerd op basis van een methodiek gericht op stimuleren en controleren. Ja

Met de Omgevingsdienst OVIJ zijn afspraken gemaakt over extra inzet op dit onderwerp.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 1.232 1.277 1.406
Baten 106 106 73
Saldo -1.126 -1.171 -1.333

9 | Bedrijvigheid

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen lokale economie (waaronder werkgelegenheid, bedrijfsterreinen, agrarische aangelegenheden, recreatie en toerisme. De gemeentelijke rol is voorwaardenscheppend (vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, goede ontsluiting en bereikbaarheid, goed beheer van de openbare ruimte) en faciliterend (informatievoorziening, dienstverlening). Er bestaat een relatie met programma 5 “Ruimte en wonen” (economische aspecten in planontwikkeling en bestemmingsplannen.

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Banen
Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.

2015

2016

2017

2018

623,3 639,8 660,1 674,6

Vestigingen
Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.

2015

2016

2017

2018

132,3 136,3 137,7 141,2

Netto arbeidsparticipatie
Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de  potentiële beroepsbevolking.

2015

2016

2017

2018

64,1% 64,9% 66,1% 65,3%

Functiemenging
De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen.

2015

2016

2017

2018

47,0% 47,2% 47,9% 48,5%

 

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Versterken lokale economie.
  2. Vergroten van de aantrekkelijkheid van de gemeente Epe op het terrein van recreatie en toerisme.

Wat hebben we daarvoor gedaan

Recreatie en toerisme   Portefeuillehouder: E. Visser
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Inzetten stimuleringsbudget recreatie en toerisme. Ja Het stimuleringsbudget is grotendeels voor de subsidiëring van de Stichting Promotie Gemeente Epe. Daarnaast zijn er enkele kleine initiatieven gehonoreerd zoals voor het opzetten van belevingspaden in de Eper bossen en het onderzoek naar een moutainbike-route.
2. Uitwerken toeristisch profiel. Ja Stichting Promotie Gemeente Epe verzorgt de uitvoering volgens een vastgesteld jaarplan. Zie ook onderwerp hierna.
Collegeprogramma 2018-2022:    
3. Faciliteren en stimuleren van organisaties en bedrijven in de uitvoering van het regionale programma Veluwe-op-1. Ja Er is een aanpak vitale vakantieparken in ontwikkeling. Routenetwerken zijn herzien en Veluwebreed bewegwijzerd. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar een moutainbikeroute die aansluit op regionale structuren. Veluwepromotie is  uitgevoerd door Visit Veluwe.

 

Lokale/regionale economie   Portefeuillehouder: E. Visser
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
Collegeprogramma 2018-2022:    
1. Er is een gemeentelijk ondersteuningsaanbod voor startende ondernemers. Ja De gemeente is aangesloten bij het Starterscollectief Veluwe. Dit is een netwerk voor ondernemers die maximaal vijf jaar een bedrijf runnen en ervaringen delen.
2. De behoefte en mogelijkheden naar realisatie van een  fysiek centrum van ondernemen (innovatieve broedplaats) worden onderzocht. Nee Er loopt een onderzoek naar de mogelijkheden voor een fysiek centrum. Onderzocht wordt of de locatie waar de opleiding Smart Technology is gevestigd (Rutgershof, Epe) hiervoor geschikt is. In overleg met ondernemers en onderwijs wordt gekomen tot verdere initiatieven.
3. Er is een gemeentelijk ondersteuningsaanbod voor vrijwilligersorganisaties en verenigingen voor het organiseren van evenementen om de aantrekkelijkheid van de gemeente te bevorderen. Nee

De voorbereidingen voor het op te stellen plan om te komen tot een ondersteuningsaanbod zijn gestart. In 2020 (voorjaar) wordt  dat plan afgerond.

4. Uitvoering van het actieprogramma economische visie. Ja Het actieprogramma wordt uitgevoerd. Er zijn besluiten genomen over het invoeren van bedrijveninvesteringszones (BIZ). Alleen de stemming bij ondernemers heeft niet geleid tot invoering van een BIZ. Voor de uitbreiding Eekterveld IV is gestart met de voorbereiding van een bestemmingsplan.
5. Ondersteuning leveren aan de uitvoering van het actieprogramma van ondernemers gericht op vitale dorpscentra. Ja Er is een koopstroomonderzoek afgerond. Ondersteuning is geboden bij het uitvoeren van het actieprogramma van ondernemers.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 663 778 812
Baten 8 8 88
Saldo -655 -770 -724

10 | Weer aan het werk

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen die samenhangen met de uitvoering van de Participatiewet. De uitvoeringspraktijk is neergelegd in verordeningen. Er bestaat een relatie met programma 3 “Zorg en opvang” (bevorderen zelfredzaamheid).

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Bijstandsuitkeringen
Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder (tweede helft van het genoemde jaar).

2015

2016

2017

2018

23,5 23,4 23,5 22,9

Lopende re-integratie-voorzieningen
Het aantal lopende re-integratie voorzieningen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar (I is eerste helft van het genoemde jaar, II is tweede helft).

2015-II

2016-II

2017-II

2018-I

52,4 22,4 5,6 5,0

Jeugdwerkeloosheidspercentage
Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar).

2015

2016

2017

2018

1% 2% 2% 1%

 

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Vergroten van maatschappelijke participatie van mensen zonder werk.
  2. Verminderen van de schuldenproblematiek van Eper inwoners.
  3. Verminderen van armoede bij ouderen en gezinnen met een minimuminkomen.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Arbeidsparticipatie   Portefeuillehouder: E. Visse
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Verhogen uitstroompercentage participatiewet (voormalig WWB, voormalig WSW en jonggehandicapten). Ja De gemaakte prestatieafspraken met Lucrato voor 2019 zijn ruim gehaald. Het totale aantal bijstandsgerechtigden is gedaald met bijna 6% (afspraak 2019 was minimaal 5%). Dit is mede behaald door de succesvolle integrale werkwijze van de WerkClub Statushouders.
2. Realiseren van de transformatie Participatiewet. Ja Het Vertrouwensexperiment ‘Zelf aan het stuur en op maat’ is afgerond. De resultaten, conclusies en aanbevelingen zullen in 2020 onderdeel zijn van een verdere aanscherping van de dienstverlening binnen de kaders van de Participatiewet.
3. Voor oudere mensen met een bijstandsuitkering de mogelijkheden bezien voor vrijstelling van de sollicitatieplicht indien zij een actieve bijdrage leveren aan vrijwilligerswerk in de gemeente. Nee Het vooronderzoek is gestart door middel van een specifieke uitvraag die onderdeel is van de bredere bestandsanalyse. In afwachting hiervan loopt het onderzoek door in 2020.
4. In de gemeentelijke organisatie zijn mogelijkheden gerealiseerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Nee Er zijn geen garantiebanen door de gemeente Epe gerealiseerd in 2019 doordat het opleidingsniveau van de kandidaten niet aansloot op de vacatures van de gemeente Epe. Doordat Epe een regiegemeente is, is een groot deel van de banen waarvoor een opleidingsniveau van vmbo of lager voldoende is, uitbesteed (bijv. groenvoorziening aan Axent Groen). In 2020 vindt een evaluatie plaats en op basis daarvan wordt bepaald of en welke wijzigingen nodig zijn om alsnog aan de taakstelling te voldoen.

 

Inkomensondersteuning   Portefeuillehouder: E. Visser
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Financiële ondersteuning van vrijwilligersorganisaties (Stichting Leergeld, Formulierenteam en Voedselbank) die actief zijn voor huishoudens met een laag inkomen en/of schulden. Ja De subsidies zijn verleend binnen de beleidskaders.
2. Versterken van schuldhulpverlening. Ja Eind 2018 is er onderzoek verricht naar de uitvoering van het proces schuldhulpverlening in Epe en Apeldoorn. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn een aantal verbeterpunten/ aanbevelingen geformuleerd. Een groot deel van deze verbeterpunten zijn in 2019 doorgevoerd, de rest volgt in 2020.
Collegeprogramma 2018-2022:    
3. Instandhouden en versterken van de toegang van de gemeentelijke minimaregelingen: meedoenregeling, schoolfonds en het kindpakket. Ja De regelingen zijn bij de ontwikkeling van de nota Armoede en Schulden onderzocht en positief bevonden. In 2019 zijn de regelingen uitgevoerd waarbij er extra aandacht is geweest voor externe communicatie. Dit wordt in 2020 voortgezet.
4. Het realiseren van een gemeentelijk noodfonds voor ondersteuning van schrijnende situaties, die niet of onvoldoende in aanmerking komen voor andere regelingen. Nee Het onderzoek naar het instellen van een noodfonds is gestart maar heeft meer tijd nodig. Besluitvorming vindt daardoor in 2020 plaats.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 15.833 15.618 14.991
Baten 7.236 7.235 6.780
Saldo -8.597 -8.383 -8.211

11 | Bestuur en organisatie

Omschrijving programma

Het programma omvat de onderwerpen algemeen bestuur, personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, huisvesting, juridische zaken, communicatie en andere bedrijfsmiddelen zoals post, repro en facilitaire zaken.

 

Wat is de stand van zaken

Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.

Formatie
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat, per 1.000 inwoners.

2016 2017 2018 31-12-2019
4,9 4,9 5,0 5,1

Bezetting
Het werkelijke aantal fte dat werkzaam is, per 1.000 inwoners.

2016 2017 2018 31-12-2019
4,6 4,6 4,4 5,0

Apparaatskosten
Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners.

Begroting 2018 Jaarrekening 2018 Begroot 2019 Jaarrekening 2019
262 260 295 282

Externe inhuur
Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten.

Begroot 2018

Jaarrekening 2018

Begroot 2019

Jaarrekening 2019

0,6% 13,5% 0,6% 18,8%

Demografische druk
De som van het aantal personen van 0 tot 20  jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.

2016

2017

2018

2019

82,8% 83,3% 84,5% 84,8%

Wat willen we bereiken

Strategische doelen:

  1. Ontwikkelen van een klantgerichte organisatie die gericht is op een snelle, correcte en integere dienstverlening.
  2. Ontwikkelen van een op de samenleving gerichte organisatie die de dialoog aangaat met burgers en flexibel en slagvaardig inspeelt op ontwikkelingen en behoeftes.
  3. Ontwikkelen van een organisatie waarbij het resultaat voorop staat en alles draait om het willen bereiken van de afgesproken doelen met een efficiënte en rechtmatige inzet van middelen.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan

Planning en Control   Portefeuillehouder: R.A.J. Scholten
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Verbeteren planning en control cyclus. Ja De verbeteringen betreffen optimalisatie producthouderschap, verdere implementatie Pepperflow, voorbereiding proces vervanging financieel systeem, proces “nieuw beleid” in de voorbereiding van de opstelling van de begroting.
2. Uitvoeren jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van (delen van) programma’s en paragrafen en van (onderdelen van) de organisatie-eenheden. Ja Binnen de werkprocessen in de gemeentelijke organisatie zijn diverse verbeteringen volgens de lean principes doorgevoerd.
Collegeprogramma 2018-2022:    
3. De verordening hondenbelasting is ingetrokken. Ja

De financiële gevolgen van de intrekking van de verordening hondenbelasting zijn verwerk in de begroting 2019-2022. De afschaffing van de hondenbelasting is gepland voor het jaar 2022.

4. De legesverordening is aangepast (vergroend). Ja De betreffende aanpassingen zijn verwerkt in de belastingvoorstellen. Op basis van de aangenomen motie heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de verdere mogelijkheden. Hierover wordt in het voorjaar 2020 gerapporteerd.
5. Een uitgevoerd onderzoek naar een ander systeem voor toeristenbelasting, waarbij de recreatiesector wordt betrokken. Nee De voorbereidingen voor de uitvoering  van het onderzoek zijn nagenoeg afgerond. De uitvoering van het onderzoek vindt plaats  in 2020.

 

Burger en bestuur   Portefeuillehouder: T. Horn
Activiteit programmabegroting Uitgevoerd? Toelichting
1. Actualiseren van de Strategische visie op communicatie. Nee Er zijn een aantal trajecten opgestart die basisinformatie leveren voor de nieuwe visie, zoals de omgevingswet, energietransitie, doelgroepenanalyse, adviezen van bewoners over inwonerparticipatie en communicatie. Besluitvorming over de visie vindt plaats in de eerste helft van 2020.
Collegeprogramma 2018-2022:    
2. Een geactualiseerd actieplan voor het toepassen van werkwijzen en instrumenten voor inwonerparticipatie. Ja Het actieplan uit de notitie “Inwonerbetrokkenheid en gemeentebestuur” is geactualiseerd en afgestemd met het presidium van de raad. Thema 4 “Verbindende overheid” uit het coalitieakkoord is daarin verwerkt.
3. Inwonerparticipatie is geborgd in de daarvoor in aanmerking komende werkprocessen. Ja Een uitgangspunt bij het actieplan is om al werkenderwijs in kleine stappen de borging te laten plaatsvinden en waar verbeteringen direct mogelijk zijn de omslag meteen creëren. Voorbeeld daarvan is onder meer het traject grondstoffenplan.
4. Een uitgevoerd onderzoek naar een adequaat instrumentarium voor actieve communicatie met de samenleving. Nee Het onderzoek is nog niet uitgevoerd. Wel is ter ondersteuning van dat onderzoek een doelgroepenanalyse uitgevoerd. De tijdsinzet is met name ingezet om in brede zin basisinformatie te verzamelen zoals hiervoor aangegeven bij het onderwerp “actualiseren van de strategische visie op communicatie”. Het onderzoek wordt nu betrokken bij dat onderwerp.
5. Een gerealiseerd actieplan om verbinding tussen samenleving en gemeente te verstevigen. Nee Door de komst van de nieuwe griffier en de benoemingsprocedure nieuwe burgemeester is dit onderwerp doorgeschoven naar 2020.
6. Het faciliteren van de uitwerking van de raadsagenda voor deze bestuursperiode. Ja De inzet is met name geweest op de trajecten omgevingswet/ omgevingsvisie en Regionale Energietransitie (RES).

 

Organisatie   Portefeuillehouder: T. Horn
Activiteit programmabegroting  Uitgevoerd? Toelichting
1. Verbeteren informatieveiligheid. Ja Het jaarplan inzake informatieveiligheid is uitgevoerd.
2. Invullen gevolgen Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ja Er zijn diverse acties uitgevoerd die hebben geleid tot de volgende resultaten, waaronder: privacybeleid gereed,  verwerkersovereenkomsten aangegaan, privacy officer aangesteld, bewustwordingscampagne opgezet, zaaktypen aangepast i.v.m. de AVG, datalekken protocol opgesteld.
3. Invoeren Wet Generieke Digitale Infrastructuur (WGDI). Ja Het project eFacturen is gerealiseerd. De overige voorzieningen worden meegenomen in het project gegevensmanagement dat tot eind 2020 loopt.
Collegeprogramma 2018-2022:    
4. Het programma voor organisatieontwikkeling is geïmplementeerd met als resultaat:
a. de medewerkers zijn getraind invulling te geven aan een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie
b. de organisatie werkt procesmatig voor reguliere taken en projectmatig voor enkelvoudige opgaven
c. het gemeentehuis is toekomstbestendig
Ja De uitwerking vindt plaats langs de drie hoofdlijnen: dynamischer personeelsbestand (sterke werknemers), passende huisvesting/ werkomgeving (sterke werkomgeving) en proces- en projectmatig werken (sterke werkwijze). In de paragraaf bedrijfsvoering is dit nader toegelicht.

 

Dienstverlening   Portefeuillehouder: T. Horn
Activiteit programmabegroting  Uitgevoerd? Toelichting
1. Vormgeven van e-overheid. Ja

Het aanbod qua digitale dienstverlening breidt voortdurend uit. Dit wordt gerealiseerd door de voortschrijdende implementatie van zaaktypen in het zaaksysteem én de iBurgerzaken software.
Verdere (technische) voorzieningen voor de e-overheid zijn opgenomen in de WGDI. Zie het onderwerp WGDI hiervoor bij het onderdeel organisatie.

2. Een gefaseerde implementatie van het Klant Contact Centrum. Ja Het meerjaren Implementatieplan KCC is uitgevoerd. De activiteiten hebben zich met name gericht op de organisatie-brede verbetering van de dienstverlening (waaronder ook de telefonische dienstverlening). Daartoe is een nieuw bereikbaarheidsconcept aangeschaft en geïmplementeerd.

 

Wat heeft dat gekost

Bedragen * € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 na wijziging Rekening 2019
Lasten 3.010 3.139 3.968
Baten 404 404 429
Saldo -2.606 -2.735 -3.539

Paragrafen

1 | Lokale heffingen

1.1 Inleiding

De paragraaf lokale heffingen beschrijft het beleid en de uitvoering daarvan ten aanzien van de lokale heffingen en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).

1.2 Beleidskaders

Naast landelijke regelgeving is het beleid vastgelegd in onderstaande documenten. Tussen haakjes staat het jaar van vaststelling.

1.3 Beleidsverantwoording

Algemeen
Tribuut belastingsamenwerking heeft de belastingen en WOZ binnen de financiële kaders uitgevoerd. Hieronder wordt per specifieke taak een korte verantwoording gegeven. In het overzicht algemene dekkingsmiddelen zijn de bedragen van de geraamde en gerealiseerde belastingopbrengsten tegen elkaar afgezet.

Wet waardering onroerende zaken
In februari zijn de WOZ-waarden bekend gemaakt. In ruim 98% van de gevallen is de waarde niet bestreden. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de WOZ was voldoende. Tribuut werkt planmatig aan verbeteringen om in 2020 als oordeel 'goed' te krijgen.

Onroerende-zaakbelastingen
De WOZ-waarde is de grondslag voor dit algemene dekkingsmiddel. De totale opbrengst is ongeveer € 120.000 lager dan geraamd. Dit is veroorzaakt door een onjuiste tariefberekening door Tribuut.  In 2019 is op verzoek van de raad onderzoek uitgevoerd naar mogelijkheden om deze belasting te vergroenen. De rapportage volgt in 2020. 

Reinigingsheffingen
Deze heffingen dekken de kosten voor het inzamelen en verwerken van huisvuil en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval. Uitgangspunt is een kostendekkende heffing. De kosten zijn veel hoger dan geraamd, de vergoeding voor kunststof valt veel lager uit dan geraamd. De opbrengst uit heffing is iets hoger. Dit leidt tot een exploitatietekort van € 628.000. In de reserve afval zat nog € 530.000. Dat bedrag wordt volledig onttrokken. 

Bedragen x € 1.000

Taakveld verhaalbare lasten baten
2.1 - verkeer en vervoer 43 -
6.3 - inkomensregelingen 7 - 98
7.3 - afval 3.298 3.594
0.4 overhead 92 -
BTW 686 -
totaal 4.125 3.496

 

Rioolheffingen
Samen met de baatbelasting riolering en het rioolaanleg- en aansluitgeld dekken de rioolheffingen de kosten die verbonden zijn aan de brede rioleringstaak van de gemeente. In 2019 is op verzoek van de raad onderzoek uitgevoerd naar mogelijkheden om de heffing te vergroenen. De rapportage volgt in 2020. Hieronder het overzicht van geraamde en gerealiseerde lasten en baten. Vanwege boekhoudvoorschriften worden lasten en baten bij deze heffing gescheiden verwerkt. Het voordeel op de baten van € 28.000 wordt in de reserve riolering gestort. Het voordeel op de lasten van € 114.000 is aan de voorziening riolering toegevoegd.

Bedragen x € 1.000

Taakveld verhaalbare lasten baten
begroot werkelijk begroot werkelijk
0.64 - belastingen overig 5 5 13 13
2.1 - verkeer en vervoer 83 67 - -
6.3 - inkomensregelingen 7 7 - 19 - 20
7.2 - riolering 2.278 2.180 2.637 2.666
0.4 - overhead 78 70 - -
BTW 278 286 - -
totaal 2.730 2.616 2.631 2.659

 

Hondenbelasting
Deze belasting dekt  de kosten van voorzieningen voor hondenbezitters binnen de bebouwde kom. Het buitengebied is daarom vrijgesteld. Deze belasting wordt met ingang van 2022 afgeschaft. Hieronder het overzicht van gerealiseerde lasten en baten. Het exploitatieoverschot van € 6.000 wordt in de reserve hondenbelasting gestort.

Bedragen x € 1.000

Taakveld verhaalbare lasten baten
1.2 - openbare orde en veiligheid 26 -
0.64 - belasting overig 25 76
0.4 - overhead 10 -
BTW 9 -
totaal 70 76

 

Forensenbelasting
Dit betreft de belastingheffing op (tweede) woningen van mensen die niet in Epe wonen. De opbrengst is een inschatting, omdat de aanslagen na afloop van het jaar worden opgelegd. 

Toeristenbelasting
Volgens planning zijn controles uitgevoerd bij ondernemers op de aangifte en administratie. De opbrengst in de jaarrekening betreft een inschatting, omdat deze aanslagen na afloop van het jaar worden opgelegd. Eind 2019 is gestart met het onderzoek naar een nieuwe systematiek voor de heffing van deze belasting. De resultaten daarvan worden begin tweede kwartaal van 2020 verwacht.

Precariobelasting
Dit is de heffing van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond. In de winkelcentra is hierop gecontroleerd. De procedure tegen een grote aanslag over het jaar 2017 is afgerond. Het beroep is ongegrond verklaard. De opbrengst over dat jaar staat nu met zekerheid vast. Tegen de aanslag over 2019 is geen bezwaar gemaakt. Omdat bij de begroting geen rekening was gehouden met deze opbrengst heeft dit een positief effect op het saldo van de jaarrekening.


Begraafrechten

Met deze heffing zijn de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen gedekt. Er is een egalisatievoorziening waaruit de onderhoudskosten worden gedekt van in het verleden afgekochte graven. Hieronder het overzicht van gerealiseerde lasten en baten. Het exploitatieoverschot van € 37.000 is in de egalisatievoorziening gestort.

Bedragen x € 1.000

Taakveld verhaalbare lasten baten
7.5 - begraafplaatsen
743 850
0.4 - overhead
70 -
totaal 813 850

 

Leges
In 2019 is op verzoek van de raad onderzoek uitgevoerd naar verdere vergroening van de leges. De rapportage volgt in 2020.  De opbrengst bouwleges valt € 372.000 lager uit dan geraamd. Er was rekening gehouden met een aantal grote bouwprojecten die vooralsnog niet zijn aangevraagd. Er zijn beperkt aanvragen ingediend die voldeden aan de voorwaarden om voor korting in aanmerking te komen vanwege duurzaamheid (groene leges). Bij de bouwleges is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Daar is gemiddeld genomen sprake van 'subsidiëring' van dure bouwwerken aan goedkope bouwwerken. De mate van subsidiëring tussen goedkope en dure bouwwerken wordt bij benadering hieronder weergegeven.

Bouwkosten

Kostendekking
raming werkelijk
< € 100.000 29% 29%
€ 100.000 - € 500.000 153% 139%
> € 500.000
163% 150%


De mate van kruissubsidiëring van hoge naar lage bouwkosten was dus kleiner dan geraamd. Bij de overige legesproducten is geen sprake van beleid om te subsidiëren tussen producten. Hieronder is de begrote en gerealiseerde kostendekkendheid per product weergegeven. De legesverordening is in het geheel voor 75% kostendekkend. 

Product

Kostendekking
raming werkelijk
Kopieën
100% 100%
Huwelijken
74% 91%
Akten en afschriften
56% 110%
BRP-verstrekkingen 85% 98%
Rijbewijzen 92% 95%
Reisdocumenten 100% 98%
APV/bijzondere wetten 86% 105%
Kapvergunningen 27% 22%
Bodemtoetsen 78% 28%
Bouwvergunningen 100% 70%

 

1.4 Kostendekking

Bij de toepasselijke heffingen zijn de lasten-batenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, zijn overheadkosten en BTW toegerekend. De methodiek hiervoor is vastgelegd in de Financiële verordening 2017

1.5 Kwijtschelding

Van rioolheffing voor gebruikers en afvalstoffenheffing is onder voorwaarden kwijtschelding mogelijk. Er is € 118.000 aan belastingschuld kwijtgescholden. Dit komt overeen met de raming. Ruim 350 mensen kwamen automatisch voor kwijtschelding in aanmerking en hoefden daarvoor geen aanvraag in te dienen. Daarnaast zijn  er 260 aanvragen ingediend, waarvan er 122 (gedeeltelijk) kwijtschelding ontvingen.

1.6 Woonlasten

De gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een eigen woning bedroegen in 2019 € 679 (bron: COELO). Deze woonlasten waren geraamd op € 683. Het verschil is veroorzaakt doordat het OZB-tarief achteraf bezien te laag is vastgesteld door een fout bij de bepaling van het tarief. Epe behoorde hiermee tot de 64 goedkoopste gemeenten van Nederland qua woonlasten.

2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

2.1 Inleiding

Effecten van de Covid-19 uitbraak:
In het voorjaar van 2020 zijn we in ons land geconfronteerd met het COVID-19 virus. Dat heeft op wereldwijde schaal grote gevolgen en daarmee ook voor de Nederlandse samenleving, de burgers en bedrijven in onze gemeente en de gemeentelijke organisatie. Bij het nemen van maatregelen staat de volksgezondheid en de gezondheid van onze medewerkers voorop. De getroffen en nog te nemen maatregelen hebben grote gevolgen voor de gemeente op zowel financieel vlak als bedrijfsvoeringsvlak. Hierbij valt onder andere te denken aan kosten van uitval en vervanging van (cruciaal) personeel, uitvoeringskosten (tijdelijke) regelingen, negatieve effecten van de hoogte van de algemene uitkering, risico's van open-einde regelingen, achterblijvende belastinginkomsten en legesinkomsten, toename van risico's bij verbonden partijen, verlies van inkomen door oninbaarheid of kwijtschelding van huuropbrengsten. 

Op het moment van het samenstellen van het jaarverslag 2019 en de jaarrekening 2019 was nog onvoldoende in beeld hoe groot de risico's kunnen zijn en welke effecten dit precies heeft. We kunnen al wel aangeven dat de risico’s een negatief effect zullen hebben op de netto schuldquote, de solvabiliteit en het weerstandsvermogen. In de tussentijdse rapportages 2020 en de kaderbrief en begroting 2021 wordt hierover een meer actueel beeld gegeven.

Algemeen
Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces. Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren.

Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico manifest wordt is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. Gezien de toename van de onzekerheden is met ingang van de begroting 2020, door een aanvulling van € 510.000 op het eigen vermogen, de weerstandscapaciteit van de gemeente versterkt.

De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen:

  1. Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen.
  2. Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente.

Schematisch ziet dat er als volgt uit:

 

                                                                                

2.2 Beleidskaders

 

In februari 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en het weerstandsvermogen.

De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd:

  1. het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd.
  2. de risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting.
  3. de weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien.
  4. de ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1).
  5. de verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1).

2.3 Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien.

De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven.


Bedragen * € 1.000

Weerstandscapaciteit

2019

karakter

Algemene reserve

3.000

incidenteel

Jaarrekeningresultaat 2019

367

incidenteel

Totaal

3.367

 


De stand van de algemene reserve op 31 december 2019 bedraagt € 4,4 miljoen. Een deel van het surplus (€ 1,4 mln.) boven de minimaal benodigde stand volgens de nota reserves en voorzieningen is ingezet bij de begroting 2020. Hiermee is € 3,0 miljoen in de algemene reserve beschikbaar voor de weerstandscapaciteit.

2.4 Risico's

Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend  werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd.

Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd.

De risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet. Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.

 

Risicokaart:
 
                                   

Toelichting risico’s.

Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd. 

Sociaal Domein
Risico kenmerken

De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein verstrekt het Rijk via de algemene uitkeringen en integratie-uitkeringen. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken aanzienlijke financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De jaarcijfers 2019 geven een positief resultaat rond de € 1,5 miljoen (2018 gaf een negatief resultaat van € 0,9 mln.). Doordat het Rijk voor de komende jaren (tijdelijk) extra middelen aan de gemeenten heeft toegekend kan het tekort in het sociaal domein vooralsnog op begrotingsbasis worden opgevangen. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en financieel. Met de reserve Risico’s Sociaal Domein worden de financiële risico’s opgevangen die de gemeente loopt als gevolg van de uitvoering van de taken in het sociaal domein. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Paragraaf 9 Sociaal Domein.

Kansklasse: Groot

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Grondexploitatie
Risico kenmerken

De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend.  Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt  dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: Geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

 

Verbonden partijen (excl. Basismobiliteit, Lucrato en VNOG)
Risico kenmerken

De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6 wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen.  Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen.

Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden.
Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. 

Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Midden

Restrisico: € 194.800

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 39.000

 

Basismobiliteit Risico kenmerken

De GR Basismobiliteit heeft de gemeentelijke taak om het vervoer voor 9 gemeenten waaronder gemeente Epe te regelen. Voor drie gemeenten regelt de GR Basismobiliteit alleen het collectief vraagafhankelijk vervoer. Voor de overig 6 gemeenten – waaronder gemeente Epe – wordt naast het collectief vraagafhankelijk vervoer ook het leerlingen-, dagbestedings- en jeugdwetvervoer geregeld.

Het dagbestedingsvervoer en het jeugdwetvervoer worden bekostigd uit de middelen van het sociaal domein en het resultaat wordt verrekend met de reserve Risico’s Sociaal Domein. Het leerlingenvervoer en het collectief vraagafhankelijk vervoer worden uit de algemene middelen bekostigd en afgerekend. Voor het vervoer geld een open eind regeling wat een verhoogd risico met zich mee brengt.

Het jaar 2018 was het eerste en meteen het laatste volledige jaar waarin alle vervoersstromen voor de 9 gemeenten vanuit Basismobiliteit zijn gefaciliteerd. In 2019 is door PlusOV en de deelnemende gemeenten binnen de interne organisatie gekeken waar kostenreductie en/of efficiëntere rittenplanningen, binnen de gestelde kwaliteitseisen, mogelijk zijn. De verwachtte efficiëntievoordelen zijn hiermee nog niet gerealiseerd. Intern is onderzocht in hoeverre het mogelijk is om tot een versobering van het beleid te komen, waardoor het beroep op de vervoersvoorzieningen (uitgevoerd door PlusOV) kan worden verlaagd. Op basis van het onderzoek is een taakstelling opgenomen vanaf 2021 in de programmbegroting.

Kansklasse: Zeer groot

Effectklasse: Midden

Restrisico: € 217.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 174.000

 

Veiligheidsregio Risico kenmerken

Bij de Veiligheidsregio NOG is gebleken dat de structurele bijdrage van de deelnemende gemeenten niet toereikend is voor de uitvoering van de taken. Naar aanleiding hiervan is onderzoek gedaan naar de oorzaken en is op bestuurlijk niveau richting gegeven aan de vraag hoe de veiligheidsregio verder zal gaan in de toekomst. Hierbij zijn keuzes gemaakt aan de hand van drie scenario's. Als gevolg van de in januari 2020 vastgestelde toekomstvisie is de begroting van de VNOG bijgesteld. Dit leidt tot een structurele verhoging van de bijdrage van alle deelnemende gemeenten.

Kansklasse: Groot

Effectklasse na maatregel: Klein

Restrisico: € 45.000

Ontwikkeling risico: Afgenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 27.000

 

Lucrato Risico kenmerken

Op 1 januari 2018 is de Gemeenschappelijke Regeling Werkbedrijf Lucrato (Lucrato) formeel van start gegaan. Lucrato voert de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) uit voor de in Lucrato participerende gemeenten: Epe, Apeldoorn en Heerde. Daarnaast biedt Lucrato in opdracht van de gemeenten dienstverlening aan mensen die onder de Participatiewet vallen en een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt (tot 1 jaar) hebben. De deelnemende gemeenten kunnen ook aanvullende dienstverlening bij Lucrato inkopen voor de doelgroep die vanuit de gemeenten wordt bediend: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt langer dan een jaar of mensen uit de doelgroep participatie.

Uit de vastgestelde Meerjarenbegroting 2020-2023 van Werkbedrijf Lucrato blijkt dat het financiële eindresultaat voor de komende jaren negatief is begroot. De bezuinigingen van het Rijk en de stijgende gemiddelde loonkosten per SW-medewerker hebben een negatief subsidieresultaat tot gevolg. Het macrobudget voor de Rijksbijdrage Wsw staat voor de komende jaren vast en wordt alleen nog aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling.

In 2018 is begonnen met het onderzoeken naar een aantal bijsturingsmaatregelen om het tekort dat gaat ontstaan vanaf de begroting 2019 en verder te reduceren. De eerste bijsturingsmaatregelen zijn in 2019 doorgevoerd of worden verder uitgewerkt wat een positief effect moet hebben op het ontstane tekort bij Lucrato. In 2019 wordt het ontstane tekort nog gedekt binnen de reserves van Lucrato. Vanaf 2020, afhankelijk van de hoogte van de tekorten, zal de reserve binnen Lucrato niet meer toereikend zijn. Het aandeel van de gemeente Epe voor het tekort van Lucrato is als taakstelling opgenomen in de begroting 2020 voor een bedrag van € 272.000. In 2019 is gemeentelijk beleid gemaakt om zo de taakstelling binnen de gebundelde uitkering te kunnen compenseren.

Kansklasse: Zeer groot

Effectklasse: Midden

Restrisico: € 136.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 109.000

 

Juridische risico's en aansprakelijkheid
Risico kenmerken

De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn.

  1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie.
  2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.).

Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen.
Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen.

Financiële claims:
Op dit moment loopt er een schadeclaim en een schadestaatprocedure bij de rechtbank. Voor de eventuele financiële gevolgen van de schadestaatprocedure heeft de gemeente, conform het beleid, risico reserveringen getroffen.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Groot

Restrisico: € 265.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risicokarakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 106.000

 

Borg en garantstellingen

Risico kenmerken

De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen, (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW), (3) Waterbedrijf Vitens.

Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 100 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn.

Kansklasse: Klein

Effectklasse na maatregel: Zeer groot

Restrisico: € 1.078.000

Ontwikkeling risico: Toegenomen

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 216.000

 

Algemene uitkering

Risico kenmerken

Er lopen momenteel 2 trajecten in het kader van de herziening van de algemene uitkering. Het betreft de herverdeling sociaal domein en de herziening financiële verhoudingen. Verder wordt de decentralisatie uitkering maatschappelijke opvang / beschermd wonen ingaande 2021 op basis van objectieve maatstaven verdeeld. Het rijk geeft aan dat de gevolgen van de herverdeling voor deze trajecten bij de mei circulaire 2020 in beeld worden gebracht en dat de invoering van de herverdeling vanaf 2021 zal plaatsvinden. Daarnaast speelt de onzekerheid ten aanzien van het structurele karakter (na 2021) van de aanvullende uitkering van het Rijk voor de stijgende kosten van de jeugdzorg. Dit alles kan tot een aanzienlijk structureel nadeel leiden. Voor al deze risico's is in de begroting 2020 een structurele buffer van in totaal € 500.000 opgenomen ingaande de begroting 2021.

Kansklasse: Zeer groot

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Uitkering inkomensvoorziening

Risico kenmerken

Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigd de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz.  In hoeverre de gemeente uit komt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden.

In 2019 is extra ingezet op het voorkomen van instroom en het stimuleren van uitstroom van uitkeringsgerechtigden. Het voordeel dat hierdoor mogelijk ontstaat, moeten de tekorten op de Sociale Werkvoorziening (deels) opvangen. Met de reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Organisatie - Personeel

Risico kenmerken

Een risico dat zich altijd kan voordien is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerken en boven formatief personeel. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen van bekende bestaande situaties van langdurige ziekte en bovenformatief personeel is een reserve gevormd die incidenteel deze uitgaven opvangt. Binnen de begroting is niet voorzien in structurele middelen die toekomstige situaties afdekken.  Ook in 2019 (zie voortgangsrapportage) is gebleken dat voor langdurig zieken aanmerkelijk moest worden bij geraamd. Uit de afdelingsplannen 2020 blijkt dat bij de eerste voortgangsrapportage wederom aanvullend bedrag gevraagd zal worden voor langdurig zieken.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Midden

Restrisico: € 180.000

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Incidenteel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 72.000

 

Omgevingswet

Risico kenmerken

De Omgevingswet treedt 1 januari 2021 in werking en heeft gevolgen voor de hele gemeentelijke organisatie. Naar aanleiding daarvan wordt het 'Programma Omgevingswet' ingericht voor de implementatie van de wet. Het gaat dan zowel om de inhoud van de (fors gewijzigde) regelgeving, als ook de ondersteuning daarvoor; Digitale ondersteuning, werkwijzen en processen die moeten worden aangepast en dienstverlening en participatie gericht op houding, gedrag en communicatie.

De invoering van de Omgevingswet is geraamd in de begroting 2020. Door het ontbreken van een precies beeld van de uitvoering en de daarmee gepaard gaande kosten en opbrengsten is er een risico dat de kosten hoger en/of de opbrengsten lager zullen zijn dan nu aangenomen in de begroting. Voor deze effecten na de invoering van de Omgevingswet is een risico/egalisatie reserve aanwezig.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Zeer Klein

Restrisico: geen

Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: geen

 

Groot onderhoud accommodaties en sportvelden en BTW sport

Risico kenmerken

In de begroting 2019 is het beleidsvoornemen opgenomen om met de accommodatiebesturen afspraken te maken over de toegenomen kosten van groot onderhoud van accommodaties. Daarbij is er van uit gegaan dat de accommodaties zelf de helft van de extra onderhoudskosten opvangen binnen de eigen begroting. Uit recent ontvangen geactualiseerde rapportage over het groot onderhoud zien we dat de kosten voor groot onderhoud fors stijgen. Het risico is aanwezig dat de accommodaties niet in staat blijken deze stijgende kosten op te kunnen vangen.
Daarnaast zullen de komende jaren renovatiewerkzaamheden aan natuur- en kunstgrasvelden bij diverse verenigingen aan de orde komen. Bovendien is door een wetswijziging het recht op aftrek van BTW voor de stichtingen en verenigingen vervallen waardoor er een fors financieel nadeel ontstaat bij de stichtingen en verenigingen. Het is nog onduidelijk in hoeverre hiervoor een gemeentelijke bijdrage gevraagd wordt.

Kansklasse: Midden

Effectklasse na maatregel: Groot

Restrisico: € 440.000

Ontwikkeling risico: gelijk gebleven

Risico sturing: Reduceren

Risico karakter: Structureel

Beslag op weerstandscapaciteit: € 264.000

 

Vervallen risico’s en andere risicomutatie
Ten opzichte van de vorige publicatie van risico's (bij de begroting 2020) is geen risico vervallen.

 

2.5 Conclusie weerstandsvermogen

De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien:

 

Weerstandsvermogen

2019

Weerstandscapaciteit

3.367

Risico's

1.007

Weerstandsvermogen

2.360

 

Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit ultimo 2019 als volgt weergegeven:

  1. Algemene reserve in relatie tot de risico’s:       3,0
  2. Weerstandscapaciteit in relatie tot risico’s:     3,3

De stand van de algemene reserve (na inzet van het surplus) bedraagt € 3 miljoen.  De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s (3,3) is uitstekend.

2.6 Kengetallen

De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven.

 

Kengetal

Verslag
2018

Begroting
2019

Verslag
2019

1a. Netto schuldquote

-5,1%

4,8%

-7,3%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-9,9%

-0,4%

-13,2%

2.  Solvabiliteitsratio

76%

68%

78%

3.  Grondexploitatie

0,1%

-0,2%

-0,5%

4.  Structurele exploitatieruimte

6,8%

2,2%

6,7%

5.  Belastingcapaciteit

87%

95%

92%

 

 

 

 

2.6.1    Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

Duiding
In de afgelopen jaren zijn de totale schulden van de gemeente gedaald (van € 20 mln. in 2011 naar € 8 mln. in 2019) en de financiële bezittingen (in de vorm van uitgegeven lang- en kortlopende leningen, liquide middelen en overlopende activa) van de gemeente zijn toegenomen in diezelfde periode. Dit leidt eind 2019 ertoe dat de financiële bezittingen van de gemeente groter zijn dan de totale schulden. Dit komt tot uitdrukking in het percentage van -7,3% (resp. -13,2%) bij de jaarrekening 2019. Er is per eind 2019 geen langlopende schuld. 

 

2.6.2    Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal.

Duiding
Het solvabiliteitspercentage van de gemeente is de afgelopen jaren gestegen en kwam in de jaarrekening 2019 uit op 78%. Sinds 2011 is de solvabiliteit gestegen (van 58% naar 78%) met name als gevolg van een toename van het eigen vermogen van de gemeente.

 

2.6.3    Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve.

 

2.6.4    Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Duiding
De structurele lasten zijn in 2019 lager dan de structurele baten per programma ook als daar de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves bij worden opgeteld. Dit houdt in dat de gemeente een structureel sluitende exploitatie heeft.

 

2.6.5    Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Duiding
Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente onder het landelijk gemiddelde liggen.

3 | Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de rekening is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de rekening omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid.

3.2 Beleidskaders

Het beleid van de gemeente Epe voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen.

3.3 Stand van zaken

Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de rekening.

Financiële vertaling van het onderhoud in de begroting (bedragen in € 1.000):

Beleids-en beheerplan

Jaar vaststelling raad

Looptijd t/m

Achterstand onderhoud

Kosten 2019

Begroting 2019

Structureel m.i.v. 2020

Wijze

Wegen

2014

2019

Nee

1.385

2.161

2.175

structureel budget met egalisatiereserve

Riool

2016

2020

Inventarisatie t/m 2020

647

711

752

structureel budget

Civiele kunstwerken

2017

2022

Nee

11

17

17

storting voorziening

21

15

15

structureel budget

Bomen en groen

2010

-

 Nee

882

915

917

structureel budget

Openbare verlichting

2018

2026

 Nee

1

2

1

storting voorziening

60

54

55

structureel budget

Gebouwen

-

-

Nee

278

260

263

storting voorziening

170

201

208

structureel budget

 

3.3.1 Wegen
In gemeente Epe ligt 784 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat 2.762.655 m2. De helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 27% uit elementen en 23% uit onverhard en beton. Jaarlijks wordt het wegareaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaats had. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een onderhoudsreserve. Met ingang van de begroting 2014 is de storting in de reserve onderhoud wegen structureel verhoogd om het kwaliteitsniveau Laag voor de wegen in de gemeente te handhaven, conform het wegenbeleidsplan 2014-2019. Ieder jaar worden in de hele gemeente werkzaamheden uitgevoerd om het kwaliteitsniveau constant te houden. Het actualiseren van het wegenbeleidsplan is uitgesteld naar 2020.  Het opstellen van het wegenbeleidsplan dient gelijktijdig op te lopen met het mobiliteitsplan, aangezien deze plannen veel raakvlakken hebben, zoals landbouwroutes en (semi-)onverharde wegen. Ook worden daarin verschillende onderdelen toegevoegd, zoals het gladheidbestrijdingsplan.

3.3.2 Riolering

Het rioolnetwerk in de gemeente is 455 kilometer lang. Daarvan is 229 kilometer drukriolering en 226 kilometer vrijverval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.020 minigemalen en 28 rioolgemalen. Alle gemalen worden jaarlijks preventief onderhouden. In het verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) 2016 t/m 2020 zijn de benodigde maatregelen voor het verbeteren en in standhouden van de riolering genoemd. De verwachte uitgaven voor onderhoud en vervanging van de riolering zijn daarin opgenomen. De meeste urgente locaties gebaseerd op gebruik, leeftijd en materiaalsoort worden als eerste geïnspecteerd. Hiermee worden risico’s verder ingeperkt.
 
Jaarlijks wordt met gedetailleerde camera-inspecties circa 7% (15 km) van het areaal geïnspecteerd. Deze wijze van inspecteren wordt de komende jaren doorgezet, hoe wordt omgegaan met de bevindingen wordt nader uitgewerkt in het Rioolbeheerplan. Het doel is aan het einde van de planperiode (2020) de kwalitatieve toestand van nagenoeg het gehele stelsel in beeld te hebben. Dit vraagt een intensivering van de inspanning, in de planperiode is hiervoor een budget van € 150.000 opgenomen waarmee ca. 45 km riool extra geïnspecteerd kan worden. Voor 2020 wordt de resterende fase uitgevoerd.

3.3.3 Bruggen
Een brug is een overspanning over water om twee weggedeelten te verbinden. De gemeente Epe heeft in totaal 64 bruggen en 2 tunnels in eigendom: 41 met een draagconstructie van beton en 23 met een draagconstructie van staal met een kunststof, houten of metselwerk opbouw. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan bruggen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

3.3.4 Bomen en groen

Het Bomenbeleidsplan en Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan circa 33.000 bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen is een boomveiligheidscontrole uitgevoerd. De frequentie van de boomveiligheids controle is gebaseerd op het beleidsstuk : Uitvoeringsplan Boomveiligheid.

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte - waaronder bomen, gazons, zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in het Beeldkwaliteitplan Openbare Ruimte (BOR). De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren (door opdrachtnemer) De opdrachtgever schouwt steekproefsgewijs. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Het vastgestelde onderhoudsniveau voor buiten de bebouwde kom is laag, voor de begraafplaatsen geldt het onderhoudsniveau hoog.  Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan Axent Groen en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte.

De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

In 2018 is de VTA (boomveiligheidscontrole) toetsing van de bomen opgenomen in het gemeentelijke beheerssysteem (GBI). Daarnaast staan alle begraafplaatsen in het GBI en is er een koppeling gemaakt met de nieuwe begraafplaatsadministratie. Op de begraafplaatsen is in 2018 ook een begin gemaakt met het uitvoeren van de Beheervisie begraafplaatsen. In 2020 zal uitvoering worden gegeven aan de voorstellen welke zijn genoemd in de beheervisie die nog niet zijn uitgevoerd. In 2018 zijn o.a. op verschillende begraafplaatsen banken geplaatst en is de begraafplaats Wanenk voorzien van een nieuwe laanstructuur om het hoofdpad te accentueren. Daarnaast is er een nieuwe wachtruimte op de begraafplaats aan de Tongerenseweg geplaatst.

3.3.5 Openbare verlichting

Het beleids- en beheerplan openbare verlichting is geactualiseerd in een nieuw plan met een looptijd van 2017 tot 2026. Het heeft als belangrijkste doel het leggen van een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren.
Eind 2019 zijn er 5.891 masten in beheer bij de gemeente Epe. Binnen de gemeente grenzen zijn bij de provincie Gelderland 8 masten in beheer, bij Dorpsbelang Oene 6 stuks en bij Triada 354 stuks. Op sommige lichtmasten zijn meer armaturen met meer lampen gemonteerd. Het doel is om de komende jaren de gemeente Epe geheel uit te rusten met LED verlichting. Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort.

3.3.6 Gebouwen

Er zijn 46 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Het beheer en onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het reguliere (dagelijks) en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt onder andere uitgevoerd op basis van MJOP’s.

 De MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt 50% van de MJOP’s van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. Op basis van de MJOP’s zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het gemeentehuis, de buitenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, de Ossenstal, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen en het Streekarchief.

 Naast deze werkzaamheden zijn er in afgelopen jaar van een aantal gebouwen “Beperkte Risico Analyses” uitgevoerd in kader van legionellapreventie. Dit is opgeleverd in een beheersplan per gebouw, wat verder in het beheer geïmplementeerd worden. Ook zijn de aanbevolen verbeteringen in de fysieke installatie uitgevoerd.

4 | Financiering

4.1 Inleiding

De paragraaf financiering heeft tot doel inzicht te verschaffen in de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, ofwel: treasury.

4.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut (2014)

4.3 Beleidsverantwoording

4.3.1 Treasurybeheer
De Wet Fido geeft twee concrete richtlijnen voor de gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

4.3.2 Kasgeldlimiet
Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Juist voor kortere financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het begrotingsjaar. Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2019 € 7.645.000 (zie bijlage 3). Uitgangspunt is dat het financieringstekort zoveel mogelijk met kort geld wordt gefinancierd omdat het rentepercentage voor kort geld lager is dan het percentage voor leningen met een lange looptijd. In 2019 zijn geen nieuwe langlopende geldleningen afgesloten.

4.3.3 Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet.

De renterisiconorm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor herfinanciering en/of renteherziening. Voor Epe bedraagt de renterisiconorm € 18  miljoen. Het werkelijke renterisico bedroeg in 2019 € 70. 000 en blijft ruim onder de renterisiconorm.

4.4 Financiering

4.4.1 Financieringspositie
Voor 2019 was een financieringstekort begroot op € 5 miljoen (op begrotingsbasis). Dit tekort zou gefinancierd worden met kortlopende  geldleningen. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van de volgende percentages:

Rente kort:      0,2%
Rente lang:     1,1 %

In het voorjaar van  2019 zijn  enkele kortlopende geldleningen aangetrokken met een rentepercentage van -0,37%.  In het jaar 2019 is de laatste langlopende geldlening  afgelost.

4.4.2 Leningenportefeuille
 Eind 2019 heeft Epe geen langlopende geldleningen schulden. 
In het kader van het financieel toezicht publiceert de provincie jaarlijks een overzicht van de schuldenpositie van de gemeenten in Gelderland. Uit dat overzicht blijkt dat de netto schuld per inwoner van Epe in vergelijking met de andere 54 gemeenten laag is. In de publicaties van de afgelopen jaren staat Epe op de 6e plaats van de gemeenten met de minste schulden.

4.4.3 Uitzettingen
Alle decentrale overheden, waaronder gemeenten, moeten hun overtollige middelen in de schatkist aanhouden. Voor Epe betekent dat, dat in 2019 de tijdelijke overtollige middelen gestort zijn in de schatkist van het rijk.
Daarnaast heeft de gemeente diverse uitzettingen/beleggingen bij o.a. de BNG en Vitens vanwege haar publieke taak.

4.5 EMU-saldo

In de wet zijn bepalingen opgenomen over het maximale toegestane EMU-saldo van de overheid en eventuele mogelijke sancties bij overschrijding van de deze norm. In het bestuurlijk overleg tussen rijk en de decentrale overheden van 23 mei 2018  is afgesproken dat de EMU-tekortnorm voor 2019-2022 wordt vastgesteld op –0,4 % van het bruto binnenlands product (bbp). 

Ontwikkeling EMU-saldo decentrale overheden (percentage van het bruto binnenlands product)

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

tekortnorm

- 0,4%

- 0,3%

 - 0,3%

- 0,4%

-0,4%

- 0,4%

-0,4%

realisatie (CBS)

- 0,3%

-0,15

-0,1%

 

 

 

 

raming (CPB

     

-0,2%

-0,2%

-0,2%

-0,2%

In  2016, 2017 en 2018 was het werkelijke EMU-saldo van de decentrale overheden lager dan de tekort norm. Voor de jaren 2019 t/m 2022 wordt, op basis van ramingen van het Centraal Planbureau, verwacht dat de decentrale overheden  ook binnen de afgesproken norm blijven van het financieel akkoord.

4.6 Conclusie

Het financieren met kortlopende leningen en de tijdelijke uitzettingen heeft binnen de kaders van het treasurystatuut plaatsgevonden.

5 | Bedrijfsvoering

5.1 Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering heeft tot doel inzicht te geven in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een rand voorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en ontwikkelingen zoals gebiedsgericht werken en de omgevingswet. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC).

5.2 Beleidskaders

Het beleidskader voor de inrichting van de organisatie en de bedrijfsvoering is door het college vastgesteld in de volgende documenten:

De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten:

5.3 Beleidsvoornemens

Net als veel andere gemeenten staat Epe voor een grote opgave: de samenleving verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rol invulling gevraagd. Waar we voorheen vaak de bepaler waren, hebben we steeds vaker de rol van medespeler. Dat vraagt nogal wat. Van de raad, het college en het ambtelijk apparaat. Voor iedereen heeft dit gevolgen.

Ook in Epe heeft deze ontwikkeling geleid tot een politieke ambitie om de organisatie en werkwijze hierop in te richten. ‘We streven naar een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie, die als vanzelfsprekend in verbinding staat met ‘buiten’. De kernwaarden onderscheidend, duurzaam, verbindend en verrassend staan hierin voorop.

Om invulling te geven aan de visie op de organisatie is er in 2019 ingezet op de volgende onderdelen.

5.3.1 Organisatie

De activiteiten en projecten die nodig zijn om de gemeentelijke organisatie sterk en toekomstbestendig te maken zijn samengebundeld in het programma Sterk Werk. Het programma is een meerjarig traject en is georganiseerd in drie aandachtsgebieden: Sterke Werknemers, Sterke Werkwijze en Sterke Werkomgeving.

Sterke Werknemers

In 2019 is verder uitvoering gegeven aan de Lean leiderschapsagenda. De pilot met Het Goede Gesprek is doorgezet in 2019 en afgerond. Het HRM instrumentarium, waaronder generatiepact,  werving en selectie, opleiding & ontwikkeling en  talentontwikkeling is verder uitgewerkt. Een start is gemaakt met een nieuwe aanpak van arbeidsmarktcommunicatie om het juiste talent aan te trekken. Er zijn pilots uitgevoerd en afgerond met een ontwikkel- en assessment instrument. De samenwerking met de Talentenregio heeft concreet gestalte gekregen, de Talentenregio gaat de gemeente Epe faciliteren en versterken op het vlak van aantrekken en ontwikkelen van talent. Ook zijn de voorbereidingen getroffen voor de start van de Eper Academie in 2020. Tenslotte is weer een Medewerkersonderzoek uitgevoerd dat heeft geleid tot een nieuw ‘Beste Werkgever’ keurmerk.

Sterke Werkwijze

In de pijler Sterke Werkwijze is een eerste fase afgerond in de ontwikkeling van Projectmatig Werken en is een aanzet gemaakt voor de tweede fase in 2020-’21. Voor procesgericht werken zijn de pilots afgerond en is de standaard werkwijze, waarmee alle processen in de komende jaren worden beschreven en in de continu verbeteraanpak worden meegenomen, geïmplementeerd. Dit past in het lean gedachtengoed dat ook op andere manieren aandacht heeft gekregen: workshops, trainingen en begeleiding van teams bij weekstarts en procesverbeteringen. 

Sterke Werkomgeving

In 2019 is het aangepast Definitief Ontwerp+ (DO+) vastgesteld en is een start gemaakt met de aanbestedingsprocedure voor de verbouw. Deze procedure loopt door in 2020. In het DO+ is rekening gehouden met energielabel A en zijn diverse bezuinigingsmaatregelen verwerkt om, ondanks de gestegen bouwkosten, binnen het door de gemeenteraad vastgestelde budget te blijven.

Verder is het dankzij de oplevering van de projecten telefonie en ICT mogelijk gemaakt om tijd- en plaats-onafhankelijk te werken, hetgeen het beoogde nieuwe werkconcept ondersteunt.

5.3.2 Communicatie

Raadscommunicatie
De inzet en uitvoer van communicatie voor de gemeenteraad ligt vast in een raadscommunicatieplan. De eenheid Communicatie heeft de gemeenteraad in 2019 ondersteund bij het opstellen van de profielschets voor de nieuwe burgemeester en de uiteindelijke installatie. Ook heeft Communicatie ondersteuning geleverd bij de Provinciale en Europese verkiezingen.

Inwonerparticipatie
Het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling van beleid, met de participatieladder als leidraad én in eenvoudige taal, blijft een belangrijk aandachtspunt. Er vindt een verschuiving plaats waarin het accent steeds meer komt te liggen op ‘raadplegen’, ‘adviseren’ en ‘coproduceren’ en steeds minder op informeren van inwoners. Waar het kon boden we inwoners in 2019 de mogelijkheid om mee te denken en mee te praten over beleid en concrete onderwerpen. De burgemeester heeft in acht gesprekken aan inwoners zelf gevraagd hoe zij denken over inwonerparticipatie. Met deze adviezen is een Actieplan Inwonerparticipatie gemaakt. In 2020 zal de gemeente zichtbaar communiceren over de resultaten van de gegeven adviezen. Het inwonerpanel Epe Spreekt is in 2019 vier keer ingezet.

Actieve communicatie
Actieve, vroegtijdige en gebiedsgerichte communicatie met inwoners wordt steeds belangrijker. Inwoners verwachten dit ook van de gemeentelijke organisatie. Door actieve communicatie met de samenleving zoeken we de komende jaren de verbinding en wordt doelgroepgericht gecommuniceerd. Om actieve communicatie voor elkaar te krijgen, is het van belang vanuit het perspectief van de inwoners te denken en hun  ruimte te geven om mee te denken. De eenheid Communicatie heeft in 2019 hiervoor een mix van online en offline media ingezet en meer gebruik gemaakt van beeld. Verder is coaching en advies aan de organisatie gegeven over de inzet van de juiste middelen. Ook hebben collega’s schrijftrainingen ‘Eenvoudig en klantgericht schrijven’ gevolgd.

Uitvoeren Strategische visie op communicatie
Communicatie moet verankerd zijn in de ontwikkeling van beleid. In 2019 is communicatie actief ingezet in de ontwikkeling en uitwerking van diverse beleidsthema’s. De eenheid Communicatie heeft aan de organisatie coaching en advies gegeven over de inzet van de juiste communicatiemiddelen. In 2020 wordt de strategische visie op communicatie geactualiseerd. Hiervoor is de basis al in 2019 gelegd. 

Interne communicatie
Goede interne communicatie is een belangrijke voorwaarde voor een soepel verlopende externe communicatie. Het vergroot de kans dat medewerkers zich verbonden voelen en geboeid blijven. Dat is belangrijk, want juist zij zijn de ambassadeurs van de organisatie. In 2019 heeft de eenheid Communicatie werkzaamheden verricht voor het programma Sterk Werk, het medewerkerstevredenheidsonderzoek en de verbouwing van het gemeentehuis.

Digitale dienstverlening
Voor het verbeteren en doorontwikkelen van de digitale dienstverlening is voortdurend aandacht. Daarnaast is er ook het belang van het bieden van structurele, snelle dienstverlening aan inwoners via internet zoals sociale media (webcare). Digitale media vragen een specifiek advies over communicatie, boodschap, maar ook over tijdstip en inzet van middelen. Daarnaast is de toegankelijkheid van de digitale dienstverlening een aandachtspunt. Sinds december 2019 maken we tijdelijk geen gebruik van het WhatsApp kanaal, omdat de voorwaarden voor overheden zijn veranderd. We hopen WhatsApp in het voorjaar van 2020 weer aan te kunnen bieden.

5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering

Informatievoorziening en automatisering

Informatiebeveiliging
Op het gebied van informatiebeveiliging is verder gewerkt aan het jaarplan en zijn audits op DigiD (elektronisch identificatiemiddel) en Suwinet (elektronische samenwerking tussen UWV, SVB en Gemeenten) met goed gevolg doorlopen. Tevens hebben wij ons aangesloten bij de initiatieven vanuit GGI Veilig (samenwerkingsverband vanuit VNG die zich richt op veilige informatie-uitwisseling). Daarnaast is een aantal beveiligingsincidenten volgens de vastgestelde procedures afgehandeld. Er waren 297 Informatiebeveiligingsmeldingen ( varieert van password resets, melding spam/phishing mails, meldingen IBD). Er waren 38 meldingen van Datalekken. ( 31 beoordeeld als datalekken( hiervan zijn er 15 gemeld bij de AP en zijn er 8 gemeld bij betrokkene), 7 meldingen zijn beoordeeld als geen datalek.

ICT (Informatie- en communicatietechnologie)
ICT en informatievoorziening zijn al lang niet meer slechts gericht op het technisch ondersteunen van de bedrijfsvoering. Technologie is medebepalend voor hoe de gemeente functioneert in haar omgeving. Met zowel de voordelen als de kwetsbaarheden die deze afhankelijkheid met zich meebrengt. Hiervoor is een ICT visie opgesteld om te komen tot een vermindering van de kwetsbaarheid, verbetering van kwaliteit en efficiency.

In 2019 is in het verlengde van de ICT visie gestart met het uitbesteden van onze ICT infrastructuur. Hiervoor is een project gestart. Er wordt een aanbesteding gedaan om een geschikte leverancier te vinden en de betrokken medewerkers en organisatie klaar te maken om de rol van opdrachtgever en regievoerder goed in te kunnen vullen.

Gegevensmanagement
In 2019 is het project Gegevensmanagement gestart. In dit project werken we aan het vergroten van de kwaliteit van onze gegevens (actualiteit, volledigheid, meervoudig gebruik) zodat we nog meer waarde uit onze gegevens kunnen halen tbv onze dienstverlening en ter vergroting van de effectiviteit van ons beleid. Het zichtbaar maken van die gegevens in dashboards maakt ook deel uit van dit project.

Procesgericht Werken
In 2019 is het project procesgericht werken grotendeels afgerond. Er is nu een aanpak voor het beschrijven en (continu) verbeteren van onze processen, inclusief de bijbehorende rollen. Er is ook een overzicht van de processen in Epe (procesplaat).

Zaakgericht Werken
In 2019 is gestart met een evaluatie rondom Zaakgericht Werken. Er staat een stevige basis rondom zaakgericht werken. Er zijn in het zaaksysteem ongeveer 200 zaaktypen “specifiek ingericht” en afgestemd met gebruikers. De uitkomsten van de evaluatie worden begin 2020 geconcretiseerd in een projectplan om Zaakgericht werken naar een hoger niveau te brengen.

5.3.4 Juridische Zaken

De kwaliteit van  juridische processen is op de meeste punten goed te noemen. Er wordt gewerkt aan verbetering en actualisatie van juridische procedures en documenten door dit te betrekken bij de digitalisering van werkprocessen. Er heeft een quick scan plaatsgevonden naar de inrichting van vergunningprocedures in het zaaksysteem en daaruit zijn enkele tekortkomingen gebleken die zullen worden hersteld. In het kader van de juridische control zal nog nader op de vergunningen in het kader van de algemene plaatselijke verordening worden ingegaan. In december zijn de bevoegdhedenlijsten  voor het college en de burgemeester herzien. Het beroep op externe juridische hulp heeft zich in 2019 gestabiliseerd.  De kosten zijn weliswaar gestegen, maar dat heeft te maken met een lopende schadestaatprocedure. Om te voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming is een privacy officer  aangesteld. 

5.3.5 Financiën

Vennootschapsbelasting
Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) van toepassing op overheidsondernemingen. Aanleiding daarvoor zijn de EU-afspraken om het fiscale verschil tussen overheidsondernemingen en marktpartijen tegen te gaan en zo een gelijk speelveld te creëren voor overheid en marktpartijen. De activiteiten van de gemeente zijn samen met een extern fiscaal adviseurs doorgenomen . Voor de aangifte heeft voor het onderdeel grondexploitatie overleg plaatsgevonden met de belastingdienst.

In de verslag periode is de aangifte vennootschapsbelasting verwerkt tot en met het boekjaar 2018. De aangiften hebben plaatsgevonden op basis van de vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst.

E-facturering
De gemeente Epe heeft eind 2018 e-facturen succesvol geïmplementeerd. In 2019 zijn leveranciers telefonisch en/of via de mail actief benaderd om e-facturen aan te leveren (het onboarden) en is een bericht op de website geplaatst met de benodigde informatie om een correcte e-factuur aan te leveren. Inmiddels worden er van een aantal leveranciers conform de Europese richtlijn (EU/55/2014) e-facturen ontvangen en verwerkt.

5.3.6 Planning en Control

De planning en control cyclus is in 2019 weer uitgevoerd volgens planning. Waar mogelijk zijn verbeteringen in de processen doorgevoerd. Op basis van regelmatige evaluaties wordt het doorvoeren van verbeteringen, vanuit de vraag naar de klantwaarde, steeds meer onderdeel van de reguliere werkwijze.
In toenemende mate wordt gewerkt vanuit een ‘procesmatige aanpak’, waarbij gaandeweg meer gebruik wordt gemaakt van geautomatiseerde toepassingen (zoals ‘workflow’). Een mooi voorbeeld van voortdurend verbeteren is het vernieuwde proces voor de inventarisatie van ‘nieuw beleid’ voor de begroting.

Het opstellen van de jaarrekening 2018 verliep voorspoedig. Door verscherping van eisen bij de accountantscontrole en de impact van de nieuwe taken in het sociale domein kan behandeling en vaststelling door de raad niet eerder dan in juni/juli plaats vinden. Door een andere manier van vaststellen van de levering van de zorg zal dit in de komende jaren mogelijk eerder kunnen.
In 2019 is de raad tweemaal in de voortgangsrapportage geïnformeerd over de afwijkingen in de uitvoering van de geplande activiteiten en de verwachte financiële mee- en tegenvallers.
In de perspectiefnota die werd opgesteld, zijn richtinggevende uitspraken opgenomen, die mede bepalend waren voor de in het najaar aan de raad aangeboden programmabegroting voor de komende 4 jaar. Meest in het oog springend hierin zijn het verslechterde financiële beeld en de toename van de onzekerheden en risico’s. Toch is een sluitende meerjarenbegroting opgesteld.

In 2019 is de laatste langlopende geldlening afgelost, waardoor Epe op dit moment geen langlopende schulden meer heeft.
Epe viel in 2019 onder het repressieve toezicht van de provincie, de lichtste vorm van toezicht.

De verbijzonderde interne controle over 2019 is uitgevoerd, gericht op de opzet, het bestaan en de werking van processen en de daarin opgenomen beheersmaatregelen. Daarin is ook de rechtmatigheid van de uitvoering betrokken.

In 2019 heeft een eerste oriëntatie plaats gevonden op de nieuwe verplichting dat vanaf 2021 het college een verantwoording over de rechtmatigheid afgeeft. Tot en met 2020 geeft de accountant een oordeel over de rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Bij de uitwerking hiervan zal bepalend zijn in hoeverre het niveau van interne beheersing (kwaliteit van de processen) in relatie tot het risicomanagement voldoende op niveau zijn, zodat het college deze verantwoording kan afgeven.

In de commissie planning en control heeft in 2019 drie maal overleg plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van gemeenteraad en college en vakspecialisten uit de gemeentelijke organisatie. Onderwerpen die aan de orde waren betreffen de planning en control cyclus, bedrijfsvoeringzaken en het overleg met de accountant. Met de huidige accountant is een contract gesloten met een looptijd van twee jaar (2018-2019). In de loop van 2020 zal de gemeenteraad een accountant benoemen voor de komende jaren.

6 | Verbonden Partijen

6.1 Inleiding

De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties en verbindingen van de gemeente met 'verbonden partijen. Van een verbonden partij' is sprake wanneer er vanuit de gemeente bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en wanneer er financiële belangen mee gemoeid zijn. 

  • Onder bestuurlijk belang wordt verstaan het hebben van een zetel in het bestuur van de verbonden partij of het hebben van stemrecht. 
  • Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld (en die ze in geval van faillissement van de verbonden partij kwijt kan zijn) en/of in geval dat er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij er verhaal op de gemeente kan plaatsvinden.

6.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de verbonden partij  is vastgelegd in de  Nota verbonden partijen (2016).

6.3 Beheersing risico's

De verbonden partijen van de gemeente Epe lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm. Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Op basis van de in de nota verbonden partijen 2016 opgenomen risico analysemodellen wordt per partij bezien hoeveel bestuurlijk (inhoudelijk) en financieel belang er is en hoeveel risico er wordt gelopen. Op basis van beide analyses wordt twee maal per jaar het risicoprofiel bepaald. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel belang bij een verbonden partij, hoe intensiever de sturing. Er zijn drie risicoprofielen:

Basis pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Basis pakket. De gemeenteraad wordt over verbonden partijen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening.

Pluspakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een gemiddeld bestuurlijk of financieel risico loopt worden ingedeeld in het Pluspakket. Aanvullend op het Basis pakket wordt de gemeenteraad ook bij de voortgangsrapportage geïnformeerd over deze verbonden partijen, zo nodig ook met een informatienota. Daarnaast zal de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen hoger zijn dan bij de partijen in het basispakket. Tot slot worden deze verbonden partijen ook periodiek geagendeerd in het college.

Plusplus pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Plusplus pakket. Aanvullend op het Pluspakket wordt de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen verder opgevoerd.

6.4 Overzicht verbonden partijen

Op basis van regelgeving volgt hierna het overzicht van bestaande verbonden partijen. Daarin wordt per partij de voorgeschreven informatie verschaft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die geen eigen vermogen hebben is het financieel belang van de gemeente gelegen in de verplichting om bij te springen als er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij. 

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Volledige naam

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

Den Haag

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang 

van de gemeente

 € 4,7 mln. 

 € 4,6 mln. 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 4.991 mln. 

 € 4.887 mln. 

Vreemd vermogen 

van de verbonden partij

 € 135.518 mln. 

 € 144.802 mln. 

Financieel resultaat

van de verbonden partij

 p.m. 

p.m

Gerealiseerd beleidsvoornemen

Niet bekend. BNG publiceert geen begroting.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Circulus-Berkel

Volledige naam

Circulus-Berkel B.V.

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Afvalverwijdering en straatreiniging

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

 € 739.000

 € 752.000 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 13.797.000

 € 14.673.000 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 32.870.000

 € 42.404.000

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 (excl. deelnemingen)

 € 190.373 

Gerealiseerde beleidsvoornemens

De beleidsvoornemens van Circulus-Berkel staat beschreven in de Strategienota Circulus-Berkel BV 2015-2020. Centraal in dit plan staat dat
samen met de aangesloten gemeenten gestreefd wordt naar een duurzame toekomst met minder afval en meer grondstoffen en een duurzaam beheer van de woon- en leefomgeving. Hierbij worden de inwoners betrokken zodat er een meerwaarde voor de samenleving ontstaat. In de afgelopen jaren zien we de trend dat de hoeveelheid ingezameld afval daalt, het scheidingspercentage stijgt en de hoeveelheid grondstof toeneemt. Deze trend zet zich in 2019 verder door. 

Risicoprofiel laag (basispakket)

GGD NOG

Volledige naam

GGD Noord- en Oost Gelderland

Vestigingsplaats

Warnsveld

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid algemeen bestuur

Openbaar belang

GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. 

voorlopig

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 0,1 mln.

€ 0,1 mln.

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 3,0 mln. 

 € 2,9 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 2,9 mln. 

 € 2,6 mln. 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 71.000

Gerealiseerde beleidsvoornemens

GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. Dat houdt in dat GGD NOG zorgt voor de algemene gezondheidszorg (infectieziektenbestrijding, epidemiologie etc.) en de jeugdgezondheidszorg voor 4-19 jaar (onderdeel van het CJG Epe). In 2020 besteedt GGD NOG ook aandacht aan de invoering van de Omgevingswet.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Leisurelands

Volledige naam

Leisurelands B.V.

Vestigingsplaats

Arnhem

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Openbare toegankelijkheid dagrecreatieterrein Kievitsveld

prognose

1 jan. 2020

31 dec. 2020

Financieel belang

van de gemeente

 € 6.705

 € 6.705

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 57,6 mln. 

 € 58,8 mln. 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 33,3 mln. 

 € 32,6 mln. 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 1,3 mln.

Gerealiseerde beleidsvoornemens

 

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Lucrato

Volledige naam

Werkbedrijf Lucrato

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid dagelijks bestuur

Openbaar belang

Het bieden van werkplekken voor inwoners met een arbeidshandicap, die niet zelfstandig kunnen werken (WSW) of alleen in een beschutte werkomgeving. En begeleiding naar werk (re-integratie) van mensen die onder de Participatiewet vallen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt.

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

 € 500.160 

 € 473.920 

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 3.126.000 

 € 2.962.000 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 3.058.000

 € 2.158.000 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

 € 88.000 

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Voor het realiseren en vergroten uitstroomdoelstelling Participatiewet:
-Efficiënte inzet op begeleiden inwoners naar passende arbeidsplek.
-Doorontwikkelen inzet Maatwerkdienstverlening (voorheen PMC's); expertise bieden voor de brede doelgroep die onder de Participatiewet valt.
-Mogelijkheden onderzoeken naar extra financieringsvormen en/of maatregelen die (deels) moeten leiden tot een meer gezonde exploitatie.

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

Omgevingsdienst OVIJ

Volledige naam

Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ)

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Voorzitter dagelijks bestuur

Openbaar belang

Uitvoering wettelijke milieutaken

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 63.000

€ 81.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 512.492 

 € 667.707

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 716.987 

 € 2.624.130 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 493.134

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Uitvoering (wettelijke) milieutaken

Risicoprofiel

laag (basispakket)

OMVV 

Volledige naam

Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V.

Vestigingsplaats

Arnhem

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Revitalisering vakantieparken
cijfers bij oprichting 1 jan.  2018

31 dec. 2018

Financieel belang

van de gemeente

-

€ 1.565

Eigen vermogen

van de verbonden partij

-

 € 4.000.000

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

-  

-

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

-

-

Gerealiseerde beleidsvoornemens

het verbeteren van de kwaliteit van de vakantieparken en hiermee bij te dragen aan een sterkere positie van de Veluwe als toeristisch-recreatieve bestemming.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Basismobiliteit

Volledige naam

Basismobiliteit

Vestigingsplaats

Lochem

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie

Wijze van belang

Lid bestuur

Openbaar belang

Doelgroepen prettig en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is.

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ -

€ 42.658

Eigen vermogen

van de verbonden partij

 € 148.705 

 € 460.890 

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

 € 8.645.791 

 € 4.124.281 

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 312.185

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Kostenreductie met behoud van kwaliteit

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

Regio Stedendriehoek

Volledige naam

Gemeenschappelijke regeling regio Stedendriehoek

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid/plaatsvervangend voorzitter dagelijks bestuur en lid regioraad

Openbaar belang

Belangenbehartiging op gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling, volkshuisvesting, sociaaleconomische ontwikkeling en arbeidsvoorziening, verkeer en vervoer, milieu, onderwijs en welzijn en recreatie.

voorlopig

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€  9.194

€ 7.913

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 122.000

€ 105.000

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 1.737.000

€ 1.241.000

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 0

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Agenda is overeenkomstig planning uitgevoerd.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Streekarchief

Volledige naam

Streekarchief Epe, Hattem en Heerde

Vestigingsplaats

Epe

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: centrumgemeente

Wijze van belang

Voorzitter commissie en plaatsvervangend lid

Openbaar belang

Het beheer van de oude openbare archieven en het toezicht op het beheer van de nieuwe archieven.

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 0

€ 0

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 0

€ 0

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 21.691

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Het beheer van de oude openbare archieven en toezicht op het beheer van nieuwe archieven.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Tribuut

Volledige naam

Tribuut belastingsamenwerking

Vestigingsplaats

Epe

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie

Wijze van belang

Voorzitter bestuur

Openbaar belang

Het uitvoeren van de gemeentelijke belastingen en Wet waardering onroerende zaken.

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 13.000

€ 3.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 113.000

€ 27.000

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 1.106.000

€ 1.421.000

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 27.000

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Nieuwe belastingapplicatie in gebruik genomen, nieuwe website. Gestart met lean-traject voor procesverbetering. Niet gerealiseerd: beleidsharmonisatie.

Risicoprofiel

laag (basispakket)

Veiligheidsregio

Volledige naam

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Vorm

Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam

Wijze van belang

Lid algemeen bestuur

Openbaar belang

De missie van de VNOG is "Samen werken aan veiligheid". Dit bereikt de VNOG door zich sterk te maken voor de kwaliteit en efficiency van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, bevolkingszorg en crisisbeheersing en rampenbestrijding.

 

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

   € - 15.000

€ 70.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

   € - 0,4 mln.

€ 7,8 mln.

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 51,1 mln.

€ 46,1 mln.

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 4,2 mln.

Gerealiseerde beleidsvoornemens

Het jaar 2019 stond in het teken van het op orde brengen van de financiële situatie van de veiligheidsregio. Daarvoor is een toekomstvisie vastgesteld en in 2020 wordt een nieuw regionaal beleidsplan vastgesteld. Op basis van de toekomstvisie is de bijdrage van de 22 deelnemende gemeenten opnieuw bepaald, zodat de uitvoering van de taken van de veiligheidsregio financieel geborgd is.

Risicoprofiel

gemiddeld (pluspakket)

Vitens

Volledige naam

Vitens N.V.

Vestigingsplaats

Zwolle

Vorm

Vennootschap

Wijze van belang

Algemene vergadering

Openbaar belang

Het beschikbaar stellen van voldoende betrouwbaar drinkwater.

voorlopig

1 jan. 2019

31 dec. 2019

Financieel belang

van de gemeente

€ 35.000

€ 35.000

Eigen vermogen

van de verbonden partij

€ 533,1 mln.

€ 533,3 mln.

Vreemd vermogen

van de verbonden partij

€ 1.233,5 mln.

€ 1.293,0 mln.

Financieel resultaat 

van de verbonden partij

 

€ 11,19 mln.

Gerealiseerde beleidsvoornemens

In 2019 is er gewerkt aan:
- 24/7 betrouwbaar en betaalbaar drinkwater
- meer gemak voor de klant
- voldoende beschikbare schone bronnen

Risicoprofiel

laag (basispakket)

7 | Grondbeleid

7.1 Beleidskaders

In december 2013 is de Nota Grondbeleid 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De in deze nota verwoorde uitgangspunten worden gehanteerd als kaders voor het grondbeleid van de gemeente Epe.

7.2 Grondbeleid in Epe

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van het collegeakkoord en de volgende programma’s in de programmabegroting:

  • Ruimte en wonen (programma 5)
  • Bedrijvigheid (programma 9).

In de Nota Grondbeleid 2013 wordt gekozen voor een facilitair grondbeleid. Bij een facilitair grondbeleid volgt de gemeente de ontwikkelingen eerder dan dat ze die initieert. De gemeente speelt in op particuliere initiatieven, zonder zelf de beschikking te verkrijgen over de grond. Hierbij heeft de gemeente een voorwaardenscheppende rol door middel van de structuurvisie en het bestemmingsplan. Marktpartijen verwerven en exploiteren de grond. De risico's voor de gemeente bij facilitair grondbeleid zijn minimaal; de gemeente koopt/verkoopt geen grond en het ontwikkelrisico ligt bij een private partij.

7.3 Grondexploitaties

7.3.1 Afgesloten exploitaties
Op 31 december 2019 is het plan Kouwenaarschool met een verlies van € 243.725 afgesloten.

7.3.2 Voortgang van de plannen
Kweekweg VI Epe
In dit plan zijn in 2019 drie percelen bedrijfsterrein verkocht. Er kan nog 2.567 m² bedrijfsterrein worden uitgegeven.

De Pirk-Noord Vaassen
Voor dit plan is in 2007 een anterieure overeenkomst gesloten met De Pirk BV. Door een tussentijdse wijziging van het plan in 2015 is het totaal aantal te bouwen woningen gewijzigd van 83 in 74 woningen. Hiervan zijn er 55 opgeleverd.

De overige plannen (Warande Epe, Klaarbeek Epe en Oene-West) kunnen op korte termijn worden afgesloten. Voor deze plannen worden geen inkomsten meer verwacht en zijn de nog te verwachten uitgaven relatief laag. 

7.3.3 Parameters grondexploitatiebegrotingen
Bij de actualisatie van de grondexploitatiebegrotingen zijn de volgende parameters gehanteerd en tussen haakjes zijn de wijzigingen ten opzichte van de begrotingen per 30 juni 2019 aangegeven:

  1. Kostenstijging:
    • 3% per jaar (niet gewijzigd)

  2. Opbrengstenstijging:
    • bedrijfsterrein: 0% per jaar (niet gewijzigd)
    • bouwterrein voor woningen: n.v.t.
  3. Rekenrente:
    • 0,27% per jaar (was 0,29% per jaar)

 

7.3.4 Tussentijdse winst- en verliesnemingen

Met zekerheid in de plannen gerealiseerde winsten moeten (op grond van voorschriften) tussentijds worden overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie. In 2019 zijn op 30 juni en 31 december tussentijdse winsten overgeboekt. Deze bedroegen totaal per plan:

Plan

Winstneming

Warande Epe (30 juni 2019)

€ 2.400

Kweekweg VI Epe

€ 249.500

De Pirk-Noord Vaassen (30 juni 2019)

   € 300

voormalig Kouwenaarschool Vaassen (30 juni 2019)

€ 16.400

Klaarbeek, Epe (31 december 2019)

€ 1.100

Oene West, Oen (31 december 2019)

€ 1.058

Op 31-12-2019 is voor het plan Warande een terugname van de tussentijdse winstneming uitgevoerd van € 68.600 

Als uit een grondexploitatiebegroting blijkt, dat er een verlies op een plan ontstaat, wordt dit verlies direct ten laste van de reserve bouwgrondexploitatie gebracht. In dit kader is op basis van de geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2019 voor het plan Klaarbeek Epe een bedrag van € 13.900 en voor het plan Oene-West een bedrag van € 8.900 en op basis van de geactualiseerde grondexploitatiebegroting per 31 december 2019 voor het plan De Pirk-Noord een bedrag van € 9.000 als tussentijds verlies genomen.

 

7.3.5 Cijfers geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers weergegeven van de grondexploitatiebegrotingen per 31 december 2019.

  Plan

 boekwaarde
30-6-2019*

verwacht eind-
resultaat grexen*

jaar
afsluiting plan

Warande

+ € 39.464 + € 212.800 2020

De Pirk-Noord

+ € 4.878 + € 31.565 2023

Oene-West

+ € 26.479 + € 752.100 2020

Kweekweg VI

+ € 289.999 + € 768.668 2022

Klaarbeek

+ € 18.709 - € 168.600 2022

*     min (-) = nadelig; plus (+) = voordelig

De reeds tussentijds genomen winst- en verliesnemingen zijn meegenomen bij het bepalen van de verwachte eindresultaten.

7.4 Aan- en verkopen van gronden en opstallen

7.4.1     Aankopen
In 2019 is geen grond aangekocht.

 

7.4.2     Verkopen
In 2019 is verkocht:

  • bedrijfsterrein                   7.043 m²
  • agrarische gronden             273 m²
  • snippergroen                          686 m²

7.5 Reserves bouwgrondexploitatie

Voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie is een reserve bouwgrondexploitatie gevormd. Het te hanteren model voor het berekenen van de reserve bouwgrondexploitatie is opgenomen in de Nota Grondbeleid 2013.

De benodigde reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 1 januari 2020 € 3.886.871. De werkelijke stand van de reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 1 januari 2019 € 4.622.870. Van het surplus van € 735.999 is al een bedrag van € 510.000 bij de begroting 2020 ingezet als algemeen dekkingsmiddel. De resterende € 225.999 wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting 2021.

8 | Demografische ontwikkelingen

8.1 Inleiding

Het is belangrijk de demografische ontwikkelingen en specifiek de ontwikkeling van de bevolking te monitoren. Demografische ontwikkelingen kunnen leiden tot een verandering van de bevolkingssamenstelling. Dit heeft een impact op de gehele samenleving en de beleidskeuzes die gemaakt moeten worden op o.a. wonen, werk, welzijn, voorzieningen en vrije tijd. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke financiële middelen. Hierna wordt ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot de Eper situatie.

8.2 Beleidskaders

Het beleid is vastgelegd in diverse documenten. Het jaar van vaststelling is tussen haakjes aangegeven.

  • Toekomstvisie Epe 2030 (2013)
  • Sociale Agenda 2015-2021 (2015)
  • Gebiedsgericht werken/Transformatieagenda (2016)
  • Ruimtelijk structuurplan Epe (2006)
  • Woonagenda 2019-2023
  • Economische visie (2016)
  • Nota verblijfsrecreatie (2016)
  • Cleantech agenda (2016)

8.3 Stand van zaken

De bevolking in Epe ontwikkelt zich als volgt:

  2019 2020 2025 2030 2035 2040 2045 2050
Jonger dan 19 6.939 6.880 6.789 7.151 7.541 7.810 7.882 7.755
20 tot 44 8.220 8.258 8.479 8.630 8.580 8.409 8.327 8.240
45 tot 64 9.768 9.638 9.103 8.419 7.912 7.750 8.003 8.252
65 tot 74 4.597 4.625 4.482 4.784 5.053 4.768 4.090 3.694
75 tot 84 2.667 2.763 3.484 3.794 3.804 4.177 4.477 4.313
Ouder dan 85 964 1.011 1.100 1.323 1.747 1.939 2.123 2.454
Totaal 33.155 33.175 33.446 34.101 34.637 34.853 34.902 34.708

 

Kijkend naar het aantal inwoners, dan zien we de laatste jaren een lichte stijging. In 2018 waren er 32.863 inwoners. In 2019 stond de teller op 33.155 inwoners.

8.4 Koersbepaling op demografische ontwikkelingen

De gemeente Epe wil de ontgroening en vergrijzing op een goede manier begeleiden. De hoofdlijnen staan in de Toekomstvisie Epe 2030 beschreven voor de beleidsdomeinen economie, sociaal en ruimte. Om in te spelen op de vergrijzing, ontgroening en leefbaarheid in de gemeente zal Epe een attractieve gemeente moeten zijn en blijven om te wonen, te werken, te leven en te bezoeken. Speciale focus daarbij dient te zijn het behoud van en het extra aantrekken van 20 tot 35 jarigen als potentiële toekomstige beroepsbevolking. Wat de komende jaren ook gaat spelen is de toenemende vergrijzing en de gevolgen van de scheiding tussen wonen en zorg. 
In deze jaarrekening is in beeld gebracht welke acties zijn uitgezet als gevolg van de demografische ontwikkelingen.

8.5 Beleid gericht op gevolgen van demografische ontwikkelingen

8.5.1 Wonen

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 2019
Voldoende betaalbare woningen beschikbaar krijgen voor starters, alleenstaanden en huishoudens met een laag inkomen en een zorgvraag.

De wijk Klaarbeek is nagenoeg afgerond wat betreft de bouw van sociale huurwoningen. De twee achterste woontorens (sociale huur) zijn in de planning naar voren gehaald en inmiddels bewoond. Ook in Vaassen is met de realisatie van het Mandelahof extra sociale woningbouw toegevoegd. Met Triada lopen gesprekken om de extra sociale woningbouwopgave te realiseren in de verschillende kernen

Het bevorderen van de doorstroming van senioren naar levensloopgeschikte woningen Er zijn/worden appartementen in het middensegment en duur toegevoegd. Zowel in de huur, als koop.  Hierdoor ontstaat een verhuisketen en kunnen meerdere doelgroepen aan een woning geholpen worden
De Woonvisie is in 2016 geconcretiseerd in de Woonagenda 2016-2020. De woonagenda wijst de gemeentelijke volkshuisvestelijke koers aan, onder andere richting de corporaties voor het jaarlijks bod van de corporatie op het gemeentelijk beleid en de te maken prestatieafspraken. In 2016 zijn die afspraken voor het eerst in de nieuwe constellatie vastgelegd, o.a. over de betaalbaarheid en de beschikbaarheid van de sociale woningvoorraad. Met Triada, Heerde en Hattem is een woonbehoefteonderzoek opgesteld. Deze dient als onderlegger voor de komende afspraken met Triada. Verder wordt de Woonagenda in 2018/2019 geactualiseerd en wordt daaraan de component wonen met zorg toegevoegd. In 2019 is de Woonagenda geactualiseerd. Ook is gestart met de Woonzorgagenda. Verder zijn opnieuw met Triada prestatieafspraken gemaakt.
Binnen de regio Stedendriehoek worden in 2018 nieuwe afspraken gemaakt over nieuw te realiseren woningen. Deze afspraken zijn op aantallen gericht, maar hebben vooral een kwalitatieve insteek. Kern is dat de opgave centraal staat. De afspraken uit 2018 resulteren voor de gemeente Epe in 180 extra woningen. Onder andere op basis hiervan wordt de wijk Oosterhof Zuid in Vaassen ontwikkeld.
Het project “Thuis wonen, nu en later”, gericht op het langer zelfstandig thuis wonen, heeft een vervolg gekregen. Koppel/Swoe voert dit nu uit. Dit project is gecontinueerd.

8.5.2 Openbare Ruimte

Beschreven effecten in begroting
Het aantal braakliggende percelen is niet toegenomen. Wel neemt het aantal leegstaande panden toe. Voor een aantal daarvan zijn plannen in ontwikkeling. 

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 2019
Realiseren van een duurzame, schone en veilige leefomgeving die toegankelijk is voor alle mensen, die bijdraagt aan de leefbaarheid en uitnodigt tot participatie.

- De nota toegankelijkheid, met daarin een uitvoeringsprogramma is vastgesteld en in uitvoering gebracht.
- Uitvoeren van het gebiedsgericht werken, waarbij meer betrokkenheid en inspraak vanuit de wijken onderdeel van uitmaakt.
- Het realiseren van een toegankelijk en aantrekkelijk centrum in de kernen Epe, Emst en Vaassen
De Nota Toegankelijkheid is samen met het uitvoeringsprogramma in 2018 vastgesteld. In 2019 is op grond van deze nota uitvoering gegeven aan het toegankelijker maken van de looproutes vanaf de woon-zorglocaties richting de centra.  Met de uitvoering van de reconstructies van onze wegen en centra en de uitvoering van groot onderhoud in de wijken wordt daarnaast standaard de looproutes binnen de projectgrenzen toegankelijk gemaakt voor mensen met een functiebeperking. Voorbeelden van projecten, die wij in 2019 in uitvoering brachten, zijn: reconstructie Hoofdweg Emst (gereed), Apeldoornseweg Vaassen (gereed juli 2020), groot onderhoud wijk Hoge Weerd, fase 2 (gereed juli 2020), centrumplan Vaassen (gereed april 2020), Patrijsweg-Haverkampsweg Epe (gereed) en Eperweg Oene (gereed). Alle hiervoor genoemde projecten zijn in nauwe samenspraak met bewoners en belanghebbenden tot stand gekomen. Hierbij hebben wij voor meerdere projecten klankbordgroepen samengesteld en voor alle projecten informatiebijeenkomsten georganiseerd.  De gebiedsregisseurs zijn eveneens actief betrokken geweest bij de totstandkoming van de meeste projecten en hebben input geleverd namens de bewoners.

8.5.3 Voorzieningen

Beschreven effecten in begroting
Er is geen verandering in het beschreven effect, te weten: herijking van het voorzieningenaanbod door veranderende vraag, vanuit kostenoverwegingen (3 D’s) een groter beroep op algemene voorzieningen, minder schoolgebouwen door afname leerlingenaantal.

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 2019
Het versterken van vrijwilligerswerk en -zorg in wijken en buurten door onder meer in te zetten op wijkgericht werken, het faciliteren van vrijwilligersorganisaties en het laten ondersteunen van vrijwilligers(organisaties) door professionele organisaties. In 2019 is het vrijwilligerswerk verder versterkt door de lancering van het platform Epe Doet! Epe Doet is opgezet door de welzijnsorganisatie Koppel-SWOE die sinds anderhalf jaar een vrijwilligerscoördinator in dienst hebben. Vanuit het platform wordt de vraag en het aanbod aan vrijwilligerswerk bij elkaar gebracht, worden vrijwilligersorganisaties ondersteund door middel van trainingen en opleidingen en kunnen allerhande vragen rondom vrijwilligerswerk bij de coördinator worden neergelegd.
Vaststellen van het minimale basisvoorzieningenniveau. Vanuit een vastgesteld basisvoorzieningenniveau in combinatie met het project Accommodaties II zal de komende jaren gewerkt worden aan de vernieuwing en logische spreiding van een aantal accommodaties in welzijn en sport. Eind 2019 is een start gemaakt met het opstellen van een toekomstbestendig plan voor maatschappelijke accommodaties op het gebied van welzijn, cultuur, sport en onderwijs. Dit plan zal medio 2020 opgeleverd worden. Binnen het project Accommodaties II zijn in 2019 gesprekken gevoerd met de wijkvereniging Oosterhof en het bestuur van wijkgebouw Triton om huisvesting voor de wijkvereniging mogelijk te maken in het wijkgebouw. In 2020 zullen deze gesprekken worden doorgezet en wordt een start gemaakt met de uitvoering.
In overleg met het onderwijs bepalen hoe om te gaan met afname van het leerlingenaantal. Schoolgebouwen zijn niet meer uitsluitend gericht op het invullen van de onderwijsfunctie maar bieden ook plaats aan functies zoals kinder-/peuteropvang, culturele vorming en sportactiviteiten. Ze vervullen een belangrijke dorps-/wijkfunctie. In 2019 is het koersdocument Integrale Kindvoorzieningen opgeleverd. In dit document wordt op een gebiedsgerichte wijze door de alle betrokken partijen invulling gegeven aan het realiseren van kindvoorzieningen waarbij onder andere onderwijs, zorg, voorschoolse activiteiten en opvang bij elkaar komen. Per gebied wordt vanaf 2020 gefaseerd een verdere uitwerking gemaakt.

8.5.4 Arbeidsmarkt

Beschreven effecten in begroting
Er is geen verandering in het beschreven effect, te weten: ontstaan van een krappe arbeidsmarkt waarbij de vraag naar arbeidskrachten het aanbod overstijgt.

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 2019
De economische visie is vastgesteld. Daaraan is een uitvoeringsprogramma gekoppeld. Met betrokkenen worden acties uitgevoerd die bijdragen aan een versterking van de (lokale) economie. Daarbij wordt aangehaakt bij de Omgevingsagenda. De economische visie en het daarbij behorende actieprogramma is enkele jaren geleden vastgesteld. De visie is opgesteld in overleg met externe partners en heeft aandacht voor demografische ontwikkelingen. De bij de Economische Visie behorende uitvoeringsprogramma is inmiddels grotendeels uitgevoerd, maar er vanuit de Lokale Cleantech Agenda wordt er blijvend gewerkt aan een versterking van de lokale economie.
Uitvoeren projecten voortkomend uit het (voormalige) Akkoord van Beekbergen en gericht op het terugdringen van werkloosheid, goed en snel vervullen van vacatures, goede aansluiting onderwijs en werk en het activeren van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 

Het uitvoeren van het lokaal convenant “samen werken in Epe”. Het convenant heeft als doel om met het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid gezamenlijk de weg te  bewandelen richting een inclusieve arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waaraan mensen zoveel mogelijk en duurzaam meedoen. Niet kijkend naar beperkingen, maar naar mogelijkheden.

Human Capital is één van de speerpunten van de Cleantech Regio. Er wordt een regionaal actieplan opgesteld. Epe draait hier in mee. Aandacht voor aansluiting onderwijs en werk is daarmee een blijvend aandachts- en actiepunt. 

Vanuit het lokale convenant "samen werken in Epe" werken het  bedrijfsleven, onderwijs en de overheid samen aan een inclusieve arbeidsmarkt.  Ook is het onderwerp een vast agendapunt in de reguliere overleggen met het bedrijfsleven. 

Bieden van een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en organisaties. Dit uit zich in goede voorwaarden en faciliteiten en mogelijkheden in het kader van “het nieuwe werken”, zoals bedrijfsverzamelgebouwen. In de economische visie is het vestigingsklimaat een belangrijk terugkerend thema, vooral ook ten aanzien van jongeren en hun plek op de arbeidsmarkt. Door middel van het uitvoeringsprogramma moeten verdere stappen gezet worden om het economisch profiel van Epe te versterken. Regionaal wordt er vanuit de Agenda Cleantech Regio 2019 - 2023 gewerkt aan acties die bijdragen aan het optimaliseren van een goed vestigingsklimaat.  Daarnaast is een lokale economische visie waar onder de noemer ‘uitnodigend’ het vestigingsklimaat één van de speerpunten benoemd. Samen met het bedrijfsleven wordt hier onverminderd aan gewerkt.
Een extra focus in de ontwikkeling van de speerpuntsectoren zorg en recreatie/toerisme. Met aandacht voor onderscheidende elementen daarin draagt het bij aan een goed woon- en leefklimaat en aan werkgelegenheid. De recreatiesector en de Stichting Promotie Gemeente Epe (SPGE) werken aan de online en offline zichtbaarheid van het profiel ‘100% wildgarantie’.

9 | Decentralisaties sociaal domein

9.1 Inleiding

Gemeenten hebben er sinds 2015 een omvangrijk takenpakket bij gekregen: de jeugdzorg, de Wmo-begeleiding en taken rondom de arbeidsmarkt (Participatiewet). Vanuit de gedachte dat gemeenten door lokaal maatwerk hun inwoners betere en betaalbare alternatieven kunnen bieden en het gebruik van dure zorg en ondersteuning kunnen voorkomen of terugdringen. De genoemde taken zijn inmiddels ingeregeld binnen de gemeente Epe en het is nu tijd om te kijken hoe de uitvoering van deze taken de komende jaren verbeterd kan worden. In 2016 is gestart met het samenstellen van een Transformatieagenda om dure zorg en ondersteuning te kunnen voorkomen. De Transformatieagenda bestaat uit drie pijlers: het ontwikkelen van een integrale werkwijze binnen de toegang, het creeren van innovatief aanbod in de zorg en ondersteuning en het doorontwikkelen van een gebiedsgerichte werkwijze. De afgelopen jaren zijn diverse activiteiten opgepakt binnen de agenda en in 2020 zullen de resultaten van de Transformatieagenda worden geevalueerd.  

9.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de decentralisatie en transformatie in het sociaal domein is vastgelegd in:

9.3 Beleid gericht op uitvoering taken sociaal domein

2016 stond in het teken van afronding van de transitie en start van de transformatie in het sociaal domein. Met de transitie wordt bedoeld dat de nieuwe taken worden ingebed onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. In 2016 is gestart met de transformatie. Daarmee wordt bedoeld dat we de ondersteuning voor inwoners die dit nodig hebben fundamenteel anders inrichten. Het doel van deze transformatie voor Epe is: beter en duidelijker organiseren voor de inwoner. Daarvoor is een transformatieagenda opgesteld, gericht op innovatief aanbod, integrale toegang en gebiedsgericht werken. Centraal in de drie decentralisaties staat: één gezin, één plan, één regisseur.

De gemeente Epe hanteert de Sociale Agenda voor de toekomst als kader voor al het sociaal beleid, inclusief de drie decentralisaties.

9.3.1 Wmo

De gemeente was al verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners op het terrein van wonen, zorg en welzijn. Door de invoering van de nieuwe Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet per 1 januari 2015 is het sociaal domein in één klap een domein binnen de gemeente geworden met een groot financieel budget en een grote opgave. Waar we de eerste jaren veel tijd besteedden aan het inregelen van de toegang tot en uitvoering van deze drie nieuwe wetten, kreeg de afgelopen periode de transformatie en integraliteit binnen het sociaal domein steeds meer aandacht.

 

Op basis van de Wmo geeft het Rijk aan gemeenten kort samengevat de volgende opdracht:

  • het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een beperking of chronische, psychische of psychosociale problemen;
  • het bevorderen van de sociale samenhang, mantelzorg, vrijwilligerswerk en het voorkomen van huiselijk geweld;
  • het bieden van opvang (maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg).

 

Wat hebben we gedaan in 2019?

De activiteiten in het kader van Wmo zijn in programma 3 benoemd. De activiteiten richten zich op het bieden van individuele en groepsbegeleiding, kortdurend verblijf/logeeropvang en beschermd wonen. Uitgangspunten hierbij zijn dat: zorg en ondersteuning dichtbij inwoners is georganiseerd, er keuzevrijheid is in het ondersteuningsaanbod, de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners wordt versterkt en de financiën beheersbaar blijven. In 2019 hebben we onder andere het volgende gedaan:

  • Uitvoeren van het Actieprogramma Sociaal Domein 2019-2022 (jaar 2019), die voortvloeit uit het beleidsplan Sociaal Domein ‘Samen meedoen mogelijk maken’ 2019-2022.
  • Voortzetten van het huidige Wmo-beleid, in combinatie met het evalueren en oprichten van algemene voorzieningen, zoals de pilot Scootmobielpool, de pilot Buurtpunten en het project Welzijn op recept;
  • Voortzetten, evalueren en waar nodig bijsturen van de raamovereenkomst voor de individuele maatwerkvoorzieningen voor Jeugd, Wmo en Beschermd Wonen;
  • Uitvoeren van de Transformatieagenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen door uitvoering te geven aan het regionale en lokale Jaarwerkplan. Zo heeft de raad het convenant met regionale samenwerkingsafspraken vastgesteld en is de Opstapregeling ontwikkeld en gestart.
  • Uitvoeren van de Transformatieagenda Huiselijk Geweld en Kindermishandeling samen met het beleidsterrein Jeugd. Er is een start gemaakt met het ontwikkelen van een vernieuwde regiovisie voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling;
  • Voorbereiden en implementeren van de Wet verplichte ggz die per 1 januari 2020 van kracht is geworden;
  • Doorontwikkelen van de monitoring gericht op de financiële en inhoudelijke uitvoering en de uitkomsten en bevindingen vertalen naar beleidskeuzes binnen het project ‘Grip op zorg’;
  • Uitvoeren van een plan voor het ondersteunen van jonge mantelzorgers en het uitreiken van een waardering voor jonge mantelzorgers.

9.3.2 Jeugdzorg

Met ingang van 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp zoals die geboden werden door de provinciale jeugdzorg, de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (J-GGz) en de zorg voor jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking (J-LVB). Omdat de gemeente dicht bij de inwoner staat, kan zorg en ondersteuning voor een inwoner goed georganiseerd worden.  In Epe doen we dat door de regie van inwoners te versterken, preventief te werken en ondersteuning dichtbij te organiseren. 

Een deel van de jeugdhulp wordt lokaal georganiseerd, een deel regionaal met de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe (Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen). Uitgangspunt is: lokaal wat lokaal kan, regionaal wat moet. De regie op de uitvoering ligt op lokaal niveau.

Wat waren de ambities voor 2019?
De activiteiten in het kader van jeugdzorg zijn in programma 1 benoemd. Er is een integraal beleidsplan opgesteld 'Samen Meedoen Mogelijk Maken', lopend van 2019-2022. Op basis hiervan is een actieprogramma opgesteld voor de periode 2019-2022. Jaarlijks wordt deze bijgesteld. De activiteiten komen voort uit de regionale afspraken die betrekking hebben op de aansturing en organisatie van de inkoop van individuele voorzieningen voor Jeugd en de maatwerkvoorzieningen WMO -daarbij ook horend kwaliteitscontrole, toezicht, accountmanagement/contractmanagement, monitoring en resultaatsturing- en transformatie opgaven jeugd. Daaraan toegevoegd gaat het om lokale activiteiten gericht op preventie, ontwikkeling van de toegang, de verbinding met het onderwijs en de huisartsen.

Wat hebben we bereikt in 2019?

Geplande activiteiten Uitgevoerd in 2019
Regionale Inkoop individuele voorzieningen Jeugd en maatwerkvoorzieningen WMO is geïmplementeerd. Vanaf 1-1-2019 is er een nieuwe raamovereenkomst van kracht. Gedurende het jaar is door toegangsmedewerkers, beleidsmedewerkers en zorgaanbieders met de integrale producten gewerkt en op basis hiervan zijn productdefinities aangescherpt of nieuwe producten ontstaan.

Er is een regionaal contractmanagementsysteem (Vendorlink) aanbesteed waarin alle gecontracteerde zorgaanbieders in geregistreerd staan. 

Twee keer per maand komt de kwaliteitscommissie bijeen om te beoordelen of (nieuwe) zorgaanbieders aan de kwaliteitsvereisten voldoen.
Verbinding CJG-huisartsen. De GZ-psycholoog werkt vanuit het CJG om de verbinding met de huisartsen te leggen. Er is meer capaciteit gecreëerd, zodat nu naast de huisartsen in Vaassen/Emst ook de huisartsen in Epe/Oene bediend worden.
Transformatie opgave: kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien. Er is een start gemaakt met een onderzoek om uithuisplaatsingen te voorkomen. Dit onderzoek wordt door Windesheim uitgevoerd.

Er is een pleegzorgcampagne gehouden, samen met de gemeenten Heerde en Hattem en pleegzorgaanbieders. Dit om meer pleegouders te werven, zodat jongeren/kinderen dichter bij huis opgevangen kunnen worden.
Transformatie opgave: kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden. Team ED (ervaringsdeskundigen) is verder doorontwikkeld; er is nu een tweede Team ED.

Met Gecertificeerde Instellingen is het gesprek gevoerd over het toekomstplan: iedere jongere die uit een residentiële instelling of pleeggezin/gezinshuis stroomt, heeft een toekomstplan waarin levensdomeinen breed is gekeken wat de jongere nodig heeft na zijn 18de.
Transformatie opgave: inzet verwijsindex. De VIR (verwijsindex risicojongeren) is een instrument waardoor professionals die werken met jongeren en kinderen met elkaar in contact komen als zij zich zorgen maken over een kind, waarna zij informatie kunnen delen om de hulp beter af te stemmen. In 2019 is er een regionale coördinator aangesteld die het gebruik van de verwijsindex implementeert bij alle zorgaanbieders waar we regionale contracten mee hebben.
Monitoring. Om zicht te hebben op de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen is een monitor ingericht.

Daarnaast is de effectencalculator ingezet om complexe jeugdcasuïstiek te bespreken. De bevindingen zijn in een rapport weergegeven.

Vanuit Grip op Zorg is onderzocht hoe we op korte en (middel)lange termijn geld  kunnen besparen om weer binnen de Sociaal Domein begroting te blijven.

Het klanttevredenheidsonderzoek voor Jeugd is uitgevoerd.
Voorliggende voorzieningen. Het project Steunouder is wederom ingezet, waarin vrijwilligers hulp bieden aan ouders en/of kinderen die een (hulp)vraag hebben. Het uitgangspunt hierbij is dat er in een gezin (tijdelijk) iets niet als vanzelf gaat en het gezin hierbij ondersteuning nodig heeft.

Er zijn extra uren schoolmaatschappelijk werk ingezet om zorg en ondersteuning zo preventief mogelijk in te zetten in de leefomgeving van de jongere. 

De omgangsregeling van Humanitas is twee keer ingezet (complexe scheidingsproblematiek).

Er is een preventiematrix jeugd opgesteld. Dit ook in het kader van 'normaliseren'.
Verbinding onderwijs en jeugdzorg. De Koersnota Duurzame Kindvoorzieningen is opgesteld.  Hieraan heeft het onderwijs, de kinderopvang, het welzijnswerk, het CJG en de gemeente meegewerkt. Onderdeel van de Koersnota is het opzetten van een Expertisecentrum. In 2019 zijn er verschillende brainstormsessies gehouden. In februari 2020 wordt een dag georganiseerd voor zowel het onderwijs, de opvang, het welzijnswerk en het CJG om tot concrete plannen te komen om de samenwerking te versterken. 

Er zijn regionaal bijeenkomsten georganiseerd voor beleidsmedewerkers onderwijs en jeugdzorg om onderlinge samenwerking te verbeteren in het belang van het kind.

9.3.3 De arbeidsmarkt (Participatiewet)

Met de Participatiewet is er één regeling gekomen voor de onderkant van de arbeidsmarkt. De budgetten voor de oude doelgroep, de Wsw en voor de nieuwe doelgroep zijn samengevoegd. Bij de decentralisatie is bezuinigd op het budget voor de sociale werkvoorziening, terwijl de oud-Wsw’ers hun rechten en plichten behouden. Per arbeidsmarktregio hebben gemeenten en sociale partners de opdracht gekregen om een werkbedrijf te ontwikkelen voor het organiseren van (beschut) werken naar vermogen.

De Participatiewet moet leiden tot meer participatie, meer gerichte en effectieve inzet van budgetten en besparing van kosten. Er is minder geld beschikbaar om een uitkeringsgerechtigde naar werk toe te kunnen leiden. Dit is merkbaar voor partners als bedrijven, onderwijs- en zorginstellingen. Uitdaging is om op een houdbare manier met deze financiële opgave om te gaan. 

Wat hebben we gedaan in 2019?
De activiteiten in het kader van Participatiewet zijn in programma 10 benoemd. De uitgangspunten uit de Kadernota Participatiewet zijn verder uitgewerkt in de Verordening Participatiewet en in beleidsregels. 

In 2019 hebben we onder andere het volgende gedaan: 

  • Verhogen van het uitstroompercentage participatiewet (voormalig WWB, voormalig WSW en jonggehandicapten):
    a. Er zijn prestatieafspraken gemaakt met Werkbedrijf Lucrato over de uitstroom.
    b. Er zijn baanafspraken gerealiseerd met werkgevers en maatschappelijke organisaties voor de Eper doelgroep samen met FactorWerk.
    c. Er zijn projecten gestart gericht op extra inzet bij het activeren van mensen die al langere tijd een uitkering ontvangen.
  • Voortzetten van het huidige participatiebeleid en armoede- en schuldenbeleid waaronder het in stand houden en versterken van de toegang van de gemeentelijke minimaregelingen: meedoenregeling, schoolfonds en het kindpakket;
  • Uitvoering geven aan de verzamelverordening en verzamelbeleidsregels voor de Participatiewet;
  • Het realiseren van baanafspraken voor de Eper doelgroep door zowel regionale (op arbeidsmarktregio niveau via Factor Werk) als lokale samenwerking vorm te geven met werkgevers;
  • Doorontwikkelen van de uitvoeringsorganisaties voor de Participatiewet en de oud-Wsw’ers gericht op de transformatie;
  • Er is intensiever ingezet op de doelgroep statushouders binnen het zittend uitkeringsbestand door de integrale aanpak van de WerkClub.
  • Het  uitvoeren van het drie jarige vertrouwensexperiment ‘Zelf aan het stuur op maat’ (voorheen Regelluw);
  • Vervolg geven aan de monitoring op de uitvoering (inhoud en financiën) die zowel landelijk, regionaal als lokaal wordt vormgegeven.

9.4 Financiën en risico's

Wat zijn de financiële effecten van de drie decentralisaties?
Tot 2019 kregen gemeenten via integratie-uitkeringen de middelen beschikbaar voor de Participatiewet, Wmo-begeleiding en de Jeugdwet. In 2019 zijn de integratie-uitkeringen voor Wmo-begeleiding, Wmo-huishoudelijke verzorging en een deel van de Jeugdwet overgeheveld naar het algemene deel van de uitkering. Deze overheveling zorgt ervoor dat een verdeling tussen de twee uitkeringen voor Wmo niet meer te maken is. Voor de jeugdwet geld dat de middelen voor Voogdij/18+ nog wel een integratie-uitkering blijft en deze dus nog specifiek te volgen blijft. Naast de overheveling naar het algemene deel van de uitkering, zal in de meicirculaire 2020 een nieuwe herverdeling plaatsvinden op basis van vernieuwde maatstaven. Deze wijziging zorgt ervoor dat de toekomstige middelen niet in te schatten zijn.

 De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De volgende bedragen (€ x 1.000) waren beschikbaar:

Taak 2019
WMO 9.209
Jeugdzorg 6.687
Arbeidsmarkt / Participatie 5.140
Totaal 21.035

 

Wat hebben we gedaan?
Om de risico’s te beheersen worden de drie taakvelden gemonitord zodat tijdig signalen worden ontvangen waarmee bijgestuurd kan worden; beleidsmatig, in de uitvoering en financieel. Daarnaast worden nieuwe monitors ontwikkeld en ingezet. Met de reserve risico’s sociaal domein worden de financiële risico’s opgevangen die de gemeente loopt.